De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De praktijk van het geloofsleven (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De praktijk van het geloofsleven (3)

8 minuten leestijd

III. De groei
Wij hebben tot nu toe vernomen, dat de Heilige Geest het geloof in ons hart werkt. Hij legt de relatie tussen de Heere Jezus Christus en ons. Er ontstaat overgave en vertrouwen. De Schrift kent dat Woord vertrouwensrelatie niet, maar geeft dezelfde werkelijkheid weer met een beeldspraak. Regelmatig wordt iemand die in gemeenschap met God leeft, vergeleken met een vruchtboom. De eerste psalm is daarvan een voorbeeld, maar er zijn nog meerdere bewijzen van te vinden.


Houden wij dit beeld vast, dan zijn gelovigen dus mensen, die door de Heilige Geest geplant zijn in Christus. Dat wil zeggen, de Geest heeft hen eerst van zichzelf afgebracht, ontworteld. Afgebracht van hun eigen levensverband, uit het rijk van satan en uit de vijandschap tegen God en nu overgeplant in een nieuwe voedingsbodem. Zij zijn geworteld in Christus. En nu trekken wij de beeldspraak even door. Een boom groeit altijd naar twee kanten.


Eerst naar omlaag, de wortels slaan zich dieper naar beneden, naar de aarde. En dan naar omhoog, de boomstam en de takken met daaraan de vruchten gaan naar boven. Welnu, zoals de groei van stam en takken samengaat met dieper wortelschieten in de aarde, zo is in het leven van de christen eerst het krachtiger worden en vruchtdragen onlosmakelijk verbonden met dieper wortel schieten in Christus. Hoe geschiedt die geloofsgroei nu in ons leven? In steeds meer kennen van schuld en zonde, komt er meer en meer een rusten op het volbrachte werk van Christus. De wederliefde tot Hem wordt eenvoudiger en rijper. De geloofsovergave aan Hem bewuster en dieper. Wij kunnen Hem minder dan ooit missen. Wij hebben Hem nodig tot in de kleinste dingen van het leven. Er is een verborgen omgang met de Heere tijdens ons dagelijks werk. Iemand bekende nu eens, dat hij gedurig opzag tegen bepaalde werkzaamheden in zijn leven. Andere facetten van zijn werk waren niet zo zwaar. Maar deze bepaalde zijden kostten hem de grootste moeite. Maar zo erkende hij, wanneer ik dit werk aan de Heere opdraag, is het mij meer dan eens gebeurd, alsof ik het deed onder de invloeiing van de Geest. Het ging welhaast vanzelf, ja, alsof vleugels mij er overheen brachten. Het vertrouwelijke leven met de Heere wint aan diepte en intensiteit. De drie stukken van de catechismus nemen elk meer en meer toe. Voeg daarbij, dat ook de omgang met het Woord rijker vrucht van ons gaat dragen. Geheel het particuliere leven, maar ook het openbare leven in staat en kerk krijgt voor ons juist met het Woord een ongeëvenaarde diepte. Wij ontvangen een onuitputtelijke kracht uit het Woord en wij ondervinden, dat de Heere onze God nog elke dag bezig is Zijn Woord waar te maken. Een bijkomend facet in dit alles is, dat het bovenal gaat om de ere Gods!


Het zal duidelijk zijn, dat dit steeds meer in de diepte leven met Christus geen prestatie is van onze kant. Bij ons is gedurig weer de onverschilligheid, de slijtage, de stoornis, de halfslachtigheid en – vergeet niet, de weerzin. Maar de Geest van Christus bewaart, bewerkt, intensiveert, activeert en stimuleert dit proces. Intussen doet de Geest dit nooit zomaar, maar immer weer door middel van inschakeling van de genademiddelen. Wij worden gezalfd met de Heilige Geest om bij Christus te blijven. Hem te belijden, onszelf op te offeren en tegen de zonde te strijden. Dat is dus niet een lui leven, maar een werkzaam bestaan.


En nu ook het tweede punt: de boom groeit óók omhoog. De stam en de takken met daaraan de vruchten gaan naar boven. Volgens Johannes 15 verwacht de landman van de ranken veel vruchten. Dat vruchtdragen is geen bijzaak in het christenleven. Misschien vraagt u: wat zijn die vruchten dan wel? Godzaligheid, bewaren van Gods geboden, zelfverloochening, gehoorzaamheid. In één woord: het derde stuk van de catechismus behoort hier helemaal thuis. Wij moeten hier wel letten op een element van wederkerigheid. Vruchtdragen in de hoogte kan nooit zonder actie in de diepte. De Geest is het, die ons in Christus inplant. Hij is het ook, die de levenssappen in ons stuwt en activeert en stimuleert tot een vruchtbaar leven. Telkens is er dus dat ontvangen, opnemen, luisteren – èn voortbrengen, produceren, vruchtdragen. Op een belangrijk facet moeten wij daarbij wel wijzen. Het gebed is het voornaamste stuk der dankbaarheid. Wie bidt erkent, dat hij de zegen van God verwacht. Die erkenning komt God toe. Het gebed onderscheidt de mens van het dier. Zo staan wij dan voor het aangezicht van God in diepe erkentenis, dat van Hem alle leven is. Misschien kunnen wij het nog eenvoudiger weergeven. Er bestond vroeger een kinderlied met de woorden: bid en zing, want geen ding gaat er zonder bidden goed. Je leerde zo'n lied vrij mechanisch. Wat waren wij toch als kinderen? Maar na jaren en jaren schiet soms opeens de diepe waarheid van zo'n kindervers in het hart. O, Heere, wat heb ik toch geleefd ver buiten U en zonder U. Hoe heb ik toch het gebed verwaarloosd…


