Niet alle tranen hebben gelijke betekenis
Geloof en gevoel
Tijdens de herdenking van de Vrijmaking op zaterdag 27 augustus in Apeldoorn was er tussen de toespraken door een spontaan moment van verdediging, tegen recente kritiek. De voorzitter van de herdenkingsbijeenkomst, dr. W. G. de Vries, zei toen namelijk, dat 'vrijgemaakten' vaak worden afgeschilderd als puur verstandelijke mensen, kil, zonder gevoel. Maar men moest eens weten! Men moest ze eens horen zingen. Men moest ze vooràl eens horen zingen als de 'vrijmakingspsalm' 124 werd gezongen. Dan welden de tranen bij velen uit de ogen.
Aan het begin van de samenkomst wàs die psalm ook gezongen. Ik heb er niet op gelet of er tranen waren. Maar kennelijk heeft deze psalm een diepe gevoelswaarde wanneer door vrijgemaakten wordt teruggeblikt op 1944:
'Dat Israël nu zegge blij van geest,
indien de Heer, die bij ons is geweest,
Indien de Heer, die ons heeft bijgestaan,
toen 's vijands Heer en aanval werd gevreesd,
niet had gered, wij waren lang vergaan….
En dan deze zin: 'De strik brak los en wij zijn vrijgeraakt…'
Bij het zingen van die psalm ontging mij innerlijk de gevoelswaarde, die hier bij vrijgemaakten is. Ik moest zelf overigens wèl denken aan een onvergetelijke dienst in de Oude Kerk in Huizen, toen, aan het eind van de zesdaagse oorlog in 1967, toen ds. D. van den Berg, na een tijdpreek naar aanleiding van die oorlog, deze psalm de gemeente op de lippen legde. Dan heeft zo'n psalm een gans andere gevoelswaarde.
Mij dunkt echter, dat in de benadering van dr. W. G. de Vries een misverstand schuilging. Hier liepen, meen ik, dingen door elkaar. We mogen toch niet aannemen, dat de gemiddelde vrijgemaakte mens, als het over gevoel, ook over godsdienstig gevoel gaat, verschilt van anderen? Er zijn in het leven nu eenmaal in alle kringen meer verstandelijke of rationele typen mensen en meer gevoelsmatige, soms heel emotionele typen. Bij de één worden de traanbuizen ook sneller beroerd dan bij de ander.
Ontroering is bovendien niet alleen gegeven bij kerkelijke mensen.
Ook in de wereld kan er ontroering zijn, om soortgelijke redenen als in de kerk: wanneer leiders worden toegejuicht, bij massale manifestaties of wanneer wordt teruggeblikt op gebeurtenissen in het verleden, die indruk maakten. Ontroering is een algemeen verschijnsel. Die kan men ook aantreffen bij het zingen van de Internationale wanneer socialisten hun vierdagen hebben.
Op die wijze speelt het gevoel soms ook een rol in de kerk. Hoewel ik zelf innerlijk buiten de 'viering' van de vrijmaking stond, kon ik heel goed begrijpen, dat een oude broeder uit Spakenburg (Kok), die ooit de vrijmaking meemaakte en sindsdien jarenlang ambtsdrager was, nu, op zijn oude dag, met grote ontroering sprak over de gebeurtenissen in 1944, die zo'n diepe kloof sloegen in de kerkelijke gelederen. Mensen zijn daar met heel hun hart en ziel bij betrokken geweest.
Zo treedt ontroering in allerlei kringen op wanneer wordt teruggeblikt. Ook hervormd gereformeerden kennen dat. En ook wij hebben daarbij 'onze' psalmen.
Zo speelt het gevoel ook een rol wanneer mensen worden herinnerd aan ingrijpende gebeurtenissen in hun persoonlijke leven. Ze worden herinnerd aan een verlies, dat geleden werd. Daarbij wordt soms een psalm aangehaald, waaraan dierbare herinneringen zitten. Ook dàn kan een mens gevoelig worden getroffen. Ook dat zal in alle kringen voorkomen. Dan wordt het gevoel geprikkeld en worden tranen losgemaakt.
