De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe gaan wij om met de gave van de profetie? (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe gaan wij om met de gave van de profetie? (3)

De actualiteit van een profetisch getuigenis

8 minuten leestijd

Kerkelijk leven – toen
Ds. Roscam Abbing had grote belangstelling voor het kerkelijke leven; niet alleen op plaatselijk niveau en binnen de Nederlandse Hervormde Kerk, maar ook daarbuiten en over de grenzen. In zijn eerste gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel schreef hij een niet-uitgegeven artikel Kohlbrügge en de Haagsche Vergadering naar aanleiding van die vergadering, gehouden op 16 april 1914, die door meer dan tweeduizend ambtsdragers bezocht werd (zie J. van der Graaf, Delen of helen?, Kampen, 1978, 27-30). Uit dit artikel bleek zijn gegrepen zijn door het getuigenis van dr. H. F. Kohlbrügge met betrekking tot het kerkelijke leven. In De Breuk tussen Christus en Zijn gemeente in onze dagen (1919) haalde hij dit getuigenis aan: 'Geen redding door de Ned. Herv. Kerk, tenzij dat mijn getuigenis over Rom 7 : 14 voor haar waarheid worde' (143). Aan de worsteling om het recht van de gereformeerde belijdenis in de Hervormde Kerk en om de oplossing van het kerkelijk vraagstuk – de verdeeldheid binnen en buiten de Hervormde Kerk – nam hij deel; biddend en getuigend. Zijn uitgangspunt daarbij was: 'De Nederlandse Hervormde Kerk is voor mij onder alle kerken in Nederland de Kerk. Hoe zwaar het oordeel ook over haar is en hoe heeft ze het verdiend! Nochtans zal het zijn ter genezing en niet ter verderving, tot opbouwing en niet ter verwerping. Hoewel gezonken tot in de hel, zo kan en zal de Almachtige haar weer oprichten. De levenskiem zit in haar. De historie van de komende jaren zal het uitwijzen' (43). Zijn zwager ds. E. J. H. van Leeuwen schreef bij zijn overlijden: 'Hiermee hing ook samen zijn sterke liefde voor onze vaderlandse kerk. Alle doen van mensen moest wegvallen voor het ene ware werk, het werk, dat Christus heeft volbracht Gerechtigheid, die voor God geldt, ligt uitsluitend in Jezus Christus, nooit, ook niet voor het allerminst, in iets van de mens. Daarom hield ds. Roscam Abbing onwrikbaar vast aan de Nederlandse Hervormde Kerk; want hij zag op het werk van de Middelaar, ook voor haar en aan haar; en hij verwachtte haar genezing alleen door dat ene Middelaarswerk' (272). Zijn visie op de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886 was: 'Niet doorziende waar het schortte, werd gevolg voor oorzaak aangezien, en meenden velen dat, zo zij zich slechts ontworstelden aan die verstikkende (synodale, M.D.G.) organisatie (van 1816, M.D.G.), het geestelijk leven weer zou opbloeien. Natuurlijk faalde men jammerlijk! Het povere resultaat was, dat tenslotte enige uitgetreden groepen, in tent A, in tent B en in tent C dieper in Sinaï's schaduw schuilgingen en de pinnen nog vaster de bodem werden ingeslagen. Dezelfde vruchten openbaarden zich ook daar: verstarring, doorvloeiing, verwildering. Wordt de wond niet gepeild, dan loopt elke beweging daarop uit dat de dochter Sions op het lichtst de breuk zoekt te genezen… De Heilige Geest geve het te verstaan, dat de kerk, die de wet leeft, ligt onder het vonnis van de wet, en dat God de Heere het daarom zoveel meer heeft tegen rechts dan tegen links, als de boom vervloekt is boven de kwade vrucht die hij voorbracht. 'Scheurt uw hart en niet uw klederen' (142-143). In de tijd van ds. Roscam Abbing kwam het streven op naar evenredige vertegenwoordiging van de verschillende richtingen in de kerkelijke colleges (146-156), pleitte prof. dr. H. Visscher voor losmaking van het 'zilveren koord' als oplossing van het kerkelijk vraagstuk (157-165) en werden er voorstellen gedaan tot reorganisatie van de Hervormde Kerk (213-220; 226-268). Al deze ontwikkelingen volgde hij nauwlettend en reageerde daarop in woord en geschrift.

