De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Boerenbelang'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Boerenbelang'

6 minuten leestijd

Op 21 april plaatsten we in de Waarheidsvriend een vraaggesprek van ondergetekende met dhr. C. J. Verduijn, agrariër te Zeewolde, over het boek van Herman Verbeek 'Boerenbelang'. We deden dit onder de titel 'Ook de boer kan niet meer terug naar de trekschuit'. Op dit artikel kwamen behalve mondelinge reacties vier schriftelijke reacties, die geplaatst werden in het nummer van 21 juli l.l.
We sluiten nu deze gedachtenwisseling af met een korte evaluatie van dhr. Verduijn, met name gericht op een paar misverstanden die uit één van genoemde reacties zouden kunnen worden gewekt, omdat die niet vrij was van persoonlijke duiding.
Voor goed verstaan willen we er nog eens op wijzen, dat het hier niet louter om een stuk van dhr. Verduijn zelf ging. We kozen de vorm van een vraaggesprek, waarbij ondergetekende (v.d.G.) als vraagsteller ook meedeed. Deze vorm werd gekozen omdat ondergetekende Verduijn al jarenlang kent en hij het boek van Verbeek bij hem in goede handen wist. Het moge dan ook duidelijk zijn, dat wanneer dhr. Verduijn 'een goeie boer' werd genoemd, dit vooral op naam van de vraagsteller moet worden geschreven. Men krijgt nu eenmaal – zo is algemeen bekend – niet zomaar een boerderij in 'de polder'.
Zo'n gesprek houdt ook in, dat het fragmentarisch is. Verduijn zelf zou ook méér en àndere dingen ter tafel hebben kunnen brengen.


Omdat we weten van hoe groot belang Verduijn de zondag acht, ook in zijn omgang met het agrarisch werk, verbonden we zèlf de zondag met het – vandaag telkens ook de in de discussie betrokken – sabbatsjaar. Ondergetekende is daarvoor mede verantwoordelijk.
Intussen hebben we bemerkt, dat op het terrein van de ethiek van de landbouw vandaag tal van gevoeligheden liggen, zelfs hartstochten loskomen. In de reacties, die we plaatsten, bleek dat al. Ook in meerdere reacties daaromheen is dat gebleken. We zijn dhr. Verduijn dan ook dankbaar voor het feit, dat hij zich kwetsbaar heeft willen opstellen. Dat geeft anderen overigens niet het recht te kwetsen.
Om misverstanden uit de weg te ruimen en de zaak zelf helder boven tafel te krijgen, zal binnenkort een ontmoeting plaatsvinden tussen dhr. Verduijn en zijn 'critici', samen met nog enkele andere direct betrokkenen. We hopen intussen dat de bijdragen in deze kolommen de lezers hebben doen beseffen wat vandaag speelt op het terrein van de landbouw, met name voor de boer, die zijn arbeid ziet in het licht van het rentmeesterschap.


Hier volgt dan nog een korte evaluatie van dhr. Verduijn zèlf, waarbij allerlei zakelijke punten in de onderhavige kwestie ongenoemd blijven.

Alleen 's zondags christelijk zijn en door de week de mammon dienen? Dat doet een verkeerde indruk ontstaan van wat het ondernemen in deze tijd in de wereld inhoudt.
Ik wil proberen persoonlijk er iets van te getuigen. Wij hebben zes kinderen, waar we erg dankbaar voor zijn, ook weer kleinkinderen.
Drie zoons zijn boer, dat betekent ook: ondernemer.
Ondernemer zijn in welk bedrijf dan ook en zeker in de land- en tuinbouw, is niet: waar kan ik het meest in verdienen? Dan gaat het om een bestaan te verwerven, een beroep waar je voor geplaatst wordt en waarvoor je geleerd hebt, waar je gaven en inzicht voor ontvangen hebt, waarin je leeft en werkt, hoe gebrekkig en moeilijk soms ook. Dan gaat het om een bestaan in de maatschappij, een taak en opdracht.
Dat kost vaak veel zorg. Er moet veel geld voor geleend worden, veel overlegd worden. Zo staan we als zondige mensen in deze wereld, niet vàn deze wereld, maar leven in deze wereld met zonde en schuld, van nature geneigd tot alle kwaad.
Zonder die strijd geen overwinning, maar uit genade mogen we weten, dat onze Verlosser en Zaligmaker leeft; dat Hij voor onze zonden gestorven en gekruisigd is; wat een wonder, en dat niet alleen, maar dat Hij Zijn Geest heeft uitgestort om ons nabij te zijn in voor- en tegenspoed. Dat is in ons hart zelf bevestigd: vrie Hem nederig valt voet zal van Hem zijn wegen leren.


Zo mogen we bidden om kracht en wijsheid in en voor ons gezin en ons werk. Bidt en werkt, op de zondag en in de week.
Het gaat om de onmisbare kracht van God om in de maatschappij te werken en te leven in de wereld. Dat geeft moed, vertroosting, vertrouwen en vreugde. Dan zijn we rentmeester van Hem, met alles waarmee we bezig zijn. Dat is ook de kracht om besluiten te nemen, waar we zoveel moeite mee hebben en om tegenslagen te verwerken.
Wat moeilijk als je je bedrijf moet sluiten, als je het niet kunt bolwerken door de snelle ontwikkelingen, en noem verder maar op.
Dat doet pijn. Als één lid dan lijdt, lijden alle leden mede. Er kan dan ook gemakkelijk een verharding optreden of onvrede. Dan is het makkelijk gezegd: in voorspoed dankbaar en in tegenspoed geduldig.
Mijn ouders leerden ons dat al toen we jong waren. Die maakten de crisisjaren mee. Ik ben nog dankbaar er iets van meegemaakt te hebben en door Gods genade er weer doorheen geleid te zijn. Het hele leven bestaat vaak uit geduld; achter Hem aan, niet te ver voor Hem uit lopen.
Zo mogen we met de gaven, die we ontvangen hebben, hoe verschillend ook, werken en bezig zijn. We mogen niet stil zitten, zullen wegen blijven zoeken.
Zo hebben we elke dag èn zondags Gods Woord nodig en Zijn Geest om het te verstaan, alsook de sacramenten, en de formulieren. Wij kunnen er niets van missen. Dat hebben we zo nodig in deze wereld. Wij willen het vaak naar onze mening inrichten. Maar zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en alle andere dingen zullen u toegeworpen worden.


Landbouw, wat is het moeilijk en wat wordt het nòg moeilijker bij de open grenzen in de Europese gemeenschap. Dus landbouw bedrijven vraagt een zekere bescherming.
Wat een zorgen, laat het ons allen bezighouden.
Landbouw is echter het oudste en mooiste beroep van de wereld misschien.
Wat is er dat verandert in die landbouw? Hoe ver kunnen we met ontwikkelingen mee? 'Is het verstandig alles te doen wat mogelijk is?' zou prof. Schuurman zeggen.
Maar wat een boeiend beroep ook, mooi om ermee bezig te zijn.'

J. van der Graaf/C. J. Verduijn, Huizen/Zwolle

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1994

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

'Boerenbelang'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1994

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's