Zulke gevoelens behoeven in de gemeente niet lòs te staan van geloof maar ze vallen er óók niet mee samen.
Dieper
Maar is dit soort gevoel ècht in het geding wanneer wordt gesproken over wat dr. De Vries met 'zo verstandelijk' bedoelde bij de Vrijgemaakten? Mij dunkt van niet. Het lijkt mij toe, dat dr. de Vries het gevoel ter sprake bracht, omdat in discussies tussen bijvoorbeeld vrijgemaakten en christelijke gereformeerden – en anderen doen op de achtergrond méé – vragen spelen omtrent de toeëigening des heils en het toepassende werk van de Heilige Geest in de prediking. Hier vallen dan woorden als 'verstandelijk' tegenover 'bevindelijk'. Gaat het bij vrijgemaakten niet te (verbonds)automatisch toe, te massief, te rationeel, zo lezen we telkens. En vrijgemaakten gaan daar op in. Dan blijkt het in de praktijk van de gesprekken overigens nog niet zó eenvoudig, om niet te zeggen deksels lastig te zijn, om óver te dragen wat wordt bedoeld. Want niemand wil het hart erbuiten laten. En niemand ontkent, dat het geloof persoonlijk is, en doorlééfd is.
En ook in de dogmatische formulering van het geloof liggen vaak de verschillen niet. Want we hebben de gereformeerde belijdenis immers gemeenschappelijk?
Gaat het dan om de gevóéls-waarde van het geloof? Zit het dan op het gevoel vast? Dat zou riskant zijn. Het geloof is 'een onrustig ding' maar het gevoel is een gevaarlijk ding. Gevoel is heel persoonlijk, subjectief. Het drijven op gevoel heeft in de kerk zelfs vaak geleid tot Geestdrijverij. Daar, waar het gevoel de boventoon voert, ligt de weg open naar mystieke vervloeiing van grenzen. De gevoelsbeleving schuift dan over het Woord heen.
Nochtans staat het gevoel niet buiten spel. In de liefde spelen, zegt de Schrift, ziel, verstand, kracht en gemoed mee. Er kan sprake zijn van diepe bewogenheid, wanneer het eigen hart wordt geraakt, in de zelfontlediging en in de ontmoeting met Christus; of ook wanneer doorleefd wordt, dat medemensen het heil ontberen. Zo stond Jezus ooit in grote bewogenheid voor Jeruzalem, dat zich niet wilde laten vergaderen (Luc. 13 vers 34).
Maar als het erop aankomt gáát het om het geloof Geloof is objectief te omschrijven. Het is de vaste grond der dingen, die men hoopt, en het bewijs der zaken, die men niet ziet, zegt de schrijver van de Hebreeënbrief (11 : 1). Het is 'kennen en vertrouwen', zegt zondag 7 van de Heidelberger.
Het geloof is niet de grond der dingen, die men vóélt. Maar het geloof is intussen ook geen optelsom van waarheden, die verstandelijk worden beaamd. Het gaal ook om werking van de Geest. Hoe werkt de Geest in een mens, wanneer deze tòt geloof kòmt en wanneer deze op de weg van het geloof verder wordt geleid? En daar nu openbaren zich vaak de verschillen, ook binnen de Gereformeerde Gezindte.
Niet altijd is de leiding van de Geest op de weg tòt en vàn het geloof onder woorden te brengen. Maar de Geest raakt een mens dieper dan het verstand (alleen). Ik las dezer dagen nog eens het boekje van wijlen ds. Jac. van Dijk 'Het nooit verloren vergezicht' ('pastorale herinnering van een zeventigjarige'). Hij was in zijn vrijzinnige tijd, zegt hij zelf, 'een blinde leidsman die blinden leidde'. In de oorlogsjaren kwam hij echter in een lezing tot de conclusie, 'dat de nood van de mens daarin bestond dat hij zijn nood niet kent'. En dan zegt hij:
'Er ontstond een begeerte in me om God en mezelf te kennen. Nooit vergeet ik (als ik m'n verstand mag houden) de lezing van Smijtegelts "Keurstoffen", als student op de markt gekocht, maar evenmin ooit gelezen, de achtenveertigste "predicatie" over: "Vergadert u geen schatten op de aarde". Het ging naar de woorden van Kohlbrugge: "sneller dan de bliksem".'
