De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tweeërlei predikantschap

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweeërlei predikantschap

7 minuten leestijd

In de jaren na de eerste wereldoorlog ontstond er ergens in Nederland een scherp conflict tussen twee predikanten. Het was niet zozeer een kwestie van persoonlijke aard. Dan zouden wij deze zaak onder stilzwijgen voorbij kunnen gaan. Het komt ons evenwel voor, dat het een zaak van algemeen belang is, die alle mogelijke kerkgemeenschappen interesseert en die zich overal in meerdere of mindere mate doet gelden zonder steeds tot openlijke strijd te leiden. Het probleem tussen de beide predikanten wortelde in de uitleg, in de beleving van hun ambtspraktijk.


Eén van de predikanten zocht de opbouw van de gemeente voornamelijk te bevorderen door het houden van stichtelijke bijeenkomsten zonder tal, allerlei avonden, kringen, vergaderingen, clubs en dergelijke. Uit de aard der zaak concentreerde zich om zijn persoon een groot aantal aanhangers, die je nu met een modern woord 'fans' zou kunnen noemen. De geur van welbehagen verzamelde zich rondom zijn persoon en het spreekt geheel vanzelf, dat de bedoelde collega op den duur een zekere eigendunk vertoonde. Eerlijkheidshalve moeten wij er bij schrijven, dat het een aangenaam persoon was. Hij bewoog zich vlot onder de mensen. Sprak een heldere taal, recht op de man af. Hij was ronduit populair.


De andere predikant meende zijn kracht te moeten zoeken in de gedegen prediking als het aangewezen middel om de innerlijke mens te vormen. Je zag hem niet bij elke sociale aangelegenheid, hij bewoog zich een weinig houterig. Had een scherp oordeel over bepaalde toestanden in de gemeente. Neen, het was niet het grootste deel van de gemeente dat zich onder zijn gehoor vertoonde, maar wel het nadenkelijkste deel. Hij gaf altijd wat te denken voor hoofd en hart. Maar hoewel bij het pastoraat trouw beoefende kwam hij er bij de gemeente nooit zo in als zijn collega. Beide predikanten zijn reeds jaren overleden, maar wanneer je nu nog eens in die provinciestad komt, hoor je nog steeds over de prediking van de tweede collega spreken. De eerste schijnt geheel vergeten.


Wat is toch het onderscheid tussen dat tweetal? Naar het ons voorkomt bemerken wij hier een tweeërlei opvatting van het predikantschap, die in bijna alle kerken te vinden is. Althans in iedere gemeente is een vrij krachtige stroming waar te nemen, die alle heil verwacht van een zekere veelbezigheid in het Koninkrijk Gods. De geest van het activisme zit in de lucht. Men organiseert allerhande bijeenkomsten van gezellige aard, waar veelal een kerkelijke toon heerst. Jeugdorganisaties, bijbelkringen voor jong en oud, vrouwenverenigingen, moederkransen, hulpcomités, diakonale werkgroepen, stuurgroepen tegen alcoholverslaafden. Terminale hulpgroepen, huiscatecheses, en zo vele groepen meer. Allerlei belangen en belangetjes worden zo om beurt naar voren geschoven. En natuurlijk – het menselijk hart is nu eenmaal zo gesteld, dat ieder het meeste gevoelt voor de speciale kring, waartoe hij behoort, en die bijeenkomst nagenoeg voor het éne nodige houdt.


Al gauw gaat men vrijwel geheel in zijn bijzondere taak op. De eisen van de praktijk, zo heet het dan, staan in onze praktische tijd voorop. Daarom, is er een vacature, dan met ijver een man gezocht van alle markten thuis, een organisator, een leider, een spreker, die vlot praat. Een wareduizendkunstenaar, in zekere zin een koorddanser. Niet te zwaar, niet te licht, één, die alle groeperingen weet te bevredigen. Dat zo iets in een éénmansgemeente geheel onmogelijk is, weet ook iedereen. Maar de eis aan de persoon gesteld legt soms een bezwaar voor hem neer, waaraan hij niet kan ontkomen.


