T. S. Eliot en de kerk
Dichters worden wel seismografen van de tijd genoemd. Heel gevoelig nemen zij waar – eerder dan vele anderen – wat er zoal omgaat in hun tijd. Sommige mensen merken aan hun gestel dat er onweer op komst is of dat er zich een weersomslag zal voordoen. Dat maakt hen – in tegenstelling tot anderen die daar niets van merken – soms onrustig.
Zo'n uitzonderingspositie nemen dichters in waar het het geestelijke klimaat van een volk of een werelddeel betreft. Zij voorvoelen welke richting het met een cultuur, een kerk opgaat. Zij voelen scherper dan anderen aan 'welk weer er in de lucht hangt'.
Het kan daarom goed zijn eens bij een bepaalde dichter te rade te gaan. Niet dus alleen om op een esthetische manier te genieten van de woordschikking, het rijm, de ritmiek van de zinnen, maar ook om eens in de spiegel te kijken. Ook niet alleen om gesticht te worden. Nee, vooral om de boodschap van de dichter op te vangen. Een goed gedicht behelst een boodschap, die vooral verhelderend werkt en die ons opvordert om de waarheid te doen en om het goede te betrachten.
Twee thema's
Het is opvallend dat we bij de wereldberoemde dichter T. S. Eliot (1888-1962) zo'n verhelderende kijk kunnen opdoen ten opzichte van themata die het laatste jaar in onze kerk nogal wat beroering veroorzaakt hebben.
Het ene thema wat ik bedoel is de kwestie rondom het Samen op Weg-proces. Het andere is het onderwerp wat onlangs op de synode besproken is en wat alom in de aandacht staat: de kwestie van de secularisatie. Om met het laatste te beginnen. Als de lezer de kerkelijke pers een beetje volgt, zal het hem niet ontgaan zijn dat tijdens de afgelopen synodevergadering de problematiek van de ontkerkelijking besproken is.
Zo divers als de kerk is, zo verschillend waren de geluiden die over deze kwestie te berde gebracht zijn. Eigenlijk kwam de discussie gaandeweg op de vraag of het christendom wezenlijk iets meer te bieden heeft dan het humanisme. De opmerkingen van dr. A. H. van den Heuvel waren daar debet aan. Hij vertelde dat hij blij was met de cijfers van het rapport over de secularisatie omdat ze bewezen dat figuren als Barth en Bonhoeffer in de veertiger en vijftiger jaren gelijk hebben gehad.
Bovendien: sprak Bonhoeffer niet positief over de verwereldlijking van de kerk!
En luchtigjes van toon voegde dr. Van den Heuvel er aan toe, dat het Evangelie als het zuurdesem uit de gelijkenis is geweest. Het is al in de samenleving – het deeg – gestopt.
Dat heeft wat uitgewerkt en dat werkt wat uit, ook als de kerk niet meer nadrukkelijk in de samenleving aanwezig is. Het inmiddels uitgestrooide zaad van de kerk heeft zijn positieve uitwerking ook daar waar van geen bewust geloof sprake is. Normen en waarden kunnen ook los van het christelijke geloof bestaan en voortbestaan. Hoogstens is het zo dat de mensen af en toe nog eens moeten bijtanken. Dat moeten zij in de kerk kunnen doen.
En daar moet de kerk zich dan de komende jaren op instellen.
Door deze voorzet van dr. Van den Heuvel kwam de discussie op de vraag of het christelijke geloof voorwaarde is voor het voortbestaan van waarden en normen.
Sommigen bestreden dit. Ook los van het christelijke geloof leven vele mensen humaan en goed.
Politiek
De vraagstelling doet denken aan wat er onlangs in de politiek omging.
Wie de afgelopen verkiezingscampagnes ook maar vanuit de verte heeft gevolgd, weet dat ook in de politiek de discussie over deze vraag (zeg maar rustig:) gewoed heeft.
Laat een christenpoliticus het niet wagen te zeggen, dat zonder het christelijke ferment een samenleving gedoemd is te verworden. Misschien is het moeilijk om tijdens de verkiezingscampagne aan te nemen dat een politicus die dat zegt, los van electorale overwegingen, werkelijk zijn diepe zorg uitspreekt over wat hij in de praktijk in Nederland signaleert! Maar die zorg was en is toch wel degelijk gerechtvaardigd.
Want de geruststellende woorden van sommige politici en van sommige doctoren in de kerk kunnen ons toch maar moeilijk overtuigen.
Als we kijken naar de stijgende cijfers van de zware en minder zware criminaliteit, naar de toename van het aantal echtscheidingen, met alle leed die daaraan verbonden is, naar de toename van het gebruik van stimulerende middelen, naar de opkomst van de primitieve house-cultuur, de experimenten in laboratoria, dan lijkt het er toch wel op dat onze cultuur op zijn zachtst gezegd uit het lood is geslagen.
Ze mist een vast punt, aan de hand waarvan ontwikkelingen beoordeeld, en vervolgens gestimuleerd of afgeremd kunnen worden.
Wie maakt immers uit wat goed is? Dr. Van den Heuvel mag dan de beeldspraak van het zuurdesem gebruiken en deze zonder enige kwalificatie op onze tijd toepassen, in bijbelse zin lijkt het me beter om Christus' woorden omtrent het zout, dat smakeloos is geworden, te gebruiken!
Het doet toch werkelijk naïef aan om te veronderstellen dat een cultuur waarin Christus als de Zoon van God en Zijn Kruis als de verzoening tussen God en mens geloochend of bestreden wordt (met alle gevolgen van dien) een cultuur is waarin het christelijke zuurdesem zijn uitwerking heeft!
