Boekbespreking
H. J. Hegger, De grote toekomst; gedachten over de wederkomst van Christus en het eeuwige leven, uitg. Groen, Leiden 1993, 149 blz., ƒ 24,50.
Ds. H. J. Hegger heeft op hoge leeftijd nog een vruchtbare pen. In 1990 schreef hij een instructief werk over de kinderdoop, terwijl hij vorig jaar een boek over de Wederkomst van Christus deed verschijnen. Het zijn gedachten over de wederkomst van Christus en het eeuwige leven. Hij heeft niet de pretentie een nieuwe toekomstvisie op de markt te brengen. Zijn bedoeling is door dit werk de toekomstverwachting van de gelovigen te versterken, zodat het Maranatha sterker zal klinken. Bespiegelingen over het hoe en wanneer van de wederkomst van Christus zijn er naar zijn mening al meer dan genoeg. In dit boek wil de schrijver uitsluitend de bijbelteksten laten spreken, zonder ook maar één poging te wagen om met behulp van allerlei teksten een eschatologisch spoorboekje over het hoe en wanneer van de eindtijd samen te stellen.
Ik moet zeggen dat hij zich ten volle aan dit uitgangspunt heeft gehouden. In hoofdstuk 2 schrijft ds. Hegger over het eindelijk zonder zonde zijn. Waar hier op aarde het eigen 'ik' ook bij Gods kinderen altijd tegen de inwonende Geest ingaat, is de macht van de zonde dan voorgoed voorbij. Diep vertroostend is wat we lezen over het feit dat God alle tranen van de ogen zal afwissen (p. 20, 21). Uitvoerige aandacht krijgt 1 Kor. 15: de onvolkomenheid van het natuurlijk bestaan zullen wij achter ons laten om te leven uit Gods Geest alleen.
Apart wordt stilgestaan bij Gods handelen met Israël. De gelovigen uit de heidenen zullen er getuige van zijn hoe Christus zijn geliefde Israël eindelijk als Zijn nu voor altijd trouwe bruid omhelst. De schrijver richt zich tot dit volk om vergeving te vragen voor de vele misdaden die wij christenen begaan hebben tegenover dat volk (p. 39, 40). Tegelijk klinkt er ook een appèl tot Israël, zich af te keren van het steunen op eigen gerechtigheid en zich te wenden tot Jezus Christus.
Uitvoerig wordt de gemeente getekend als de bruid van Christus: alleen door het geloof kunnen wij tot haar geheimenis doordringen. Bij de gemeente heeft God Zelf de wet ingeschreven in de harten, zodat in vervulling gaat wat Hebr. 8 : 10 zegt. Als het gaat over de beeldspraak bruid-vrouw (die de bijbel bezigt om Gods liefde voor Israël en de liefde van Christus voor Zijn gemeente uit te beelden), geeft de schrijver een nauwkeurige uitleg van Openb. 12. Voor de opname van de Bruidsgemeente (1 Thess. 4 : 13-17) verwijst Hegger naar de gelijkenis van de wijze en dwaze maagden uit Matth. 25.
Op deze vereniging van de gemeente met haar hemelse Bruidegom volgt de eindtijd; het is een afhalen van Hem om voor altijd bij Hem te zijn, ook als Hij nu de gerichten gaat voltrekken aan een wereld die Zijn liefde altijd heeft afgewezen (p. 75).
Zeer onthullend is het hoofdstuk over de Antichrist; hier wordt onze tijd met alles wat er gist en woelt gehouden tegen de lamp van het Woord. 'Als straks aan het einde der tijden de revolutie, de wetteloosheid een complete chaos zullen hebben veroorzaakt, komt vanzelf de roep om een sterke man, om een dictator naar boven. Dan grijpt de wetteloze zijn kans' (p. 85).
Wanneer het gaat over het 1000-jarig rijk (Openb. 20) merkt de schrijver op, dat er een tijd zal komen waarin de heilzame invloed en de leiding van duidelijk merkbaar zullen zijn, mede doordat de duivel dan is gebonden. Als er een laatste concentratie is van de gemobiliseerde legers om het volk van God voorgoed te vernietigen, zal God definitief afrekenen met alle machten en plaats nemen op de witte troon (p. 116). Met een apart hoofdstuk over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarbij de tekst van openb. 21 en 22 op de voet gevolgd wordt, sluit de schrijver dit boek af.
Met stichting heb ik dit werk gelezen. Het is zeer pastoraal van toon en kenmerkt zich door een hartstochtelijk bruids-verlangen. Het wil voorzichtig zijn in het duiden van allerlei gebeurtenissen in onze wereld. Maar door alles heen is er het uitzicht op de toekomst voor de gelovigen uit Israël en de volken.
Eén vraag bleef bij mij achter, en wel wat de schrijver precies bedoelt met het verworden 'kerk-instituut'? Roept het woord 'kerk-instituut' niet bepaalde associaties op, waardoor alle orde en organisatie komt te staan tegenover het werk van de Geest?
Het gevaar van verwording ligt altijd op de loer waar het Woord niet de hoogste gezagsinstantie is. Daar heeft de Reformatie alles van geweten. Maar hier op aarde kunnen wij de spanning tussen uiterlijk horen bij de kerk en innerlijk doorleven, niet opheffen. Dat verschil zal blijken op de Dag van Christus die aanstaande is en waarnaar de schrijver zo hartstochtelijk verlangt.
G. v. d. End, Rijssen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's