Gerechtigheid en barmhartigheid (9, slot)
Diakonia
Het hart van alle dienst in en door de kerk van Christus ligt in de samenkomst van de gemeente. Daar wordt ons het evangelie van Gods genade verkondigd en ontvangen we in de bediening van het Heilig Avondmaal kracht om door het geloof tot eer van God in het leven te staan, toegerust tot dienstbetoon. Waar de problemen dikwijls onoverkomelijk groot schijnen en ons ontmoedigen, mogen we ze in de voorbede van de gemeente in Gods handen leggen, bij Wie alle dingen mogelijk zijn. Bovendien geven we in de dienst der offeranden onze gaven voor de eredienst en de dienst aan de naaste. In de lofprijzing danken we de Heere en bidden we om Zijn hulp en bijstand. Al deze schijnbaar zo gewone dingen zijn van fundamentele betekenis voor het persoonlijk leven en het staan van de gemeente in deze wereld. Ze verkondigen ons de eenheid van leer en leven, Woord en daad. Wie ze veronachtzaamt of voorbij gaat, verzandt in eigen gerechtigheid of is uitsluitend sociaal werkzaam.
Woord en daad
Wat in het klein van de gemeente geldt, is in het groot waar voor het functioneren van de kerk van Christus op aarde: Woord en daad horen samen. Waar de band met het Woord verdwijnt, hebben de daden van de kerk, hoe goed ook bedoeld, geen echte boodschap; woorden zonder daden klinken hol en hebben nauwelijks uitwerking. Diakonaat waarin het evangelie niet doorwerkt en merkbaar is, onderscheidt zich niet van sociaal werk op humanistische basis. Al gaan ze samen, er is wel een duidelijk primaat van het Woord boven de daad. Het Woord gaat voorop, de daad volgt. Uit de geloofskennis van Christus als onze gerechtigheid komt de dienst der barmhartigheid voort. In noodsituaties kan het bij de praktische hulpverlening nodig zijn eerst met de daad in te springen, voordat het Woord aan de orde komt. Wanneer iemand dreigt te sterven van honger, moet hij voedsel ontvangen, daarna kunnen we hem het evangelie verkondigen. Maar het één kan niet zonder het ander. De aanstelling van diakenen in de gemeente van Jeruzalem (Hand. 6) was niet bedoeld om Woord en daad te scheiden, maar om ervoor te zorgen dat beide voluit aan de orde konden komen, zodat de breedte van de diakonia, als bediening van het Woord en hulp aan de naaste, niet geschaad zou worden. Dat is ook nu het criterium bij de beoordeling van allerlei werk, dat vanuit de kerk geschiedt. Voor werkelijk diakonaal werk is de band met het Woord onopgeefbaar, omdat juist daardoor de diakonia herkenbaar is als dienst der barmhartigheid.
Koudwatervrees
Anderzijds moet ook gewaakt worden voor koudwatervrees, waarbij we direct bang zijn voor horizontalisme en een oppervlakkig christendom, zodra de dienst aan de naaste ter sprake komt. Juist als het recht van God als de Schepper van alle leven voorop staat, mogen we niet berusten in allerlei wantoestanden in de wereld, die er de oorzaak van zijn, dat mensen het slachtoffer worden van onrecht, verdrukking en uitbuiting. Het Woord laat ons duidelijk genoeg zien, dat de Heere de ongerechtigheid haat. Alle mensen zijn kostbaar in Zijn ogen; niet alleen de blanke, goed opgeleide mensen uit het Westen, maar ook straatkinderen uit Zuid-Amerika en paria's uit India. De Heere Jezus was met barmhartigheid bewogen over de scharen, omdat ze als schapen zonder herder waren. Daarom begon Hij hen vele dingen te leren en gaf Hij hen ook te eten, om hen niet ledig van Zich te laten. Zo worden we geroepen wèl te doen aan allen, in het bijzonder de huisgenoten des geloofs. Dat laatste geeft de roeping van de Heere extra kracht, maar doet geen afbreuk aan de eerste opdracht: helpen waar geen helper is. Het betekent: nood lenigen, omzien naar anderen, om wie niemand zich bekommert, stem geven aan de stemmelozen. Maar hen tegelijk de enige Herder verkondigen, die meer geeft dan brood alleen.
