Boekbespreking
Dr. W. H. Velema, Wie is God?, uitg. Groen Leiden 1993, 111 blz., ƒ 19,95.
Door praktische, existentiële en spirituele overwegingen ertoe aangezet, gaat prof. Velema op pastorale wijze in op de vraag wie God is en ook hoe wij Hem kunnen leren kennen. Hij doet dat in een tijd waarin velen met de vragen van het godsbestaan dat in een tijd waarin velen met de vragen van het godsbestaan en de relatie met God worstelen. De auteur schrijft praktisch neer wat hij uit de Schrift over God geleerd heeft en geeft daarbij zelf aan dat hij een praktische vertaling geeft van de in de geloofsleer beleden en beschreven kennis van God. Op de achtergrond staat de voornamelijk door prof. dr. J. van Genderen geschreven 'Beknopte Gereformeerde Dogmatiek'. Aan hem als collega en vriend bij diens emeritering is dit boek dan ook opgedragen.
Aan het begin wordt indringend op het vraagstuk van onze Godskennis ingegaan. Ligt de bron ervan in de mens of in God? Is er misschien een mengvorm denkbaar? Onze Godskennis komt van God Zelf. De schrijver neemt daarbij de vanuit het moderne levensgevoel gestelde vragen serieus. God mag echter geheel Zichzelf zijn en Hij heeft de ruimte van ons mens-zijn bepaald. Wij zijn geschapen in de ruimte van Zijn liefde en voor de ruimte van het antwoord in liefde. De Bijbel gebruikt hiervoor het beeld van het verbond. Daarop wordt na te zijn ingegaan op de Heilige Schrift, waardoor God Zich bekend maakt, nader ingegaan. God is God van het verbond. Omdat het hier een praktische vertaling betreft, veroorlooft de schrijver zich de vrijheid het verbond vóór de Drieëenheid te behandelen. De mens als beeld van God staat in relatie tot God, tot de medemens en de schepping. Centrum van deze drie relaties is de beleving van kennis, gerechtigheid en heiligheid. Op die wijze wordt een van de reformatie af bekende onderscheiding met het relatiedenken verbonden. De zoëven genoemde beleving is het middelpunt van drie concentrische cirkels. Als het in het centrum misgaat, werkt de verstoring in de drie cirkels door. Wanneer het over de relatie tot de schepping gaat, actualiseert de auteur in de richting van het rentmeesterschap en het milieuvraagstuk. Het verbond in het paradijs wordt bij voorkeur levensverbond genoemd, te verkiezen boven werkverbond.
Wie in de drieënige God gelooft, heeft het leven. Geloof is daarbij geen beschouwing, maar beleving, existentieel en spiritueel. Gods liefde blijkt heilige liefde te zijn. Achtereenvolgens worden de eigenschappen van God behandeld: eeuwig en onveranderlijk, alomtegenwoordig en alwetend – met een mooi excurs over psalm 139 –, almachtig en wijs, gerechtigheid en goedertierenheid, enig en eenvoudig. De auteur spant zich in, zich te onthouden van abstracties en woordenboekdefinities en distantieert zich van filosofische begrippen. Gods wijsheid bijvoorbeeld karakteriseert Zijn daden. Gods eigenschappen komen juist vanuit het Woord tot leven. De slothoofdstukjes zijn korter dan de voorgaande hoofdstukken. Het geheel loopt uit op de verheerlijking van God. Aan het slot van elk hoofdstuk staat een tiental vragen voor persoonlijke overweging of groepsdiscussie. Men kan er dus ook gerust een keuze uit maken. Dit beknopte boek vraagt van de lezer de nodige inzet. Godskennis en zelfkennis gaan erin samen. Van harte aanbevolen.
C. van Sliedregt, Nunspeet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's