Globaal bekeken
In De Gezinsgids vertelt de heer H. Westerveld, oud-koster van de Oude Kerk in Amsterdam o.a. over organisten:
'Toen ik hier koster werd, ontmoette ik Feike Asma. Maar ik was bevooroordeeld en dacht: Dat is niks. En ik vond het ook niks, echt waar. Ik dacht: Wat zit die man toch te zwabberen?
Maar het rare was: ik ging toch luisteren en ik vond het steeds mooier, want – en dat was de grote kracht van Feike – hij had met zijn spel de mensen iets te zeggen! Hoe hij een samenzang kon begeleiden, ja, dan liepen de rillingen over je rug. En of je nou wel of niet kon zingen, je zong mee!
Hij belde me een keer op of het orgel vrij was. Hij zei: "Dan kom ik even met iemand". Nou, dat kon. Mag je raden, met wie hij kwam. Albert de Klerk! Nou, een grotere tegenstelling bestaat er niet, hè? Enfin, Albert de Klerk ging een stuk spelen en daarna Feike. Na afloop ontmoetten ze elkaar weer in de kerk en gaven elkaar de hand. "Dank je wel", zelden ze allebei. Mooi, hè?
En dan had je Piet van Egmond: technisch volmaakt, daar werd je koud van. Maar om nou te zeggen…, ja, voor een keer, schitterend. Maar om daar nou elke week naar te luisteren en dan steeds datzelfde programma. Maar… feilloos, da's waar.
De plaatopnamen waren ook altijd hele belevenissen. 'k Weet nog uit de laatste jaren van Feike. Hij was al ziek, hoor, maar nog steeds dol op zoute haring. Ze hebben toen bij hotel Krasnapolsky op de Dam een prachtig opgemaakte schotel met zoute haring gehaald en telkens, in de pauzes en tijdens het afluisteren, nam Feike een harinkje.
Bij de laatste opnamen, vlak voor z'n dood, heeft hij alle werken van Mendelssohn gespeeld, maar met de dokter erbij. En dan was het spelen, stoppen, bloeddruk opnemen en… een half uur of zo rusten. Dan weer de bloeddruk opnemen en zei de dokter: "Nu mag je wel weer een stukje spelen". Dat ging zo vier dagen achter elkaar. Kort daarna is hij overleden. Hij is eigenlijk in het harnas gestorven.
Ik vond het heel fijn, dat Feike hier, vanuit de Oude Kerk, begraven werd, hoewel hij natuurlijk geen organist van de Oude Kerk was. Maar iedereen dacht dat wel, natuurlijk vanwege al die opnamen die hij hier gemaakt heeft'.
'Kok, Kampen' bestaat honderd jaar en dat wil men weten ook. Binnenkort is er een herdenking. In een brochure '100 jaar Kok' komen enkele personen uit kerk en samenleving aan het woord.
• H. M. Kuitert:
Heeft Kok boeken uitgegeven waarmee u een bijzondere affiniteit heeft?
'Peinzend: Afgezien van Berkouwers boeken, die voor mij van levensbelang geweest zijn, zullen die er zeker zijn. Even nadenken. De Statenvertaling die komt toch ook van Kok? Daar lees ik dagelijks uit. En De Gereformeerde Dogmatiek van Bavinck? Ja allicht, die is mij zelfs dierbaar, heel dierbaar. Daarvan ken ik hele stukken uit mijn hoofd. De Christelijke Encyclopedie? Nee, dat vond ik een rotboek. Daar stond niets in wat ik niet wist. Er moeten ook boeken van Kok zijn die ik als 16-, 17-jarige van mijn vader en moeder mocht lezen. Maar ik weet de titel niet meer. Nee, we mochten lang niet alles lezen. Bartje was bijvoorbeeld verboden lectuur. Ik begreep later dat dit was omdat er een kind in werd geboren. Maar Bartje kwam dan ook niet van Kok. Wat van Kok kwam, was vertrouwd. Kok was een keurmerk.'
P.S. Aardig, dat Kullert zichzelf typeert als een wandelende encyclopedie.
• Prof. dr. W. van 't Spijker:
"lck hou koers' was het altijd bij Kok, maar misschien spreek ik dan wel van de verleden tijd. Voor de gereformeerde theologie heeft Kok veel betekend. Denk maar aan de werken van Kuyper en Bavinck, dat waren toch toonaangevende theologen die de markt beheerst hebben. Ja, dat is verleden tijd. Kuyper is niet meer in. Zijn werken kun je voor een habbekrats krijgen. Maar De Gereformeerde Dogmatiek van Bavinck wordt nog steeds herdrukt. Je kunt dus zeker zeggen dat de heren Kok een sterke invloed hebben gehad.