Pas inmiddels wel op, dat wij nu een meetlat gaan aanleggen. Hoe ver ben ik momenteel al gegroeid? Constateren wij dat de vrucht weinig is, dan heeft het zelfonderzoek ten doel opnieuw gemeenschap met God te zoeken. Door de band met Christus zal de Geest voor vruchten zorgen. Niet gedreven door overactivisme van onze kant. Welneen, maar door een rusten in het volbrachte werk van Christus en door een stil vertrouwen, dat de Geest instaan zal voor een vruchtbaar leven. Rusten en vertrouwen zijn veel belangrijker dan zoeken van vrucht in ons leven. Dat betekent een gedurige overgave aan de Middelaar. Wij dragen dan in zekere zin het licht op de rug. Wanneer hebben wij u hongerig of naakt gezien? Er is hier een kinderlijke argeloosheid. Het is precies als met een kinderportret. De kleinen staan daar volkomen onbevangen op. Maar een hoogwaardigheidsbekleder, wat een pose vertoont dat heerschap! Neen, een christenmens vertoont een zeldzame natuurlijkheid. Er is niets van gedwongenheid in hem. Er klinkt een lied in het hart: uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten. Misschien kunnen wij het natuurlijke wel het beste daaruit zien, dat de oefening der dankbaarheid mede openbaar komt in het zingen. Zingen is pure eenvoud. Zingen heeft niets met de wereld en niets met strijdzucht te doen. Wie zingt is niet overbezorgd. Hij slaat de zorg op de vlucht en is vol goede moed. Hij is zeker van zijn God.


Wij mogen er ook wel naar staan heel praktisch de liefde proberen gestalte te geven. Wij zeiden hierboven al: dat betekent nooit een stijve pose. Maar wel een heilig levensdoel. Laten wij daarbij waakzaam zijn voor modedeugden, die aan de weg timmeren. Alsof bijvoorbeeld alleen ontwikkelingssamenwerking, zendingsarbeid in aanmerking komen voor registratie. De apostel Paulus voelt veel meer voor arbeid in de stilte en in de eenvoud. Uitschieters worden altijd bewonderd. Maar het stille werk in het gezin, in het onderwijs is veel dieper. Wij denken aan een jong gestorven onderwijzer, die in liefdevolle overgave aan een volksschooltje, totaal vergeten, menig jaar zijn plicht deed. Zijn leerlingen gedenken hem nog steeds in dankbaarheid. Het komt in het leven niet aan op veel geluid en drukte, maar op trouw. Dat ziet de Heere. Wat is Gods oordeel over een diplomaat, die aanzien in de wereld geniet, maar het zijn vrouw elke dag onmogelijk maakt met hem te leven?


Tenslotte, verwacht niet, dat dit vruchtbare leven een glanzend en pijnloos leven zal zijn. De Landman snijdt met Zijn snoeimes in elke rank. Wilde loten, woekeringen, zieke plekken, dieven moeten eruit. Ook het levende hout, wordt bearbeid. Teveel kracht mag aan de wijnstok niet onttrokken worden. Daarom snijdt de Heere soms dingen in ons leven weg, die op zichzelf niet slecht zijn. Hij snijdt ze toch weg, omdat ze de groei van andere vruchten afremmen. Zo is een vruchtbaar leven niet zonder aanvechtingen. Gewetensangsten komen er en vertwijfelingen. Laat u daardoor niet in verschrikking brengen, als u de duivel zo kwelt. Christus zegt: indien gij van de wereld waart, zo zou de wereld het hare liefhebben; doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld. Uw aanvechtingen mogen u derhalve een bewijs daarvoor zijn, dat u een kind van God bent. De satan kwelt u daarom zozeer om u in vertwijfeling te storten en u tot zijn zoon te maken. Weet wel: de hemelse Landman is een Vakman. Hij weet wat Hij doet. Het doel is, dat wij vruchtdragen tot eer en heerlijkheid van Zijn Naam op aarde.

A. van Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De praktijk van het geloofsleven (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's