Globaal bekeken
Recent verscheen een lezenswaardig boek van dr. Bloeme Evers-Emden onder de titel 'Geleende kinderen' (Kok, Kampen). Het gaat over ervaringen van onderduikkinderen en hun joodse beschermelingen in de jaren 1942-1945. Hoe verging het de joodse kinderen uit christelijke onderduikgezinnen in godsdienstig opzicht na 1945? Van sommigen is bekend, dat ze bleven bij of terugkeerden tòt de joodse religie. Hier volgen enkele passages uit het boek:
• 'De meesten gingen mee naar de kerk, al dan niet elke zondag. Sommigen gingen twee of drie keer op zondag. Verschillenden gingen naar de zondagsschool of katechisatie.
Dit was van belang wegens de geloofwaardigheid van "het verhaal" waarom dit kind in huis was. Maar er ging wel een beïnvloeding van uit die door vele onderduikouders wellicht gewenst was en die al dan niet tot geloofsovergang kon leiden. De meeste onderduikouders hebben dat laatste echter niet gewild. Zeker niet zolang de oorlog duurde en de eigen ouders er niet in gekend konden worden. Ook niet als de onderduikkinderen er zelf op aandrongen; de godsdienst werd door sommige onderduikkinderen als warm en veilig ervaren.
De godsdienst van de onderduikouders op het hoofdadres was volgens opgave van de onderduikkinderen:
24 keer protestants
12 keer rooms-katholiek
20 keer werd er weinig of geen religie beleden (…)
Er zijn in Nederland in de oorlog 80 kinderen gedoopt.
In ons onderzoek (d.w.z. van de in dit onderzoek ondervraagden, v.d.G.) zijn er in totaal zeven kinderen gedoopt of bekeerd, dus christelijk geworden tijdens de oorlog of daarna. Twee onderduikkinderen zijn een aantal jaren na de oorlog tot het christendom overgegaan. In die zeven zijn begrepen alle zes kinderen die bij hun onderduikouders bleven; drie zijn christelijk gebleven. Twee keerden terug naar het Jodendom; de zesde is niet geïnterviewd. Zijn onderduikvader zei dat hij een eigen Joods-christelijke mengvorm heeft ontworpen.
De kinderen die na terugkeer in een Joodse omgeving langzamerhand het christendom lieten vallen en weer Joods "werden" zijn niet meegeteld. Eén familie had tegen de moeder van het kind gezegd: "We hebben hem maar niet gedoopt want eens katholiek blijft katholiek".
De meeste onderduikkinderen, ook zij die tevoren weinig of niets van het Jodendom hadden meegekregen, zijn Joods gebleven, zo niet religieus dan wel nationaal en/of kultureel.
Citaten van onderduikkinderen die niets opgedrongen werd:
"Zij deden niets aan godsdienst. Ik heb wel in de bijbel gelezen; ik las alles wat ik in handen kon krijgen. Het Nieuwe Testament vond ik geweldig maar ik heb er nooit aan gedacht godsdienstig te worden. De doop is ook nooit ter sprake geweest. Dat hoorde niet bij mijn onderduikouders."
"Ze hebben mij nooit iets opgelegd. Ik ben wel meegeweest naar de kerk. Ik vond het vreemd dat mensen knielden om te bidden. Ik heb nooit geloofd, ook niet Joods. Ik begreep het niet."
"Oom, die gereformeerd was, las voor uit de Bijbel, iedere dag, maar hij deed geen bekeringspogingen. Alleen op zondag ging ik naar de kerk en dan moest ik een regel opzeggen waarna ik een plaatje kreeg. Ik heb er een goed gevoel van overgehouden."
"Mijn onderduikouders waren Nederlands-Hervormd maar ze gingen niet naar de kerk en er werd niet gebeden. Ik ben niet gedoopt maar wist ook niet goed wat ik wel was, waartoe ik behoorde."
"Mijn pleegouders waren vroom katholiek. Tevoren kende ik zulke mensen niet en zij maakten diepe indruk op mij Ik weet nog alles wat ze zongen en zeiden. Ik vond het niet aantrekkelijk maar wel mooi en ook sentimenteel."
