De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

Hans Reinders: 's Zondags ga ik naar de kerk. Verslag van een rondgang langs twintig hedendaagse kerkdiensten. Ten Have, 176 blz., prijs ƒ 29,90.
De universitair docent ethiek aan de faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit maakte van 26 september vorig jaar tot en met 20 februari dit jaar twintig kerkdiensten mee in Amsterdam. Veel mensen weten niet wat er op zondagochtenden eigenlijk gebeurt in kerkdiensten, òf omdat ze er nooit (meer) komen, òf omdat ze alleen maar in hun eigen kerk komen. Dat laatste gold ook voor de schrijver van dit boek. Hij is gereformeerd en kerkt alleen bij zijn eigen wijkdominee aan wie hij dit boek ook opdroeg: ds. A. C. Grandia. Opmerkelijk, de verschijning van dit boek in een tijd waarin kerkgang, zeker geregelde kerkgang, voor de grote massa iets is waar ze nooit aan toekomt of waar ze geen enkele interesse voor heeft. Amsterdam is daar beslist geen uitzondering op. Kennelijk blijft het toch mensen intrigeren, dat je ook in onze tijd nog altijd mensen hebt, die kerkelijke samenkomsten bezoeken. Zo kent het weekblad 'Hervormd Nederland' al een hele tijd een rubriek 'Zondag', waarin 'Kortjakje' verslag doet van kerkelijke of anderszins godsdienstige bijeenkomsten. En het dagblad 'de Volkskrant' is met een reeks 'Woorden van Eeuwigheid' bezig, een serie recenserende reportages over hedendaagse kerkdiensten en preken. Voor wie stel je zo'n boekje over hedendaagse kerkdiensten eigenlijk samen? Voor hen die er nooit meer komen? Het lijkt me onwaarschijnlijk dat ze er het geld voor over hebben om te lezen over zaken die hen niet meer raken. Zij die er nog wel komen? Misschien om eens te lezen hoe het bij een ander gaat. Zo heb ik althans kennisgenomen van de verslagen van 'hedendaagse' kerkdiensten in Amsterdam. Reinders heeft beslist journalistieke gaven. Veel aandacht besteedt hij aan de architectonische vormen van de verschillende kerkgebouwen. Hij let nauwkeurig op de verschillende handelingen die er verricht worden. Hij geeft een levendige indruk van de liturgie en van de mensen die deze verzorgen. Uiteraard krijgt de prediking heel veel aandacht in nauwkeurige preekverslagen inclusief vorm en voordracht van de prediking resp. de prediker. Reinders is zo'n beetje het hele palet van diensten in de hoofdstad langs geweest, week na week, op een korte onderbreking na. Hij is de Noorderkerk niet vergeten, waar op de Tweede Kerstdag 1993 dr. A. van Brummelen voorging. Wie Van Brammelen kent, hoort en ziet hem bezig. Dat geldt ook van ds. W. G. J. van der Sluys, van wie de dienst op 10 oktober 1993 in de Thomaskerk wordt verslagen en wiens optreden wordt getypeerd in woorden als 'het voortvarende tempo, niet zozeer gehaast als wel enthousiast, bevlogen' etc. We lezen van de behoorlijk elitaire diensten in de Oude Kerk en de Westerkerk tot de meer eenvoudige diensten van de Evangelische Broedergemeente en die van de Ghanese gemeenschap in de Bijlmer. Soms is dr. Reinders er begrijpelijk niet geheel aan ontkomen om te laten merken hoe een voorganger op hem overkwam. Het meest nadrukkelijk kwam ik dat tegen in zijn verslag van de dienst in de Doopsgezinde kerk, waar kennelijk het optreden van prof. Kossen hem tamelijk irriteerde.
