Meditatie
'Zo God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?'(Romeinen 8 : 31)
Eén van de namen van onze Heere Jezus is Immanuël. Die naam betekent 'God met ons'. Deze naam maakt ons duidelijk waarom God Zijn Zoon naar deze wereld heeft gezonden. In Christus toont God ons Zijn vriendelijk aangezicht. Het slot van Romeinen 8 is een loflied op Gods genade. 'Zo God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?' De rijkdom van een christen bestaat daarin dat Hij God tot zijn deel heeft. Als dat het geval is, kan ten diepste geen leed ons deren. De psalmist belijdt: 'Uw Woord kan mij, ofschoon ik alles mis; door Zijne smaak en hart en zinnen strelen'. Niets kan ons scheiden van de liefde van God in Christus. Geen verdrukking, geen honger, geen gevaar, ja zelfs de dood niet. Gods gunst verduurt het eeuwige leven.
Hoe is het mogelijk dat God voor ons is? Voor velen is dat helemaal geen vraag. Menigeen gaat ervan uit dat God zonder meer aan zijn kant staat. Dezelfde mensen die ervan uitgaan dat Gods liefde alle mensen geldt, plegen het eerst klaar te staan met kritiek op God als hen tegenslagen treffen. De boodschap van profeten en apostelen is: 'Ontvliedt de toekomende toorn'. Dat vooronderstelt dat wij van nature een kind des toorns zijn. Gods gramschap rust op ons, God is tegen ons. Met heel de wereld zijn wij verdoemelijk voor God. Dat is het eerste wat wij moeten leren. Van nature zijn we vijanden van God. En God is een rechtvaardig God, Die ten alle dage over de zonde toornt.
Hoe kan God nu voor ons zijn? Hoe is het mogelijk dat God aan kinderen des toorns Zijn genade bewijst en hen tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt? Het wonder van het Evangelie is dat God Die betaling eist, zelf voor betaling heeft gezorgd. God heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard. Een christen leeft uit de wonderlijke ruil. Christus nam zijn zonden op zich en schonk hem Zijn gerechtigheid. 'Hij Die geen zonde gekend heeft, heeft God tot zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden zijn rechtvaardigheid Gods in Hem'.
Wanneer God ons roept uit de duisternis tot Zijn wonderbare licht, ontstaat er in ons hart droefheid over de zonden. Wij krijgen God en Zijn geboden lief. Maar de grond van onze zaligheid en toegang tot God ligt niet in de verbrokenheid van ons hart of in onze liefde tot de dienst des Heeren. Luther zegt in één van zijn tafelgesprekken: 'Als de duivel mij aanvecht, zeg ik hem niet: Wie God liefheeft met zijn ganse hart, zal zalig worden. Want dan werpt de duivel me tegen: U hebt God niet lief met uw ganse hart. En dan beschuldigt mijn geweten mij. Daarom moet ik deze uitspraak aangrijpen en tegen de duivel gebruiken: Het bloed van Jezus Christus Gods Zoon reinigt ons van alle zonde'. Een christen vindt de grond van zaligheid niet in zichzelf, maar buiten zichzelf en roemt in Gods genade geopenbaard in Christus. Heel de wereld is verdoemelijk voor God. Wanneer behoren wij bij hen die mogen getuigen dat God voor hen is? De vraag is: Hoe naderen wij tot God? Het kan zijn dat u helemaal niet tot God nadert. U gaat wel naar de kerk, maar het is puur vorm. Meerdere jonge mensen gaan alleen nog naar de kerk, omdat hun ouders dat verlangen. Innerlijk hebben ze al afgehaakt. Al degenen bij wie het zo ligt, wijs ik op de woorden van Jesaja: 'Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is?' Wat baat het u heel de wereld te winnen, als God tegen u is en Zijn toorn op u rust. In het hart van ieder mens is een leegte die alleen door Jezus Christus vervuld kan worden. Christus roept allen die opgaan in de wereld tot Zich. God betuigt dat Hij geen lust heeft in de dood van de goddelozen, maar dat zij zich bekeren en leven.
