De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gerechtigheid en barmhartigheid (8)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gerechtigheid en barmhartigheid (8)

Diakonia

9 minuten leestijd

Onlangs vroeg een catechisante mij, of ik sponsor wilde zijn voor een actie ten bate van de hongerlanden. Een organisatie uit evangelische kring had een nieuw initiatief: een dag lang vasten, om zo geld in te zamelen voor mensen in nood. Al kan men vragen stellen bij deze wijze van fondswerving, in ieder geval ervaren de deelnemers aan deze actie – al is het maar één dag – persoonlijk enigszins wat het is, om honger te hebben. Want hoezeer we ook geïnformeerd worden over de nood in onze wereld, het blijft toch voor velen een 'ver van ons bed'-probleem. Intussen is de tegenstelling arm-rijk op aarde bijna onoverbrugbaar groot. Wie weet in ons land nog wat echt honger is? Miljoenen mensen hebben echter nooit anders gekend. Terwijl wij in het rijke Westen ons 's morgens afvragen, wat we vandaag eens zullen eten, tobben anderen in Afrika met de vraag, of ze vandaag wel te eten zullen hebben.


Met die werkelijkheid worden we geconfronteerd bij het denken over gerechtigheid en barmhartigheid. Bij nadere beschouwing blijkt het ook allerminst om oppervlakkige vragen te gaan, die alleen betrekking hebben op de verhouding van mensen onderling. Dan zouden we kunnen menen, dat politieke en economische antwoorden voldoende zijn, zodat we een oplossing konden zoeken in het humanitaire vlak. De kerk zou zich met dergelijke vragen niet moeten bezighouden, maar dat aan andere instanties moeten overlaten, die zich daarin specialiseren. Laat de kerk het evangelie verkondigen, zeggen sommigen, en de staat zich met de vragen van deze wereld bezig houden. Bij nader inzien blijkt het niet zo eenvoudig te zijn, het een van het ander te scheiden. Gerechtigheid en barmhartigheid hebben zowel betrekking op de intermenselijke relaties, als op de verhouding tot de Heere als de Schepper en de Verlosser van zondaren. Wie door het geloof geleerd heeft, dat we als zondaren nergens recht op hebben, moet niet alleen God danken voor Zijn zegen, maar heeft ook de roeping, om de gaven van God met anderen te delen.

Twee stromen
De dienst van de barmhartigheid vindt zijn oorsprong en motivatie in de barmhartigheid van God. Hij zocht ons op in de Heere Jezus Christus, toen Zijn gerechtigheid alleen de dood kon betekenen voor zondaren. In de verzoening door het bloed van Christus zijn gerechtigheid en barmhartigheid verbonden als twee stromen van dezelfde bron, waaruit het nieuwe leven ontspringt. Dat nieuwe leven, dat in Christus geschonken wordt, draagt vrucht tot eer van God. Het bestaat naar het woord van Micha in: 'Recht doen, en weldadigheid liefhebben en ootmoedig wandelen met God'. Het houdt bewogenheid en mededogen in, zorg voor de ander, liefde voor mensen, die zijn vastgelopen. Bij dat alles zijn Woord en daad als een twee-eenheid samen verbonden.


Wie zich alleen richt op het oplossen van sociale problemen in onze wereld, miskent de diepste nood van ons mensen. Een oud spreekwoord zegt: 'Op de bodem aller vragen ligt der mensen zondeschuld'. Daarom moet het evangelie klinken van de Heere Jezus Christus, Die Zijn volk zaligmaakt van hun zonden. Alleen wie verzoening vindt in Zijn bloed, is werkelijk verlost uit de nood. Wie echter anderzijds wel het evangelie predikt, maar de ogen sluit voor ongerechtigheid, waartegen de Heere toornt, heeft misschien wel het behoud van de ander op het oog, maar vergeet, dat God ook metterdaad gediend wil worden. Bovendien is het een ernstige hindernis voor de verkondiging van het evangelie, als de uitwerking van het Woord niet in het dagelijks leven blijkt. Het geheel van de Schrift kan ons in dit opzicht voor eenzijdigheden behoeden, ook al moeten we constateren, dat de Bijbel niet voor elke vraag een pasklaar antwoord aanreikt en dat we in een wereld leven, waarin de hardheid des harten dagelijks merkbaar is, niet alleen bij anderen, maar bovenal ook bij onszelf.

