De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

10 minuten leestijd

Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba Vader! Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.(Romeinen 8 : 15, 16)

Er is een onlosmakelijke band tussen Godskennis en zelfkennis. Zonder ware Godskennis kan er geen ware zelfkennis zijn. In het licht van Gods heiligheid leren wij onze verdorvenheid kennen. En alleen hij die zichzelf kent als een schuldig mens, verlangt naar de genade van God geopenbaard in Christus. Wie is God? Paulus schreef aan de Romeinen: 'De toorn Gods wordt geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid, en ongerechtigheid der mensen, als die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden' (Romeinen 1 : 18). Wie is de mens? In Romeinen 3 : 10 vv. vinden wij het antwoord: 'Er is niemand rechtvaardig, ook niet één. Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die. God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is er ook niet tot één toe'. Dat betekent dat de toorn van God ook over onze goddeloosheid en ongerechtigheid geopenbaard wordt. Wij moeten niet denken dat wij een uitzondering zijn op de regel: 'Er is niemand die God zoekt.' In Gods ogen zijn ook wij goddelozen. Hebt u dat al eens gevoeld? Bent u het daar mee eens? Als dat het geval is, dan bent u de vraag gaan stellen: 'Hoe moet ik zalig worden?' Zelf kon u het antwoord niet geven. Geen mens kan het antwoord geven.
Wat mensen niet kunnen, kan God. Het antwoord van God gaat al onze voorstellingen te boven. 'Hetgeen het oog öiet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben' (1 Korinthe 2 : 9). God heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard. Niet met terzijdestelling, maar met handhaving van Zijn recht vergeeft God de zonden. De Heere Jezus Christus heeft de schuld van Zijn volk op Zich genomen. Hij nam de vloek van de wet op Zich. "Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven' (Romeinen 5 : 6). Om Christus' wil rechtvaardigt God goddelozen. Zo blijft Hijzelf rechtvaardig en rechtvaardigt Hij tegelijkertijd degenen die Christus door een waar geloof aannemen. Door het geloof worden wij ingeplant in Christus. 'Indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden' (2 Korinthe 5 : 17). Bij de wedergeboorte ontvangen wij een nieuwe kijk op God en een nieuwe kijk op onszelf. Een christen leert God als zijn Vader kennen. Hij mag zichzelf zien als Gods kind. Ook hier geldt dat Godskennis en zelfkennis elkaar vooronderstellen. In Psalm 103 : 13 lezen we: 'Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen.'
Van nature zijn wij allemaal kinderen des toorns. God is wel ons aller Schepper maar niet ons aller Vader. Een kind van God word je door aanneming. Op grond van het werk van Christus neemt de Vader kinderen van de duisternis tot Zijn kinderen aan. God geeft aan al Zijn aangenomen kinderen de Geest der aanneming. Door die Geest krijgen Gods kinderen kijk op al de voorrechten die hun geschonken zijn en durven zij er ook gebruik van te maken. Maar voor wij de Geest der aanneming tot kinderen kunnen ontvangen, moeten wj van zonden en schuld overtuigd worden door de Heilige Geest als Geest van dienstbaarheid. Ieder mens is van nature een dienstknecht van de zonde, maar lang niet ieder mens voelt dat ook zo. Het wordt heel makkelijk gezegd: 'Zondaren zijn wij allemaal', maar hoeveel mensen liggen daar nu wakker van, hoeveel mensen zitten er nu mee dat ze een zondaar zijn?!