Hier hield kennelijk alle verstandelijk redeneren op. Gaat het hier om gevoel? Of gaat het om daadwerkelijke in-werking van de Geest? Daar staat dan het gevoel niet buiten. En of het nu op de wijze van een blikseminslag geschiedt of langs de geleide(lijke) weg – want niet ieder komt uit de wéreld tot geloof of uit de vrijzinnigheid tot de rechte leer –, het geloof is geen verstandelijk aangeleerde les maar innerlijk doorleefde genade, waarin de verbrijzeling des harten en de vreugde om de verkregen verlossing meekomen. Soms is hier in het verleden in vrijgemaakte kring ten onrechte gesproken van mystiek als het om Geest-doorademd geloof ging. Dat speelt dunkt me mee in de huidige discussies tussen vrijgemaakten en anderen.
Hoede
Zulk een geloof wordt gewèkt, door de prediking van het Woord, in de toepassing van de Geest, ook binnen de gemeente van het verbond.
Als het dan om de prediking gaat valt overigens niet te ontkennen, dat de dingen soms heel complex liggen. Juist ook hier kan het gevoel bedrieglijk zijn. Van dienaren des Woords mag worden verwacht, dat ze bewogenheid hebben om het heil der hoorders, tot over de grenzen van de gemeente heen, namelijk naar allen, die buiten staan. Die bewogenheid kan soms tastbaar en voelbaar zijn in de prediking. Maar niet de gemoedsgesteldheid van een prediker of het gevoelige element, dat hij op grond van zijn eigen gevoel in de prediking legt, zijn doorslaggevend. Het gaat om de inhoud van het Woord. Daaraan alleen paart zich de Geest.
Zelfs de hartstocht is niet doorslaggevend. Wijlen dr. J. J. Buskes vertelde eens, dat hij in zijn studententijd een dominee zó bewogen hoorde preken over de naderende wederkomst, dat ieder voelde: Hij staat te komen. Zeer aangedaan door de prediking ging de student na de dienst naar het huis van de dominee, om er nog even over door te praten. Bij de deur werd hij afgewezen, de dominee had geen gelegenheid hem te woord te staan. Hij had hem intussen door de gordijnen heen op de bank zien liggen met dikke sigaar. Wèg was de gevoelige indruk.
Pathos en retoriek kunnen ook bedrieglijk zijn. Het kan echter in de preek ook te verstandelijk toegaan. Alles klopt, dogmatisch en confessioneel, exegetisch en voorwerpelijk. Maar het is alsof de Geest geen kans krijgt om verder te komen dan het verstand. Wij 'weten' het al. Als het dáárom gaat is het vaak moeilijk te verwoorden waarop het vast zit. Er worden dan geen snaren van het hart, van 'het hart van Jeruzalem', geraakt. Enerzijds wordt de weg tot het geloof niet ontsloten, mensen worden tot aan de deur genodigd en niet verder. Anderzijds worden mensen bij de hand genomen op een geloofsweg, waaraan geen begin is. De verwondering om het Geesteswerk mankeert.
Tranen
En verder, waar de Geest onwederstandelijk werkt behoeft er geen wantrouwen te zijn inzake de tranen van berouw of de tranen van vreugde, die worden opgeroepen. De Schrift weet daarvan. Maar die tranen zijn van een andere orde dan de tranen bij onze herdenkingen, waarbij wij 'onze' psalmen zingen. Dat geldt overigens niet alleen voor een herdenking van de Vrijmaking. Hoewel ik niet graag ontken, dat het geloof ook kerkelijke zaken betreft.
De vraag is echter maar welke tranen in Gods fles worden bewaard.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's