Theologiebeoefening in gereformeerde zin (3)
Wat is theologie studeren in gereformeerde zin?
Wij spraken daarstraks over een bepaalde verhouding en band aan de Schrift, de kerk en de theologie. Over deze laatste band willen wij nu nog iets zeggen. In Gods voorzienig bestel zijn wij geboren in een kerk, die haar beslag niet weinig gekregen heeft door de invloed van de gereformeerde theologie. Luther, maar nog veel meer Calvijn, heeft het meest zijn stempel gezet op het theologisch denken van onze vaderen.
De eeuwen door is dit zo geweest. Het zou een miskenning zijn van Gods leiding in de kerk en in ons persoonlijk leven, wanneer wij dit ontkenden. Een groot deel van ons kwam in aanraking met het Woord in een gemeente onder de gereformeerde prediking, onder de Heidelbergse Catechismus.
Dat betekent niet, dat wij de gereformeerde theologie voor absoluut verklaren, maar wanneer het er om gaat te vragen welke theologie het meest recht doet aan de Schriftgegevens, dan menen wij te mogen stellen, dat deze theologie een erepenning verdient. Het is daarom hoogmoedig deze theologie met haar diepe inkerving in onze kerk eenvoudig te negeren. Laat ons beginnen van die gereformeerde theologie eenvoudig kennis te nemen. Dat geeft staal en stut om de stormen van andere theologieën te weerstaan. Wij gaan nu niet ons in fantasieën begeven, maar wanneer iemand ons vraagt: hoe leer ik de essentie van de gereformeerde theologie goed kennen? Dan antwoorden wij: maak eens studie van onze drie belijdenisgeschriften. Heidelbergse Catechismus, Nederlandse geloofsbelijdenis en Dordtse Leerregels. Dat gebeurt nog immer veel te weinig.
De belijdenisgeschriften van onze kerk zijn uiteraard geen 'fons primarius', maar 'fons secundarius'. Ze kunnen onmogelijk met de Heilige Schrift op één lijn geplaatst worden. Ze moeten integendeel aan deze laatste getoetst, en indien nodig, daarnaar gewijzigd worden. Wij moeten waken voor alle individualistische miskenning van de continuïteit van het geloofsbewustzijn van de gemeente. Een theologische studie in gereformeerde zin kan dan ook niet bestaan zonder grondige kennis van deze symbolen. Ze bewijzen uitstekende dienst bij het onderzoek, van wat de kerk gelooft en belijdt. Vanouds is immer gezegd: deze geschriften vertolken de Schrift in haar hoofdgedachten. Ze onderwijzen in haar diepe samenhang en ze verdedigen tegen onzuivere leer. Zij zijn om het geheel anders te zeggen: een staf om te gaan, een lied om te zingen en een stok om te slaan. Wij zeiden daar straks reeds: de belijdenisgeschriften grondig kennen biedt al een goede voorwaarde voor goede gereformeerde theologiebeoefening. Wij beweren daarmee niet, dat wij moeten gaan studeren, voorzien van een enge blikrichting. Integendeel, wij doen een pleidooi voor een open studie naar alle kanten. Maar wij hebben daartoe een uitgangspunt nodig. En waarom zouden wij dan niet van datgene uitgaan wat wij van huis uit meegekregen hebben om dàt nu bewust persoonlijk eigen te maken?
Niemand begint in de theologische studie geheel van voren af aan. Wij allen staan, zelfs onbewust, op de schouders van achtbare voorgangers. Wij ervaren de invloed van de atmosfeer, waarin zich ons geloofsbewustzijn ontwikkelt. Wij beklemtonen nogmaals – het gaat ons daarin niet om een betoog, als zou onze theologische studie reeds voor zijn begin zijn resultaat zich moeten zien voorgeschreven. De eerste vraag blijft altijd: wat is waarheid? En de tweede: wat leert de kerk? Deze laatste zou haar eigen christelijk en protestants karakter verzaken, waar zij de vrijheid van het wetenschappelijk onderzoek aantastte of ook zelfs in enig opzicht beperkte. Maar het is een geheel andere zaak of zij ieder resultaat van dat onderzoek op haar gebied moet toelaten en in haar dienst gebruiken. De kerk laat het wetenschappelijke onderzoek vrij, maar behoudt ook de vrijheid om af te weren wat haar ontbindt en verwoest. Ja, de kerk is verplicht deze haar vrijheid te handhaven of anders tekent ze als kerk haar eigen doodvonnis.
Het is daarom op zijn minst een kwestie van eerlijkheid nauwkeurig kennis te nemen van onze symbolische geschriften. Dan vraagt het ook van ons het geduld ze volledig te laten uitspreken. Velen beginnen als terstond met bezwaren te formuleren tegen de symbolen, zonder dat ze er door gekropen zijn. Dàt nu is noodzakelijk. Wanneer wij daartoe bereid zijn hebben wij een gedegen leidraad ontvangen. Geen enkele theologische studie is waardenvrij. Het is daarom een ereschuld aan de kerk, aan de gemeente, aan het gezin waaruit wij voortgekomen zijn ons aan de belijdenis te binden. Wie zomaar begint, loopt groot gevaar in speculatie te eindigen. Hij waait mee met alle wind van leer. Wie daarentegen de baan van de belijdenisgeschriften bewandelt, imiteert niet. Hij reproduceert de Schrift. Hij heeft een vaste gang voor zijn voet. Een vaste leidraad voor zijn studie. Valse vrijheid wordt tot bandeloosheid. Echte vrijheid kent discipline. Welnu, dan is er alles voor te zeggen als vertrekpunt voor de studie ons te binden aan der vaad'ren hand en pand. De ervaring van eeuwen leert ons, dat wij dan niet bedrogen zullen uitkomen.
A. van Brummelen, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's