De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verhindert de kinderen niet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verhindert de kinderen niet

8 minuten leestijd

En zij brachten kinderen tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften hen die ze tot Hem brachten. Maar Jezus dat ziende, nam het zeer kwalijk en zei tot hen: 'Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk van God. Voorwaar zeg Ik u; Zo wie het Koninkrijk van God niet ontvangt, gelijk een kind, die zal het geenszins ingaan'. En Hij omving ze met Zijn armen en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij ze.Markus 10: 13-16

Wat zullen de discipelen daarvan geschrokken zijn, dat Jezus het hun 'zeer kwalijk nam', dat zij de kinderen bij Hem vandaan wilden houden. Hoe konden ze dat nou doen? Hoe konden ze de kinderen bij Hem vandaan wegsturen? Wat een domme discipelen toch.
Wat hadden ze hun bijbel slecht gelezen. Er stond toch duidelijk geschreven dat de HEERE wilde dat de kinderen Hem zouden leren kennen? En Hem zouden gaan liefhebben en dienen?
Daar moesten de ouders hun kinderen veel over vertellen. Over de HEERE en Zijn dienst. Over de machtige daden die Hij gedaan had. Over het Verbond dat de HEERE met hen gesloten had en wat een rijke zegen het was om naar Zijn Verbond en Woorden te leven.
Dat moesten ze hun kinderen zelfs inprenten. Leest u, de kanttekeningen maar bij Deut. 6 : 7 en 8. En dat moesten ze niet alleen op de sabbathdag, op de rustdag doen, maar 7 dagen in de week. Telkens weer. Almaar aan de kinderen vertellen wat voor een geweldige, heerlijke, genadige God zij hadden.
Een God die hun Vader wilde zijn en van wie zij kinderen mochten zijn.
En nu sturen de discipelen de kinderen bij de Heere Jezus vandaan weg. O wat dom. Gelukkig zijn niet alle mensen zo dom. Nee, er zijn ook moeders en vaders en grootouders die hun bijbel wel goed gelezen hebben en die begrepen hebben dat er voor hun kinderen en voor zichzelf, in de hele wereld niets beter is dan om een kind, een werkelijk kind van deze God te zijn.
Ja, dat hebben ze begrepen, dat de zegen van de HEERE je rijk maakt en gelukkig. Dat willen we toch voor onze kinderen en voor onszelf? Dat ze gelukkig zijn. Dat wij met onze kinderen werkelijk gelukkig zijn. Nu, dat wilden die mensen toen ook. En toen de Heere Jezus het evangelie van het Koninkrijk van God preekte, toen dachten ze: 'Dat is het. Dat is Hij, de van God beloofde Heiland. Daar moeten we zijn, daar moeten onze kinderen naar toe, naar Jezus. Hij spreekt woorden van eeuwig leven'. Genade is op Zijn lippen uitgestort. En om bij Zijn Koninkrijk te mogen behoren, om daar een burger van te zijn, is meer waard dan de hoogste ladder te bereiken in de maatschappij.
Zo komen ze er aan. Zij brachten kinderen tot Jezus.
Wie het zijn die met de kinderen naar Jezus gaan, staat er niet bij, maar dat begrijpen we wel. Dat zijn moeders geweest en vaders. Misschien ook wel grootouders, of tantes en ooms. Lieve mensen die dat doen. Weet u hoe oud die kinderen waren? In het Grieks staat er een woord dat gebruikt wordt voor kinderen van 0 tot 12 jaar.
Bij Lukas staat er dat het kleine kinderen waren. Ze brachten ze bij Jezus. Het zijn mensen met een hart voor de kinderen. Die iets verwachten van Jezus, voor de kleintjes en de groteren. Wat verwachten ze dan? Wel, dat Jezus ze zal aanraken.
Mattheüs schrijft dat ze gebracht werden opdat Jezus de kinderen de handen zou opleggen en bidden. De bedoeling is hetzelfde. Het gaat erom om de zegen van de Heere Jezus te ontvangen, om de kracht van Zijn genade. Denkt u maar aan die vrouw die 12 jaar ziek was, die zei: 'Als ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik behouden zijn'. En ze deed dat. En Jezus zei tot haar: 'Dochter, uw geloof heeft u behouden.' Nou, die kracht van Jezus, tot behoud voor die kinderen, daar gaat het om. Maar de discipelen vinden het maar niks. Wat moeten die mensen nou met die kinderen bij Jezus. Ze bestraffen de ouders. Ze worden afgesnauwd. Toe, weg met die kinderen. Laten ze maar gaan spelen. Jezus heeft wel wat anders te doen. Zo denken de discipelen. Waarom zouden ze dat denken, dat je geen kinderen bij Jezus moet brengen? Wel omdat ze menen dat je daar eerst meer volwassen voor moet zijn. Het evangelie is naar hun gedachte veel te hoog en te groot en te moeilijk. Dat is niet voor kinderen. Die kinderen zijn daar veel te gering voor. Die begrijpen dat toch niet. Die kinderen zijn naar hun gedachte ook te jong om in Jezus te geloven. Wat weten die kinderen nou van de twee wegen. Of van de drie stukken. Of van de geboden. Of van bidden. Nee, geen kinderen alstublieft, want kinderen die hinderen!
