De opening van Europa
En van Paulus werd in de nacht een gezicht gezien (…).Hand. 16 : 9a
Wie leent niet het wonderschone hoofdstuk uit Handelingen met de geschiedenissen van de Macedonische man, van Lydia en van de Stokbewaarder? Het gaat er om het Wonder van de genadige verkiezing en om het Schone van Gods wijs beleid. Daarbij gaan er steeds meer deuren open. Gesloten deuren vanouds en van zichzelf wel te verstaan. Europa gaat open, het hart van Lydia gaat open, de gevangenis gaat open, ja het werkelijk geestelijk, christelijk leven gaat open. In een viertal meditaties volgen we de route van de open deuren.
Dat moet een vreemde en ook wel benauwende gewaarwording zijn geweest voor Paulus toen de Geest hem verhinderde het Woord nog langer in Azië te spreken. De gedrevene wordt voortgedreven. Hij, die nu zijn bloedige hartstochten tegen christenen geruild weet voor begeerte voor Christus' Woord van verzoening en vernieuwing door Zijn bloed; hij laat zich opdrijven als een kind aan Gods Hand. Zo wil God het. Naar de zee. Naar Troas. Eindpunt van Azië, maar geen eindbestemming van God en het Evangelie. Het wordt oversteken. Afsteken naar Europa. Het tomeloos diepe – want afgodische – en tegelijk hoge – want ontwikkelde en centrale – werelddeel. Aan de overzijde ligt de eigenlijke wereld. Griekenland en verder weg Rome. Daar legt God nu het brandpunt van de verkondiging. Daar maakt Hij Europa tot brandhaard van Zijn Heilige Geest.
Een vreemde gewaarwording. Wat moet het evangelie temidden van de machten en krachten der wereld? Die lijken zoveel sterker en zijn zoveel imponerender. Zie de tempels, de gebouwen die getuigen van macht, aanzien en rijkdom, de culturele centra van wijsheid, ontspanning en uitspatting. Moet Paulus daar zijn, terwijl er ongetwijfeld achter hem nog zoveel werk ligt? Moeten twee, drie mannen het opnemen tegen Europa? Die deur lijkt te groot en te zwaar. Als deuren van een machtige burcht, die slechts met bruut geweld zijn te slechten. Daarom neemt en houdt God het initiatief. Het begin van de opening en het beginsel: Hij opent en niemand sluit… In hun bevreemding mag dat ook hun troost zijn. God regeert. Zijn wil is goed en wijs en heilig. Als mensen – dus ook wij, persoonlijk, gemeentelijk en kerkelijk – op het 'vreemde' moment komen niet te kunnen kiezen, niet te weten waarheen, zelfs met de beste en gelovigste bedoelingen en hartstochten, is daar God. Is daar Zijn Woord. Is daar Zijn Geest. Opdat wij horen, ophoren van Hem Die voorgaat en met Zijn werk doorgaat. En mensen meeneemt, opneemt in dat werk. Nog steeds. Onze verlegenheid is Gods gelegenheid, zegt men wel. Zeker als wij dan geloven, dat Hij een verkiezend God is, die wil dat het Evangelie zondaren roept en redt en rusten doet in Zijn werk alleen. Ook de zondaar in Europa.
Intussen ook een benauwende gewaarwording. Wie de tekst leest ontdekt, dat Paulus in de nacht (!) het gezicht ziet. Juist als de menselijke horizon verengt en de duisternis benauwend nabij en rondom ons is, trekt Gods licht tot voor het geestelijk oog. En dan ziet Paulus de Macedonische man. Niet omgekeerd. De Macedoniër droomt niet van Paulus, maar Paulus van de Macedoniër. Terwijl Macedonië niet op het Evangelie zit te wachten – en dat zal later ook blijken, want er staat geen man te wachten, laat staan een juichende schare – peilt de Geest voor Paulus' oog de werkelijke nood van Europa: ook de Europeaan is hulpbehoevend. En dat in diepe en eeuwige zin. Zonder God, van wie gezegd wordt dat Hij onze Hulp bij uitstek is; heeft de mens, de zondaar – wij dus – geen dageraad. Achter gesloten deuren is het donker en is het bestaan verstikkend en dodelijk. Het evangelie van Jezus Christus is nodig. Benauwend enerzijds: een werelddeel is in nood en heeft er geen weet van. Nietige mensen lijken niet in staat daar iets aan te doen. Maar God wil en doet anders. Hij doet naar Zijn welbehagen. De deur staat open, al is het nog op een kier. Rome is nog ver en er zijn zoveel wegen zoveel mensen, zielen… Maar bevrijdend anderzijds: Paulus krijgt er weet van. Europa zal verkondigd worden de Hulp van Hem die hemel en aarde heeft geschapen en Die niet verlaat wat Zijn Hand begon. De genade van Jezus Christus zal harten veroveren. Verloren levens redden. God en Zijn dienaren zullen daarvan getuigenis geven. Wie zal sluiten wat Hij opent?
Dat lijkt tenslotte de meest benauwende vraag van deze tijd te worden. Europa – het eertijds christelijke Europa door Gods genade – raakt meer en meer verdeeld. Wat nog lijkt te helen, althans waar men hoop en heil in zoekt – zijn gezamenlijke economische en humanitaire belangen.
Maar waar is de Christus en Zijn gemeente? Waar is het Licht en Uitzicht, de dageraad van Zijn genade? Wij spreken van verval en afval. Andere werelddelen lijken nu brandpunt en brandhaard van Gods Geest. Wordt de deur van Europa voor het Evangelie gesloten? De Schrift en de geschiedenis tonen ons nog haar erfenis. Opdat wij die bewaren. Door het benauwende heen dat Europa nog steeds niet en niet meer droomt van het Evangelie maar van andere zaken. Die droom zal bedrog blijken. Gods droom nooit. Zij was en is en zal in Jezus Christus eeuwig werkelijkheid zijn.
W. P. van der Aa, Herwijnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's