Naar een onbeschermde zondag
Zondagmorgen 11 september 1994. Amsterdam is gekenmerkt door zondag(morgen) rust. Maar bij de Noorderkerk worden de marktkramen al opgetuigd. Enkele uren later, wanneer de kerkdienst in de Noorderkerk is afgelopen, is het marktleven in volle gang. De kerkgangers vinden tussen de kramen door hun weg naar huis of naar hun vervoermiddel.
Zo'n vijfhonderd mensen maakten de opgang naar het Godshuis en zo was weer een keer de kerk ouderwets vol. Ds. Blenk nam namelijk afscheid van zijn gemeente, die hij ruim elf jaar had gediend. Op zich was het een afscheid zoals er zovele zijn. Dominees komen en dominees gaan nu eenmaal. Dat ik hier toch met dit gebeuren in Amsterdam begin, vindt zijn oorzaak in twee opmerkingen, die in die dienst werden gemaakt. Ds. Blenk memoreerde, dat de Amsterdamse Noorderkerk 'een beetje van ons allemaal' in Nederland is. Dat heeft natuurlijk te maken met het feit, dat vanuit allerlei gemeenten in Nederland is en wordt bijgedragen aan de actie 'Red de Noorderkerk' (1).
In eeen toespraak van ds. Reeling Brouwer namens de Amsterdamse centrale kerkeraad werd verder bovendien gezegd, dat het Corpus Christianum – zeg Nederland als christelijke natie – niet meer terug komt. Wie in Amsterdam woont en werkt raakt daarvan ongetwijfeld meer en meer overtuigd. Maar zo kreeg de opmerking van ds. Blenk ook een diepere betekenis: de Noorderkerk een beetje van ons allemaal, in de gemeenschappelijke ervaring, namelijk van kerk-zijn in een ontkerstenende samenleving.
De Noorderkerk een voorpost van ontkerstenend Nederland. De leegloop van de kerken en de inkrimping van het aantal predikantsplaatsen – in àlle Amsterdamse kerken, en nog is het einde niet – heeft grote afmetingen aangenomen. De mensen in Amsterdam zijn met andere dingen bezig op zondag dan met het zingen van psalmen, bidden en het horen van het Woord Gods. De zondag, bedoeld als rustdag om 'naarstig tot de gemeente Gods te komen, om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken. God de Heere openlijk aan te roepen en de armen christelijke handreiking te doen' (Zondag 38 Heidelbergse Catechismus) is ver buiten beeld. Wie weet er dan ook nog vàn wat het betekent om de Heere door Zijn Geest 'in mij te laten werken'?
Wat in Amsterdam over is, is de 'restgemeente'; restgemeente in een stad, waarin God niet meer openlijk wordt beleden en aangeroepen, stad van de grote teloorgang van de kerk, stad van de teloorgang met name van de Evangelieprediking.
En dan te bedenken: de Noorderkerk is een beetje van ons allemaal…!
Aangevochten
De dienst in de Noorderkerk viel kort nadat hervormd gereformeerde ambtsdragers in twaalf regionale vergaderingen bijeenkwamen om zich te buigen over het thema 'De zondag – principe en praktijk' (2). Hier wil ik nu ingaan op het feit dat, zoals tijdens die vergaderingen ook in de vraagstelling bleek, de zondagsrust en de zondagsheiliging bepaald niet alleen in Amsterdam een aangevochten punt vormen.
Een zondagsmarkt rondom de kerk zal men nog niet zo vaak aantreffen en het verzeten van de aanvangstijd voor de avond kerkdienst vanwege het 'Jordaanfestival' zal velen nog als uiterst ongewoon voorkomen. Maar onmiskenbaar glipt de zondag ons, maatschappelijk gezien, alleen al als rustdag overal steeds meer uit de vingers. En waar de zondag als rustdag verdwijnt, blijft van de heiliging van die dag, in de heiliging van de Naam weinig over.
De rustdag is er immers vanwege de heiliging. Op de zevende dag heeft de Schepper Zelf gerust. Zo gaf hij de mensheid een dag om te rusten. Waar echter de Naam verbleekt, verbleekt de rustdag. Waar de secularisatie toeslaat, is de zondag het eerste doelwit. En waar de zondag wordt uitgehold, slaat de secularisatie ook vèrder toe. Daar is sprake van een neerwaartse spiraal.
