Recht en genade (6, slot)
Hoe zal een mens rechtvaardig verschijnen voor God? Wanneer er één is geweest die zich met déze vraag heeft beziggehouden, is het Maarten Luther geweest.
Zeer veel heeft hij gedaan om op deze vraag een antwoord te krijgen. Op zich was dit niet zo vreemd, want zijn kerk had hem niet anders geleerd.
Het ging Luther om oprecht berouw, want als hij dit bezat was de voorwaarde voor de kwijtschelding van de zonden aanwezig. Maar wat hij deed, biecht en boete, doch een oprecht berouw vond hij bij zich niet. Dit alles bracht Luther in grote angst. Zijn angst werd zelfs groter, toen ook de vraag bij hem ging leven of hij wel een uitverkorene was. Door die vraag is hij in zeer zware aanvechtingen geraakt. Zelfs meer dan één nacht heeft hij daarvan wakker gelegen.
Luther bleef net zolang tobben en worstellen, totdat God voor hem het licht liet opgaan.
Wat was voor hem het licht? Niets anders dan dat Romeinen 1 : 17 voor hem de sleutel werd tot het verstaan van de bijbelse boodschap van de genade van God voor zondaren en van de rechtvaardiging door het geloof alleen.
Toen Luther deze ontdekkiiig deed, zei hij verrast en blij: 'Toen ik dit woord ontdekte, ging het paradijs voor mij open.'
Niet met zijn eigen goedheid en gerechtigheid kon Luther voor God bestaan, maar met de toegerekende gerechtigheid die door Christus op het kruis is verworven.
Niet ons werk
De rechtvaardiging is niet ons werk, nog minder onze prestatie, maar het is enkel en alleen Gods genade die ons daarin doet delen.
Zo'n zin is zeer snel opgeschreven! Dat dit in het leven van Luther – met name in z'n gedachten – een ware omwenteling heeft teweeggebracht, zal duidelijk zijn als men bedenkt, hoe er in zijn tijd over de rechtvaardigmaking werd gedacht.
Men beschouwde de rechtvaardigmaking als een proces van verandering in iemands leven, waardoor hij werd wat hij niet was.
Wel was genade het eerste, maar er moest door de mens aan meegewerkt worden. In 't bijzonder de leermeesters van Luther legden sterke nadruk op de medewerking van de vrije wil in de mens. Waartoe een mens zelf in staat is, moet hij doen. Wanneer hij z'n best doet, is God niet ongenegen dat als verdienste hem aan te rekenen.
't Moet gezegd worden dat wij wat het bovenstaande aangaat niet ver van Pelagius zijn verwijderd. Een mens beslist over zijn eigen verlossing.
Luther en daarmee de gehele reformatie leert ons daarentegen dat de verlossing niet door ons wordt gerealiseerd, maar dat zij is bewerkt op het kruis van Golgotha en ons door de Heilige Geest wordt geschonken in het geloof als een toegerekende gerechtigheid.
Het hangt dus volstrekt niet van ons werken òf werk af. Het is niet verkeerd om dit laatste ook eens te onderstrepen.
't Was naar ik meen Luther die in één van zijn geschriften zegt, dat ieder mens een 'paap' in zijn hart heeft. Daarmee bedoelde hij dat in elk mens de neiging wordt gevonden om zich via zelfwerkzaamheid voor God op de been te houden. Genade van God en iets van ons mensen, dan komt het wel goed.
Werken, werken en nog eens werken, het zit zo in ons goddeloos vlees. Wat komt men het als pastor tegen in eigen hart en in dat van de gemeenteleden die men bezoekt.
Wat doet men er niet voor en wat laat men niet na om zich voor de Heere aangenaam te maken!
Wat kunnen er een werken des vleses zijn, terwijl men soms van zondag tot zondag verneemt dat geen vlees gerechtvaardigd zal worden voor God alsmede ook dat de werken des vleses een gruwel zijn voor de Heere.