Verhelderend
Hier is het nu dat een dichter als T. S. Eliot verhelderend werken kan.
Zelf heeft hij ooit geloofd in het humanisme. Een leraar van hem die doceerde op de universiteit van Harvard in de Verenigde Staten zag het humanisme als een waardige plaatsvervanger van het christelijk geloof.
Eliot heeft van deze gedachten naderhand helemaal afstand genomen en heeft deze als gevaarlijk bestreden!
Illustratief is in dit verband zijn gedicht 'Choruses from "the Rock".
Daarin stelt hij de mogelijkheid voor ogen dat de christenen weer eens een tijd zouden kunnen gaan beleven waarin zij achtergesteld en zelfs vervolgd worden. Het is immers naïef om te denken dat het geloof de wereld veroverd heeft en dat de leeuwen niet langer bewakers nodig hebben. Eliot laat erop volgen:
'Moet het nog verteld worden dat wat er geweest is, er nog steeds kan zijn'.
Hij bedoelt: denkt u werkelijk dat zo'n haat tegen het christelijk geloof zoals die er ooit was, niet weer op kan treden?
En hij laat daarop volgen:
'Moet het u verteld worden dat zulke bescheiden resultaten, waarop u zich kunt laten voorstaan, vanwege de beschaafde samenleving,
Wel niet het geloof zullen overleven waaraan zij hun betekenis ontlenen!'
Wat bedoelt Eliot? Toch wel dit: dat de nog maar bescheiden resultaten van een beschaafde samenleving die wij kennen, hun betekenis en zin ontlenen aan het christelijke geloof. Maar deze bescheiden resultaten zullen het geloof waaraan hun bestaan te danken is niet overleven!
Het huis zonder fundament, dat op zand gebouwd is, zal instorten, als de stormwinden komen!
En om de mensen uit deze droom wakker te schudden roept hij de mensen ironisch toe:
'Mannen, poets uw tanden terwijl u opstaat en naar bed gaat.
Vrouwen, maak uw nagels schoon,
U die de tanden van de hond en de staart van de kat reinigt.
De kerk
In hetzelfde gedicht stelt hij – en hij heeft het dan over de kerk:
'Zij die in een huis zitten waarvan de betekenis vergeten is, zijn als de slangen die op smeulende trappen liggen, tevreden in het zonlicht.
En de anderen rennen er omheen net als honden, vol ondememening, snuivend en blaffend en ze zeggen: "Het is een huis vol van slangen, laten we het vernielen.
En een einde maken aan al deze dwaasheden, de verdorvenheden van de christenen" '.
Het is een aangrijpend beeld wat Eliot, hier van de kerk schetst. Maar we willen zijn woorden des te meer ter harte nemen omdat hier iemand aan het woord is, die zelf een modern man en dichter is, die geleden heeft onder de leegte van het bestaan en die in het christelijke geloof zijn rustpunt gevonden heeft.
En die daardoor de waarde van de kerk, als kerk is gaan zien en belijden! Juist om die kerk is het Eliot te doen geweest. Vandaar dat hij in hetzelfde gedicht 'Choruses from "the Rock"' stelt:
Wat wij nodig hebben is mensen van geloof en van overtuiging!' Mensen die staan voor het christelijke geloof, mensen die zijn als het zout, waar Christus van spreekt!
Fusie
Opvallend is wat Eliot in een ander verband zegt over de poging om tot een fusie van kerken te komen teneinde aan de secularisatie het hoofd te kunnen bieden.
Wat hij daar stelt doet ons sterk denken aan het Samen op Weg-proces.
De kans is groot dat de secularisatie die het voortbestaan van verschillende kerken bedreigt, mensen er over en weer toe brengt om allerlei verschillen over het hoofd te zien en aansluiting te zoeken bij elkaar, aldus Eliot.
Terzijde gelaten het gevaar van inhoudelijke compromissen die men misschien bereid is te sluiten op het gebied van de kerkleer, is het voor Eliot de vraag of zo'n fusie gewenst is. Eliot vindt van niet!
En wel om deze reden: de hoofdstroom van de kerk (the main stream) dat wil zeggen de kerk die het nauwst op het volksleven en op het verleden van het volk betrokken is, representeert het meest. Zij is krachtens haar geschiedenis de hoedster van de hogere ontwikkelingen van een cultuur die dateert van voor een kerkscheuring, die men door fusie ongedaan wil maken. En… laat Eliot erop volgen, iemand die als intellectueel of als fijnzinnig mens tot de kerk bekeerd wordt voelt zich in het algemeen het meest aangetrokken tot juist deze hoofdstroom, tot deze kerk!
Eliots leven zelf is er de illustratie van.
Nadat hij in 1926 tot bekering kwam heeft hij zich bij de Engelse Anglicaanse kerk aangesloten.
Het zou een enorm verlies zijn als zo'n kerk, die het meeste representeert in een fusie zijn eigenheid, namelijk het volkskerkkarakter zou verliezen.
Wat Eliot hier aandraagt is de ervaring van vele predikanten. De oude kerk, de volkskerk, de grote kerk representeert het meest voor veel mensen.
Het is één van de vele argumenten waarom velen bevreesd zijn voor het Samen op Weg-proces. Vanwege het verlies van identiteit en herkenning, zowel bij de mensen binnen als bij de mensen buiten de kerk. En als dat verlies van identiteit en herkenning zou plaatsvinden, staat de kerk dan niet nog meer open voor de gevaren van de secularisatie, die zich voordoen buiten maar – helaas ook – binnen de kerk?
Daarom past in deze tijd een vurig pleidooi voor het behoud van onze kerk.
H. Klink, Hoornaar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1994
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1994
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's