Een beker koud water
Dezer dagen zei de voormalige leider van de VVD in de Tweede Kamer, de heer Joris Voorhoeven, dat er enkele delen in de wereld zijn, waar het leven tot op zekere hoogte goed geordend is, terwijl er in (de meeste) andere delen van de wereld alleen maar chaos heerst. Hij zei dit in verband met de verschrikkelijke toestand vandaag in Rwanda.
Op zichzelf is zo'n uitspraak niet zo origineel. Maar toch, waaròm zijn de tegenstellingen wat dit betreft zo groot in de wereld? Waaròm leven wij in Europa, evenals mensen in Canada en Noord-Amerika of in Australië, in dié delen van de wereld, waar zich niet die grote chaos voordoet als in landen van bijvoorbeeld het Afrikaanse continent? Hoe komt het toch, dat bepáálde delen van de wereld zich baden in luxe en welvaart, met overigens alle gevolgen vandien, en dat mensen in àndere delen van dezelfde (gevallen) wereld kreunen van ellende?
We zien bijvoorbeeld vandaag twee soorten volksverhuizingen in de wereld, die met elkaar contrasteren, om niet te zeggen vloeken. De éne soort speelt zich af in de welvaartsgebieden, waar immers de vakantiecultus tot complete volksverhuizingen leidt. De andere soort voltrekt zich in de gebieden, waar ellende aan de orde van de dag is en miljoenen vluchten moeten om het vege lijf te redden, hetgeen een geheel anderssoortige volksverhuizing betekent.
Twéé werelden in één wereld!
Rwanda
Het leed in Afrika heeft zodanige afmetingen aangenomen, dat we eigenlijk niet meer in staat zijn er woorden voor te vinden.
De beelden van Soedan, tijdenlang hèt voorbeeld van uitmergeling en chaos, worden momenteel verdrongen door die van Rwanda, waar zich een ramp lijkt te voltrekken, die zijn weerga niet heeft.
Méér dan een half miljoen mensen al kwamen om in een stammentwist.
Honderdduizenden vluchtelingen zijn verstoken van voedsel en water.
Duizenden kinderen staan opeens moederziel alleen op de wereld.
In de vluchtelingenmassa vellen de besmettelijke ziekten tienduizenden mensen. Kinderen sterveri aan de borst van hun moeder.
Er zijn dan beelden, die een onuitwisbare indruk maken. Mensen in de vluchtelingenmassa's moeten dertig kilometer lopen om water te bemachtigen. En dan is het nog vies water, waardoor ziekten op grote schaal uitbreken. Maar dan opeens is daar een waterbrug. Er wordt vers water aangevoerd, lang niet genoeg voor de honderdduizenden, maar tòch: water, elementair voor het leven.
Op zo'n moment ziet men wat hulpverlening concreet betekenen mag. Water, rein water is dan nog belangrijker dan brood. Dan is het er opeens, al is het mondjesmaat.
Een beker
Op dat moment kwam mij in gedachten het Schriftwoord uit Mattheüs 10 vers 42: 'En zo wie één van deze kleinen te drinken geeft alleen een beker koud water, in de naam van een discipel, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen'.
Nu moeten we Schriftwoorden altijd lezen in hun verband. In dit geval moeten we ons dan realiseren, dat in het vers (41), voorafgaande aan deze tekst, wordt gesproken over het ontvangen van een profeet en het ontvangen van een rechtvaardige. Calvijn zegt hierbij echter, dat Christus hier wel in de éérste plaats de profeten noemt, maar 'daar Hij tenslotte tot de geringste graad afdaalt'. Hij met deze woorden 'al Zijn discipelen' omvat.
Inderdaad, via de profeten en de rechtvaardigen daalt Christus af tot de kleinen. Ook hier weer kan Calvijn het niet laten om te zeggen, dat we verplicht zijn 'het ganse mensdom' lief te hebben, waarbij hij dan, zoals altijd, besluit tot een bijzondere zorg voor 'de Zijnen'. Hij eindigt dan met te zeggen:
'De benaming van kleinen geeft Hij niet slechts aan degenen, die in de Kerk de laagstgeplaatsten en minstgeachten zijn, maar aan al zijn discipelen, die de wereld in haar hoogmoed met voeten treedt'.
Brood en water
Gegeven dit alles heb ik de vrijmoedigheid dit Schriftwoord over de 'beker koud water' te lezen tegen de achtergrond van het grote lijden, dat zich in landen in Afrika – een aan aids, honger en oorlog wegstervend continent – voordoet.
Op een vraag aan de secretaris van het Rwandese bijbelgenootschap of in de huidige omstandigheden ook de Bijbel mag worden verspreid in Rwanda, antwoordde deze bevestigend. Maar, zei hij, de Rwandese bevolking heeft allereerst behoefte aan 'brood, brood en nog eens brood'. Men zou hier aan toe kunnen voegen: 'water, water en nog eens water'.
Water en brood zijn de eerste levensvoorwaarden. Wie de grote ellende in Rwanda op zich laat inwerken, kan bepaalde probleemstellingen in onze 'geordende samenleving', zoals trouwens ook in onze gevestigde kerken, nauwelijks nog blóédernstig nemen. Veel is dan op een bepaalde wijze relatief Hier is sprake van 'schreeuw om leven' tegen de achtergrond van dreigende massale dood.
In een wereld, die wekenlang bepaald werd door 'brood en spelen', roepen – ironie der geschiedenis! – duizenden om 'brood en water'.