Verder is er het doen en het nalaten van vele dingen in de hoop dat het berouw diep genoeg wordt. Wat komt men het vaak op zieken- en huisbezoek tegen – en het zijn werkelijk niet altijd de minst ernstige gemeenteleden – dat men zegt: 'Als mijn berouw maar echt was en diep genoeg, dan zou God mij wel genadig willen zijn.'
Op velen in onze gezindte is het gedichtje maar al te zeer van toepassing als het zegt: 'Ik heb gejaagd wel jarenlang om goed en vroom te leven'. Gelukkig als men dan doorgaat en zegt: 'Maar het werd mijn ziele steeds te bang; mijn werken kon niets geven'.
Inderdaad, al dat werken van ons geeft ons niets. Het voegt aan de gerechtigheid – door Christus op het vloekhout verworven – niets toe. Daarbij schrijf ik neer: laten wij toch blij zijn dat wij niets behoeven te doen. Een Paaslied zegt: 'Alles, alles is voldaan'. Men mag zich laten zinken en zakken op de gerechtigheid die Christus heeft verworven. Anders gezegd: men mag zich in het geloof Jezus' gerechtigheid laten schenken. Zijn gerechtigheid is een volkomen gerechtigheid. Met Zijn gerechtigheid staat men voor God als had men zelf alles betaald voor de zonden.
Wanneer men Jezus Christus als de enige troost in het leven en sterven bezit, bezit men alles èn voor de tijd èn voor de eeuwigheid. Zonder verschrikken zal men in het gericht Gods kunnen verschijnen.
Luther zei: 'Jezus mijn schuld en Maarten Luther Zijn gerechtigheid'. Een wonderlijke ruil en een wonderlijke vrijspraak. Uit genade!
Deel krijgen
'Maar', zo hoor ik iemand zeggen, 'op het geloof zit het juist vast. Ik durf niet te zeggen dat ik het geloof als een gave van de Heere bezit. Wanneer dit het geval zou zijn, zouden er toch bepaalde "kenmerken" in mijn leven gevonden moeten worden.'
Wat zou ik als pastor op zo'n tegenwerping zeggen. Trouwens, niet ik alleen, maar ook alle anderen die zich met het pastoraat bezighouden en wellicht met zo'n tegenwerping in aanraking komen.
Inzake het antwoord dat ik neerschrijf, denk ik een ogenblik aan Van der Groe, een predikant in de nadagen van de Nadere Reformatie. Wanneer er één dominee is geweest, die voortdurend in z'n preken over kenmerken sprak, was Van der Groe het wel. Men leze er ook zijn 'Toetssteen der ware en valse genade' op na.
Bij het lezen van dit alles vraagt men zich wel eens af òf er ooit door hem wel onbeperkt en onvoorwaardelijk het Evangelie is verkondigd. Toch moet men zich niet vergissen. Het is nog niet zo lang geleden, dat ik een preek van hem las, die hij in Rotterdam gehouden had en waarin het ene kenmerk na het andere door hem aan de hoorders werd voorgehouden. Plotseling verandert de preek enigszins van toon. Hij zegt dan dat er onder zijn gehoor wel mensen zullen zijn die zeggen dat zij alle kenmerken missen. Nu eens denken zij dat zij een echte droefheid naar God hebben, maar de volgende dag zijn ze dat weer kwijt. Ook zijn er wel die de ene dag om de gerechtigheid van Christus verlegen zijn, maar de volgende dag daarvan weinig of niets meer gevoelen.
Wat moeten al die mensen doen, die geen kenmerken bezitten? Van der Groe geeft als antwoord in zijn preek: 'Zij moeten allen de toevlucht nemen tot de Heere Jezus, want Hij alleen kan hen helpen.'
