Uit de Pers
'Bermtoerisme
Drie mieren tussen de verdorde grassprieten
op wel bijna aangereden
een gezin stopt in de berg
vader
moeder
mannetje van vier
ontdekken tussen de blikjes
een leuk plekje
wat mooi is het hier en voetbalt met een blikje.
Maar moeder klapt de stoelen uit
en tien minuten later koffie al
maar waar is Jan nu
verdwenen soms
in het donkere bos misschien?
Nee spelend steekt hij een stokje
in een platgereden egel, ernstig roerend
Ook hier de behoeftes, kleine en grote
te doen in het bos
waar het gonst van de vliegen en
een gaai vlammend verschiet doet moe haar poepje terwijl
pa geniet van de snelheid.
Straks weer het asfalt
de witte streep huiswaarts
maar nu nog volop genieten
met een zakmes gekerfd
in de boom waaronder gezeten
voluit hun namen
opdat wij het weten.
J. Bernlef
(Uit Bermtoerisme, Amsterdam, Em. Querido's, Uitg. b.v. 1986)'
Vakantie: mag het wel?
In bijna elke uitgave van de kerkelijke pers is wel aandacht besteed aan de vakantie. Vanuit heel verschillende invalshoeken is het verschijnsel benaderd. Vakantie, mag een christen daar wel aan mee doen? Vooral als die christen ook nog een dominee is? Nee, was de besliste mening van ds. A. Kort uit Garderen.
Er zijn in de Schrift geen argumenten pro te vinden. Mag een dominee met vakantie, vroeg ook onze hoofdredacteur zich af. Hij moet, zo luidde zijn mening. We mengen er ons verder maar niet in. Je wordt er zo moe van en ik ben net een beetje uitgerust. Ik dacht zo met woorden van Paulus: Een ieder zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd (Rom. 14 : 5). Gun ieder zijn eigen overtuiging (St. Willibrordvertaling). Toch kunnen er omstandigheden in ons leven zijn, dat de genoemde vraag werkelijk speelt. In 'De Wekker' van 15 juli 1994 schreef D. Koole daarover onder het opschrift 'Leven en dood in vakantietijd'. Vlak voor je vakantie ingaat, wordt er iemand in je familie of in je vriendenkring ernstig ziek. Mag je dan met vakantie gaan? Niet alleen maar vanwege het dreigend levensgevaar, maar alleen al uit menselijke overwegingen? Misschien is er een lezer voor wie dat in de afgelopen vakantietijd een klemmend probleem is geweest. Dit schrijft dhr. Koole erover.
'Onder zulke omstandigheden komen op mensen er omheen allerlei vragen af. Zo was er de vraag van een eveneens goede vriend, die op het punt stond op vakantie naar het buitenland te gaan en die zich de ernst van de ziekte zeer wel bewust was, of hij het zich eigenlijk wel kon veroorloven elders te gaan genieten van zon en rust, terwijl hij hier en vriend in kommervolle omstandigheden achterliet. Hem bekroop het akelige gevoel van niet helemaal solidair te zijn met een vriend, aan wie de vreugden en geneugten van dit leven bezig waren te ontvallen. Zou het niet van echte vriendschap, van diepe solidariteit, van echt christelijke liefde getuigen als men onder zulke omstandigheden zichzelf voor één keer de geneugten ontzegt die de ander voor altijd (althans op aardse manier) zal moeten ontberen? Mag in de gemeente van Christus deze solidariteit worden verlangd als het gaat om iemand met wie men altijd sterke affiniteit heeft gevoeld? Men zou aan die solidariteit trouwens ook buiten de gemeente van Christus kunnen denken, want het gaat hier ten diepste om iets algemeen menselijks. Ik denk dat het op iets goeds wijst als deze vraag mensen bezighoudt, zeker binnen de gemeente van Christus. Veel mensen zullen er overigens gauw mee klaar zijn. Het leven gaat door en de dood ook. Vandaag is hij het en morgen weer een ander. 'De show must go on'. Geboekt is geboekt en de annuleringsverzekering dekt risico's als deze niet. Thuisblijven vanwege een vriend in de terminale fase is geen gedekte schadeoorzaak. En buiten dat: ik en mijn gezin zijn er ook heel erg aan toe om even weg te zijn uit de eigen omgeving en het evenwicht tussen inspanning en ontspanning weer een beetje te herstellen…
Hier is voor de opstelling van een mens geen eenduidig model aan te geven. De ene mens is de andere niet en elke situatie is weer anders.
