Torenspitsen-Gemeenteflitsen
De Grote Kerk van Hilversum (1)
Woord vooraf
Hilversum was een vrij belangrijk gehucht, maar het ressorteerde gedurende de tijd, dat het Gooi aan de abdij van Elten behoorde, nog geheel onder Laren.
Toen het Gooiland na 1280 onder het bestuur van de Graaf van Holland was gekomen, zou de buurtschap Hilversum al spoedig belangrijk genoeg zijn geweest voor een min of meer zelfstandige positie. Hilversum moest echter nog wachten tot 4 maart 1424 om als dorp een eigen richting te kunnen nemen.
De Utrechtse bisschop Frederik van Blankenheim had in 1416 de reeds bestaande Kapel, onderhorig aan de kerk van Laren, verheven tot een zelfstandige parochie.
De Reformatie
Van over de grenzen is de Reformatie ook naar ons land gekomen. De hervormde leer is vooral van Frankrijk uit naar de Nederlanden gebracht. Het lutheranisme zou voor de leer van Calvijn hebben moeten wijken. Veel Nederlanders hebben hogescholen bezocht, bijv. in Genève, waar de in Noyon – een kleine bisschopsstad in het Franse Picardië – geboren Johannes Calvijn (1509- 1564) doceerde.
In de zomer van 1566 organiseerden de calvinistische kerkeraden overal hagepreken. Enige tijd later is de Beeldenstorm begonnen. De protestanten wilden hun erediensten houiden.
Het godshuis in de Kerkbuurt, later Kerkbrink geheten, kwam in 1581 in het bezit van de protestanten, die nog gering in aantal waren en in behoeftige omstandigheden verkeerden.
De eerste twee predikanten van Hilversum
Reeds op 1 juni 1584 heeft de classis Amsterdam overwogen om Arnoldii Nicolai vanuit Sloterdijk naar Hilversum te sturen, doch het resultaat was niet gunstig.
De onderhandelingen met Stephanus Nicolai van Vlieland leidden tot een beter gevolg. De Gecommitteerden der Staten van Holland verleenden hem per 16 november 1590 de nodige aanstelling voor Laren èn Hilversum. Zijn traktement werd 240 ponden en een vrije woning.
Hij heette eigenlijk Steffen Claesz. Deze was van 1578 tot 1584 predikant geweest te Oostvlieland, waar de kapel was gewijd aan St. Nicolaas. Zou hij daarom de achternaam Nicolai hebben aangenomen?
In 1585 was hij reeds in Laren werkzaam.
Op 10 januari 1591 leverde Klaaszoon zijn attestatie in bij de classis Amsterdam. Vanaf die dag zal hij de genoemde Gooise gemeenten in Laren èn Hilversum hebben gediend. In 1593 klaagde Steffen Claesz. bij de classis, dat de roomsen bij honderden samenkwamen onder aanvoering van de schoolmeester, die weigerde ter kerke te gaan om daar psalmen te zingen en ook om de jeugd bijbelonderwijs te geven.
Twee jaar later moest Claesz. om gezondheidsredenen uitzien naar een kleinere gemeente. Op 3 juli 1595 deelde hij mee een beroep te hebben ontvangen van de gemeente in het Friese Oldeholtpade.
In de maand augustus van 1600 verwisselde Steffen Claesz. die gemeente voor Havelte (Dr.). Daar werd hij in 1608 ontslagen, want zijn bewijzen van examen en beproeving werden (volgens Lammert Huizing in 'Zeven eeuwen Zuidwolde') niet in orde bevonden. Men meende, dat hij in 'het hoge veld niet langer met goede stichting konde staan'.
Wegens zijn 'staffen olderdom' en op voorspraak van voorname ingezetenen werd Klaaszoon te kennen gegeven, dat hij maar naar een andere gemeente moest uitzien, of anders gezegd: 'of hij maar uit hun landpale wilde vertrekken'. En zo kwam deze predikant in april 1608 terecht in Zuidwolde, ten zuiden van Hoogeveen, wellicht door tussenkomst van Gerhard Struuck in Havelte en de collator Roelof van Echten. Laatstgenoemde kwam daardoor gemakkelijker weer aan een pastor in Zuidwolde. De mannen van Havelte vonden het blijkbaar niet zo erg om hun problemen naar Zuidwolde af te schuiven.
Stephanus Nicolaas overleed in 1611. Hij schijnt geen begaafd man te zijn geweest en over zijn levenswandel was de gemeente niet zo erg te spreken. Wel moeten wij ons realiseren, dat in de tijd van de Reformatie niet alle predikanten 'wijs, neerstig en wacker waren en veele stigtinge gedaen hebben'.
Martinus Jansz. Droogenbroek, eerste ouderling in Purmerend, is in 1596 vanuit zijn gemeente in Langeraar naar Hilversum gekomen. De nieuwe gemeente alhier is in 1605 losgemaakt van Laren. Droogenbroek bleef te Hilversum en is daar overleden medio 1621. Hij werd hier in de kerk begraven.