Soms was er wel aandrang tot bekering.
"En ze waren streng katholiek: Sinterklaas was maareen verkleed manneke, maar voor een echte bisschop moest je knielen, indrukwekkend. Ik was een vroom katholiek kind en had een 10 op mijn rapport voor kerkgang. Men drong er ook sterk op aan dat ik de dagelijkse gebeden zou blijven zeggen na terugkeer naar mijn eigen familie."
"Ze wilde dat ik ook christelijk werd. Ik moest bidden en ik vond het prachtig, schitterend. Mijn moeder heeft daar niet op gereageerd en het laten doodbloeden. Na de oorlog heb ik nog een tijdje gebeden maar mijn moeder ging daar dus niet op in."
"Ik was christelijk gereformeerd, heel fijn en gelovig. Men had mij goed ingeprent dat als ik het goed leerde dat ik dan niet gepakt zou worden."
"Mijn onderduikvader vertelde ons dat de Joden niet begrepen dat God hun wil leren dat ze in Christus moeten geloven. Hij geloofde dit echt en zei '"dat alles wat gebeurt met de Joden gebeurt omdat ze niet naar Hem luisteren'". Er zal wel iets van waarheid in zitten. Ik weet het niet… De geschiedenis zegt het toch ook… Ik weet het niet. Maar gedoopt ben ik niet."
"Ik moest mee naar de kerk. De dominee had het over de drie-eenheid; de mensen konden het niet begrijpen. Luisterden met open mond. Ze waren allemaal oud. Ik begreep het wel, de vlag heeft drie kleuren en het is toch een vlag. Ik wilde opstaan en het uitleggen maar toen durfde ik niet meer."
Er was ook verdriet en boosheid om het Christendom.
"Het was grote ellende toen ik hoorde dat de Joden Jezus vermoord hadden."
"Aan tafel werd er gebeden voor '"dat kind'". Ik kreeg boeken om te lezen '"Jezus houdt van kinderen'". De innerlijke strijd om het geloof heb ik als iets heel ergs ervaren."
"Ik ervoer die dwang als een aanslag op mijn geloof.' Twee keer op zondag moest ik mee naar de kerk waar mijn onderduikvader diaken was. Ik ben boos over dat christendom."
Er is een geval van bijzondere harmonie tussen de onderduikmoeder en het onderduikkind. Het kind zegt daarover:
"Het verband tussen de boerin en mij is in een zekere balans. Zij heeft '"mijn ziel gered'". Van de christelijke en van de Joodse kant; zij vond dat '"het doorgaan van het Joodse volk de betaling is van het Jodendom van deze eeuw'". In haar opvatting is er zonder het bestaan van het Joodse volk geen redding voor de hele wereld."
Telling:
In 34 gezinnen ging men – al dan niet regelmatig – naar de kerk met het onderduikkind en/of men zei gebeden aan tafel en/of het kind ging op katechisatie.
In 16 gezinnen werd er weinig of niets aan de godsdienst gedaan.
In 20 gezinnen is in het geheel niet op bekering of doop aangedrongen.
In 13 gezinnen was dat wel (enigszins) het geval.
In één geval is sterke aandrang uitgeoefend.
Drie kinderen zijn gedoopt, maar verliezen na de oorlog meer of minder snel het christendom.
De zes kinderen die bij de onderduikouders bleven zijn niet meegeteld.
Al met al valt te konkluderen dat er wel religieuze beïnvloeding is geweest, dat dat in de gegeven situatie onvermijdelijk was en nogal eens ook wel wenselijk werd geacht door de onderduikouders.
Dat er toch zelden druk op bekering en doop is uitgeoefend mag werkelijk bijzonder genoemd worden. Dat sterkt ons in de overtuiging dat het respekt dat de meeste onderduikouders betoonden voor de Joodse afkomst van het kind hen mede tot een bijzondere groep mensen stempelt.
• Vraag aan die onderduikkinderen die tot het christendom zijn overgegaan: Hoe sta je tegenover je Joodse afkomst?