Wat? Wie durft dat te zeggen, dat de kinderen aan Jezus hinderen? Wie durft de kinderen te verhinderen om naar Jezus gebracht te worden, of naar Jezus te gaan? Jezus neemt het de discipelen zeer kwalijk. En Jezus neemt het nu nog net zo kwalijk aan alle moeders en vaders en discipelen en kerkeraadsdleden en dominees en grootouders die de kinderen verhinderen om tot Jezus te gaan.
Ook nu zegt Hij: 'Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet.' Maar wanneer verhinderen we de kinderen dan om tot Jezus te gaan? Nou, bijvoorbeeld als we de kinderen laten dopen en we ze later niet leren wie de God van hun Doop is. Als we ze niet vertellen wat het Verbond van God betekent en wat de beloften van het Verbond zijn. Als ze van ons niet horen hoe de beloften van het Verbond hun deel kunnen worden en ze als erfgenamen van het Rijk van God door het leven mogen gaan. Dan verhinderen we hen om Jezus te leren kennen en om Hem lief te krijgen. Doe dat niet. Verhindert ze niet. Brengt ze tot Hem. Brengt de kinderen onder Zijn Woord. Brengt ze onder de werking van de Heilige Geest, die Jezus verheerlijkt, ook in het hart van kinderen.
Denkt niet dat kinderen te jong zijn of dat het voor hen te moeilijk is om een kerkdienst mee te beleven. Weet u wanneer het voor kinderen te moeilijk is? Als het voor uzelf ook te moeilijk is. Maar als u het kunt begrijpen, dan steken de kinderen er ook wel wat van op en dan is het de taak om onze kinderen in het opgroeien hiervan breder te onderwijzen. Als de kinderen oud genoeg zijn om verloren te gaan, dan zijn ze ook oud genoeg om de Heiland te leren kennen die van de verlorenheid redt. En als ze oud genoeg zijn om te zondigen, zijn ze ook oud genoeg om te leren hoe ze van al hun zonden bevrijd kunnen worden en door de genade van de Heere Jezus het goede te leren doen. Verhindert ze niet.
Verhindert ze niet door uw woorden en daden, door uw spreken en uw levenswandel. Verhindert ze niet door preken die zo moeilijk zijn dat ze er geen lettergreep van snappen. Nee, het behoeft geen kinderpreek te zijn, maar het behoeft evenmin ingewikkeld en moeilijk te zijn. Wat mogen we onszelf bij de voorbereiding van de preek telkens wel afvragen: 'Verhinderen we de kinderen niet om tot Jezus te gaan?' Jezus neemt dat zeer kwalijk.
Weet u waar we de kinderen ook mee kunnen verhinderen? Als we altijd kritiek hebben op de kerk en de kerkmensen en de preken. Kinderen die dat geregeld horen, balen op het laatst ook van de kerk en de dienst van God. Of als we de kinderen naar de kerk en de catechisatie sturen, terwijl we zelf om allerlei redenen uit de kerk wegblijven; wat moeten kinderen daarvan denken?
En als we nooit eens iets goeds van de HEERE tegen onze kinderen zeggen en als ze nimmer in ons leven bemerken wat Jezus voor ons betekent, zou dat geen grote verhindering zijn?
Laten we onszelf van alle verhinderingen bekeren en dat niet meer doen, want dat is uit de boze. Laten we de kinderen voorgaan en hen leiden naar Jezus. Neemt ze aan uw hand en brengt ze onder de zegenende handen van Jezus. Leert uw kinderen het ene nodige zoeken bij Jezus. Leert uw kinderen bidden, leert ze de bijbel lezen, leert ze op God te vertrouwen en op Jezus hun hoop te bouwen.
Kan dat dan voor kinderen? Luistert naar wat Jezus zegt. 'Want derzulken is het Koninkrijk van God. Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk van God niet ontvangt, gelijk een kind, die zal het geenszins ingaan.'
Dus ook wij moeten het Koninkrijk van God als een kind ontvangen, anders zullen we het niet ingaan.
Ja, maar hoe moeten we het dan ontvangen als een kind? En wat wordt er bedoeld met het Koninkrijk van God? Het Koninkrijk van God is het gebied en het leven waar de HEERE als Koning erkend en beleden wordt. Waar Hij in Zijn genade en liefde regeert. Waar Hij het voor het zeggen heeft. Waar Jezus als Heiland aangenomen wordt. Waar het Evangelie geloofd wordt. Dáár is het Koninkrijk van God.
En hoe ontvangt een kind dat dan? Wel, door het te ontvangen. Door het aan te nemen. Zonder bedenkingen, zonder twijfels en geen ja-maars. In vertrouwen de genadegaven van de HEERE ontvangen en Hem op Zijn Woord geloven. Want zovelen Jezus aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, die in Zijn Naam geloven. Dan ga je het Koninkrijk van God in.
Jezus omarmde de kinderen en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij ze. Hij geeft meer dan ze gevraagd hadden. Zo is Jezus, goed en vriendelijk en genadig. Hij zegent allen die Zijn zegen begeren, voor zichzelf en voor de kinderen.
't Goed dat nimmermeer vergaat,
zal men ongestoord verwerven.

T. Cammeraat, Krabbendijke

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Verhindert de kinderen niet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's