De verbreding van Kok vind ik wel een goede tentens mits die maar goed christelijk blijft. Het moet niet te breed worden. Gooi en Sticht vind ik bijvoorbeeld weleens te breed. (…)'
• A. J. (Bert) Klei, oud-redacteur van het dagblad Trouw:
'Vroeger – en bij een jubileum mag je 't lekker over vroeger hebben – was Kok een stevig-gereformeerde uitgeverij en met behulp van wat bij Kok van de persen kwam, heeft het gereformeerde volksdeel zich tientallen jaren achtereen op de been gehouden, thuis en op straat. Om een piepklein greepje te doen: vader las in de Christelijke Encyclopedie hoe hij tegen de evolutieleer moest aankijken, moeder leerde uit Vormen en manieren, een etiketteboek voor "onze christelijke kringen" van Anthonia Margaretha, hoe ze bij het tafeldekken vork en mes diende neer te leggen, en de opgroeiende kinderen staken uit Jeugd steigert van Nelly van Dijk-Has op dat je maar beter niet met een ongelovige in zee (en naar bed) kon gaan. Dat de gereformeerde volksgroep z'n mond kon roeren en z'n weetje wist, was dankzij uit Kampen gehaalde kennis en vaardigheid.
Veel gereformeerden zijn inmiddels afgedwaald of althans danig verbleekt, zoals ook de jubilerende uitgeverij trouwens zelve ook, maar als die afgedwaalden en verbleekten er nog iets van terecht brengen, is dat een mooi gevolg van het feit dat bij hen thuis boeken van Kok in de kast stonden!'
Dezer dagen kreeg ik in handen een vergeelde ver klezingskrant van de Anti Revolutionaire Partij uit de dertiger jaren van de 'kamerkieskring Utrecht', met prof. dr. H. Visscher als 'nummer 1 van lijst 5'. Het was In de tijd dat vermaarde hervormd gereformeerde voormannen – hoewel niet allen – participeerden in de Anti Revolutionaire Partij. Voor op de krant staat In pentekening de kop van prof. dr. Hugo Visscher, 'de man met de geuzenkop'. 'Hervormd en daarom Anti-Revolutionair', aldus één van de stukken; ondertekend door
Drs. R. BARTLEMA,
Zeist
Ds. K. J. VAN DEN BERG,
Amersfoort
Ds. J. GOSLINGA,
Utrecht
Ds. M. JONGEBREUR,
Veenendaal.'
'De geweldige invloed op ons volksleven heeft ook ons kerkelijk leven groote schade toegebracht. Met name onze Hervormde Kerk is daardoor prooi van een geweldigen strijd, die haar verscheurt en verdeelt en alzoo op politiek gebied aan de kracht en den invloed der Protestantsche Christenen op ons volksleven schade berokkent.
Als wij, Hervormden, nu voor de vraag worden gesteld: Vanwaar verwacht gij ook voor onze Kerk redding? Dan kan ons antwoord slechts luiden: Van terugkeer tot gehoorzaamheid aan de belijdenis der vaderen.
En daar het nu in den politieken strijd deels ook gaat om de belangen der Kerk, hebben wij die politieke partij te steunen, aan welke wij de belangen onzer Kerk het veiligst kunnen toevertrouwen, omdat zij door hare beginselen er het nauwst mede verwant is. Die Partij is de Anti-Revolutionaire. Haar beginselprogramma wortelt in de belijdenis der kerk en zij heeft steeds getoond voor de belangen der Hervormde Kerk te waken.
Daarom de echte Hervormde, die opkomt voor de oud-vaderlandsche Kerk, steune de Anti-Revolutionaire Partij en stemmen de Anti-revolutionaire lijst in de zekerheid, dat hij alzoo dient het welzijn onzer Ned. Herv. Kerk.
De echte Hervormde is daarom ook goed-Anti-revolutionair.
• Uit De Waarheidsvriend neemt men over:
'(…) Het is droevig, hoe in onzen tijd de broederlijke liefde wordt gemist en de eenheid onder hen, die een zelfde levensbeginsel belijden, zoek is. Men veracht en verbijt elkander, liefst ten aanschouwe van den tegenstander, die zich over deze verdeeldheid verblijdt. Instede dat er gebouwd wordt, worden de krachten verteerd.
Zoo staat het ook op het terrein van het staatkundig leven.
Antirevolutionairen en Staatkundig Gereformeerden, die beiden op politiek terrein de eeuwige beginselen, die in Gods Woord zijn geopenbaard, belijden en dit doen overeenkomstig de Gereformeerde levensbeschouwing, staan niet naast, maar tegenover elkander.
Dit is het huis, dat tegen zichzelf verdeeld is.
Dat er verschillen bestaan in de wijze, waarop in de practischepolitiek èn bij de Antirevolutionairen èn bij de Staatkundig Gereformeerden wordt opgetreden, weten wij. Zulke verschillen treffen wij ook aan in de toepassing der beginselen bij de Gereformeerde Vaderen, die desondanks ons toch even lief zijn, ook al was b.v. de een ruimer en de ander minder ruim op het stuk van de Sabbathsviering.
Maar mag dit dan leiden tot feilen tegenstand en verzet, of wel tot het breeder uitmeten van de verschillen dan geoorloofd is en het bestrijden van elkanders meening op een wijze, zooals dit thans geschiedt? (…)'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's