Van de zes onderduikkinderen die bij de onderduikouders zijn gebleven na de oorlog zijn er vijf geïnterviewd zoals eerder vermeld.
Twee van hen zijn teruggekeerd tot het Jodendom en wonen in Israël. Twee andere onderduikkinderen hebben zich jaren na de oorlog alsnog laten dopen.
Enige uitspraken van hen die bij de onderduikouders bleven en christen werden:
"Alles wat met mijn eigen familie had te maken heb ik opzij geschoven. Mijn broers en zusje zijn heel anders dan ik. Ik bleef altijd ontkennen dat het mijn zus en broers waren.
Ik kan glashard volhouden dat ik niet Joods ben. Dat is een punt waar ik wel mee zit. Ik heb erover gepraat met een sociaal werkster die het stom van mij vond dat ik zo dacht. Het is bedreigend voor mij. Mijn zus is manisch-depressief en dat wijt ik vooral aan de oorlog.
Aan de ene kant wil ik best mijn broers en zus ontmoeten, maar aan de andere kant wil ik niets met hen te maken hebben.
Ik wilde niet weten dat ik van Joodse afkomst ben. Dat gevoel heb ik nu nog. Het is het enige dat ik eraan heb overgehouden, een soort minderwaardigheidskomplex. Die sociale werkster zei dat het vaker voorkomt bij kinderen die zo zijn opgevoed. Voordat mij verteld was dat ik van Joodse afkomst was voelde ik, als er in de bijbel werd gelezen, dat ik Joods was. Ik vond het gevaarlijk, want al die dingen die gebeurd zijn komen doordat ik van Joodse afkomst ben."
Een onderduikkind dat zendeling in Afrika is geworden, maar desondanks hevig met zijn identiteit worstelt – nu nog – zegt tijdens ons gesprek:
"Waar hoor ik thuis? Waar zit ik, wat wil ik, wie ben ik, waar hoor ik bij?" (vaak herhaalde vragen gedurende het interview).
Hij vertelt verder: "Ik aksepteerde Jezus als mijn Messias. Dat maakt het ook wat moeilijker Ik heb me altijd anders gevoeld. Een gevoel van erbij te horen en er niet bij te horen. Wie ben ik? Waar voel ik mij het prettigst? (Ogen dicht) Vragen aan God… Ik kreeg een beeld van mijn moeder Ik zat aan de voet van haar bed. Opzij stonden mijn vader, broer en zus. Ik zei: "'Ik wil niet anders zijn"'.
Toen kwam God. Nam me in zijn armen (strekt zijn armen wijd uit). God heeft er een bedoeling mee dat ik heb overleefd. Dat gevoel van: daar hoor ik bij. Wij zijn allen een grote groep maar ieder is individueel een kind van God."
Een vrouw zegt het volgende:
"Mijn kinderen zijn gedoopt maar ze kunnen zelf kiezen."
Op de vraag of haar kinderen geïnteresseerd zijn in Israël en het Jodendom antwoordt respondente aarzelend:
"Ja, mijn zoon schreef mij dat hij Sjabbat bij Joodse vrienden vierde. Hij voelde zich er wel thuis. Ik vertelde mijn kinderen over Pasen en over de Selder. Over de kerstboom en over de menorah. Ze ervaren weinig dat ze Joods zijn."
Ze wist altijd wel dat zij Joods was, hetgeen door haar onderduikouders ook steeds positief werd benadrukt. Zij is gereformeerd geworden en heeft op 20-jarige leeftijd belijdenis gedaan.
"Ik ben ambivalent over mijn Joods-zijn. Angstig over het Midden-Oosten. Maar het voelt ook wel fijn om Jodin te zijn. Het wordt evenwel in mijn gezin niet geaksepteerd."
"Ben je, wanneer er iets met Israël gebeurt, extra geïnteresseerd?"
"Nee. God heeft de Joden wel uitgekozen maar schiep ook alle anderen. Wij zijn allemaal kinderen van God. God is liefde voor alle mensen. Ik voel me kind van God."
