De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zegenen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zegenen

6 minuten leestijd

Alzo zou ik U loven in mijn levenPsalm 63 : 5

Men zou Psalm 63 behalve een lied van verlangen ook een loflied kunnen noemen. In meerdere woorden van deze psalm komt dat loven van God naar voren.
In vers 4 staat 'Mijn lippen zouden u prijzen'. In vers 6 wordt gesproken over het roemen met vrolijk zingende lippen. In vers 5 wordt het woord loven gebruikt.
Met meerdere woorden wordt de lofprijzing van God beschreven.
Nu is het opmerkelijk, dat in psalm 63 in dat verband sprake is van het woord 'zegenen'. Het woord, dat veelal met loven wordt vertaald, betekent – wanneer men het letterlijk neemt – 'zegenen'.
In meerdere psalmen, vooral in psalm 103, komt het een aantal malen voor.
De nieuwe berijming zegt daar dan ook 'Zegen mijn ziel, de grote naam des Heeren'. Het God zegenen van mensen.
We kunnen de aarzeling om dit woord zo te vertalen begrijpen.
Bij het woord zegenen denken we immers aan een daad van God.
Hij doet Zijn zegen op ons neerdalen.
Wij doen de zegen niet opstijgen.
Toch is het niet zonder betekenis, dat het Hebreeuws voor het loven van God dit woord zegenen gebruikt.
Daarmee wordt beslist niet bedoeld, dat wij de Heere kunnen zegenen zoals Hij ons zegent. Maar in dit woordgebruik zit toch iets van een wederkerigheid.
De Heere zegent ons, en wij mogen Hem als de Zegenaar zegenen.
In het woord zegenen zit iets van uitbreiding, groei, toename.
Zegenen zou je in dit verband het best kunnen vertalen met grootmaken, de Heere grootmaken. Zijn lof vermeerderen.
De aarzeling om dit woord met 'zegenen' te vertalen, zit mogelijk ook daarin, dat gezegd wordt: 'maar de Heere is toch groot?' Hij behoeft niet grootgemaakt te worden. Nee, in zekere zin is dat waar, maar uit de schriften blijkt, dat de Heere grootgemaakt wil worden en dat is daarin, dat alles wat adem heeft. Hem looft, de hele schepping één loflied is op Zijn naam.
Alzo zou ik U zegenen in mijn leven. David bedoelt daarmee mijn leven lang. Niet een laatste restje van mijn bestaan, maar het gehele bestaan één loflied op Zijn naam.
De reden tot dit zegenen kunnen we inmiddels vanuit deze psalm begrijpen.
De daden Gods, Zijn beschermende nabijheid. Zijn verzoenende genade doen David de Heere grootmaken.
En al die daden Gods, Zijn nabijheid, genade en kracht komen voort uit Zijn trouw. Deze verbondstrouw van God wordt samengevat in dat ene woord 'goedertierenheid'. Het Hebreeuwse woord 'chesed' is uiterst betekenisvol.
In een commentaar las ik, dat de uitingen in psalm 63 cirkelen rond het geheimenis en het wonder van deze goedertierenheid. Het is vanuit deze goedertierenheid, dat Gods rechterhand David ondersteunt.
Het is om deze zelfde goedertierenheid, dat Davids ziel de Heere achteraan kleeft. Een bekend oudtestamenticus wees er ooit op, dat de belijdenis van de grootheid van Gods goedertierenheid in psalm 63 uniek genoemd mag worden.
En dit unieke karakter is daarin gelegen, dat van deze goedertierenheid des Heeren gezegd wordt, dat deze beter is dan het leven.
Vooral voor een oudtestamentische gelovige is dat bijzonder.
Er zijn mensen, die niet veel meer voor hun leven geven. Ze beschouwen en beleven het als een tranendal. Er zijn zelfs mensen, die zich van het leven beroven. Dan moet de crisis toch wel erg diep zijn. Wanneer iemand nu zegt, dat Gods goedertierenheid hem of haar beter is dan het leven, is dat iemand, die niet veel meer voor zijn of haar leven meer geeft? Maar dat is in het Oude Testament bijna nooit aan de orde.
Voor Israël was het aardse leven het hoogste wat er was. De grootste gave van God. Daarom blijkt ook telkens weer in het Oude Testament, de hoge waardering voor het aardse leven.
Wanneer Job de dag van zijn geboorte vervloekt, is dat beslist een uitzondering. Regel is de grote liefde en hoge achting voor het aardse leven.
Hoe groot is de schat van het leven niet. Het is het laatste bezit dat een mens heeft. Dat zie je ook bij zieken.
Dat met alle vezels van het bestaan vastzitten, zich vasthechten aan het leven. Wat is er meer dan het leven?
Ik denk, dat wij, die zoals we dat noemen in een geseculariseerde tijd leven, dat wil ook zeggen alles zetten op de kaart van dit leven, het leven van alledag ook enorm hoog waarderen.
Er is zelfs sprake van een zeker hedonisme, een genotzucht, een alles uit het leven halen wat er in zit.
Wat is er meer dan het leven?
Wel weet David: dat is de goedertierenheid, de verbondstrouw van God.
In deze goedertierenheid vindt men bescherming, verzadiging van vreugde. Deze goedertierenheid is er in het leven, en ze zal er zijn bij het sterven. Ze is er dwars door de dood heen. De trouw van God is voor David de grootste schat. Daarom maakt David de Heere groot.
De psalm begon in de woestijn. Daar gedenkt David aan de dagen van weleer. Zijn gang naar het huis des Heeren, waarin door de dingen heen, hij de Heere aanschouwen mocht. We lezen niet dat de situatie veranderd is. David bevindt zich nog in de woestijn. De omstandigheden zijn vooralsnog ongewijzigd. Maar David kijkt er vanuit de gemeenschap met de levende God anders tegenaan. Wat betreft de toekomst is er zekerheid. De leugensprekers, degenen die David naar het leven staan. Zij, die het op Gods gezalfde voorzien hebben, schijnen oppermachtig. David daarentegen schijnt aan de machten prijsgegeven. Zo kan een mens zich wanen, de gemeente zich voelen, prijsgegeven aan de machten, die zich verheffen. De rollen worden omgekeerd. De schijnbaar aan de machten prijsgegevene zal zich verblijden, de leugensprekers, degenen die de gezalfde naar het leven staan en hun hand tegen God Zelf opheffen, zullen vergaan. Het recht Gods zal zegevieren.
Dat is ook een teken van de kracht en de trouw van God.
Hij blijft trouw aan al Zijn woorden.
Gods goedertierenheid beter dan het leven. We mogen van de dingen, die we ontvangen, de contacten die we hebben, genieten. De bijbel roept ons niet op het leven te verachten. Het is een gave van God. Meer dan dit grote geschenk is de goedertierenheid van God. Die goedertierenheid, de verbondstrouw, die in Christus volkomen aan het licht gekomen is.
We stonden stil bij psalm 63. Een zoekend en verlangend mens, dat zegent, de Heere grootmaakt. Omdat hij gezien, aanschouwd heeft, zingen kan in de schaduw van Gods vleugelen.

D. M. van de Linde, Groningen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1994

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Zegenen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1994

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's