Ingewikkeld
Een volgende moeilijkheid is het feit, dat de problemen waarvoor wij in onze tijd staan, hoogst ingewikkeld zijn. Er is een toenemende onderlinge verbondenheid van landen en volken. Daarom is er nauwelijks nog sprake van lokale problemen, maar staan ook de plaatselijke zorgen, die ons eigen leven raken, in mondiale kaders. Alles heeft licht- en schaduwzijden en het is niet altijd gemakkelijk om tot een juiste afweging van voor en tegen te komen. Een praktisch voorbeeld kan ons daarvan iets duidelijk maken. De massale import van agrarische produkten uit de Derde Wereld als grondstoffen voor veevoeder houdt in ons land de prijzen van vlees, melk etc. relatief laag. Dat is in het belang van de minima, die moeten leven van een laag inkomen. Bovendien vinden boeren in de ontwikkelingslanden hun bestaan in de teelt van die produkten en wordt daarmee de economie van deze landen versterkt. Er zijn dus verschillende positieve kanten aan deze import. Maar er zijn ook andere aspecten. Door de export is de prijs van de produkten in het land van herkomst gestegen en inmiddels zo hoog geworden, dat de armen ze niet meer kunnen betalen, hoewel ze vanouds deel uitmaakten van hun gewone voedselpakket. Bovendien is de prijs van de produkten ook relatief. Bij de prijsvorming op de internationale markt geldt het recht van de sterkste. Een bedelaar kan moeilijk de prijs bepalen, hij moet genoegen nemen met wat hem geboden wordt. Van een optimale opbrengst voor de producenten is daarom vaak geen sprake.
Daar komt nog bij, dat in veel ontwikkelingslanden een corrupte elite het beleid bepaalt en zich verrijkt ten kosten van de bevolking. Ondanks de lage prijzen kampt het Westen met vleesoverschotten, die gedumpt worden in de Derde Wereld, zodat daar lokale boeren en slagers uit de markt gesprijsd worden en ontwikkelingsprojecten de mist in gaan. Tenslotte geldt voor ons eigen land, dat lage prijzen wel gunstig zijn voor de minima, maar er voornamelijk toe bijdragen, dat de lastendruk, die de uitkeringen op het inkomen van werkende burgers leggen, verminderd wordt. Het kan dus wel lijken alsof de armen er beter van worden, terwijl intussen de rijken het meeste profijt hebben. Dit voorbeeld is met talloze andere aan te vullen en het maakt duidelijk, dat zwart-wit tegenstellingen en oplossingen misschien wel voor de hand liggen, maar meestal niet juist zijn.

In dienst
In deze complexe samenleving is de gemeente van Christus geroepen om in de dienst van haar Heere te staan. Omdat ze leeft van de genade van God, is ze geroepen Zijn Naam met woorden en daden te belijden. Ir. Van der Graaf schrijft: 'In het diakonaat toont de kerk in bewogenheid de handen van Christus naar mens en wereld… Zoals de handen van Christus doorboord zijn, gaat in het dienstbetoon van de gemeente, die in het diakonaat gestalte krijgt, de barmhartigheid hand in hand met de gerechtigheid'. Wie door het geloof uit die doorboorde handen van Christus de vrijspraak ontving, kan het niet meer laten om de Heere van harte te dienen en Zijn genade aan anderen door te geven. Dat geldt niet alleen voor geestelijke zegeningen, maar ook voor materiële. Het heeft alles te maken met een strijden voor de eer van God en het najagen van gerechtigheid in deze wereld, omdat ze Gods wereld is en Hij ook in het dagelijks leven gediend wil worden.
De dienst van Christus wordt gekenmerkt door barmhartigheid. Hij riep vermoeiden en belasten tot Zich en verkondigde hen, dat Hij zachtmoedig is en nederig van hart. Hij opende Zijn armen voor de kinderen, gaf blinden het gezicht, genas de zieken en legde melaatsen de handen op. Daarmee vervulde Hij als de Knecht des Heeren, wat in het Oude Testament aan Israël van Gods uitverkorene was voorzegd. Maar Hij liet ons ook een voorbeeld na, opdat wij door genade in Zijn voetstappen zouden wandelen. Dat houdt zelfverloochening in, loslaten van al wat hindert om Christus te volgen, zorg voor het zwakke, meededogen met allen, die in nood zijn. Dat begint dichtbij, ook al staat de roeping van Christus' kerk in onze tijd in een wereldwijd perspectief. De nood van de armen komt ons uit alle hoeken van de wereld tegemoet. De verleiding is daarom groot, al direkt over te schakelen naar de geweldige problemen die mondiaal aan de orde zijn. Toch zou dat onjuist zijn. Wie zich alleen inzet voor noden ver overzee, kan dat als een alibi gebruiken om de roeping dichtbij te ontgaan.

