De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De huid is verkocht, de beer moet nog geschoten worden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De huid is verkocht, de beer moet nog geschoten worden

'Mensen en structuren'

11 minuten leestijd

De Generale Financiële Raad van de Nederlandse Hervormde Kerk wil – blijkens haar jaarverslag over 1993 – dat hóé het proces van vereniging van de kerken ook verloopt –de samenvoeging van de bovenplaatselijke bureaus zo spoedig mogelijk plaatsvindt. Per 1 januari 1996 moet dat beginnen. 'Vertraging van het fusieproces brengt namelijk niet alleen hoge kosten met zich mee, maar veroorzaakt ook onzekerheid en soms extra werkdruk onder de medewerk(st)ers en bestuurders.'

Onder dit voorteken moeten we kennelijk lezen het rapport Mensen en structuren, dat een voorstel beoogt te zijn voor 'de vormgeving van de gezamenlijke bovenplaatselijke organisatie' van de drie kerken in het SoW-proces. Het is opgesteld door de zogeheten Commissie Structuurvragen, onder begeleiding van het bureau KPMG Klynveld Management Consultants en kan als zodanig bogen op 'organisatiedeskundigheid'. Het zal behandeld worden op de gezamenlijke vergadering van de synoden in oktober. Hiernaast vindt men een samenvatting.


Het rapport werd hartje zomer, toen allerwegen om zo te zeggen de koffers al gepakt stonden, aangeboden aan de drie synoden. Het bleef begrijpelijkerwijs vervolgens helemaal stil om dit rapport. Als we ons niet vergissen zal dat een stilte vóór de storm zijn. Er zou rondom dit stuk wel eens zwaar weer kunnen ontstaan, zeker als we bedenken, dat de financiële organen een flinke vinger in de pap hebben gehad en de GFR dus al heeft aangekondigd, dat haast moet worden gemaakt met de 'fusie'. In het rapport wordt benadrukt, dat de Concept Kerkorde van de Verenigde Kerk – nog slechts in éérste lezing door de synoden aanvaard – de basis is voor dit organisatieontwerp. Met andere woorden: men volgt deze kerkorde. Maar men loopt er intussen wel op vooruit; en dat niet alleen op de behàndeling van de kerkorde, maar ook op de door de kerk gewenste vóórtgang van het proces.
De bovenplaatselijke fusie moet kennelijk zo snel mogelijk beslag krijgen, hóé ook het proces zich verder ontwikkelt. Dat betekent in gewoon Hollands, dat de huid al is verkocht, terwijl de beer nog moet worden geschoten. Dit rapport zal, als de voortekenen niet bedriegen, als een zelfvervullende profetie gaan werken. De kerk is al 'deskundig' georganiseerd. De vragen met betrekking tot het kerk-zijn zelve liggen nog helemaal open. Bedrijfsmatige fusie gaat kennelijk aan geestelijke vereniging vooraf. De omgekeerde wereld!

Een 'hooggeleerd' iemand schreef mij: 'kennismaking met een rapport als dit is voor een gewoon ambtsdrager in de kerk gewoon onthutsend. Is dit de kerk of is dit een bedrijf of een rapportage van een fusie-proces van bedrijven? Is de kerk een welzijnsinstelling of een kerk, die een boodschap heeft uit te dragen in deze wereld?!

Arbeidsorganisatie
Het rapport zet in met te zeggen, dat de kerk allereerst een vrijwilligersorganisatie is. Mensen, die actief zijn in de plaatselijke gemeente en in de ambtelijke vergaderingen, doen dat vrijwillig. Dat valt niet te ontkennen. Het eigenlijke werk van de kerk vindt plaats in de gemeenten waar de ambten worden uitgeoefend en het gemeenteleven gestalte krijgt dank zij velen die er hun tijd aan geven. Maar het gaat in dit rapport verder al heel snel en vooràl over de kerk als arbeidsorganisatie. Want de kerk is nu eenmaal ook een instituut, waarin mensen beroepsmatig werkzaam zijn.
Nu heb ik er geen behoefte aan om de stofkam te halen door allerlei voorstellen van dit organisatieontwerp. Dat zal op de synode wel op onderdelen, zonder effect op het gehéél, gebeuren. We kunnen echter wel constateren, dat de opstellers zelve bepaald niet de bezem hebben gehanteerd. Daarmee bedoel ik dan dat, ondanks voorgestelde interne wijzigingen in de organisatiestructuur, heel het topzware ambtenaarlijke apparaat van de kerk(en) gehandhaafd blijft. De kerk als vrijwilligers'organisatie' is al heel snel buiten beeld in dit rapport.