Getuigenis
Ds. Roscam Abbing plaatste het kerkelijke leven in het licht van de toekomst van de Heere Jezus Christus. Een heel belangrijk onderdeel van het Goddelijk program is de oplossing van het kerkelijk vraagstuk over de gehele christenheid (191). 'Het eerste doel van de oplossing van het kerkelijk vraagstuk in Nederland is dan ook om te geraken tot een algemene opwekking die zich over de gehele aarde uitbreidt' (92). Een ander doel staat in verband met de toekomst en roeping van Nederland om tijdens 'de ure der verzoeking, die over de gehele aarde komen zal om te verzoeken die op de aarde wonen' (Openb. 3 : 10) (192) een toevluchtsoord te zijn tijdens de vreselijke nacht, die over de wereld komen zal onder de antichrist (224, 225). In De Breuk tussen Christus en Zijn gemeente in onze dagen (1919) legde hij als fundament van het kerkelijk leven de Heere Jezus Christus tot rechtvaardiging en heiliging (zie vorig artikel). In de borchure, geschreven naar aanleiding van de richtingenstrijd in Amhem (146-156; 195-212), kwam hij op voor het recht van de gereformeerde belijdenis in de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij wilde vasthouden aan de gehele belijdenis. 'Niet alleen waar het meer betreft het persoonlijk geloofsleven, maar ook in die stukken, waarin de belijdenis van onze kerk zich uitspreekt aangaande de Kerk (art. 27-29 N.G.B.) en aangaande de roeping van de overheid (art. 36 N.G.B.) (139).
Deze belijdenis wilde hij niet slechts geloven. Hij wilde dit geloof ook belijden in het heden (199). Hoezeer 'samengegroeid èn met Gods Woord èn met de belijdenis van de kerk, artikel 36 inbegrepen' (211), ging hij toch niet wettisch met de belijdenis van de kerk om. Hij pleitte voor uitbreiding van de geloofsbelijdenis ten aanzien van de toekomstverwachting: 'De belijdenis van de kerk moet aangaande deze dingen niet veranderd, maar uitgebreid worden. Maar dat kan nu nog niet. De kerk als kerk is daartoe op heden niet in staat' (217, 201, 190, 191, 153). Eenzelfde pleidooi hield hij voor de leer van de Heilige Geest, waarvan hij meende, dat deze in de Reformatie niet volledig tot haar recht was gekomen (101).
Hij verwachtte, dat de Heilige Geest in de toekomst meer op de voorgrond zou treden. Ten aanzien van het kerkelijk vraagstuk getuigde hij van 'de oplossing die de Heere geven zal' (165). Het wezen van de oplossing is de theocratie, de Godsregering, het herstel van kerk en staat (165-177); de wijze ervan is een Karmelgericht: een aardbeving gepaard met een beving des Heeren over het gehele volk tot herstel van het altaar des Heeren in ons land, de Nederlandse Hervormde Kerk als openbaring van het lichaam van Christus (177- 189) en het doel van de oplossing is een wereldwijde opwekking (189-192).

Kerkelijk leven – nu
Wanneer wij het kerkelijk leven van vandaag vergelijken met dat van de tijd waarin ds. Roscam Abbing leefde, dan lijkt het of er minder strijd gevoerd om de Christus der Schriften, zoals Die beleden wordt in de belijdenis van de kerk(en) van de Reformatie. Leven we niet in een pluraal kerkelijk leven, dat hoe langer hoe meer aanvaard wordt? Met de belangstelling voor en de kennis van de belijdenisgeschriften in prediking en catechese op het brede kerkelijke erf (met name de Heidelbergse Catechismus)? Ligt in onze tijd niet de nadruk op het samen doen (de praktijk) en op het samen beleven (de ervaring)? In het concept Kerkorde van de Verenigde Reformatorische Kerk wordt gelukkig gekozen voor een belijdende kerk. Maar wat is de inhoud van dat belijden? Alleen: 'de Heilige Schrift als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst' en de heilige Drie-eenheid (art. 1, 3)? Is dit geen reductie (vermindering) tegenover de Drie Formulieren en Enigheid? En wat wordt er gezegd over het funktioneren van de belijdenisgeschriften? Hoe kan geweerd worden wat de belijdenis van de kerk der eeuwen weerspreekt? In de situatie van vandaag klinkt het heldere getuigenis van ds. Roscam Abbing: 'En als de Heere Zijn gemeente nu helpen zal, reinigen, wederoprichten, verder leiden, dan zal dat nooit wezen door terzijde te stellen de schat, die de vaderen hebben opgedolven. Integendeel wat toen door de Heilige Geest als waarheid beleden werd, zal opnieuw door de gemeente waar moeten worden. In die zin zal de Heilige Geest eerst terugvoeren tot de Reformatie, daarna kan er sprake zijn van een verder, van een dieper ingeleid worden. Om verder te komen moeten we juist al weer terug, eerst tot de Reformatie, dan, als door de Reformatie heen, naar de apostolische eeuw. Het woord van Johannes moet waar worden voor de gemeente: 'Doch gij hebt de zalving van de Heilige en gij weet alle dingen'. Daarom terug naar de aanvang van de apostolische eeuw, terug naar Pinksteren' (190, 191). Heeft dit getuigenis iets van zijn actualiteit verloren? Verder kunnen wij nog veel leren van de kerk in het licht van Christus' komst en Koninkrijk (hoeveel we ook voor Israël mogen verwachten, er is meer!), van de liefde voor en het geloof aangaande de kerk des Heeren in ons land gegrond op het werk van de Middelaar Jezus Christus (ds. Roscam Abbing leed echt niet aan kerkisme), van zij visie op de weg van afscheiding (ook nu actueel), van de noodzaak van uitbreiding van de geloofsbelijdenis in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en van de oplossing van het kerkelijk vraagstuk die de Heere geven zal, volgens ds. Roscam Abbing. Voldoende huiswerk en gebedswerk. Maken wij het tot zegen van kerk en staat, van Israël en de wereld?

M. D. Geuze, Noorden (Z-H)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hoe gaan wij om met de gave van de profetie? (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's