Voor wie zich omwille van een vriend die lijdt en wellicht moet sterven, iets ontzegt om solidair te zijn, zal er iets van voldoening kunnen zijn en degene omwille van wie dit blijk van solidariteit wordt gegeven, zal er wellicht aangenaam door getroffen zijn. Hier valt niets op te leggen. Het is meer een kwestie van mogelijkheden, wenselijkheden en vooral ook van de mate van betrokkenheid die er toe kan dringen om in de laatste fase van het leven van die ander, te laten voelen dat men meelijdt en voor de ander, alleen al door in de omgeving te blijven, beschikbaar wil zijn. De vraag wat hier te doen of te laten wordt pregnanter als het om heel dichtbij, om bloedverwanten gaat, om een ernstig zieke vader, moeder, broer of zuster. Het jaarlijks aantal opgeroepen vakantiegangers van ver weg, niet vanwege plotseling opgetreden ziektegevallen maar in gevallen waarin nog vóór het vertrek van een meer of minder terminale situatie sprake was, schijnt groot te zijn.'
De dood neemt nooit vakantie, is een bekend gezegde. Vakantie betekent soms letterlijk voor mensen de dood. Sterven onderweg of al wandelend in de bergen of zwemmend in zee. Ver van huis naar je eeuwig huis. Daar helpt ook een reisverzekering niet voor.
Vakantiegekte
In het 'Centraal Weekblad' van 5 augustus 1994 schreef Janna Stapert over 'De collectieve vakantiegekte'. Ook in dit verhaal klinkt eigenlijk diezelfde vraag weer door: Vakantie, mag het eigenlijk wel? Stapert heeft niets tegen vakanties op zich. Maar wel tegen de manier waarop het in onze tijd gebeurt. De gemiddelde Nederlandse vakantieganger gaat steeds verder, steeds vaker en steeds langer. De toeristenindustrie is de snelst groeiende sector ter wereld. De trend is meer, veel en ver, merkt een deskundige op. Daar zitten toch de nodige schaduwkanten aan, merkt Stapert op in haar hier geciteerde artikel.
'Want waar onze reislust toe kan leiden, is in een aantal gebieden op niet mis te verstane wijze duidelijk geworden. De Alpen met jaarlijks zo'n 50 miljoen wintertoeristen zijn hiervan een schrijnend voorbeeld. Steeds meer modderstromen, grondverschuivingen, lawines en overstromingen doen zich voor als gevolg van een te grote houtkap ten behoeve van skipistes, parkeerterreinen, toevoerwegen enzovoort. Sommige skiliefhebbers hebben zich al afgesplitst van de massa's in Oostenrijk en Zwitserland. Zij zoeken hun 'ski-heil' in landen als Polen en Tsjechië.
