Boekbespreking
Dorothee Sölle, Opwellingen van moed. Aanzet tot een andere manier van denken, Ten Have, Baarn, 1994, 174 blz., ƒ 34,90.
Ruim 20 boeken van Sölle zijn nu al door de uitgever verzorgd en dit laatste verscheen vorig jaar en ligt nu vertaald voor ons. De meeste van haar boeken zijn erg fragmentarisch, maar dit boek is het in mindere mate, en als zodanig biedt het eigenlijk een aanvulling op haar inleiding op de theologie uit 1990. In de oorspronkelijke titel staat het woord umdenken, dat beter weergeeft waar Sölle mee bezig is: met een herinterpretatie van de bijbelse verhalen vanuit het heden en in het heden, in sociaal-historische zin. Daardoor worden de bijbelverhalen bovenal tot protesten tegen de ontrechting in de actualiteit van het heden. Illustratief hiervoor is vooral Sölle's herinterpretatie van het kerstverhaal (131 v).
De thema's die achtereenvolgens aan de orde komen zijn: utopie (Sölle als theologe van de hoop); patriaat (Sölle tegen de achterstelling van de vrouw in het christendom); pacifisme (tegen de acceptatie van oorlog en geweld); armoede (Sölle als de theoloog van de volstrekte solidariteit); en het zoeken naar een nieuwe taal (men zal alleen in de dichtvorm over God kunnen spreken nu al onze zo belaste begrippen, ondeend als ze zijn aan onze maatschappelijke werkelijkheid, falen).
Het is soms moeilijk om achter Sölle's inzichten te komen omdat bijna alles aan de hand van concrete gebeurtenissen wordt gezegd en begrippen alleen maar bedreigend zijn. Maar, dat is juist de inhoud van haar 'theologie'.
S. M., Z.
Willem Drees, red., Harde wetenschap: Waar blijft de mens?, Ambo, Baarn, 1994, 103 blz., ƒ 29,90.
Een uitgave van Het Thijmgenootschap dat zich vooral bezighoudt met vragen rondom onze cultuur, vanuit christelijk optiek.
Na een inleiding van de hand van de redacteur schrijft A. van de Beukel een essay met als kerngedachte dat de beperkingen van onze kennis ons feitelijk verplichten tot zwijgen, hooguit tot poëtisch spreken, over God. Palmyre Oomen echter wil juist wetenschap en geloof opgenomen zien in een (proces-theologische) totaalvisie. A. van Kampen betoogt vooral vanuit de biologische hoek en wil het antwoord op de zinvraag vooral als resultaat zien van de politieke ontwikkelingen, van verantwoordelijkheid die mensen in de loop der evolutie, op zich nemen. J. M. H. Vossen schrijft vanuit de psychologische invalshoek, en E. H. van Olst doet dit nog sterker.
Wij verstaan het probleem van dit boek: de mens tussen de raderen van een door natuurwetenschappen gereguleerde maatschappij. En mèt de mens de gelovige. Echter, is het mogelijk om vanuit het mens-zijn, vanuit een bepaalde visie op het wezen van de mens, tot het rechte spreken over de inhoud van het geloven te komen? Of kan die volgorde ook worden omgekeerd? Voor het laatste valt te pleiten.
S. M., Z.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's