Menigeen zou wel wensen, dat de kansel dienstbaar gemaakt werd aan het opwekken van de gemeente om vooral deze en vooral ook die arbeid te steunen. Predikanten – och, die zijn veel te ouderwets en veel te abstract! Wat heeft men er aan een Schriftwoord te horen uitleggen? Veel beter zou het zijn de verschillende werkzaamheden van tijd tot tijd aan de orde te stellen en de gemeente aan te sporen zich hoofd voor hoofd als werkzaam lid in te laten schrijven. Maar om nu een tekst zorgvuldig toe te lichten en toe te passen. De sporen van Gods Woord aan te wijzen, het brede verband van het Woord na te speuren… och, lieve – dat kunnen wij gewoon niet volgen. Men gilt al spoedig in het rond: dat is zo moeilijk. Er moet ook erg kort gepreekt worden. Urenlange uitzendingen van de media volgt men zonder klacht, maar een preek van drie kwartier – help! help – wij bezwijken…


Al dat getheologiseer is tot niemendal nut. Toon, dat u het leven verstaat. Wees een man van initiatief. Een mens, die van aanpakken weet. Iemand van zessen klaar. Een conferencier, die overal kan praten voor ernstige en dwaze bijeenkomsten; een standwerker die oude kleren weet te verkopen en snuisterijen; een geldschieter die ieder op zijn eerlijke gezicht alleen vertrouwd; een rondleider door oude kerken en weeshuizen met een lach en een traan. En ja, dan mag je ook nog preken, maar studie is daarvoor niet nodig. Liever zo maar een paar grepen uit het volle leven, weet u. En dan een pakkende anekdote er tussen, gehaald uit een Amerikaanse verzameling, die in de duizenden loopt. Ruim uw bureau maar op, en vooral uw bibliotheek. Wat moet dat met al die boeken en dogmatieken? Wat daar in die kamer te zitten blokken over een zware bijbeltekst! Niet te diep graven – een vlot woord is alleen gewenst… Zo wordt u de man naar ieders hart. De leidsman van oud en jong. Maar zo wordt de predikant dan ook een jongleur, die overal bekoorlijke liederen zingt.


Een beetje overdrijving in de tekening schaad niet. Het is immers een droevig feit, dat meer dan één predikant in de gewraakte richting wordt gedreven. Hij heeft, wanneer hij begint, talent, dat zich rijk zou kunnen ontwikkelen bij voortgezette studie. Maar al die bezigheden knabbelen aanhoudend aan zijn talent. Elke organisatie zet er de fijne tandjes in en scheurt er een stukje van af. En de man, die als een veelbelovend talent voor het eerst de kansel opging en straks misschien een vlammendrager geworden zou zijn om de wereld te helpen verlichten, ontaardt in een arme sjouwer, die van de ene club naar de andere vliegt. Zo wordt een raspaard een karrepaard, dat gehoorzaam voortzeult en dan heet het soms dat men een beste trouwe dominee heeft.


Het is nu wel duidelijk geworden, dat wij kiezen voor de opvatting, die het zwaartepunt van het predikantschap in de bediening van het Woord zoekt. Al het andere werk is nuttig en vaak nodig op zijn plaats, maar het ligt niet in de roeping van een predikant zich voor elke wagen te laten spannen, al is de vracht die er op ligt nog zo goed. De dienaren van het Woord hebben vóór alles de taak de gemeente in het Woord te onderwijzen en te voeden. Er zijn wel enkele eenvoudige gemeenteleden, die menen, dat zij dit alles aan de universiteit leren en nu hun voorraadschuur 's zaterdagsmiddags maar even behoeven open te doen om 's zondags de gemeente te stichten, maar wij weten wel beter.


De man met geestelijke voelhorens zegt onmiddellijk uit de kerk: er zat geen studie achter die preek, al was het dan een gemoedelijk en oprecht woord. Een rappe tong is veel waard. Maar als zij niet door kennis bestuurd wordt, is zij hoogst gevaarlijk. Zij produceert dan wel veel geluid in de lucht, maar geen diepte. Wie in de week niet in het Woord graaft, kan er op de kansel het goud niet uit tevoorschijn brengen; en als hij straks zijn ogen sluit na een leven van zwoegen en draven om alle kringen en clubs tevreden te stellen, dan laat hij een doodarme gemeente achter, die wel heel druk doet, maar geen wortel in de waarheid der Schrift geschoten heeft en dus tot verdorren is gedoemd. Honderd en één dingen in de gemeente, het wordt op de duur een tingeltangel. Beter één sonore kerkklok, die met zijn geluid overal doordringt. Uit de hoogte naar beneden.

A. van Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tweeërlei predikantschap

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's