We moeten vrezen voor een herhaling van genoemde problemen. Een ander bekend voorbeeld is het vakantie-'paradijs' Mallorca. De laatste twee decennia zijn daar de negatieve gevolgen van het massatoerisme hoog opgelopen. Met name het overmatige watergebruik van de toerist is hier debet aan. Een gemiddelde toerist verbruikt 700 à 800 liter per dag (zwembaden, douchen, wassen etc.) tegen 140 liter per plaatselijke bewoner. Gevolg: verdroging en verzilting. Niet alleen het zeer hoge waterverbruik, ook de stijging van de afvalberg zorgt voor enorme problemen. De gemiddelde toerist laat 50 procent meer afval achter dan de oorspronkelijke bewoners. Met dit soort kwalijke gevolgen – en de lijst is echt heel lang – worstel ik dan. Verre vakantie moet, zo lijkt het. Maar hoe kritisch zijn we op onze wijze van vakantievieren? Laten we eerlijk zijn: als er één terrein is waarop milieuvoorlichting geen blijvende invloed heeft uitgeoefend, dan is dat wel op het gebied van onze vakanties. We gaan totaal voorbij aan de negatieve gevolgen voor de schepping. De woorden uit Romeinen 8 : 22 worden steeds meer werkelijkheid:
'Want wij weten dat tot nu toe de hele schepping in al haar delen zucht en in barensnood is'. Met de schepping wordt de buitenmenselijke schepping bedoeld: natuur en milieu. Opmerkelijk is dat Paulus het zuchten van de schepping in verband brengt met vruchteloosheid: De schepping is 'aan de vruchteloosheid onderworpen, en dat niet vrijwillig' (Romeinen 8 : 20).
Verademing
Het begrip 'vruchteloosheid' bleef bij mij haken. Het Griekse woord voor vruchteloosheid 'mataiotes', heeft in zowel het Nieuwe Testament als in de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint, de bijbetekenis van 'afgoderij'. Doordat de mensen afgoden dienen, onderwerpen zij zichzelf en de schepping aan de gevolgen daarvan: de vruchteloosheid. De schepping komt niet tot haar doel, wordt niet beheerd en bewaard zoals dat zou moeten. Onze omgang met de schepping blijft dus zonder vrucht. Het dwingt tot nadenken: wat is eigenlijk het doel van onze vakantie? Mij trof een citaat van prof. G. Wisse uit 1949:
'Vakantie betekent: ledig zijn. En men weet dit vacuüm, dit ledige, niet juist op te vullen. Men zoekt het allicht in zin pret, of in overdreven sport, of in luieren. Ware vakantie is God in zijn heerlijke scheppingswerken te zien en te bewonderen, en geestelijke zielsverkwikking te ontvangen in ontmoetingen met Zijn volk en in rustige toewijding aan het geestelijk leven.'
Zo'n uitspraak is een verademing! Niet alleen voor ons, maar – en daar ben ik van overtuigd – ook voor heel de schepping. Deze woorden brengen ons vakantie vieren in verband met het bijbelse sabbat vieren: tot rust komen, herademen.'
Terecht zijn de vragen waarmee Stapert haar artikel besluit: Welke moderne afgoden bepalen onze manier van leven, onze manier van vakantie houden? Vakantie, mag het eindelijk wel en kan het ook? Vragen die toch zo vreemd nog niet zijn.
Vakantie: anders thuis komen
In het 'Hervormd Weekblad' van 28 juli 1994 schreef dr. G. W. Marchal een bijdrage over ons thema onder het opschrift 'Recreatie. Hij stelt aan het begin de vraag: Wat drijft mensen toch om zo'n grote slinger, zo'n lange omweg naar huis te maken? Ik vind dat treffend gesteld: vakantie is via een omweg opnieuw weer thuiskomen.