Eerst kreeg de techniek greep op de zondag. In de chemische industrie, hoewel niet alléén daar, kwam, de continu-arbeid. Soms was deze technisch noodzakelijk vanwege de processen, die werden doorgevoerd. De discussie omtrent de zondagsarbeid werd dan ook al jaren geleden in de kerken gevoerd. Toch ging het toen nog om een betrekkelijk klein aantal mensen in de beroepssectoren, die met de zondag in die knel kwamen. Maar ongetwijfeld is daardoor toch bij velen de verbondenheid met de zondagse eredienst in de loop der jaren verslapt en zelfs ook helemaal verdwenen. Waar de zondag immers een werkdag wordt, slijt langzaam maar zeker de band met de gemeente uit. Een glijdende werkweek betekent àf-glijdende zondagsbeleving.
Vandaag zijn we echter al weer een flink aantal stappen verder. De zondag is, maatschappelijk gezien, al helemáál geseculariseerd. Het gáát dan ook helemaal niet meer om de bekende drieslag uit het verleden 'werken van noodzakelijkheid, barmhartigheid en godsdienst' op zondag. De zondag heeft voor het merendeel van ons volk in het geheel geen godsdienstige betekenis meer. En derhalve begint de bescherming van de zondag voor de christelijke gemeente ook helemaal weg te vallen.
Gelijkschakeling
Meer en meer wordt de zondag maatschappelijk gelijkgeschakeld met de andere dagen. Daarbij zijn nog slechts twee factoren van belang: economie en ontspanning. Wat het eerste betreft, de produktie mag zo weinig mogelijk stagneren en de winst moet zeven dagen per week worden binnengehaald. Het materialistisch levensgevoel slaat hier toe. De economie is niet meer ondergeschikt aan de zondag, maar de zondag aan de economie. Er wordt nú gesproken over een vijf-om-twee indeling: vijf dagen werken en dan twee dagen vrij, waarbij de zondag gewoon met de andere dagen mee rouleert.
En wat het tweede betreft, vrije tijd is er voor (massa)recreatie. En daarom draait ook de recreatie-industrie alle dagen op volle toeren, gericht op continue recreatie.
Al deze dingen worden niet van de ene dag op de andere doorgevoerd. Er is sprake van een glijdende schaal. Langzaam schuiven we op in de richting van een ander ritme, gebaseerd op een nihilistisch levenspatroon. En langzaam maar zeker verdwijnt de zondag en verdwijnen ook de sociale verworvenheden, die gegeven zijn met de christelijke zondag.
De voortekenen zijn er al allerwegen, dat christenen, die de zondag willen eerbiedigen en heiligen en deze derhalve als héle rustdag in tweeërlei opzicht willen beleven, steeds minder begrip zullen ondervinden in onze samenleving. De versoepeling bijvoorbeeld ten aanzien van de winkelsluiting zal velen, gezien de concurrentiepositie, in een probleemveld brengen. Het zal dan zaak zijn, dat de leden van de gemeente weer bewust gaan kiezen voor de neringdoende, die het 'Brood des levens' verkiest boven de vleespotten van Egypte.
En verder zal het in handel en bedrijf, naar het zich laat aanzien, steeds moeilijker worden de grenzen rondom de zondag te bewaken. Het werkgelegenheidsvraagstuk zal in toenemende mate ook een zondagsvraagstuk in zich gaan bergen.
Zijn we te somber als we de zorg uiten, dat het niet lang meer zal duren of bij sollicitaties wordt de voorkeur gegeven aan diegenen, die tegen zondagsarbeid geen bezwaar hebben? Als de voortekenen niet bedriegen, zal dat alle beroepssectoren treffen.
Er zal steeds minder begrip zijn voor principiële bezwaren. Langzaam maar zeker groeit de samenleving weg van de christelijke begrippen. Ze groeit ook weg van begrip voor hen, bij wie die begrippen nog leven en hun levensgedrag bepalen.
Het is – om een voorbeeld te noemen – lange tijd in allerlei kringen vanzelfsprekend geweest, dat men in gezelschappen van mensen om 'een ogenblik stilte' vroeg voor diegenen, die de maaltijd met gebed wilden beginnen. Vandaag is het hier en daar al gebruikelijk, dat een ogenblik stilte wordt gevraagd voor mevrouw X of mijnheer Y. Hier en daar is er namelijk nog één, die dit uitdrukkelijk vraagt! Zo zou het ook kunnen gaan met bezwaren tegen zondagsarbeid.