Het gaat echter ook om méér dan brood en water. Genoemde secretaris van het Rwandese bijbelgenootschap zei in een vraaggesprek met de persdienst van de 'Unie van Bijbelgenootschappen' óók, dat zijn landgenoten uit de Bijbel kunnen leren over gerechtigheid en verzoening. De bevolkingsgroepen hebben nog niet geleerd hoe ze met elkaar in hetzelfde land vreedzaam moeten leven, zei hij.
Brood en water zijn weliswaar de eerste levensbehoeften. Maar, wil er sprake zijn van een echt geordende samenleving, waarin mensen ook op langere termijn samen kunnen léven, dan gaat het om verzoening en gerechtigheid, noties, die in de Schrift niet los verkrijgbaar zijn, maar die nauw verbonden zijn met Christus. Als zodanig gaat het ook om diepte-investering op langere termijn in landen als Soedan en Rwanda, zoals trouwens in alle landen van de wereld.
Boek
Vandaag trekken we ons chequeboek bij het aanschouwen van de diepe ellende in een land als Rwanda, ook al vragen ons af: is mijn gift niet een druppel op een gloeiende plaat?
Ik stond dezer dagen op een bepaalde plek waar de aarde vulkanisch is. Direct onder het grondoppervlak is de temperatuur zó hoog, dat, wanneer men door een gat in de grond een emmer water giet, het water direct als een metershoge geiserstraal terugkomt. Zo lijkt het ook te zijn met wat een mens individueel kan doen in de grote wereldnood. Maar, zegt Christus, wie aan 'één van deze kleinen te drinken geeft alleen één beker koud water…' (Ik cursiveer hier één). Samen met tienduizenden hier kunnen we immers tienduizenden elders één beker koud water aanreiken. Dat is toch het effect van gezamenlijke hulpverlening, waarbij vele kleintjes één grote maken?
Zo kan men zich ook afvragen wat wèrkelijk de invloed van Hèt Boek, de Bijbel zal zijn in desastreuze situaties in de wereld, zoals in Rwanda. Hier valt echter slechts te zaaien. Hoe de oogst eruit zal zien, leert de jongste dag pas, ook met betrekking tot 'de eer en heerlijkheid der volkeren', die wordt ingedragen in het Nieuwe Jeruzalem (Openb. 21). Er is Hoop! Want de geschiedenis leert toch óók, dat met de komst van het Evangelie in de wereld samenlevingen 'geordend' werden, vanwege namelijk heel bepaalde dimensies met betrekking tot gerechtigheid. Het (voormalige) christelijke Europa is er een voorbeeld van. Een samenleving zal het dan ook – dat is de keerzijde – wéten wanneer ze het Woord Gods geweten heeft en het vervolgens terzijde schoof. Niet meer tot bekering te brengen, zegt Hebreeën 6. Samenlevingen, die het nog vóór zich hebben zouden samenlevingen, die het àchter zich laten, vóór kunnen gaan.
Daarom zal ons vandaag, naast algeméne hulpverlening op korte termijn, ook die hulpverlening in Rwanda ter harte gaan, die behalve het lenigen van acute nood, in het brengen van een beker koud water, ook dàt Brood brengt, dat de granen van verzoening en gerechtigheid in zich bergt: voor mensen persóónlijk en voor de samenleving als geheel.
Gebed
Dat brengt me bij het laatste. De Afrikaanse Raad van Kerken heeft, bij monde van haar secretaris ds. Jopsé Chipenda, opgeroepen om zondag 31 juli tot een 'Dag van Gebed en Verzoening voor Rwanda' te maken. Wie zou zo'n oproep terzijde willen leggen? De vraag is of te volstaan valt met een gebedsdàg. Zoals jarenlang in vele gemeenten, in allerlei kerken gebeden is inzake wetgeving betreffende menselijk leven in de eindfase en in de beginfase, zo zal toch ook zeker niet-aflatend gebeden worden voor die situaties, waarin het leven zèlf onder permanente bedreiging staat?
Hoe men zo'n 'dag van gebed' zal inrichten, is een tweede. Een kort gebed 'ach Heere,…' kan meer inhoud hebben dan ellenlange gebeden op de hoeken der straten. Eén zucht slechts vanwege een kreunende creatuur!
Opmerkelijk is wel, dat de oproep tot gebed voor Rwanda zich richt op een dag midden in onze vakantiecultus. Mij dunkt, dat alleen al dáárom alle argumenten om zo'n oproep te negeren, contrasteren zullen met de vakantiegenoegens, die wij ons permitteren.
Maar bidden is hier ook werken.
De evangelist gaat hand in hand met de waterputter.
Het gebedenboek ligt, om zo te zeggen, naast het giroboek, oftewel een bidstond gaat gepaard met een collecte.
Een oproep tot gebed voor Rwanda bepaalt de christelijke gemeente van vandaag bij haar opdracht van Christuswege om een beker koud water te reiken aan al die ellendigen, die kleinen ook, waarvan Mattheüs spreekt, die we vandaag als christenen ontmoeten in de wereld (Spr. 22 : 2).
Een beker koud water voor al diegenen, 'die de wereld vertrapt in haar hoogmoed' (Calvijn).
Er is voor diakenen, en in de diakenen voor de geméénten, werk aan de winkel, juist ook in vakantietijd!
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1994
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1994
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's