Schuldbelijdenis Rome jegens Israël
Rome zou in voorbereiding hebben een schuldbelijdenis jegens het joodse volk, vanwege alles wat dit volk in de geschiedenis is aangedaan.
Dat voor zo'n schuldbelijdenis alle aanleiding is, voelen met name de joden zèlf. Wij zullen hier niet ophalen wat er allemaal fout is gegaan en gedaan. Zij herinneren zich nog zeer wel de kruistochten in een ver verleden, maar ook de jaren '40-'45 in deze eeuw, toen de Paus zijn handen in onschuld waste en de jodenvervolging de jodenvervolging liet. Hoewel wat dit laatste betreft geen enkele kerk brandschoon is, staat datgene wat de wereldwijde kerk van Rome, met haar politieke aspiraties en ook dáárdoor brede invloed, de joden aandeed, hen diep in de herinnering gegrift. Rome is voor hen met náme het boegbeeld van het christendom.
De schuldbelijdenis is evenwel nog slechts in vóórbereiding. Er is nog slechts sprake van een concept, en dan nog bedoeld als discussiestuk. Het is er ook wèl en het is er nog niet. Het doet denken aan de ober in het restaurant, die alvast de komkommer of de sla binnenbrengt, omdat het hoofdmenu nog wel een poosje op zich zal laten wachten.
Als Rome iets in voorbereiding heeft, kan het nog wel een tijdje duren voordat het zover is. Dat leert de praktijk van heilig- en zaligverklaringen. Aan deze typische roomse bezigheden gaan jaren van voorbereiding vooraf. Zo lijkt het ook hier te zullen toegaan.
Overigens is het op zich al niet alledaags, dat pauselijke 'onfeilbaarheid' énerzijds kennelijk gepaard kan gaan met erkenning van kerkelijke feilbaarheid ànderzijds.
De Amsterdamse rabbijn Lody van der Kamp heeft intussen al laten weten, dat men met de uitvoering wel snel moet zijn, wil het nog deze eeuw gebeuren. Hij hield er rekening mee, dat één en ander nog wel over de eeuwwisseling zal worden heengetild.
Dan is de twintigste eeuw, waarin zich het meest gruwelijke in de joodse geschiedenis voordeed, verleden tijd en kan de echte schuldbelijdenis nog weer op de lange baan worden geschoven. De twintigste eeuw is dan bijgezet bij al de vroegere eeuwen.
Eén-twee-één
Dat er reden is om uitspraken en handelwijzen van Rome jegens Israël met enige achterdocht gade te slaan, werd enige tijd geleden duidelijk in een artikel in Eén-twee-één, het rooms-katholieke Informatiebulletin in Nederland. Daarin gaat drs. Philippe van Heusden, 'theoloog en specialist inzake Vaticaans-joodse relaties', in op de vraag waarom het zo lang heeft geduurd alvorens het Vaticaan diplomatieke betrekkingen aanknoopte met Israël. Van Heusden baseert zijn beschouwing op een boek van André Chouraqui, getiteld 'De weg naar erkenning'. Hij spreekt van 'een goed gedocumenteerde studie van de vermaarde bijbel- en islamkenner André Chouraqui'.* Het boek lazen we ook zelf en willen we voor de onderhavige problematiek hartelijk aanbevelen.
Ik herhaal hier overigens nog eens, dat een rechtgeaard protestant niet uit de voeten kan met Rome's politieke aspiraties en dus ook niet zat te wachten op diplomatieke erkenning.
De motieven – zo schrijft Van Heusden dan – zijn van politieke en van godsdienstige aard. In allerlei bijdragen van mijn hand over de Midden-Oostenkwestie – zo werp ik hier maar direct tussen – is telkens herhaald, dat in het Midden-Oosten godsdienst en politiek als de schering en de inslag zijn. Géén religie zonder politieke consequenties! Wanneer Rome zich dus met Israël inlaat, gaat het niet alleen om godsdienstige, maar ook om politieke aanspraken, om politieke macht.
Het godsdienstige motief bij Rome om Israël niet te erkennen, was lange tijd gelegen in het aanhangen van de zogeheten vervangingstheologie: de kerk is in de plaats van Israël gekomen.
Toen Theodor Herzl, de grondlegger van het Zionisme, zich in 1904 tot paus Pius X wendde, om steun te krijgen voor de terugkeer van de joden naar Palestina, zei de Paus: 'De joden hebben onze Heer niet erkend, daarom kunnen wij het joodse volk niet erkennen'. Mede op grond hiervan kon Rome het recht van de joden op het land van de vaderen niet erkennen.
Dit geldt overigens niet alleen voor Pius X. Deze visie is in de christelijke kerk immers lange tijd vrij algemeen geweest. Te stellen, dat de joden ook vanouds bijbels rècht hebben op het land, zou ingrijpende politieke consequenties hebben voor de integrale visie op Gods voortgaande handelen met Israël.
Nu zijn, zegt Van Heusden, na het Tweede Vaticaans concilie, de theologische blokkades tegen de staat Israël langzaam afgebrokkeld. In de conciliaire verklaring Nostra aetate uit 1965 werd gebroken met de lange traditie van anti-judaïsme! Maar over de staat Israël werd vooralsnog gezwegen. Wel werd inzake het beleid van het Vaticaan de politieke situatie op zich steeds meer leidraad. In 1985 erkende paus Johannes Paulus II zo het bestaansrecht van Israël binnen veilige grenzen en sinds 30 december 1993 is er dan de Vaticaanse vertegenwoordiging in Israël. Wat zit daar achter?