Het laatste doel is immers: thuis komen? Vakantie is dus: een ingewikkeld, wijdlopend en ook: kostbaar ommetje naar huis. Wat zit daar achter? Vroeger heette vakantie: verlof. Het was dus meer een gunst dan een recht en voor zover het een recht was, dan toch een voorrecht. In het engels is het woord voor vakande: holidays, dus: iets van heilige dagen, dagen waar je heel zorgvuldig mee om dient te gaan. Blijft de vraag: waarom heeft dit alles zo'n magnetische werking? Wat zoeken – om met Jacob Noordmans te spreken – al die zwervers, nomaden, dromers, jagers, tentbewoners, vaarders, vliegers, zonaanbidders, watermannen, strandnimfen, windvangers, fuivers, drankorgels, sfeerzwelgers, kilometervreters, zitters, liggers en zoveel anderen meer? Als ik een voorzetje mag geven: anders thuiskomen en anders verder gaan, dankzij de opgedane vitaminen, lichamelijk en geestelijk van levensbelang. Noem het maar, met een deftig woord maar het is overal ingeburgerd: recreatie, dat wil zeggen: her-schepping. Wie re-creëert komt op adem, voelt zich een ander mens. Er zijn talloze recreatie-oorden. Bij elkaar genomen is de recreatie een miljoenenbedrijf waar steeds meer mensen hun brood in en aan verdienen. Lukt het overigens om echt te recreëren? Ik weet er niet alles van, maar ik vrees dat er velen zijn, die nog vermoeider thuis komen dan toen ze op weg gingen. De tijd daarna lijkt veelal op de maandagmorgen, die gebruikt of verbruikt wordt om bij te komen van het weekend.
Er zijn massa's mensen die, als de druk van de tijd en van de dagelijkse plicht(en) wegvalt, zichzelf tegenkomen en van de wijs raken, vaak ook anderen van de wijs brengen. Wie het thuis niet kan vinden zal ook in den vreemde een dakloze, een ontheemde zijn. Daarom schuilt er een diepe waarheid in het woord van Blaise Pascal, ongeveer driehonderd jaar geleden opgeschreven in zijn dagboek: 'Alle ongeluk van de mens komt voort uit het feit, dat hij niet rustig thuis kan blijven'.
Recreatie, herschepping! Goed beschouwd hoef je er geen kilometers voor te reizen, geen kapitalen voor uit te geven. Dat kan je best wel goed doen, maar je neemt jezelf mee, je komt jezelf tegen. Recreatie is een vorm van verlof. Een gunst dus, een genade. Het komt naar ons toe door het Woord, dat als een lopend vuurtje door de wereld gaat, door de Geest die mensen doorwaaien en bezielen wil. Die holidays, om met de Engelsen te spreken, zijn niet beperkt tot de weken in de zomer, eventueel versnipperd over het hele jaar. Week aan week is de rustdag zo'n holiday, een heilige dag, waarop we adem mogen scheppen. Ik denk aan een onvergetelijke tekst uit Exodus (31 : 16-17): op de zevende dag heeft Hij, God, gerust en adem geschept. Het is een zegen (een verlof!) dat er zo'n dag is, ook al wordt er aan alle kanten op beknibbeld. Peins Janssen, cabaretier van rooms-katholieke huize, vroeg eens: wat schiep God op de zevende dag? Hij ging een luchtje scheppen! In verbondenheid met deze God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zullen we ontdekken en ervaren wat recreatie ten diepste is.'
Vlak voor de zomervakantie verschenen bij Uitg. De Groot Goudriaan (Kampen) de Verzamelde gedichten van Jacqueline E. van der Waals, verzameld en ingeleid door Henk van der Ent. We sluiten voor dit keer af met een gedicht uit deze schitterend uitgegeven bundel poëzie van 'de koningin van openheid en zuivere schoonheid'.
'Zomerdag
Nu, voor het eerst van heel den langen zomer
Ligt op de velden zomerzonneschijn,
En zomerschoonheid doet de oogen loomer,
Trager tot scheiden zijn.
Nu voor het eerst op maaiensrijpe landen
Ligt vol de zonneweelde uitgestort,
Tot blauw en geel en zwart van dennenranden
Eén effen vreugde wordt…
Zou nu ook mij de weelde nog gebeuren,
Van zomerschoonheid, vol en onverwacht?
Of komt alree de gouden najaarspracht
Met stervenstint mijn lentverlangen kleuren,
Eer nog in zoelheid van den zonnelach
Mijn al te ijle zang zal rijpen mogen,
En door mijn lied de volheid komt getogen
Van zulk een zomerdag?
Uit: Jacqueline E. van der Waals,
Verzamelde gedichten
Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen, 1994, 120 blz. ƒ 65,–.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's