Deze Hilversumse predikant rapporteerde in 1610 aan de classis, 'dat de papisten op den pinxerdach en volgende dagen met gewapender handt tot Ankeveen in de kerkcke hebben gepredict, misse gezongen' enz.
Later klaagde Droogenbroek over de brutaliteit der roomsen 'wteyschende eenige van onse lidmaten tot disputeren ende daerwt occasie nemende om deselve met messen te examineren, te steken ende te snijden'.
Ondanks het ontbreken van de benodigde gelden heeft Droogenbroek gedurende een kwart eeuw zijn beste krachten in dienst van zijn Hilversumse gemeente besteed. Hij is de gereformeerde belijdenis trouw gebleven, zulks in tegenstelling tot zijn genabuurde ambtsgenoten Matthias Hohannes Hovius (Hovy), van 1607 tot zijn overlijden in 1636 te Oud-Loosdrecht, en de in 1624 te Eemnes-Buiten gekomen en bekend geworden Anthonius Hornhovius. De Eemnesser predikant is nog vóór zijn vertrek naar Ceylon
– op weg naar dat eiland zijnde, overleden op de 9de december 1942 op Malakka,
— beschuldigd naar aanleiding van een preek over Johannes 3 vers 16, 'alsof hij een formeel Remonstrant ware geweest, het woord "weereldt" uytstreckende tot allen en yeder mensche'. In verband met zijn remonstrantse gevoelens was hij in 1619 in Werkhoven reeds uit zijn ambt ontzet.
De huidige predikant van de Grote Kerk
In 'De Waarheidsvriend' van 26 mei 1994 heeft de heer E. van der Meer uit Hilversum in de rubriek Kerknieuws geschreven over bevestiging en intrede op 15 mei 1994 alhier van drs. Teunis Wouter van Bennekom. Deze is thans de 72e predikant van de Hilversumse hervormde gemeente. Alle namen zijn vermeld op een drietal grote borden. Het aantal aanwezige portretten en foto's is thans 53.
De Spaanse koning Filips II (1527-1598) stuurde zijn veldheer Johann Baptiste de Tassis (1552-1588) opdracht om met 2000 mannen te voet en zes vendels ruiters Eemen Gooiland voor hem – de koning – te behouden. Dat gebeurde op 10 april 1585.
Mannen, vrouwen en kinderen zijn gevangen genomen. Vrouwen en meisjes waren geschonden. Paarden, koeien en schapen werden weggevoerd. Aan lospenningen werd ten minste ƒ 100.000,– geïnd. De Staten van Holland en Utrecht richtten verdedigingswerken op, o.a. ook in Gooiland. Daar kon men na een kleine halve eeuw weer op krachten komen.
Toen kwam Raimondo Montecuccoli (1609- 1680) naar de dorpen om te plunderen, inwoners gevangen te nemen en gelden op te eisen. Onder de plaatsen behoorde ook Hilversum.
De eerste bekend geworden brand
Filips I de Schone (1478-1506), koning van Spanje, was hertog van Bourgondië en heer van de meeste Nederlandse gewesten. Toen Filips naar Duitsland was gereisd, deed hertog Karel van Egmond (1467-1538) van Gelre in 1505 een inval in Gooiland. Daarbij ontstond een brand in Hilversum. Veel inwoners van het dorp zijn weggevlucht, zodat de hertog maar weinig buit kon veroveren.
De tweede brand
In 1629 zijn in ons dorp de kerk en veel huizen door brand verwoest. In mei 1630 heeft ds. Antonius Scriverius (± 1592-1667) aan de classis Amsterdam gevraagd de gemeente van Hilversum behulpzaam te zijn ten aanzien van de verwezenlijking der herbouwplannen. Deze kerk behoorde nog tot de categorie 'kleine gemeenten' en de financiën waren 'à l'avenant'. De predikant was genoodzaakt zijn hulpaanvraag in 1635 te herhalen. Hij stuurde aan op het houden van een collecte. Uit de acta van de classis blijkt, dat de kerken rond Hilversum elk ƒ 125,– zouden bijdragen in de kosten van herbouw. Alleen de Amsterdamse gemeente had in 1644 aan haar verplichtingen voldaan. In 1667 is ds. Scriverius heengegaan. De in 1629 afgebrande kerk is voor zover bekend in 1645 herbouwd.
De derde brand
Op 30 april 1725 heeft in het Groestkwartier een grote brand gewoed. In de tijd van drie uur zijn 60 woningen, alsook een aantal schuren en loodsen in de vlammen opgegaan. De Erfgooier Lambert Rijcks Lustigh (± 1657-1727) uit Huizen heeft in een geschrift o.a. meegedeeld, dat de brand is ontstaan tijdens een bruiloft, waarbij twee kinderen zijn omgekomen.
Met twee brandspuiten van Hilversum, één van 's-Graveland en één van Loosdrecht zijn de brandweerlieden er niet in geslaagd het vuur te bestrijden. In 1732 had het dorp Hilversum zich reeds hersteld van deze ramp.
W. Otten
Vervolg volgende week.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's