Dichtbij
Het is soms gemakkelijker om te demonstreren of te collecteren voor verre naasten, dan een zieke moeder of een oude buurvrouw te verzorgen. Wie alleen over de grens kijkt, ziet de problemen dichtbij over het hoofd. Hoe zou het komen, dat armen in andere landen ons meer ontroeren dan hulpbehoevenden in onze omgeving? Zijn ze ver weg misschien minder bedreigend voor ons eigen bestaan dan vlakbij? Het is eenvoudiger en kost minder van onze vrije tijd, om een giro uit te schrijven voor de hongerlanden dan om elke week te gaan wandelen met een gehandicapte of een bejaarde op te zoeken. 'Verdienen aan de vreemdelingen-industrie gaat ons – ook in de kerken – dikwijls gemakkelijker af dan het dienstbetoon jegens de vreemdelingen in de industrie' (Noordegraaf). We zouden ook kunnen zeggen: Toeristen met een flinke portefeuille zijn doorgaans meer welkom dan mensen die beschadigd zijn door honger of terreur en vluchten voor hun leven. Toch zegt het Woord: 'Vergeet de herbergzaamheid niet'. Wij kunnen in dat opzicht nog heel wat leren van de arme landen – ook in Oost- en Midden-Europa – waar de gastvrijheid een groot goed is en men zijn eer op het spel zet, als gasten die om hulp of onderdak vragen, geweigerd of slecht behandeld worden.


Waar de liefde van Christus ons dringt, roept dat tot een leven in liefde tot God en de naaste. Dat blijkt in de zorg voor de zwakken in onze samenleving: de bejaarden, gehandicapten, eenzamen, verslaafden, kinderen, chronisch zieken, gevangenen, mensen aan de rand van de maatschappij. Er is ontzaglijk veel stil leed. Verzorgings- en verpleeghuizen en andere instellingen zijn dikwijls verzamelgebouwen van verdriet en eenzaamheid. Nu de overheid veel taken op sociaal gebied afstoot, die vroeger diakonaal werk waren, liggen hier opnieuw mogelijkheden om hulp te bieden. Daarbij moeten we waken voor verinstitutionalisering van de hulpverlening. Laat de zorg voor de naaste niet alleen een zaak worden van commissies, vergaderingen en professionals. Dan schuiven we alles naar de functionarissen of ambtsdragers toe en vergeten we, dat we zelf een taak hebben. Het heeft een zegenende uitwerking op het leven van de gemeente, wanneer men die taken weer als roeping van God leert verstaan en in het kader van de dienst der barmhartigheid anderen de hand reikt om hen metterdaad van Christus te getuigen. Dat geldt niet alleen voor vrouwen in de gemeente, maar ook voor jongeren. Zending, evangelisatie en dienstbetoon beginnen dichtbij, met de zorg voor de ander, voor wie wij een naaste mogen zijn.

A. W. van der Plas, Waddinxveen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gerechtigheid en barmhartigheid (8)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's