Arabische christenen
Dat er nog acht jaar moest liggen tussen erkenning van de staat Israël en de diplomatieke vertegenwoordiging, was een kwestie van diplomatie. Elke verzoenende stap in de richting van Israël zou de betrekkingen met Rome's geloofsgenoten in het bijzonder en dat met de christenheid in het Midden-Oosten in het algeméén immers schaden. 'Men wilde tegen iedere prijs in de gunst blijven van machthebbers, die het zionistische avontuur, in de kiem wensten te smoren, zegt Van Heusden.
Na 1947, toen tot de stichting van de staat Israël werd besloten, heeft het Vaticaan daarom diplomatieke betrekkingen aangeknoopt met de verklaarde vijanden van Israël: Egypte en Libanon (1947), Syrië (1953) en Irak (1966), terwijl Israël niet werd erkend.
Daarom kòn het Vaticaan in crisissituaties in Israël niet meer 'neutraal' zijn. Vandaar ook de vertraging, die de kwestie van de diplomatieke vertegenwoordiging opliep.
Waarom nu?
Dit alles dwingt uiteindelijk tot de vraag waarom juist nú de diplomatieke vertegenwoordiging wèl een feit werd. Zit de kwestie Jeruzalem, met de 'heilige plaatsen' daar, als gezegd, toch achter? Die vraag hebben we zelf één en andermaal gesteld.
Van Heusden zegt nu, dat politieke motieven (inderdáád) de doorslag hebben gegeven. Nu zelfs Israels aartsvijanden op weg blijken te zijn naar een 'vergelijk' met de joodse staat, kon Rome niet achterblijven. Het Vaticaan wilde de aansluiting bij het politieke vredesproces niet missen. De echte doorbraak inzake de diplomatieke vertegenwoordiging kwam dan ook (pas) nadat Israël en de PLO een akkoord hadden gesloten. De erkenning werd afgedwongen door de omstandigheden. Het Vaticaan ging er overigens wel toe over zònder eerder gedane eisen nog eens te herhalen. De status van Jeruzalem is zelfs (of niet zonder reden?) angstvallig uit de Vaticaans-Israëlische overeenkomst gehouden. Het belangrijkste deel van de overeenkomst is voorlopig gewijd aan de rechten en opvattingen van de Rooms Katholieke Kerk in Israël.
Antisemitisme
In de overeenkomst staat wèl, dat Israël en het Vaticaan samen het antisemitisme zullen bestrijden. In de praktijk van het wereldwijde rooms-katholicisme, zegt Van Heusden, opmerkelijk genoeg, zal blijken of dit voornemen van Rome geen 'dode letter' zal blijken te zijn. De Rooms Katholieke Kerk in de Oosteuropese landen wacht, wat dit betreft, een enorme opgave! En bovendien, in het Westen is 'de nieuwe, verbeterde joods-katholieke relatie' veelal beperkt gebleven tot een kleine; intellectuele kring en nog bepaald niet doorgedrongen tot een bredere laag van gelovigen en pastores'.
Zolang niet duidelijk is, dat Rome vanuit een positief theologisch zicht op Israël haar beleid bepaalt, zijn alle negatieve bejegeningen van Israël nog steeds mogelijk. Ze zouden zich juist kunnen manifesteren middels de politieke diplomatie.
Dan nu nog één keer terug naar de vraag waarom nú de ontwikkelingen in de relatie tussen Rome en Israël in een stroomversnelling zijn gekomen. Van Heusden wijst erop, dat in de overeenkomst tussen het Vaticaan en Israël het Vaticaan weliswaar verklaart zich niet rechtstreeks te zullen bemoeien met conflicten over 'omstreden grondgebieden en grenzen', maar zich wel het recht voorbehoudt uitspraken te doen óver de morele dimensies hiervan!
Dat kan zich gaan wreken als de kwestie Jeruzalem aan de orde komt. Israël beschouwt Jeruzalem immers als 'eeuwige en ondeelbare hoofdstad van het land'.
Rome pleit sinds jaar en dag voor 'de stad van twee volken en drie godsdiensten'. Ongetwijfeld spelen juist inzake Jeruzalem de godsdienstige motieven een grote rol. Maar van wie is Jeruzalem als hóófdstad nu eigenlijk?
We moeten vrezen, dat Rome juist in deze jaren ernst maakt met het regelen van zijn betrekkingen met Israël, omdat het bij het hete hangijzer 'Jeruzalem' politieke macht wil uitoefenen.
Schuldbelijdenis
Hiermee ben ik weer terug bij het begin van dit artikel. De schuldbelijdenis staat (voorlopig?) nog uit. Zal die inderdaad over de eeuwwisseling worden hééngetild? Zolang die er niet is, verdient de handelwijze van Rome in het Midden-Oosten gepaste achterdocht. De godsdienstige motieven, die eeuwenlang bepalend waren voor een anti-Israël houding bij Rome, zijn naar achteren gedrongen. Politieke motieven zijn nu dominerend geworden. Die kunnen echter, als het erop aankomt, dezelfde uitwerking hebben als de vroegere godsdienstige motieven! Voorlopig blijft het wachten dan ook op een echte schuldbelijdenis.
J. van der Graaf, Huizen
(Dit artikel wordt ook geplaatst in het nummer van Protestants Nederland, dat deze week verschijnt.)
* André Chouraqui, De weg naar erkening, 'De Heilige Stoel, de joden en Israel', uitgave Gooi en Sticht, Baarn, 271 pag., ƒ 49,–.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's