Zorg dat je nabij komt (2)
We zagen een vorige keer hoe in de loop der jaren kerk en welzijnswerk uit elkaar gegroeid zijn. Toch is er van verschillende kanten de roep om daar niet in te berusten. Een christelijke gemeente mag dit werk niet afschuiven op de beroepskrachten. In een bijbels zicht op de gemeente is betrokkenheid op elkaar als leden van het ene lichaam van Christus een wezenlijk gegeven. De ambtelijke organen – en we denken dan met name aan de diakonieën – hebben de roeping de gemeente in dit opzicht toe te rusten.
Nuchtere realiteitszin
Nu moeten we uiteraard oppassen voor overspannen verwachtingen. Christus' gemeente is, zolang ze bestaat, een gemeente van zondaren. Ook in de nieuwtestamentische gemeente was er voortdurend het gevaar dat de aandacht voor elkaar niet functioneerde, maar door zondige praktijken doorkruist werd. Steeds weer laten de apostelen dan ook tot de gelovigen de vermaning uitgaan om met elkaar niet om te gaan zoals men in de wereld met elkaar omgaat, om de Geest niet te bedroeven door de werken van het vlees.
Bovendien moeten we bedenken: de kerkelijke gemeente is altijd gemeente in een bepaalde tijd en context. Of we het nu wdllen of niet, die context beïnvloedt ons.
Het is in de concrete praktijk niet eenvoudig dit omzien naar elkaar, en dan vooral in diakonaal opzicht, gestalte te geven. Het proces van individualisering, dat de gehele samenleving doortrekt, houdt geen halt voor de poorten van de kerk. Het zou van weinig wijsheid getuigen, dit te ontkennen. We kunnen er geen vrede mee hebben wanneer mensen in eenzaamheid en vervreemding terecht komen. Laat dat duidelijk zijn. Maar we moeten eerlijk en nuchter onder ogen zien, dat met name in verstedelijkte situaties allerlei gemeenschapsvormen en verbanden zijn weggevallen. Sociologen spreken over 'segmentering van de samenleving', dat wil zeggen: de samenleving valt uiteen in verschillende stukken, deelsamenlevingen die tot op zekere hoogte een eigen leven gaan leiden. Mensen vervullen vele rollen en investeren in al die relaties slechts een deel van hun persoon. Vanwege de veelheid van relaties en beperkt beschikbare tijd en energie stelt men zich ten aanzien van allerlei verplichtingen gereserveerd op en neemt men een zekere distantie in acht, om zich te beschermen tegen een teveel aan appèls. Relaties worden vaak onderhouden vanwege het nut: Hoeveel kost het me en wat krijg ik er voor terug?
Ik wees hierboven al op het feit dat de kleinschalige verbanden of mesostructuren in de samenleving wegvallen. Een aangelegen vraag is: Hoe kan de christelijke gemeente weer iets van zo'n kleinschalig verband krijgen, waarin men elkaar werkelijk van dienst is?
De vaak grote wijken, in sommige kerken gekenmerkt door weinig meelevenden en een grote rand, de kerkelijke verdeeldheid en de polarisatie bevorderen evenmin een krachtig gemeenschapsleven. Integendeel: kerkelijke verdeeldheid en ruzie zijn fnuikend voor het kerkelijk leven. En met name het missionaire en het diakonale werk hebben daaronder te lijden. Bovendien is er het gevaar, dat wat gemeenschap genoemd wordt in feite niet meer is dan de contacten tussen groepen gelijkgezinden.
Apathie ern weerstand
Nogmaals, ik wil in geen geval de indruk wekken, dat we in deze situatie zouden moeten berusten.
Nuchtere realiteitszin sluit een kritische houding tegenover de bestaande gemeentepraktijk niet uit. We zullen ons krachtig hebben in te zetten om de mogelijkheden tot gemeenschapsvorming en mantelzorg uit te bouwen en tot ontwikkeling te brengen.
Maar om niet voortijdig te stranden op de klip van een onvruchtbaar idealisme, is het goed om de werkelijkheid reëel onder ogen te zien. Er zijn niet alleen de maatschappelijke factoren, die een hechte gemeenschapsvorming belemmeren. Spee wijst ook op het verschijnsel van de apathie, het onvermogen en soms de onwil om te lijden aan het lijden van de medemens. Reclame en commercie spiegelen ons een lijdensvrije wereld voor, waar alles oplosbaar is. De zwakkeren staan vaak aan de rand van de kerkelijke gemeente. Zij blijven buitenstaanders, hooguit voorwerp van liefdadigheid.
