De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkverlating onder jongeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkverlating onder jongeren

In het licht van het reformatorisch onderwijs

11 minuten leestijd

Op dinsdag 25 oktober laatstleden werd de jaarlijkse vergadering gehouden met afgevaardigden van kerkeraden, evangelisatie- en schoolbesturen vanwege de Rotterdamse reformatorische scholengemeenschappen Guido de Brès, De Swaef College, Revius College en Plancius College.Gesproken werd over het thema 'Kerkverlating onder jongeren, in het licht van het reformatorisch onderwijs.'Voorafgaande aan een forumdiscussie werden korte inleidingen gehouden door: dhr. J. H. Mauritz, directeur van de Jeugdbond van de Gereformeerde Gemeenten, ondergetekende en dr. J. van der Wal, directeur van Gliagg De Poort. Ieder benadrukte de thematiek vanuit eigen kerkverband.Ondergetekende ging met name in op de aspecten van het onderwijs met betrekking tot de secularisatie vandaag.v. d. G.

Als ik 's zondags naar de kerk wandel – een afstand van niet meer dan een halve kilometer – passeer ik verschillende huizen, waarin jonge gezinnen wonen, die, qua meelevendheid met de kerkelijke gemeente, hebben afgehaakt. Altijd moet ik naar die huizen kijken. 'Waarom toch?', vraag ik me af. Soms zijn het telgen uit goed meelevende gezinnen, soms uit een godvruchtig voorgeslacht.
De redenen zullen wel complex zijn. Soms is er gewoon sprake van versloffing. De dienst des Heeren heeft hen nooit echt iets gedaan. Het Woord van God heeft hen nooit echt geraakt. Het valt niet mee om dan mee te blijven lopen.
Anderen krijgen met Demas de tegenwoordige wereld lief. De wereld boeit in de tweeërlei zin van het woord. De wereld neemt mensen in beslag en slaat hen in boeien.


De Hervormde Kerk op zich is een kerk, waarin continue geruisloze kerkverlating plaats vindt. Mensen, zowel belijdende leden als doopleden, schuiven op naar een minder meelevende rand of naar een gehéél niet meer meelevende rand. Hun kinderen worden soms nog gedoopt. Kinderen van die kinderen heten dan weer geboorteleden. Tenslotte laten mensen zich maar een keer uitschrijven. Jaarlijks neemt het ledenbestand van de Nederlandse Hervormde Kerk zo geruisloos, maar gestaag af. Vele papieren leden worden van jaar tot jaar uitgeschreven.
De Hervormde Kerk mag gerust een doorgangshuis voor kerkverlaters worden genoemd.
Prof. dr. H. Berkhof heeft zelfs ooit gezegd: 'kerkeraadsbanken van nú zijn gevuld met onkerkelijken van morgen'.
Soms vertrekken mensen na een gemengd huwelijk, waarbij men de Hervormde Kerk als compromis nam.
Soms zijn er gewoon ook kerkelijke overgangen uit afgescheiden kerken, met de Hervormde Kerk als tussenstation. Hervormde kerkverlaters zijn dan soms ook uitdrukkelijk afkomstig uit afgescheiden kring.
Al deze zaken gaan ook hervormd gereformeerde gemeenten niet voorbij. Ook hervormd gereformeerde gemeenten zijn volkskerkgemeenten en als zodanig hervormde kerken in het klein. Ook daar vindt geruisloze kerkverlating plaats. Wie de catechisatieregisters van jaren geleden en ook de registers van belijdeniscatechisanten erop na zou zien, zou schrikken.

