Torenspitsen-Gemeenteflitsen
DE GROTE KERK VAN HILVERSUM (2)
De vierde brand
Deze is ontstaan op woensdag 25 juni 1766. Een groot deel van het oude dorp werd een prooi der vlammen. 's Middags is door een onbekende oorzaak een brand uitgebroken in een slagerij op de Groest, waar vet werd gesmolten. De vlammen werden aangewakkerd door een sterke zuidoostenwind. Op verschillende plaatsen in het dorp heeft brand gewoed. Huizen, fabrieken en schuren, alsmede openbare gebouwen (een en ander ruim 220 in totaal) werden in de as gelegd. Bovendien zijn de kerk in het centrum, de pastorie, de kerktoren en het 'regthuis' in vlammen opgegaan. Veel inwoners hadden hun inboedels in de kerk geborgen, want – zo dacht men – dat gebouw met stenen en leien gedekt zal niet zo gemakkelijk door brand worden verwoest.
Wel is het tuinhuisje van de pastorie onbeschadigd gebleven. Ds. Arnoldus van der Voort (± 1720-1798) en zijn echtgenote hebben zich 's middags in slaapgewaad uit de pastorie kunnen redden.
Van der Voort heeft op 6 juli 1766 in een achterhuis voor het eerst na de brand een dienst geleid. Hij preekte toen over Psalm 119 vers 37: 'Wend mijne oogen af, dat zij geene ijdelheid zien; maak mij levend door Uwe wegen'. Daarna werd gekerkt in een houten gebouw, dat door de in Breukeleveen geboren Willem Post (± 1735-1807) was aangenomen voor de som van ƒ 1425,–. Op 7 december 1766 nam ds. Van der Voort afscheid van de gemeente wegens vertrek naar de kerk van Staphorst, waar hij werkzaam is geweest van 28 december d.o.v. tot 17 december 1775.
De notaris Frederik Allard Ebbinge Wubben (1791-1874) deelde in de Plaatsbeschrijving der gemeente Staphorst mee, dat de predikant emeritaat is verleend, omdat de beide knieschijven tengevolge van een ongelukkige val zijn gebroken.
Kerk en pastorie in Hilversum werden aanbesteed voor respectievelijk ƒ 13.400,– en ƒ 5997,–. De kerk kon op 3 juli 1768 weer in gebruik worden genomen. Op 20 juli tevoren is kandidaat Johannes Wilhelmus van IJssum (1743-1824) in Hilversum bevestigd door zijn vader Petrus van IJssum (1713- 1771) uit Purmerend. Ds. J. W. van IJssum sprak ter gelegenheid van de ingebruikneming der kerk 's morgens over Ezra 6 vers 14-17, o.m. omtrent de inwijding van dit huis Gods met vreugde. 's Middags leidde ds. P. van IJssum de kerkdienst. De tekst voor diens preek was Psalm 84 vers 11: 'Want één dag in Uwe voorhoven is beter dan duizend (elders;)'. In 1883 is de IJssumlaan in Hilversum genoemd naar ds. J. W. van IJssum. Hij was de auteur van de Beschrijving van Hilversum en heeft hier belangrijk werk verricht na de grote brand van 1725. In het Streekarchief van Hilversum zijn doop-, trouw- en lidmatenboeken van de toenmalige bevolking, gereconstrueerd door Van IJssum, ter inzage gelegd.
De vijfde brand
De Grote Kerk en haar toren op de Hilversumse Kerkbrink zijn op 3 december 1971 vrijwel geheel in de as gelegd. In 1974 is de herbouw van de toren der burgerlijke gemeente gereed gekomen, terwijl de kerk op 1 december 1977 weer in gebruik kon worden genomen. De kerk staat weer in het centrum, zodat de naam Kerkbrink niet behoefde te worden gewijzigd.
De kerkeraad van de wijkgemeente centrum heeft een drietal jaren gevochten voor herbouw. De plaatselijke colleges zijn tenslotte met de centrumplannen akkoord gegaan. Het provinciaal en het generaal college van toezicht hebben hun goedkeuring onthouden, omdat de financiële toestand van de gehele Hilversumse hervormde gemeente weinig florissant was.
Een Stichting Herbouw Grote Kerk werd opgericht. Het bestuur is gevormd door de heren H. van Kampen, voorzitter; P. van der Reijden, secretaris; H. Hootsen, penningmeester, en J. H. Post, alg. bestuurslid.
Namens de kerkeraad van de wijkgemeente worden genoemd ds. J. Smit, praeses en de heer P. K. van Doorn, scriba. Het comité van aanbeveling telde 25 personen. Daarvan vermeld ik:
– dr. W. Aalders, toen wonende te 's-Gravenhage en thans te Bussum. Deze en zijn broer dr. C. Aalders, hebben in hun jonge jaren te Hilversum gewoond. Hun vader ds. J. Chr. Aalders (1881-1966) is van 1918-1925 predikant in Batavia geweest. Diens broer prof. dr. G. Ch. Aalders (1880-1961) was van 1920-1950 hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en woonde o.a. te Hilversum.
– dr. ir. J. van der Graaf, de professoren C. Graafland, H. Jonker, S. van der Linde, alsmede nog enige andere leden van de Confessionele Vereniging en de Gereformeerde Bond.