Bij de invoering van de hervormde kerkorde van 1951 is door vermaarde hervormde theologen en door anderen voortdurend gewaarschuwd voor het gevaar van 'verambtenaarlijking' van de kerk. Maar de bureaucratisering heeft zich nochtans ingezet en verder doorgezet. Hoe vaak is de hele 'radenrepubliek' niet fundamenteel onder kritiek gesteld. Welnu, dat is, gegeven dit rapport, in verdubbelde mate aan de orde.
Nee, we vechten niet aan het bestaan van die organen, die direct voortvloeien uit de ambtelijke roeping van de kerk, te weten de diakonale en missionaire organen.
We vechten ook niet aan, dat de kerk voor het functioneren van de ambtelijke vergaderingen en voor o.a. het financieel beheer vrijgestelde krachten nodig heeft. Maar de hele bovenplaatselijke structuur van de Hervormde Kerk staat al lang niet meer in verhouding tot het beeld, dat de kerk in haar gemeentelijke gestalte oplevert. Dat vraagt om ingrijpende terug-organisatie.


In het ontwerp, dat nu voorligt, is de organisatie alleen nog maar strakker en hiërarchischer doorgevoerd. Dat geldt te meer, omdat nu de organisaties van drie kerken ineengeschoven worden. Uitgangspunt daarbij is, dat er geen gedwongen ontslagen zullen mogen vallen. Ik onderschat dit sociale probleem niet. Laat daarover geen misverstand zijn. In de praktijk betekent dit uitgangspunt echter wel, dat elk orgaan binnen de kerken – inclusief de modaliteitsorganisaties – in het overleg met de commissie, die zich over de nieuwe organisatie boog, zich er voor heeft ingezet het eigen orgaan of de eigen organisatie veilig te stellen. Nu dat dan gebeurd is zal er vanuit het personeelsbestand alleen maar druk worden uitgeoefend om één en ander ook zo snel mogelijk te bekrachtigen en te effecturen. Dan weten de mensen waar ze aan toe zijn.
Het rapport gaat derhalve mank aan echte bezinning op de vraag of de structuur, die wordt beoogd, echt correspondeert met de kerk van Christus, zowel in haar principiële als in haar feitelijke gestalte vandáág. Kennelijk is het mogelijk – zo blijkt uit dit rapport – om de bezinning op het kerk-zijn en het regelen van de organisatie zó te scheiden, dat slechts een armetierig, bedrijfsmatig en ambtenaarlijk organisatierapport rest. Is dit de kerk?


De mantelorganisatie is gereed. En de kerk wordt zo naar een eenheid geforceerd, die plaatselijk allerminst een eenheid blijkt op te leveren. Een mantelorganisatie boven een conventikelkerk!
Alle spreken over de kerkorde en over de vraag hoe het met SoW verder moet lijkt door een rapport als het onderhavige te zijn achterhaald.
Dit rapport ligt er zelfs al nog voordat ordinanties gereed zijn gekomen, waarin de kerkordelijke zaken praktisch worden uitgewerkt.
Het bovenplaatselijke regelt kennelijk zichzèlf en zet het proces intussen onder grote druk.

Het geld
De nieuwe structuur en het regelen daarvan kosten geld, veel geld zelfs. Dat moet uiteraard door de gemeenten worden opgebracht. Het is echter een publiek geheim, dat het al lange tijd in veel gemeenten rommelt als het gaat om de bereidwilligheid inzake de financiering van de kerkelijke top, hetgeen vandaag in niet geringe mate nog versterkt wordt door de bezwaren tegen Samen op Weg. Men kan niet verwachten, dat een kerkelijke structuur, om het zacht te zeggen, van harte en met vreugde financieel gedragen wordt, wanneer men deze niet van heler harte begeert maar men zich, integendeel, 'meegenomen' voelt.
Zodra de geldkwestie echter wordt opgevoerd komen de dingen uitermate gevoelig te liggen. Toen enige tijd geleden twee hervormd gereformeerde synodeleden (ds. H. Klink en het huidige hervormde moderamenlid ds. W. P. van der Aa) op de hervormde synode inbrachten, dat kerkvoogdijen van financieel draagkrachtige gemeenten, waar men vanwege de kerkelijke meelevendheid nog beschikt over lévend geld, kopschuw worden bij de voortgaande SoW-organisatie, kregen zij toegevoegd: 'naar de verdoemmenis met je geld', waarbij de spreker (B. Luttikhuis) kennelijk refereerde aan het Schriftwoord 'uw geld zij met u ten verderve'.
Zodra de geldfactor wordt ingebracht, wordt gewaarschuwd voor geld als machtsmiddel. Zo is deze factor echter tot heden nooit ingebracht in het SoW-gebeuren. Steeds is de kerkelijke weg bewandeld om de bezwaren aan de orde te stellen. Maar intussen gaat de kerk zelve wel voort om macht uit te oefenen door het voeren van een meerderheidsbeleid, met vèrgaande financiële consequenties voor allen en voor alle gemeenten.