Naarmate we ons meer verdiepen in het lot van de armen in de wereld, merken we ook, dat hun ellende verband houdt met de welvaart van de rijken. Ten diepste hebben wij er allemaal mee te maken. Er is sprake van een collectieve mede-verantwoordelijkheid voor allerlei gebrek, niet altijd door persoonlijke betrokkenheid, maar wel door ons deelnemen aan het consumptiepatroon van onze westerse wereld. De weelde en overdaad van het Westen worden gedeeltelijk betaald met armoede elders. De hoge schulden van de ontwikkelingslanden zijn onder meer veroorzaakt door ongebreidelde wapenaankopen en enorme prestigeprojecten, mogelijk gemaakt door grote handelskredieten en leveranties uit ontwikkelde landen. Met steunde dictaturen in de arme landen, om in eigen land de werkgelegenheid in stand te houden. Wie met afgrijzen kijkt naar de verschrikkingen die de verschillende stammen elkaar in Rwanda aandoen, mag niet vergeten, dat veel wapens die bij de volkerenmoord gebruikt worden, geleverd zijn door dezelfde landen, die nu het geweld veroordelen en zich breed maken om daar hulp te verlenen. Zo zijn talrijke andere voorbeelden te noemen. Dat is niet alleen een politiek of economisch probleem. De Bijbel zet het in het kader van de gerechtigheid, die God van ons eist. Dat raakt ook het leven van de volkeren en gaat ons allen aan.
Rijk van God
Bij de nadruk die we leggen op de noodzaak van veranderingen in deze wereld, onderstrepen we, dat wij mensen het rijk van God niet op aarde brengen. Het nieuwe Jeruzalem daalt van Boven neer. Maar wie zijn vaderland in de hemel heeft, waar Christus is, en Hem als de Koning van zijn leven kent, wordt ook geroepen om naar Zijn bevelen te leven. Dat leert ons strijden voor Gods eer en het goede voor de mensen zoeken, omdat Gods Naam ermee gemoeid is. Juist vanuit het leven van de rechtvaardiging van de goddelozen door het geloof in Christus, vloeit de heiligmaking voort. Dat dringt ons tot het doen van alle gerechtigheid en het betonen van liefde aan ieder, die God op onze weg brengt. Geweld en revolutie als middelen om een nieuwe wereld op te bouwen zijn meer marxistisch dan bijbels te noemen. Maar wie de vernieuwende kracht kent van Gods Woord, dat als dynamiet alle weerstanden opblaast, heeft ook weet van de revolutionaire kracht van het evangelie. Het is geen wonder, dat vroeger aan de grenzen bij het IJzeren Gordijn en nu nog aan de grens van China gecontroleerd wordt, of men geen bijbels binnenbrengt. Het regime weet, dat het Woord mensen vrij maakt en daardoor een gevaar is voor allen, die verdrukken.
Roeping
Dienst aan de naaste is een roeping voor ieder die gelooft. Dat geldt zowel veraf .als dichtbij. In ons eigen land leeft een aanzienlijk deel van de bevolking van een uitkering. Momenteel is de hoogte daarvan een punt van discussie in de politiek, waarbij de zwakken in ons land het kind van de rekening dreigen te worden. Laat het ons een zorg zijn, als in onze gemeente mensen door maatregelen getroffen worden, die diep in hun leven ingrijpen. Het gevaar is groot, dat bij aanscherping van de voorwaarden de goeden moeten lijden onder de kwaden, die misbruik maken van wat bedoeld is om de zwakken te ondersteunen. Hoe staat het met de zorg voor gehandicapten, ouderen, en de minderheden in ons midden? Gebruiken we alle beschikbare middelen om het Woord ook metterdaad te verkondigen en zetten wij alle kracht in, om mensen vast te grijpen en te houden, van wie de Schrift zegt, dat zij wankelen ten dode? Of schrijven we hen maar af en laten we de zorg over aan instellingen uit humanistische of evangelische hoek? Hoeder zijn van de broeder begint dichtbij, met de huisgenoten van het geloof. Wee ons, als de hardheid en eigenliefde van Kaïn of de geldzucht van Ananias en Saffira ons beheerst en we anderen aan zichzelf overlaten en we onder de schijn van godsdienst alleen op ons eigen belang uit zijn.
