Torenspitsen-Gemeenteflitsen
AALSMEER
Vanaf het begin van de 12e eeuw is er een kerkje en dus een gemeente geweest in Aalsmeer en rond deze tijd is ook het dorp zelf ontstaan. Behoorde het dorp eerst tot de bezittingen van de Abdij in Rijsburg, in 1199 ging het over in grafelijke handen. Ondersteund door grafelijke gelden konden pastoors en priesters in Aalsmeer werken.
De gemeente telde aan het einde van de 15e eeuw zo'n 500 zielen. Na de Reformatie (1517) zijn er in 1534 al doopsgezinden aanwezig, terwijl pas in 1586 de eerste calvinistische prediker in Aalsmeer komt: Engelbert van Egmond. Beeldenstorm (1566) is er niet geweest, omdat de pastoor goed was, (hart had voor de mensen) en de gereformeerde bevolking was niet agressief. Langs kerkelijke weg is de wens vervuld 'van dienaren besorcht te worden die ze begeeren'. En zo werd het kerkgebouw met de intrede van ds. Engelbert van Egmond aan de gereformeerde eredienst aangepast.
In de 17e eeuw is er veel te doen geweest over de zondagsheiliging. Vooral de rust tijdens de kerkdienst en rond 1650 tijdens de gehele zondag werd gezocht. De twee herbergen die vlakbij de kerk zijn, mogen tijdens de dienst geen kaatsspelen meer organiseren en geen dansspelen op de zondag. De winkeliers mogen alleen voor de dienst nog open zijn en op de rest van de zondag moeten ze 'half gesloten' zijn, als teken van de rustdag. Half werk, denkt men later, maar de 17e eeuwse calvinisten in Aalsmeer hebben wel geboden en verboden gewild, maar geen al te strak keurslijf.
Tot de zeer bekende dominees behoorde Wilhelmus van Eenhoorn 1714-1717. Zeer begaafd als prediker, met een piëtistische inslag en merkbaar persoonlijk geloof, behorend tot de stroming van de Nadere Reformatie legt hij de nadruk op persoonlijke bekering en heiliging tegenover een dode rechtzinnigheid. De preken leveren nabesprekingen aan huis op. Dat hij van grote invloed is geweest voor velen in Aalsmeer, blijkt uit het feit dat ds. Van Eenhoorn de enige predikant is, die met een portret in de kerkeraadskamer van de oude Dorpskerk aanwezig is.
Helaas voor Aalsmeer gaat hij snel weer weg en neemt zijn broer zijn plaats in. Deze overlijdt echter binnen twee jaar ambtsbediening.
Opvallend in Aalsmeer is de verhouding met de Doperse stroming. Al eerder dan de calvinisten waren de dopers aanwezig in Aalsmeer en vanaf het begin hebben zij ook met elkaar te maken gehad. Hoewel de doperse stroming verdeeld was, al in de 16e en 17e eeuw en ook in Aalsmeer scheuringen kende, worden de dopersen zelf wel door de theologen/dominees en synoden met de leer bestreden, eindigt een openbaar dispuut tussen gereformeerden en dopersen in Aalsmeer ook in gekrakeel, maar de algehele houding is toch veel minder vijandig. De doopsgezinden mogen een bedehuis bouwen en men bemerkt dat doopsgezinden betrouwbaar zijn in woorden en handel. Doordat deze een uitgebreide regelgeving hebben hoe te leven (o.a. tegen krijgsdienst, tegen kinderdoop, geen eed zweren, eerlijk etc.) vinden zij onder de bevolking zodanig waardering dat vanuit de Aalsmeerse kerk op de prov. synode te Hoorn (1596) de vraag naar voren komt of men tot het Heilig Avondmaal kan toelaten degenen die tegen de kinderdoop zijn.
Dit mag dan nadat goed het belang van de Kinderdoop is duidelijk gemaakt.
Aardig is te bemerken dat deze ambivalente houding ten aanzien van kinderdoop en volwassendoop nog steeds een aanwezig punt is in het gemeente-zijn vandaag.
Door ongelukkige oorzaken zijn vanuit de protestantse kerken een tiental jaar geleden twee evangelisch getinte groeperingen ontstaan, waar de volwassendoop als teken van persoonlijk geloof en bekering binnen een verder in wezen protestantse setting haar plaats heeft.
Dat de doperse levensstijl aan het begin van de 17e eeuw ook bijval kreeg in de piëtistische stroom in de Gereformeerde Kerk van Aalsmeer, maakt begrijpelijk dat gereformeerden en doopsgezinden in Aalsmeer elkaar niet in de haren vlogen zoals elders.
Een aardig gebeuren in ongeveer 1750 tekent de betrokkenheid van gemeenteleden op kerk en geloof. Onder het mes bij de kapper wordt de preek van de afgelopen zondag besproken en beticht van onrechtzinnigheid. De zaak komt in de kerkeraad en hoewel de kerkeraad de zaak wil toedekken, gaat de predikant op onderzoek uit bij de klager. Deze blijkt moeite te hebben met het gezegde door de dominee dat de verzekerdheid van het behoud tot het wezen van het geloof behoort. 'Maar er zijn ook gelovigen die deze zekerheid missen en toch kinderen van God zijn', aldus de klager. Voorwaar is te hopen dat nog steeds bij de kapper dergelijke gesprekken loskomen.
Tijdens de Franse revolutie bleek een sterke Oranjegezindheid in Aalsmeer te leven en deze is nog merkbaar.
Van turfstekers en vissers, baggeraars en transporteurs ging het accent in de 19e eeuw over op de tuinderij, allereerst groente en fruit en later is de produktie in handen van bloemen en planten bepalend, ook voor de kerkelijke gemeente van Aalsmeer.
Afhankelijk van Gods gaven in de schepping heeft dit in de gemeente teweeggebracht dat men veel over heeft voor de kerk en haar noden. Door dergelijk meeleven konden in deze eeuw de predikantsplaatsen worden uitgebreid tot drie nu (Oost 1931, Zuid 1953).
De Dorpskerk kan zodoende goed worden onderhouden. Dat mag ook wel, want de kerk is het enige monument dat Aalsmeer rijk is. Verder is door o.a. branden veel vergaan. De kerk zelf is een bezoek waard, niet omdat deze mooi onderhouden is, er nog graven te vinden zijn in de vloer, borden hangen met predikanten e.d., maar wanneer de indrukwekkende klokken luiden om ter kerke te gaan.
C. G. Graafland, Aalsmeer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's