Liturgievieringen met verstandelijk gehandicapten
In de loop der eeuwen heeft de kerk zich, op enkele gunstige uitzonderingen na, weinig beziggehouden met de pastorale zorg voor zwakzinnigen. Zeker in de protestantse traditie, waar het intellectuele element nogal sterk overheerst, weet men vaak geen raad met verstandelijke gehandicapte gemeenteleden die verbaal niet of nauwelijks te bereiken zijn.
Gelukkig is daar in de laatste decennia verandering in gekomen. In veel christelijke gemeenten wordt er nu steeds meer moeite gedaan om de verstandelijk gehandicapte medemens het Evangelie te verkondigen op zijn of haar niveau. Ook in onze hervormd-gereformeerde gemeenten bieden kerkeraden, daarbij vaak samenwerkend met andere denominaties, speciale catechisaties aan en beleggen zij aangepaste kerkdiensten voor verstandelijk gehandicapten. Dat is een verheugende ontwikkeling, die bijbels ook zeer verantwoord is. Christus trok zich immers het lot aan van mensen in nood, van kinderen en uitgestotenen. Daar horen zwakzinnigen zeker ook bij.
Trapman
Een praktisch theoloog die de kerk voortdurend heeft opgeroepen zich te bezinnen op haar verantwoordelijkheid voor het pastoraat onder verstandelijk gehandicapten, was ds. A. Trapman (1927-1993). Twintig jaar lang heeft hij als predikant gewerkt binnen De Hartenberg, het christelijk centrum voor geestelijk gehandicapten te Wekerom. Als vader van een verstandelijk gehandicapte dochter kende hij de problemen van binnen uit en, gedreven door de liefde tot Christus, heeft hij zijn theologische kennis en zijn pastorale ervaring in dienst gesteld van de zwakzinnige medemens.
Als vrucht van zijn theologische bezinning publiceerde hij ruim tien jaar geleden het boek De minste allermeest, waarin hij aandrong op integratie van de verstandelijk gehandicapten binnen de christelijke gemeente. Eind vorig jaar verscheen een tweede boek over dit onderwerp, getiteld Op hoop van zegen. De ondertitel maakt duidelijk waar het in deze studie over gaat: 'kerkdiensten of liturgievieringen met verstandelijk gehandicapten; fundamentele aanwijzingen voor de praktijk'.
Als doelgroep noemt de auteur predikanten die weleens een dienst voor verstandelijk gehandicapten moeten leiden, ambtsdragers en vrijwilligers die daar ook bij betrokken zijn en vanzelfsprekend ook de ouders van deze gehandicapten.
Ds. Trapman heeft het manuscript in 1992 gereed gemaakt, maar hij heeft helaas de uitgave van zijn boek niet meer mogen meemaken: hij overleed op 11 januari 1993.
Liturgieviering
Het boek bestaat uit twee gedeelten. In deel 1 gaat hij in op elementaire zaken. Hij bespreekt de relatie van de kerk met mensen die een verstandelijke handicap hebben, maakt daarna enkele 'antropologische notities' om vooroordelen tegenover verstandelijk gehandicapten weg te nemen en vervolgens gaat hij vrij diep in op het eigenlijke van de liturgie. Zijn betoog is wetenschappelijk verantwoord, maar Trapman weet de zaken zo te verwoorden, dat hij de brede doelgroep bereikt, ook als die geen of weinig kennis heeft van psychologie of theologie.
Het gedeelte over de liturgie heb ik met grote belangstelling gelezen. De aandacht voor liturgie is niet groot in onze kring. Voor velen is liturgie niet veel meer dan de volgorde waarin de onderdelen van de eredienst van oudsher worden aangeboden en ieder die daarin verandering tracht aan te brengen, kan op veel weerstand rekenen. 'De onverbrekelijke band met de traditie fungeert als oriëntatiepunt voor de eigen identiteit en staat tegelijk borg voor de zo noodzakelijk geachte rust en geestelijke stabiliteit van de gemeente.' Trapman betreurt het dat in veel gemeenten de liturgie zo 'muurvast' zit. Hij is overigens niet een progressief theoloog die alle heil van liturgievernieuwing verwacht. Maar terecht wijst hij erop, dat de kerken in de gereformeerde traditie het verbale element wel zeer accentueren ten koste van het nonverbale. En dat non-verbale hebben verstandelijk gehandicapten, zeker als zij van laag niveau zijn. Juist sterk nodig. Daarom geeft Trapman ook de voorkeur aan het woord liturgieviering in plaats van kerkdienst.
Liturgie is voor hem namelijk meer dan een orde van dienst. Liturgie is gedenken en vieren, het Evangelie zichtbaar maken. Vieren roept associaties op met iets feestelijks, met enthousiasme en saamhorigheid. Daarvoor zijn verstandelijk gehandicapten zeer gevoelig. Wie weleens een dienst met hen samen heeft meegemaakt, zal onder de indruk gekomen zijn van de spontaneïteit, de warmte en de vreugde van deze mensen. Als er in mijn eigen gemeente Barneveld een aangepaste dienst gehouden wordt in De Goede-Herderkerk, komen er zeer veel trouwe kerkgangers naar toe. De reacties, zeker van ouders met kinderen, zijn vaak in de trant van 'waarom kan dit ook niet in een gewone dienst'. De dominee preekte kort, concreet en had contact met de hoorders, de liederen waren eenvoudig, zowel de woorden als de melodie, en er hing zo'n blijde sfeer.