Laten we voorts bedenken: diakonaal leven en handelen is niett eervol. Het is delen in de nood van de ander. Dat is weinig aantrekkelijk. Dat kan soms zelfs bedreigend zijn.
Voeg daarbij het feit, dat binnen de gereformeerde gezindte de nadruk op de rechte leer soms ten koste gaat van de rechte levenspraktijk. Aandacht vragen voor de naastenliefde werd en wordt soms nog wel eens afgedaan als werkheiligheid. Wetticisme en een zekere burgerlijkheid kunnen met zich meebrengen dat het vaak moeilijk is werkelijk solidair te zijn met mensen aan de zelfkant, mensen met een ander levenspatroon, vreemdelingen, aidspatiënten, verslaafden. Wie eerlijk staat tegenover God en de medemens, weet hoe moeilijk het is een niet veroordelende houding aan te nemen, en de ander te aanvaarden in bewogenheid en liefde.
Hulp en heil
Toch ontslaat ons dit alles niet van de roeping om te zien naar elkaar. Hoe belangrijk beroepshalve gegeven hulp ook is, de christelijke hulpverlening dient te wortelen in de gemeente.
Daarbij wil ik niet vergeten, dat er gelukkig spontaan en in stilte nog veel gebeurt. In het contact van mens tot mens, in een straat of een buurt. Een hand op een schouder, een bemoedigend woord, een stukje hulp metterdaad zijn evenzovele vormen van onderling pastoraat en diakonaat, die gelukkig nog voorkomen. Meer dan wij denken.
Maar dat neemt niet weg, dat de vraag blijft: Hoe kunnen we in een samenleving, waar het wemelt van loketten en bureaus binnen de christelijke gemeente, gestalte geven aan zoiets als een helende en delende gemeenschap? Een gemeenschap ook waarin niet alleen omgezien wordt naar de slachtoffers, maar waar we ook aan de zwakken die dreigen te vallen ondersteuning bieden.
Zulk een diakonale houding, een bereidheid tot helpen waarbij ik de ander niet beschouw als voorwerp, maar als lotgenoot en bondgenoot, is maar niet een-twee-drie te organiseren. Het is trouwens niet alleen of in de eerste plaats een zaak van beleid en organisatie, maar vooral van mentaliteitsverandering, van een bijbels zicht op de gemeente. Het heeft te maken met het hart van het gemeente-zijn, met een leven uit de barmhartigheid van Christus door de Heilige Geest. Het raakt ook en vooral de spiritualiteit, de omgang met God en de aandacht voor elkaar.
Hier ligt ook een taak voor de ambtsdragers, met name predikanten. Ik pleit voor diakonale aandacht in de prediking, de catechese en het huisbezoek. In meer dan één opzicht:
a. De bijbelse boodschap aangaande het lichaam en de leden mogen geen vergeten hoofdstukken worden. Het gereformeerd belijden impliceert ook kerkelijk en gemeentelijk denken. 'Ik geloof de gemeenschap der heiligen…' belijden we met de kerk der eeuwen. Zijn we vaak niet eenzijdig bezig met de persoonlijke vragen, waarbij de gemeenschappelijkheid vergeten wordt?
b. Het heil in Jezus Christus is meer dan maatschappelijk welzijn. Het gaat voor alles om de herstelde relatie tot God door de verzoening en de wegneming van de schuld. Maar het staat ook niet los van het welzijn. Heil is in de Schrift totaal, het is gericht op de gehele mens, geestelijk, psychisch, sociaal, lichamelijk. Heil is vergeving en vernieuwing, bevrijding en heling. Hebben we onder ons het heil niet vaak versmald tot heil voor de zondaren? Dan is het goed om ons de woorden van Noordmans in herinnering te roepen. In de Schrift komen we de zondaar en de bedelaar tegen. In een derde artikel willen we nagaan, wat dit betekent voor de diakonale roeping van de christelijke gemeente.
A. Noordegraaf, Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's