Signalen van jongeren
Welke signalen geven jongeren in hervormde gereformeerde kring af met betrekking tot hun problemen met de kerk? Ik heb er geen rapporten op nageslagen. De signalen zijn echter regelmatig op te vangen, zowel via de jongeren zèlf alsook via de predikanten. Of de bezwaren deugdelijk zijn is de vraag. Maar intussen…
Voor velen – dat is één van de punten – is het allemaal al gauw te moeilijk, zowel de catechisatie als de prediking. 'We begrijpen het niet.' Iemand, die al jaren betrokken is bij het reformatorisch pedagogisch onderwijs, zei: 'van jaar tot jaar wordt het kennisniveau van de aankomende studenten minder en wordt het moeilijker om de zaken over te dragen'. De oorzaak hiervan ligt uiteraard in de gezinnen. Wat krijgen jongeren nog mee? Welnu, dat is ook merkbaar bij de catechese en onder de prediking.
Een ander punt is, dat jongeren zich vaak stoten aan het materialisme en dus ook aan een geseculariseerde levensstijl van ouderen. Leeft het allemaal wel zo echt? Verder duikt telkens het punt op, dat hun vragen niet serieus worden genomen en dat de prediking 'nergens op slaat', althans niet op hun leven. Niet dat deze argumenten op zich déúgdelijke argumenten zijn, maar de signalen moeten wel worden opgepakt.
Met wat ik 's zondags hoor, zo zeggen sommigen, kan ik door de week niets, op de werkvloer niet en in de school niet.
De taal van de prediking is niet de taal van het gewone leven.
Begrijpt de dominee mij wel echt?
Soms voelen jongeren zich ook in een bepaald patroon gedrukt, dat het hunne niet is. Er worden uiterlijke gedragsregels voorgeschreven, die voor hen zonder inhoud zijn. Loze vormen zonder inhoud, zonder dat ze er ook het hart achter merken. Op sommige punten worden de lijntjes nauw aangetrokken, op andere punten laat men de teugels ruim vieren.
Soms ervaart men onvoldoende vóórbeeldfunctie, indentificatiefunctie van ouderen. Men proeft het leven niet, wordt er niet door geraakt of geboeid.

Het onderwijs
Maar dan nu het ònderwijs en de kerkverlating.
Ongetwijfeld is er een wisselwerking tussen het onderwijs, dat jongeren ontvangen, en de secularisatie. Ik zeg uitdrukkelijk wisselwerking. Er is een vice versa. We moeten enerzijds oppassen het onderwijs niet al te snel de schuld te geven van negatieve ontwikkelingen, waar soms de schuld bij ouders zèlf ligt. Waar ouders zelf falen in de opvoeding krijgt de school soms de schuld. De schóól moet het dóén, maar de school moet het intussen doen met de kinderen, die men aangeleverd krijgt, met de leerlingen, die uit de gezinnen komen.
De leerlingen zelf maken altijd nog het grootste deel van de schoolbevolking uit en beïnvloeden elkaar in hoge mate. De secularisatie binnen het algemeen christelijk onderwijs heeft o.a. dan ook post gevat via de leerlingenpopulatie. Meer en meer werd de christelijke school een gemengde school, soms met leerlingen ook uit duidelijk niet-christelijke milieus of zelfs ook van andere religies. Het gevolg daarvan is soms geweest, dat de school zich ging aanpassen. Men kon de boodschap niet meer voluit kwijt en ging genoegen nemen met een gereducéérde boodschap. Een rector van een middelbare school zei ooit tegen prof. dr. G. C. van Niftrik, dat hij vandaag bij zijn leerlingen niet meer kon aankomen met 'zingende engelen' en 'een maagdelijke geboorte', dit vanwege de samenstelling van het leerlingenbestand. Hij ging er, aldus Van Niftrik, wat de meest wezenlijke punten van het geloof betreft, dus ook maar het zwijgen toe doen.