Verre naaste
God wijst ons ook op de noden en problemen van onze verre naasten. Het werelddiakonaat is naast de zending een onderdeel van de dienst van Christus' gemeente in deze wereld. We mogen de gaven, die God ons gegeven heeft, samen delen. Zoals aan de Avondmaalstafel het brood gedeeld wordt, zo mogen we elkaar doorgeven wat we van de Heere ontvangen hebben. Daar is beleid en wijsheid voor nodig, maar bovenal ook geloofsgehoorzaamheid aan de Heere Jezus Christus. Dat laatste maakt het werelddiakonaat tot diakonaat. Zonder de belijdenis van de Heere Jezus Christus is het een soort veredelde ontwikkelingshulp. Ook in de dienst van de barmhartigheid zal de enige Naam, die gegeven is tot zaligheid moeten klinken. Wie het evangelie van Christus verzwijgt of Zijn dienst gelijk stelt met allerlei andere godsdiensten, haalt het hart uit het werelddiakonaat. Die verleiding is wel degelijk aanwezig, met name daar, waar de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof niet langer centraal staat en gerechtigheid iets is, dat wij mensen onderling tot stand brengen. Wanneer Christus alleen een voorbeeld is ter navolging en niet meer de van God gegeven Zaligmaker, kunnen we ook aan andere goede mensen een voorbeeld nemen. Dan worden in een gesprek met andere godsdiensten alle eigen waarden ter discussie gesteld, omdat we samen op zoek moeten naar de waarheid, waarvan we allemaal een stukje bezitten en kan Boeddha ons evengoed de weg wijzen naar het geluk als Christus.
Koppelverkoop
Er is nog een gevaar, dat de dienst van de kerk bedreigt. Goedbedoelde hulp kan een negatieve uitwerking hebben. Wie zich boven de ander verheft, in plaats van hem als broeder te herkennen, maakt de diakonia tot liefdadigheid en vernedert daarmee de ander, die ook een schepsel van God is. We moeten evenmin aan koppelverkoop doen, zodat we via de hulpverlening mensen willen dwingen het evangelie aan te nemen. Dat kweekt 'rijst-christenen', maar brengt niet tot de levende kennis van de Heiland der wereld. Diakonia veronderstelt geloofsverbondenheid, waarbij wij van de Heere en elkaar kunnen leren. Eenrichtingsverkeer leidt tot verobjectivering van de ander, maar echte diakonia brengt tot wederkerigheid, waarbij we allen gezegend worden. De apostel Paulus beveelt zo de collecte voor de arme gemeente van Jeruzalem aan bij de gemeente van Korinthe, verwijzend naar de zegen, die de Heere hen daarover geven wil door middel van de broeders in Jeruzalem. Diezelfde zegen wordt ook vandaag ontvangen, als we in de navolging van Christus levend, diakonia mogen oefenen en in verbondenheid met andere broeders en zusters de Heere dienen. Dan zijn we als leden van hetzelfde lichaam op elkaar betrokken en delen we samen wat de Heere ons in Christus en in elkander geven wil. Die dienst van Christus' gemeente heeft perspectief. We mogen onze taak verrichten, uitziende naar de grote dag, waarop goedertierenheid en waarheid elkander zullen ontmoeten, de gerechtigheid en de vrede elkander zullen kussen, de waarheid uit de aarde zal spruiten en de gerechtigheid van de hemel zal nederzien. Tot die dag geldt voor ieder die gelooft: 'Die in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt ge niets doen'.
A. W. van der Plas, Waddinxveen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's