Wie had dat nu gedacht van Van der Groe! Als er een man een 'kenmerken-dominee' genoemd kan worden, dan hij wel. En toch… plotseling breekt hij in die preek door alle kenmerken heen. Hij laat ze voor wat ze zijn en wordt op dat moment een prediker die het Evangelie onvoorwaardelijk (zonder enige voorwaarde) uitdraagt.
Ik wil met dit alles maar zeggen: een toevluchtnemend geloof is ook geloof. 't Kan zelfs een zeer groot geloof zijn. Ik denk aan die bloedvloeiende vrouw. Wat een groot geloof bij haar als zij zegt: 'Als ik maar de zoom van Zijn kleed aanraak, zo zal ik gereinigd zijn.'
Daarom: wie u bent, wie u mag zijn, maar van de Heere Jezus en Zijn werk mag u gebruik maken! Zonder enige voorwaarde zegt Hij: 'Wie tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen.'
Christus is onze rechtvaardigverklaring. In Hem zijn wij voor eeuwig rechtvaardig verklaard. Zonder de werken, opdat niemand roeme!
Aan alle creaturen
De belofte dat er door Christus gerechtigheid is verworven en God deze gerechtigheid wil schenken, moet gepredikt worden. Ja, dit alles moet worden uitgedragen aan alle volken en mensen. Om dit te onderstrepen wil ik H. Bavinck citeren, bij wie ik het volgende lees: 'De Schrift laat er geen twijfel over dat het Evangelie aan alle creaturen mag en moet worden gepredikt. Of wij met de particuliere uitkomst (Bavinck doelt op de uitverkiezing. De K.) rijmen kunnen, is een andere vraag. Maar het bevel van Christus is het einde van alle tegenspraak. Regel voor onze gedragingen is alleen de geopenbaarde wil van God'.
Wanneer wij met name de laatste zin op ons laten inwerken, kan er dus gezegd worden dat er een ruim en mild aanbod van genade naar alle mensen mag uitgaan.
L. Vroegindeweij schrijft: 'Het Evangelie wordt aan mensen verkondigd, niet als verkorenen of verworpenen, maar als zondaren, die allen verlossing van node hebben'. Het Evangelie kan niet anders dan algemeen in zijn aanbieding zijn. Het Evangelie wordt immers bediend door mensen die de verborgen raad Gods niet kennen. Maar wat die mensen wel kennen, is Gods geopenbaarde wil. Duidelijk wordt ons daarin gezegd: 'Predikt het Evangelie aan alle creaturen'. Dit moet gebeuren zonder onderscheid. Aan ieder persoonlijk mag en moet Christus voorgesteld worden als de Zaligmaker van zondaren.
Door middel van de prediking zegt de Heere: 'Hier is Jezus, Hij is voor u als u Hem hebben wilt tot uw Profeet, Priester en Koning'. Dat dit gepaard gaat met een sterven aan onszelf, met waarachtige bekering zal duidelijk zijn. Het een gaat niet zonder het andere. Men zal om Christus en Zijn gerechtigheid niet verlegen zijn, als men er niet achter is gebracht dat men alle gerechtigheid voor God mist. Dit schrijf ik niet neer om er een rekensommetje van te maken òf om toch allerlei voorwaarden door een achterdeur naar binnen te halen. Onvoorwaardelijk is het Evangelie; onvoorwaardelijk het aanbod van genade; onvoorwaardelijk de schenking van de gerechtigheid door Christus verworven. Niettemin zullen zij het alleen aannemen die in het geloof zeggen: 'Ik zal mijn hand op Jezus leggen; amen op Zijn offer zeggen'.
Slotopmerking
Onthoudt het maar goed: als u de gerechtigheid van Jezus niet kunt missen, dan behoeft u die niet te missen. Van alle pleitgronden in de Schrift alsmede in de doop geschonken, mag gebruik worden gemaakt. Delend in de gerechtigheid van Christus zegt men achteraf: het is mij alles geschonken door een goedertieren God en Vader.
G. S. A. de Knegt, B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1994
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1994
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's