Maar er is ook een andere kant. Ongeloofstheorieën en onbijbelse of bijbelkritische visies maakten zich meester van het christelijk onderwijs. In dit opzicht heeft de Vrije Universiteit een belangrijke rol gespeeld. De Vrije Universiteit was altijd een bron van inspiratie voor het christelijk onderwijs, vanwege de sterke positie, die de Gereformeerde Kerken in het christelijk onderwijs innamen. Vóór de zestiger jaren werd de VU bij studenten nog aangeprezen als een instituut, dat z'n leerlingen argumenten verschafte tegen de evolutietheorie. In de zestiger jaren is de evolutietheorie echter, dankzij o.a. het werk van prof. dr. J. Lever, aanvaard en dit heeft z'n uitwerking niet gemist op het geheel van het onderwijs. Daardoor is ook een andere visie op de Schrift ontstaan. De Schriftkritiek deed intrede. Gewijzigde visies t.a.v. verzoening en andere kernzaken in het christelijk geloof deden opgeld. Zo heeft de christelijke school in de loop van de jaren ook twijfel gezaaid onder de leerlingen t.a.v. de betrouwbaarheid van het Woord Gods, vanwege de kritische wijze, wa&rop het Woord Gods gelezen mocht (moest) worden. Zo is ook de kerkverlating bevorderd.

Verzuiling als wapen?
Toch moet ook de vraag worden gesteld of verdergaande verzuiling als wapen tegen de secularisatie kan dienen. We betreden hier een gevoelig terrein. Toch wil ik daarover ook zo eerlijk mogelijk zijn. Er is een reformatorische zuil ontstaan. Dat was begrijpelijk en we mogen ook dankbaar zijn voor het vele goede, dat via de reformatorische zuil tot stand gekomen is. Ouders zoeken het beste voor het onderwijs van hun kinderen. Het reformatorisch onderwijs heeft zich in korte tijd in het algemeen ook ontwikkeld tot kwalitatief goed onderwijs. Maar wat het hele onderwijsveld betreft is reformatorisch onderwijs in allerlei regio's ook vaak te automatisch doorgevoerd. En dat heeft tot gevolg gehad, dat de algemene christelijke school werd leeggezogen, niet alleen wat de leerlingenpopulatie betreft, maar ook wat betreft positieve leerkrachten. Daardoor heeft een verdere verdunning van het algemeen christelijk onderwijs plaatsgevonden.


Het viel mij recent op, dat dr. R. Bisschop – oud-gereformeerd – voor oud-gereformeerde studenten en onderwijsgevenden ook kritische en bezorgde opmerkingen in die richting heeft gemaakt. Als we denken aan de zielestrijd, die Groen van Prinsterer heeft gehad alvorens hij het volkskind aan de beïnvloeding van het Evangelie ging onttrekken, toen hij, in plaats van de openbare school, ging kiezen voor de bijzondere school, dan mag dat ook vandaag tot lering en appèl zijn. Verzuiling en doorgaande verzuiling kunnen secularisatie en kerkverlating uiteindelijk ook bevorderen. Als de kring alsmaar smaller wordt, wordt de reikwijdte van de boodschap in de praktijk ook steeds geringer.


Nog een stap verder en de zelfgenoegzaamheid slaat toe. Dan komt er de sfeer van: 'wij en de anderen', bij ons is het nog, de rest wordt afgeschreven. Ik weet ervan, dat er leerkrachten zijn op scholen van een goed beginsel, die zich in een bepaalde regio zo langzamerhand miskend achten in hun roeping vanwege de grote invloed, die het reformatorisch onderwijs kreeg. Laten we er beducht voor zijn, dat er gebouwd wordt aan bolwerken, die tenslotte, evenals de Kuyperiaanse bolwerken, ten ondergaan aan zelfgenoegzaamheid en triomfantelijkheid.
Er is daarbij ook nog een andere kant, namelijk, dat het reformatorisch onderwijs steeds sterkere profileringen ondergaat, dat er sub-zuilen binnen de zuil ontstaan, eigen cultuurtjes binnen de cultuur, die al een eigen cultuur vormt in de samenleving. Op die wijze wordt de kloof met de samenleving steeds groter. Dat kan bij leerlingen zelf een reactiehouding oproepen. Men werpt het harnas af, waarin men niet gaan kan.
We moeten dit probleem niet onderschatten. Telkens weer duiken verhalen op van jongeren, die op reformatorische scholen zijn geweest en het daar 'te benauwd' gevonden hebben en uiteindelijk ook de kerk hebben verlaten. Dezer dagen stond er in het Centraal Weekblad een verhaal van een jonge vrouw, afkomstig uit G.B.-kring, die onderwijs ontvangen had op een reformatorische school. Haar vragen werden niet ernstig genomen, zei ze. Het systeem was te gesloten. Ze heeft uiteindelijk de kerk verlaten, al is ze er later 'via Miskotte' wel weer in teruggekomen, maar dan in de kring van de middenorthodoxie. Is met zo'n verhaal alles gezegd? Zulke signalen moeten in ieder geval ook ernstig genomen worden.
De enquête, die op de scholengemeenschap Guido de Brès in Rotterdam is gehouden onder diegenen, die de school hebben verlaten (zie Globaal bekeken), is als zodanig ook verhelderend en spreekt voor zich.