Het is het werk van de Heilige Geest als Geest van dienstbaarheid om ons van zonden te overtuigen. Zo ontstaat er in ons hart angst en vrees. In 'Het wachtwoord der Hervormers' van Robert Murray Mac Cheyne lezen we: 'Maar toen mij Gods Geest aan mezelf had ontdekt. Toen werd in mijn ziele de vreze gewekt'. Deze vrees is geen doel in zich. De Heere laat ons zien en voelen dat wij kinderen des toorns zijns, opdat wij de toekomende toorn ontvlieden. De Heilige Geest doet ons de totale onmogelijkheid beseffen om door de werken der wet zalig te worden, opdat wij ons vertrouwen leren stellen op Christus en Zijn gerechtigheid. Wanneer de zondaar vlucht tot Christus, eindigt het werk van de Heilige Geest als Geest van dienstbaarheid en begint Zijn werk als de Geest der aanneming tot kinderen. Door de werking van de Heilige Geest als Geest der aanneming tot kinderen worden wij met Christus verbonden. De Geest der aanneming tot kinderen verzekert ons ook van de rijkdom die ons in Chrristus ten deel is gevallen.
Een kind dat in nood is roept om zijn ouders. Dat is de spontane reactie van een kind. Als wij door wedergeboorte en aanneming een kind van God geworden zijn, roepen wij in nood God als onze Vader aan. Hij is door genade onze Toevlucht geworden. De woorden 'door Welken wij roepen Abba Vader' worden door velen anders opgevat dan ze bedoeld zijn. Menigeen is er stellig van overtuigd dat het roepen van Abba Vader plaatsvindt bij de hoogst denkbare geloofsrust en -zekerheid. Het is zeker waar dat God Zijn kinderen met een onuitsprekelijke vreugde 'en blijdschap in geloven kan vervullen. Er zijn meerdere Bijbelteksten waar dat in naar voren komt. Maar in Romeinen 8 : 15 gaat het over iets anders. Dat blijkt uit het woord dat gebruikt wordt voor 'roepen'. Dat is het roepen wat wij zo vaak in de Psalmen tegenkomen. Het roepen uit benauwdheid. Denk aan Psalm 118 : 5: 'Uit benauwdheid heb ik den HEERE aangeroepen.'
In zijn benauwdheid doet een kind van God een beroep op Gods barmhartigheid geopenbaard in Christus. De oudste zoon uit de gelijkenis die bekend staat als de gelijkenis van de verloren zoon zei: 'Zie, ik dien u nu zo vele jaren'. Zijn spraak maakte hem openbaar. Hij was een dienstknecht. Door de Geest der aanneming tot kinderen geleid leren wij met de jongste zoon belijden: 'Vader, ik heb gezondigd'. Uit de diepten roepen wij tot de HEERE. Bij Hem is immers vergeving, opdat Hij gevreesd wordt. Elke ware christen nadert in kinderlijk vertrouwen tot de HEERE. Hoe nadert u tot God? Als een dienstknecht of als een kind? Het is òf het één òf het ander! De HEERE wil dat Zijn kinderen alle vrees afleggen en met vrijmoedigheid tot Hem naderen. Daartoe onderwijst Hij hen door Zijn Woord. De discipelen vroegen aan de Heere Jezus: 'Leer ons bidden'. Zij wisten niet hoe het moest. Zij voelden zich nog zo onkundig. Toen leerde de Heere Jezus Zijn discipelen het 'Onze Vader'. Als een kind begint te brabbelen, zegt een vader: 'Zeg eens papa'. Dat is het eerste woord wat een vader zijn kind leert. Ik heb nog nooit gehoord dat een vader zich door zijn kleine kinderen met 'meneer' liet aanspreken en dat zij pas bij het groter worden 'vader' mochten zeggen. Als wij wederomgeboren zijn tot een levende hoop, gaat God ons leren 'Vader' te zeggen. Hij wil dat wij tot Hem naderen met een waarachtig hart in volle verzekerdheid des geloofs.
God zegt tegen hen die wederomgeboren zijn: 'Zeg eens Vader'. Het gebruik van de Vadernaam moet wel kunnen lijden. Luther zei eens: 'Het Onze Vader is de grootste martelaar hier op aarde'. Hoeveel mensen spreken God als Vader aan, terwijl ze kinderen zijn van de vader der leugenen en diens begeerte doen. Buiten Christus is God een verterend vuur. 'Een iegelijk, die den Zoon loochent heeft ook den Vader niet' (1 Johannes 2 : 23). Meer dan eens is mij de vraag gesteld: 'Mag iemand die onbekeerd is het Onze Vader bidden?' Nu gaat u er wellicht vanuit dat ik in het licht van het voorafgaande deze vraag ontkennend beantwoord. Maar dat doe ik niet. Op deze vraag zeg ik geen 'ja' en geen 'nee'.