De vraag is hoe de maatschappelijke en politieke verbanden, die (nog) op christelijke wortel stoelen, met het zich verscherpt aandienende probleem van de zondag in een paarse samenleving zullen omgaan. Zal hun pit en merg blijken uit hun zorg om de zondag? Wellicht vraagt één en ander in de toekomst om een 'wet gelijke behandeling'.
Hier ligt ook een sociale kwestie. Waar alle dagen van de week gelijk worden, is de rust weg, ook al blijven mensen hun vrije dagen houden. Maatschappelijke rust is er alleen wanneer er zoveel mogelijk rust is voor àlle mensen sámen. Voor een samenleving geldt ook het heilzame gegeven: 'We moeten van ophouden weten' (Posthumus Meijes). In de schepping is dat gegeven ingebouwd. De maatschappelijke rust is namelijk ook een heilzame verworvenheid rondom de christelijke zondag. Het nihilistische levensbesef van onze tijd leidt tot zeven dagen ònrust. Maar zo worden ook de leden van de gemeente in die onrust meegetrokken, omdat ze, uitgedaagd of gedwongen worden tot kiezen of delen.
Bescherming
Artikel 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis spreekt ervan, dat de overheid de hand heeft te houden aan de heilige kerkdienst. Behoort zo'n belijdenis uitsluitend tot het Corpus Christianum? Of houdt dit op z'n minst ook in bescherming van de zondagse eredienst tegen alle verstoring van buitenaf?
Vandaag dient zich zulk een verstoring breed maatschappelijk aan, doordat namelijk het arbeidsproces de vangarmen legt om de zondag. En dat is in een ná-christelijke samenleving bedreigender voor de christelijke gemeente dan in een samenleving, die niet eerder gekerstend was.
Maar als de overheid er is voor alle burgers, zal ze de hoge plicht hebben ervoor te zorgen, dat burgers ook ongehinderd hun zondag zullen kunnen hebben en voluit kunnen beleven.
Het Corpus Christianum is inderdaad verdwenen. De vraag is dan wel hoe de christelijke gemeente zelf getuigenis geeft van die hoop, waaruit zij leeft.
De Noorderkerk in Amsterdam is temidden van het marktleven nog een teken van het feit, dat Gods Naam is en wordt uitgezegd in deze wereld. In de opgaande gemeente op zondag is dat teken een lévend teken. En dan is een gemeente, waar nog slechts enkelen of relatief weinigen opgaan om het Woord te horen, niet minder een opgericht teken dan de gemeente, die nog als schare opkomt.
Wel is doorslaggevend het gehàlte van de gemeente.
Nu de christelijke tekenen één voor één weg vallen is de gemeente zèlf het teken, dat rest.
Nu de zondag in maatschappelijk opzicht meer en meer verdwijnt zal het de vraag zijn hoe de gemeente zèlf invulling geeft aan de zondag.
De gemeente viert de zondag rondom het Woord en de sacramenten.
De gemeente belééft ten diepste de zondag alleen op de rechte wijze wanneer de Heilige Geest in haar werkt.
De gemeente straalt de vreugde van de zondag uit, juist ook wanneer zij klaarblijkelijk toont, dat economie en recreatie ondergeschikt zijn aan de heiliging van de zondag, in de heiliging van de Naam.
En de gemeente praktiséért de zondag alle dagen van de week in onderlinge solidariteit.
Als de bescherming van de overheid jegens de zondag dan ook wegvalt zal de gemeente een bescherming zijn voor allen, die tot haar behoren, juist ook voor hen, die echt in de problemen komen.
'De Noorderkerk is een beetje van ons allemaal'. Allereerst in haar tekenkarakter van een ontkerstenende samenleving. Maar ook als heenwijzend teken naar Boven.
v. d. G.
1. De actie 'Red de Noorderkerk' vraagt nog veel geld. Laat de giftenstroom, liever nog de collectenstroom onverminderd en versterkt doorgaan.
2. De tekst van de lezing van ondergetekende zal binnenkort in deze kolommen in enkele afleveringen worden geplaatst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's