Het rapport 'Mensen en structuren' nu gaat zelf heel expliciet in op de financiering van de 'organisatie'. Eérst beleidsbepaling, zo wordt dan gezegd, en daarna de financiering! In het geval van de vereniging der kerken betekent dit, dat de organisatie eerst geregeld wordt en snel uitgevoerd zal (moet) worden en dat de gemeenten betalen moeten.
Maar dan komt er in het rapport een heel opvallend zinnetje, namelijk: 'Wel moet worden opgemerkt dat verplichte bijdragen in de vorm van quota en heffingen in toenemende mate impopulair worden'. Dat is de opstellers van het rapport dus kennelijk ook wel duidelijk geworden.
Nog los van Samen op Weg hebben hervormde kerkvoogdijen al aan de bel getrokken. Men moet zelfs spreken van toenemend verzèt tegen de verplichte bijdragen voor het handhaven van een uit haar voegen gegroeid en nu nog verder doorgevoerd kerkelijk apparaat, dat de gemeenten nodeloos zwaar belast.
Maar dàn komt er een zin, waarbij ik me ècht de ogen uitwreef. 'Het betalen van een ledengeld lijkt echter meer geaccepteerd en zal dus mogelijk in de Verenigde Kerken een in omvang groeiende financieringsmethode kunnen/moeten worden.' Men lette op dat 'kunnen/moeten'. Wordt hier beoogd een terugkeer naar een verfoeielijk systeem van hoofdelijke omslag van verplichte bijdragen per lid van de gemeente? Moet hieruit worden geconcludeerd dat. wanneer men de greep op de gemeentelijke financiën kwijtraakt (door verzet van de kerkvoogden), men de gelden zal verhalen op het individuele gemeentelid? De gedachte alleen al…!
Maar 'geld musz wesen', wáár het ook vandaan komt. Men beoogt verder zelfs 'een egalisatie tussen gemeenten met veel inkomsten en/of lage kosten en minder draagkrachtige gemeenten door middel van een solidariteitsheffing'. Vrij vertaald: als noodlijdende gemeenten niet kunnen betalen, dàn de draagkrachtige gemeenten maar, of ze instemmen met SoW of niet en zonder dat met deze gemeenten in het beleid rekening is gehouden? Daartegen valt, in naam van die gemeenten, te protesteren.

Predikantspensioenen
Er doet zich momenteel al het probleem voor, dat het hervormde pensioenfonds voor de predikanten onder spanning staat van de gereformeerde predikantspensioenen. Dat wordt met zoveel woorden nergens in het rapport gemeld. De hervormde pensioenen zijn namelijk voor honderd procent 'gedekt', de gereformeerde pensioenen voor zeventig procent (de 'verevening' van de pensioenen moet nog nader worden uitgewerkt, zegt het rapport). Het is bekend, dat de Gereformeerde Kerken altijd anders hun geld hebben beheerd dan de Hervormde Kerk met haar vele historische bezittingen. Gaat Samen op Weg nu het hervormde geld souperen?
Als alles immers doorgaat, zoals in dit structuurrapport wordt beoogd, zullen straks gemeenten gedwòngen worden heffingen te betalen voor noodlijdende gemeenten in de Verenigde Kerk.
We lijken nu bovendien terug te keren tot achterhaalde tijden van verplichte heffingen van afzonderlijke gemeenteleden, maar dan in een kerk, die verder een 'lappendeken' zal blijken te zijn, een òn-samenhangend Samen op Weg-verband.

Op tafel
Een winstpunt is intussen, dat de geldkwestie nu volop bespreekbaar op tafel ligt. We behoeven er nu niet meer besmuikt over te spreken. Er is in de afgelopen tijd wel geopperd, dat de financiële kwestie de enige uitweg vormt om Samen op Weg te bréken. Zulk een weg is onzerzijds altijd als oneigenlijk, want onkerkelijk afgewezen. Nu echter de financiële kwestie zo nadrukkelijk wordt opgevoerd om Samen op Weg te máken, is het geraden om hier uiterst alert te zijn.
Thans is er dunkt rnij het ultieme moment, dat die organen, die de gemeente dienen moeten ten aanzien van het financieel beheer, de reguliere weg van het kerkelijk protest volgen en dat hervormde kerkvoogdijen dit ook laten weten. Men kan dit alles zó de gemeenten toch niet aandoen? Geld is ook geestelijk. Het geldelijk beheer van de gemeente vraagt om geestelijke omgang met de goederen, die aan de gemeente in rentmeesterschap zijn gegeven.


Het wordt tijd, dat we – gegeven het feit, dat de kerk het geld van de gemeenten opeist voor een structuur, die in brede delen van de Hervormde Kerk niet wordt gewenst – ons ernstig beraden omtrent het geldverkéér tussen de plaatselijke gemeente en de landelijke kerk. De zaak ligt nu op tafel. Kèrkelijk protest betekent hier (nog) geen kerkelijke ongehoorzaamheid, al moet men die niet uitsluiten.
In ieder geval staan we haaks op de gedachte, dat bovenplaatselijk zo snel mogelijk moet worden gefuseerd, omdat het anders geld kost (GFR). De wens en de dwang zijn hier de moeder van de gedachte. Eerder zijn we van overtuiging, dat tijdige herbezinning op de financiële consequenties van SoW de gemeenten geld bespáren zal. Maar daarachter ligt de vraag wat dienstbaar is voor de geestelijke welstand van de gemeente.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De huid is verkocht, de beer moet nog geschoten worden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's