Spiegel
Nu zal het duidelijk zijn, dat de gewone dienst niet zomaar veranderd kan worden. Bovendien moet de gemeente niet alleen met melk, maar ook met vaste spijze gevoed worden. Er zijn zeer veel waardevolle elementen in de traditionele liturgie die wij moeten behouden, maar dat het ook anders zou kunnen in onze tijd van beeldcultuur, kunnen wij leren van de 'aangepaste diensten'. De verstandelijk gehandicapten houden ons in hun liturgieviering als het ware een spiegel voor. Deze mensen zijn sterk gericht op symbolen en tekens, op wat zij kunnen zien, tasten en ruiken. De modale kerkganger beperkt zich liever tot het horen, is zeer gehecht aan orde en rust en laat zich beslist niet gaan in zijn emoties. Een dienst met verstandelijk gehandicapten daarentegen is een belevenis apart. Hun enthousiasme, hun betrokkenheid bij alles wat er gebeurt wat er en gezegd wordt in de dienst, kan diezelfde kerkganger jaloers maken. Wat missen wij vaak het spontane reageren in de kerk.
In deel II van zijn boek gaat ds. Trapman daarop in. Hij bespreekt de basisvoorwaarden voor een liturgieviering met mensen met een verstandelijke handicap. Vervolgens schenkt hij aandacht aan hoofdmomenten uit de liturgie, zoals bidden.
Schriftlezing, preken en zingen. Tenslotte behandelt hij bijzondere momenten, zoals de bediening van de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal. Uiterst zorgvuldig gaat hij in op de vele vragen die er kunnen rijzen, bijvoorbeeld rond de Avondmaalsviering. Een afzonderlijke bespreking wijdt de auteur aan de 'snoezelviering' met diepzwakzinnigen. De Hartenberg is tot in het buitenland bekend geworden om zijn 'snoezelruimte', dat is een ruimte waar aan zwaar verstandelijk gehandicapten selectief primaire prikkels worden aangeboden, die authentieke belevingsmomenten oproepen, zoals het bij elkaar horen. Ook tracht men de sensomotoriek van de diep-zwakzinnige te stimuleren. Bij 'snoezelen' gaat het om sfeer, warmte en geborgenheid. Diep-zwakzinnigen zijn vaak erg eenzaam. Zij zijn nauwelijks te bereiken. Trapman heeft nu, samen met de pastorale dienst, geprobeerd voor deze mensen iets te doen met behulp van de ervaring die door professionele hulpverleners opgedaan is met het snoezelen.
Een 'snoezeldienst' vraagt groot geduld, inlevingsvermogen en vooral veel liefde. In zo'n dienst mogen ook deze zwaar gehandicapte mensen iets ervaren van Gods liefde.
Stimulans
Trapmans boek heb ik met veel waardering gelezen, ook al deel ik niet al zijn theologische inzichten. Zeker in onze gemeenten zullen zijn opvattingen over liturgie nogal modern overkomen. Als bestudering van zijn boek zou leiden tot bezinning op dit punt, zou dat winst zijn. 'De integratie van verstandelijk gehandicapten in de erediensten kan voor een doorbraak zorgen in de liturgieviering. Zij kan die viering veel dichter bij de kerkgangers brengen, zodat ook de betrokkenheid van die kant als vanzelf zal toenemen. Door de eenvoud van hun geloof en door hun ongecompliceerd getuigen zorgen zij voor een frisse wind in de viering. Die laat geen kerkganger onberoerd en koud.' Trapman was een gelovig man, die mij weleens toevertrouwd heeft het zeer te betreuren, dat in christelijke tehuizen voor zwakzinnigenzorg de naam van de Heere Jezus Christus niet meer of veel te weinig genoemd wordt. De verkondiging van de blijde boodschap stond bij hem centraal, zelfs in de 'snoezelvieringen' met zwaar gehandicapten. Verkondiging van het Evangelie is niet alleen kennis bijbrengen. 'Uiteindelijk gaat het om de ervaring van geborgenheid, van warmte, veligheid, rust en liefde, om alles wat als een echo overkomt uit de evangelieverhalen. In crisismomenten is dit het enige wat aanslaat, troost, kracht en perspectief biedt.' Hij waardeerde professionele hulpverlening, maar die mocht nooit in de plaats komen van de Evangelieverkondiging.
Het thema van zijn boek, liturgieviering met verstandelijk gehandicapten, is van groot belang. Ik hoop, dat dit boek een stimulans zal zijn tot verdere theologische bezinning. Ik wens het daarom in handen van allen die zich vanuit de christelijke gemeente inzetten voor de verstandelijk gehandicapten. Het is een stimulerende en bemoedigende studie van een man die niet in de studeerkamer theoretiseerde over de wijze waarop het Evangelie aan verstandelijk gehandicapten gebracht moest worden, maar die, werkend in het veld met de bewoners van De Hartenberg, de opdracht van Christus op een liefdevolle wijze in praktijk wist te brengen.
N.a.v. drs. A. Trapman, Op hoop van zegen, Amersfoort 1993. Te bestellen bij Vereniging 's Heeren Loo, tel 033-601834, prijs f 22,–.
drs. N. C. van Velzen, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's