Hoe nadert u tot God? Komt u als iemand die zich geschikt heeft gemaakt om God te ontmoeten? Vindt u houvast in uw ijver voor God en inzet voor zijn dienst? Dan bent u juist ongeschikt. U doet precies hetzelfde als farizeeërs en schriftgeleerden. U komt tot God via Sinaï in plaats van via Golgotha. De weg tot God via Sinaï, via de wet is sinds de zondeval afgesloten. De Sinaï is een Sinaï in heiligheid, omringd door bliksemstralen. Uit de werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden. Zelfs onze beste werken zijn onvolkomen en met zonden bevlekt. Alleen als wij erkennen, dat wij naar recht de eeuwige rampzaligheid verdiend hebben, komt er in ons leven plaats voor Christus. De Heere Jezus is niet gekomen om rechtvaardigen, maar om zondaren tot bekering te roepen. Hij ontvangt geen mensen die bezig zijn zichzelf op te knappen; nee. Hij ontvangt zondaren en eet met hen. Om deel te krijgen aan Christus, moeten we bekennen wat we zijn voor God, namelijk een helwaardig zondaar. God spreekt een zondaar enkel en alleen vrij op grond van de gerechtigheid van Christus. God is voor u, als u met Abraham gelooft in Hem Die de goddeloze rechtvaardigt. Hoe treffend vinden we het leven uit het geloof verwoord in het gezang 'Vaste Rots'. Dat gezang begint als volgt: 'Vaste Rots van mijn behoud, als de zonde mij benauwt, laat mij steunen op uw trouw, laat mij rusten in uw schaûw, daar het het bloed door u gestort, mij de bron des levens wordt.'
Om dat geloof in de harten van mensen te werken, laat God Zijn Woord verkondigen. Zijn wet veroordeelt u. Want u overtreedt al Gods geboden in gedachten, woorden en werken. Het Evangelie betuigt u dat er geen verdoemenis is voor hen die in Christus Jezus zijn. Christus wordt u aangeboden om niet. Geloven betekent jezelf veroordelen en je vertrouwen stellen op Jezus Christus. Het levende geloof vervult ons hart met heilbespiegelingen om het schoonste lied van ene Koning te zingen.
Wanneer wij Christus leren aanhangen, moeten wij ons op tegenstand voorbereiden. Christus belooft de Zijnen geen kalme reis. Het dragen van een kruis is wezenlijk voor het leven van een christen. Wat kan leed ons echter deren, als God voor ons is. Wij kunnen beter de hele wereld tegen hebben en God mee, dan de hele wereld aan onze zijde en God tegen. Wie God tegen heeft, heeft uiteindelijk alles tegen. Onze reis mag nog zo kalm zijn, maar dan wacht ons de eeuwige ondergang en buitenste duisternis. Wie daarentegen God mee heeft, heeft alles mee. Als God voor ons is, werken alle dingen mee ten goede. Dat geldt dan ook voor tegenspoed, kruis en verdrukkingen. Dan mogen we in de hoogste aanvechtingen en bij de zwaarste verdrukkingen betuigen dat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus. Een mens zonder Christus is een ongelukkig mens. Wie in Christus is, kan betuigen: ''k Ben met rijkdom overladen, wereldling ik heb een schat, 'k mag mij in de weelde baden die geen wereldling bevat.'
Het levende geloof dat de dood schrijft op eigen werken en alleen in Christus roemt, hebben we niet van onszelf. Het is een gave van God. Een christen roemt niet in zijn liefde tot God, maar in Gods liefde tot hem. 'God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus'. Een christen dankt niet dat hij de beslissing genomen heeft in Christus te geloven. Wie zo dankt, prijst niet God, maar zichzelf. Een christen dankt God dat Hij hem met koorden van eeuwige liefde getrokken heeft tot de gemeenschap van Jezus Christus. Daarom betuigt Paulus: 'Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods?' Gods liefde geopenbaard in het werk van Christus is een liefde zonder begin en zonder einde. 'Niets zal ons scheiden van de liefde van Christus'. Lezer, mag u ook zingen van Gods goedertierenheid?
P. de Vries, V.D.M.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's