Ds. C. van der Steen, destijds voorzitter van de centrale kerkeraad, schreef in Hervormd Hilversum van 12 maart 1976 mee, dat het generaal college van toezicht der Nederlandse Hervormde Kerk zijn goedkeuring had gehecht aan de herbouw van de Grote Kerk. Architect werd ir. T. van Hoogevest uit Amersfoort. Het bouwwerk is gegund aan de Firma Woudenberg uit Ameide.
Van het gemeentebestuur van Hilversum werd op 28 juni 1976 de bouwvergunning ontvangen, zodat de aannemers nog vóór 1 juli 1976 de opdrachten konden worden toegezonden, aldus ds. J. Smit.
De totale begroting van de herbouw zou ± ƒ 1.800.000,– bedragen. Uit het financieel verslag van het college van kerkvoogden (1975) bleek, dat de assurantie-uitkering en het bouwfonds ten gunste van wijkgemeente centrum ruim ƒ 1.000.000,– zouden bedragen. De financiering werd rondgemaakt met ƒ 800.000,– van de genoemde Stichting. Hierbij is de opbrengst van de te verkopen Nieuwe Kerk aan de Eemnesserweg/Larenseweg buiten beschouwing gelaten.
Op donderdagavond 1 december 1977 is de gerestaureerde Grote Kerk weer in gebruik genomen. Ds. J. Smit, voorzitter van de bouwcommissie, was de predikant en de heer J. Hootsen de organist. De heren ir. T. van Hoogevest, H. van Kampen en de voorzitter van de centrale kerkvoogdij, ir. H. J. Kramer, hebben het woord gevoerd.
Daarna zijn de elementen voor de bediening van Woord en Sacrament binnengebracht, de kanselbijbel, de doopvont en het avondmaalszilver.
Ds. Smit preekte vervolgens over Numeri 7 vers 89: 'En als Mozes in de tent der samenkomst ging, om met Hem te spreken, zo hoorde hij een stem tot hem sprekende, van boven het verzoendeksel, hetwelk is op de ark der getuigenis, van tussen de twee cherubim. Alzo sprak Hij tot hem'.
Eén van de sprekers na de kerkdienst, de burgemeester van Hilversum, de heer mr. W. R. van der Sluis (1923-1988), zei o.a.: 'De kerk heeft ons gevraagd hier te zijn, omdat zij altijd aandacht heeft gehad voor de verhouding van kerk en overheid. Vanuit de kerk was er uitzicht naar de staat, naar de burgerlijke gemeente. De gemeente nam al gauw de restauratie van de toren ter hand. Dit was aanleiding om de kerkvoogdij in september 1973 te vragen welke maatregelen zij dacht te nemen om de puinhopen op te ruimen, omdat de situatie in strijd was met redelijke eisen van welstand. In het bijzonder wil ik de kerkvoogdij complimenteren met het haar aangeboden schuldvrije eigendom. Voor u, ds. Smit, moet het wel een heel bijzondere dag zijn. het hoofdstuk 'Grote Kerk' behoeft nog niet te worden afgesloten. Graag spreek ik de hoop uit, dat dit kerkgebouw nog gedurende een reeks van jaren mag dienen voor de evangeliverkondiging'.
Over kerktorens
De in 1766 verwoeste kerktoren was toen 285 jaar oud. De toren werd in 1768 herbouwd. De Grote Kerk en haar toren zijn op 3 december 1971 afgebrand. De huidige toren is in 1974 weer torenspits geworden.
Het laatste lid van het additionele artikel 6 tot de Acte van staatsregeling voor het Bataafsche Volk luidt: 'De Torens aan de Kerkgebouwen gehegt, benevens de Klokken, met derzelver huisingen, worden verklaard, eigendommen te zijn en te blijven der Burgerlijke Gemeenten, staande ten allen tijde onder derzelven beheering en onderhoud'. De toren van de Grote Kerk en zijn uurwerk, zijn niet – zoals elders wel is voorgekomen – in eigendom overgedragen aan de hervormde gemeente, onder voor beide partijen gunstige voorwaarden.
Hoewel geluidshinder een beproeving van onze tijd is, zal ieder die de kerkklokken hoort luiden deze beproeving wel kunnen doorstaan. Kerkklokken vertolken de getijden van het mensenleven. Nu eens dragen zij de vreugde uit boven de huizen en hun bewoners, dan weer getuigen zij van menselijk leed. Het klokgelui kan ook worden gezien als een heenwijzing naar een andere realiteit, welke boven de onze uitgaat. Men denke overigens ook aan de meditatie van Presbyter (de heer H. van Kampen) in Hervormd Hilversum van 4 december 1970.
Het Rütter-orgel
Op donderdag 1 december 1977 is de Grote Kerk weer in gebruik genomen. Precies twee jaar later heeft de plaatselijke musicus en adviseur J. J. (Hans) van der Harst uit Hilversum het orgel van Wilhelm Rütter (1812- 1887) uit het Duitse Kevelaer bespeeld. De heer Van der Harst heeft met de orgelcommissie de Stichting Herbouw Grote Kerk op haar verzoek geadviseerd omtrent de aankoop van een nieuw instrument.
Rütter heeft het orgel in 1854 gebouwd voor de St. Jozefkerk te Gouda. In 1924 is het overgedragen aan de
St. Antoniusparochie te Ulft. Reeds in 1950 is het instrument daar afgedankt en geplaatst in een kerkgebouw van de gereformeerde gemeente van Vlaardingen.
W. Otten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's