Mijn antwoord is dat de vraag als zodanig al fout is.
Wij bidden òf als een farizeeër òf als een tollenaar. Zonder genade bidden we als een farizeeër. De Geest der aanneming tot kinderen leert ons te bidden als een tollenaar. Moeten we nu mensen aansporen te bidden als een farizeeër of als een tollenaar? Het antwoord zal duidelijk zijn. Mensen moeten erop gewezen worden dat Gods offers een verbroken geest zijn. De tollenaar bad: 'O God, wees mij zondaar genadig'. 'En hij ging af gerechtvaardigd naar zijn huis'. Wij kunnen geen mensen bekeren. Maar het is wel onze dure roeping elkaar voor te houden dat al onze gerechtigheden voor God een wegwerpelijk kleed zijn. Voor Zijn heilig aangezicht kunnen wij alleen bestaan, als wij bekleed zijn met Christus' gerechtigheid. Wie als een schuldig zondaar pleit op de verdiensten van Christus, heeft leren bidden door de Geest der aanneming tot kinderen.
Door de Geest der aanneming tot kinderen geleid roepen wij God als onze Vader aan. Wij spreken tot God. En God spreekt tot Zijn kinderen. Daar wist de psalmist van. 'Merk op mijn ziel wat antwoord God u geeft. Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft'. Gods Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. Het is onmogelijk dat een mens wederomgeboren is zonder dat hij het zelf weet en gevoelt. Door de wederbarende werking van Gods Geest worden wij bedroefd over onze zonden, leren wij steunen op Christus en gaan wij hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Je weet ervan als je ziel bezwijkt van verlangen naar de voorhoven des Heeren. Maar nu zitten de zuigelingen in de genade met de vraag hoe zij dit alles moeten plaatsen. Is dat verlangen nu het werk van Gods Geest of is het zo maar een indruk? Dat moet opgeklaard worden. Hun eigen geest begint te getuigen dat zij Gods kinderen zijn. Maar dat getuigenis moet bevestigd worden. Het feit dat iemand zich als een kind van God ziet, is nog geen bewijs dat hij het is. Niet in de mond van één, maar in de mond van twee of drie getuigen zal alle woord bestaan. Mensen zien aan wat voor ogen is, God ziet het hart aan. Daarom kan alleen Gods eigen Geest met onze geest getuige zijn of wij een kind van God zijn of niet.
Wat hebben wij eraan dat mensen ons als kinderen van God zien. Mensen kunnen zich in ons vergissen. God vergist zich nooit. Een kind van God verlangt er dan ook naar dat God zelf hem verzekert van de eeuwige zaligheid. Door de verkondiging van het Evangelie verkwikt God de zielen van Zijn kinderen. Zijn schapen horen zijn stem. Zo worden zij van hun zaligheid verzekerd. Het getuigenis van Gods Geest is de ene keer krachtiger dan de andere keer. Juist in tijden van benauwdheid wil God Zijn stem laten horen. Dat was de ondervinding van David. 'Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend.' Als een vader een kind ongeduldig hoort roepen, geeft hij niet altijd direct antwoord. Het ligt anders als hij bemerkt dat zijn kind in nood verkeert. Dan is hij er direct bij. Zo is het ook bij God. Paulus schrijft niet: 'Dezelve Geest heeft met onze geest getuigd' maar 'Dezelve Geest getuigt met onze geest'. Het getuigenis van Gods Geest is een doorgaande zaak. Wie de Heere vreest, wil steeds opnieuw bevestigd zien dat hij een kind van God is. Hij kan het niet doen met de herinnering aan wat geweest is. Telkens weer begeert hij uit Christus' volheid genade voor genade te ontvangen. Begeert u dat ook?

P. de Vries, V.D.M.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's