De samenleving
Het is een open deur te stellen, dat de school jonge mensen opleiden moet tot verantwoordelijke burgers in de samenleving. Maar, als de sprong te groot wordt van de schoolbank naar posities in de samenleving, kan dit óók kerkverlating betekenen. Mensen zijn dan niet weerbaar meer. Het is merkwaardig of juist ook tekenend, dat nú de vraagstelling naar aansluiting van het reformatorisch onderwijs bij de maatschappij breed en open aan de orde komt binnen de reformatorische zuil.
Hoe ontwikkelen leerlingen zich na de school? Daarvoor is de laatste tijd brede aandacht binnen het Reformatorisch Dagblad en op allerlei bezinningsbijeenkomsten. Hier ligt kennelijk in toenemende mate een probleem. Sluit de school aan op de samenleving?


Principiëler nog is echter de vraag of de reformatorische school ook betekenis wìl en zàl hebben voor de samenleving als geheel of dat de reformatorische school alleen naar binnen gericht is op de eigen gezindte?
Dr. R. Bisschop stelde terecht de vraag of de reformatorische school nog theocratische allure heeft. Ik val hem daarin bij.
Theocratie betekent: alles moet Hem eren. Het gaat niet om het kweken van een eigen cultuur, maar om een school, die openstaat naar buiten en die wervend is in het geheel van de cultuur.
Dezer dagen was ik in Turkije en was ik diep onder de indruk van het feit, dat Paulus daar ooit als enkeling met het Evangelie van Christus de heidense cultuur in ging. Moet dat ook niet de grondhouding zijn en blijven binnen het reformatorisch onderwijs, dat de theocratie als belijdenis in het vaandel heeft?

Tussen aanpassing en isolement
Ik wil voor het gehéél van het onderwijs, maar ook voor het reformatorisch onderwijs, bepleiten een positie tussen aanpassing en isolement. Met isolement bedoel ik dan: het isolement van de groep, van het hoekje. Want er is wel een ànder isolement.
Dat is wat Groen van Prinsterer bedoelde met de uitdrukking 'in het isolement ligt onze kracht'. Dan sprak hij namelijk over het isolement van het beginsel. Het beginsel duldt geen aanpassing, ook niet in de meest geseculariseerde situatie. Teruggeworpen worden op het beginsel zelve betekent zo teruggeworpen worden op het isolement van het beginsel. Maar dan moet dat beginsel wel in het geheel van de samenleving staan en niet in een hoekje zelfgenoegzaam worden beleefd.


Het Woord en de Belijdenis onverkort en ondubbelzinnig, maar uitstralend naar buiten! Het beginsel wordt namelijk wel gestaald en getoetst in de ontmoeting en de confrontatie met anderen. Het isolement als gezochte afzondering kan ook zelfgenoegzaamheid en verdoffing kweken.
Een positie tussen aanpassing en isolement vraagt wel om levende getuigen. Wie niet zelf gegrepen is door het Woord van God, wie niet heeft leren beven voor het Woord van God, heeft in principe geen verweer tegen de kerkverlating, draagt zelfs zèlf in principe de kiemen van de kerkverlating in zich om.
Wie wèl gegrepen is door het Woord Gods zal er ook met vrees en beven van weten: 'hier sta ik, ik kan niet anders'.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Kerkverlating onder jongeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's