Een ander zegt:
"Ik wil iets Joods doen, maar wat? Ik kan mijn gevoelens niet kwijt. Ik ga wel één keer per maand naar een Joodse bijeenkomst Mijn man heeft tien jaar geleden de kinderen verteld dat hun moeder Joods is; zij waren niet verbaasd. Ik vraag me af of ik bij de Joden of bij de christenen hoor. De kinderen vinden het wel leuk dat ze een Joodse moeder hebben maar ze zullen het niet gemakkelijk aan anderen vertellen. Voor de Joodse wet zijn onze kinderen Joods, maar als ik dat tegen mijn man zeg dan ontkent hij dat."
Een man zegt:
"Ik wist ergens wel dat ik niet gereformeerd was maar wat ik wel was wist ik niet. Ik ging op zondag twee keer naar de kerk. Toen ik 19 was ging ik als gereformeerde jongen in het leger en door een toeval kwamen ze erachter dat ik Joods ben en niet gereformeerd. Ze wilden me vrij geven op zaterdag maar ik wilde gewoon gereformeerd doorgaan.
Na mijn diensttijd vroeg ik me af hoe ik me moest opstellen naar mijn (pleeg)ouders toe; ik voelde me toen niet meer gereformeerd, het trok me niet meer aan.
Toen ik in Israël kwam, moest ik een akte hebben dat ik Joods ben. Maar ik was niet ingeschreven; het is een rechtszaak geworden. Via het Rode Kruis heb ik gehoord dat ik één van de kinderen van mijn ouders ben."
Deze man is definitief naar het Jodendom teruggekeerd.
Twee onderduikkinderen die zich (ver) na de oorlog alsnog lieten dopen en een aktief christelijk leven leiden aan het woord:
"Mijn Joodse afkomst heeft mij onverschillig gelaten tot voor kort, toen een familieboek uitkwam. Ook de reis die ik naar Israël maakte heeft veel indruk op me gemaakt. Er kwam toen veel van het verleden naar boven. Ik ondervind toch wel spanning als gedoopte Jodin in een christelijke omgeving. Ook voel ik me onbehaaglijk bij uitingen van antisemitisme.
Mijn groei naar het Christendom is geleidelijk gegaan en is bevorderd door een predikant. Toen ik 22 jaar was heb ik belijdenis gedaan. Mijn man is gereformeerd en ik ook. Mijn dochter heeft een jaar in Israël gewerkt is sinds kort in Nederland maar wil terug. Ze voelt zich overigens niet op haar gemak bij Joden die laatdunkend doen over bekeerde Joden."
De andere respondent gedraagt zich, volgens zijn zeggen, niet als christen in de betekenis die "men" eraan hecht.
"Het blijft moeilijk. Ik ben vanaf "'niets'" na een aantal verwarrende jaren tot de herontdekking van mijn Joodse identiteit gekomen. De meesten gaan dan terug naar hun oorsprong, al dan niet met hard feelings naar de christelijke gemeente. Ik heb dat (nog) niet gedaan. Ik zou ook nooit lelijk over ze spreken. Ik vind me een slachtoffer uit die tijd, iemand met een gespleten ziel. Ik meen dat serieus. Zelfspot en relativeringsvermogen heb ik geërfd. Ik hoop zo te overleven. Ik zie het voorlopig als mijn opdracht in de christelijke gemeenten dingen recht te zetten, als Joodse ziel, opdat men dichter bij de oorspronkelijke bedoeling komt het begrijpt. En dat is toch iets."
Wanneer lezers vanuit een eigen ervaring in deze willen reageren, is hun reactie uiteraard welkom.
Een woord van Luther, geknipt uit Ecclesia (Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge). Luther was gewoon bij zijn boswandelingen zijn baret voor de vogels af te nemen en zei:
'Goede morgen, heren theologen! Gij ontwaakt en zingt maar ik oude domkop heb een geringere kennis dan gij; ik ben bang voor alles en nog wat in plaats van eenvoudig de liefderijke zorg van mijn hemelse Vader te vertrouwen.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's