Anders zou een opmerking over een rammelend gebit in diens mond wel achterwege zijn gebleven. Overigens is zo'n loszittende prothese in de mond van een spreker voor hoorders uitermate hinderlijk. Het blijft uiteraard moeilijk om als hoorder objectief te blijven. De Lutherse exegese van het 'was Christum treibet' wordt tamelijk verachtelijk terzijde geschoven. Dan zou ik ook wat meer kanttekeningen hebben verwacht bij de inhoud van de preek die in de gereformeerde Keizersgrachtkerk werd gehouden: zo vlak en zo horizontaal. Dat valt trouwens van meer diensten te zeggen. Het heeft iets ontmoedigends kennis te nemen van de inhoud van veel diensten: slechts in enkele diensten klinkt de noodzaak en de werkelijkheid van de verzoening in Christus door. De Jezus, die wordt gepredikt, is zo ontdaan van zijn bijbels kleed, dat zijn uniciteit veelal verdwijnt. Orthodoxe kerkdiensten krijgen soms vrij makkelijk het etiket 'voorspelbaar' of 'altijd hetzelfde' opgedrakt. Maar dat geldt zeker ook voor de meer modern getoonzette en aangeklede kerkdiensten. Hoe ongelofelijk moeilijk is toch de rechte evangelieprediking in onze tijd voor mensen van deze tijd. Ik sluit af met een opmerking van dr. Reinders, die me heel diep heeft getroffen en die met ons theologen vooral te maken heeft. Als in de dienst van de christelijk-gereformeerde ds. Weij het stil gebed heeft plaatsgehad, betrapt Reinders zich erop, dat hij zich niet tot God heeft gewend. Hij acht dat dan het grote risico van ons vak: 'Voor je het weet is je hart als theoloog een prachtig gestoffeerd en gemeubileerd, koninklijk vertrek – rijk aan schone gedachten – alleen de koning komt er nooit binnen'. Ik vind dat een zeer ontdekkende opmerking, die voor mij de lezing van dit boek al waardevol heeft gemaakt, nog afgezien van andere aspecten.
J. Maasland

J. Douma, Seksualiteit en huwelijk, 168 blz., ƒ 27,50, uitgave Van den Berg, kampen 1993.
Met de uitgave van dit boek heeft prof. Douma zijn serie ethische bezinning voltooid. Het is deel 6 van de 15 deeltjes, die van zijn hand verschenen over belangrijke en bekende ethische onderwerpen. Ook in dit boek behandelt Douma weer actuele kwesties, met als hoofdthema de seksualiteit en het huwelijk. Na een Woord Vooraf volgen 7 hoofdstukken over de volgende onderwerpen: Man en vrouw schiep Hij hen (1); Is de seksuele lust een kwaad? (2); Seksualiteit: expressie van liefde (3); Seksualiteit en reinheid (4); Schaamte en naaktheid (5); Wat kenmerkt het huwelijk? (6); Gezinsvorming (7); De toon van het boek is nuchter. Douma wil zich laten leiden door bijbelse normen en staat daarbij met beide benen op de grond. Hij gaat op zorgvuldige wijze om met de vaak gevoelige thema's, er van blijk gevend, dat hij ziet dat het om mensen gaat. In hoofdstuk 1 gaat Douma in op het probleem van de transseksualiteit. Vanwege de nood die hierachter schuilgaat, bepleit hij de mogelijkheid van operatief ingrijpen. In hoofdstuk 2 gaat hij in op de visie van Augustinus, die de seksuele begeerte, ook in het huwelijk, als zonde zag. De libido is ontstaan door de zondeval. Adam en Eva zouden de seksuele begeerte in het paradijs niet gekend hebben. Douma distantieert zich van hem. Seksualiteit is op zich geen ziekte van lust, maar een expressie van liefde. Denk aan het Hooglied in het kader van 1 Korinthe 13. In hoofdstuk 4 gaat hij o.a. in op de visie van Countryman, die zegt dat het punt rein/onrein typisch oudtestamentisch is en aan dat gegeven een geheel nieuwe ethiek ontleent. Over masturbatie is Douma mild, al spreekt hij er afkeurend over. Naaktheid, die niet nodig is, dient afgewezen te worden, echter niet alleen maar vanwege schaamte/schaamteloosheid. Over de seksuele omgang van verloofden voor het huwelijk schrijft Douma, met een beroep op Trobisch, dat zij hun grenzen duidelijk moeten afspreken. De seksuele gemeenschap hoort binnen het huwelijk thuis. In hoofdstuk 6 geeft hij een uiteenzetting van het huwelijk onder een zevental gezichtspunten: een exclusieve relatie, een intensieve relatie, op gezinsvorming gericht, tegen ontucht, beschermend, voor het leven gesloten, een publiek karakter dragend en van betrekkelijke betekenis. Het laatste hoofdstuk gaat over verantwoorde gezinsvorming. Douma heeft ons opnieuw een dienst bewezen met de uitgave van dit deeltje. Natuurlijk zijn er altijd vragen te stellen. Zo had ik graag gezien dat Douma wat meer uitleg had gegeven aan zijn visie op de wetgeving van het oude Israël over de positie van de vrouw, die de vloek van Genesis 3 : 16 (uw man zal over u heersen) volgens hem bevestigt. Hoe moeten we de wetgeving aan Israël dan waarderen? Het boek vormt een goede leidraad voor bezinning en handelen. Laten onze gemeenteleden het lezen, vooral om niet op dwaalsporen terecht te komen.
W. Verboom, Hierden/Harderwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's