De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De jeugd de kerk een zorg!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De jeugd de kerk een zorg!

Ontmoetingen met jongeren

9 minuten leestijd

Dat de jeugd de kerk een zorg is, is tijdens de vergadering van de generale synode van de Ned. Herv. Kerk op vrijdag 18 november jl. heel duidelijk gebleken. Er vond namelijk gedurende de morgen en de middag een intensief beraad plaats over 'jongeren, kerk en geloven'. Toen in het afgelopen voorjaar de beleidsnota van de Landelijke Hervormde Jeugd Raad (LHJR) werd behandeld, is uitdrukkelijk om zo'n uitvoerig beraad gevraagd. Een voorbereidingsgroep onder de voortvarende leiding van de LHJR – stafleden Trijnie Bouw en Willi Soepboer, waarin vanuit de Hervormde Gereformeerde Jeugd Bond (HGJB) directeur N. Belo en ondergetekende participeerden, had gespreksmateriaal voor dit synodeberaad samengesteld. Op deze wijze was er bij de synodeleden al vóór de vergadering iets wakker geroepen. Het 'probleembewustzijn' was aangewakkerd: is er niet sprake van een crisis in de verhouding kerk-jeugd? Moet niet alle hens aan dek komen om de jongeren te (blijven) bereiken met het evangelie? Delen we met elkaar de verlegenheid rond de overdracht van Gods beloften en geboden van oudere op jongere generaties? Hoe vinden we de juiste richting om echt als generaties samen verder te komen op de goede weg? Het was er om begonnen om, zoals de voorzitter van de LHJR, ds. C. van Alderwegen schreef: 'vanuit een hoopvol perspectief te spreken over hoe te leven als jongeren en ouderen in het licht van Gods koninkrijk'.

De opzet van de voorbereidingsbrochure was niet die van een beleidsnota, waarin allerlei fundamentele noties worden aangereikt en uitgewerkt. Het ging er veeleer om enkele vooroordelen en valkuilen in kaart te brengen, die zich in de praktijk van het jeugdbeleid dikwijls voordoen. In het onderstaande geef ik deze punten kort weer.

Vooroordelen en valkuilen
• 'Jongeren geloven 't wel.'
Wie daarmee bedoelt dat de jeugd van tegenwoordig te onverschillig en te ongelovig is om met de kerk te maken te willen hebben, of ook dat ze geen antenne meer zou hebben voor het 'onzienlijke', die maakt zich veel te gemakkelijk van de zaak af. Uit recent onderzoek blijkt dat bij jongeren wel degelijk behoefte bestaat aan levensoriëntatie, aan antwoorden op ingrijpende levensvragen en dat er een groeiende openheid is voor het niet zintuiglijk waarneembare en niet rationeel verklaarbare. En het blijkt dat jongeren meer bidden dan wij zouden denken.

• 'Onze jongeren zijn zo niet. Bij ons op het platteland, of: in onze modaliteit, valt het allemaal best nog wel mee.'
Maar uit studies als die van L. van Driel en L. A. Kole, Bij-tijds leren geloven is duidelijk geworden dat ook kerkelijk meelevende jongeren zich op een aanzienlijk aantal terreinen in hun denken niet onderscheiden van onkerkelijke jongeren. In de HGJB-nota Jeugdwerk in de jaren '90 wordt dan ook gesteld: 'Aan ons gaat de secularisatie bepaald niet voorbij, maar is integendeel volop gaande. Kennelijk is het niet mogelijk om de invloeden van de samenleving buiten de kerkdeuren te houden. Deze erkenning is al heel wat'. Daar komt bij: wie zijn 'onze jongeren'? Toch ook al die jongeren die wel gedoopt zijn, maar niet meer in de kerk komen? Ook voor hén maakt de kerk toch jeugdbeleid?

• 'Onze kerk zit nog behoorlijk vol.'
' Fijn, het is een zaak om dankbaar voor te zijn als de kerkbanken gevuld worden door oudere en jongere kerkgangers! Maar… in 1991 maakte het rapport 'Secularisatie in Nederland' duidelijk dat 72% van de jongeren buitenkerkelijk is! Onder jongeren is nog steeds een massale uittocht uit de kerken gaande. Ook in meelevende gemeenten vallen veel jongeren uit de boot: het is al heel gunstig als 60% meedoet aan catechese en 30% aan één of andere vorm van jeugdwerk. Waar zijn de overigen?

• 'Jongeren zijn op een moeilijke leeftijd, het trekt wel bij.'
Ouderen zijn geneigd zo te redeneren vanuit eigen levenservaring. Veelal hebben zij ook zelf in hun puberteit wat kritischer gestaan tegenover kerk en godsdienst en kwam later alles weer terecht. Maar dan wordt vergeten dat wij nu in een culturele situatie leven waarin vele jongeren die van de kerk vervreemd zijn de weg terug niet meer vinden. Daarom is het van hoogste urgentie dat de kerk een zo goed mogelijk aanbod heeft voor 'kritische gasten'. Draagt de kerk wel voldoende bij aan de geloofsontwikkeling van jongeren, ook door middel van het leveren van voorbeelden, het bieden van identificatiefiguren?

• 'Het evangelie moet maar voor zichzelf spreken. Vroeger deden we toch ook niet zo moeilijk over het bereiken van de jeugd?'
Natuurlijk kan het evangelie voor zichzelf spreken. Maar wij zullen ons bij de vertolking van het evangelie hebben te realiseren dat juist de jongeren het meest intens geconfronteerd worden met de gevolgen van een cultuuromslag. Je kunt er niet meer van uitgaan dat jongeren wel zo ongeveer weten waar het in de boodschap van het evangelie over gaat. 'Wat generaties lang min of meer voor zichzelf sprak, vraagt vandaag om zorgvuldige uitleg in de hoop dat er zo opnieuw een vonk gaat overspringen tussen de aloude woorden en de moderne jeugd. Zolang oudere generaties te gemakkelijk uitgaan van een bij de jongeren veronderstelde openheid voor het traditionele begrippenkader, dreigen ze met hun op zichzelf waardevolle boodschap de boot te missen.'

• 'Jeugdwerk is natuurlijk belangrijk, anders heeft de kerk immers geen toekomst?'
Vaak zie je dat jongeren benaderd worden vanuit oneigenlijke redeneringen en bedoelingen. Het jeugdwerk wordt dan gezien als een middel om de kerk uiteindelijk draaiende te houden. Jongeren vragen: zijn ze nu echt in mijzelf geïnteresseerd, of alleen in mij als toekomstig, draagkrachtig gemeentelid?

• 'Maar jongeren krijgen toch al de ruimte? Er wordt al genoeg moeite gedaan voor de jeugd. Als jongeren dan toch afhaken, is dat niet iets om jezelf aan te trekken.'
Bij zo'n opmerking wordt met ruimte bedoeld 'fysieke ruimte', een mooi jeugdhonk, een ruim aanbod aan activiteiten voor de jeugd, zelfs een behoorlijke plaats op de begroting. Op zichzelf prima. Was het overal maar zo! Maar intussen blijft de vraag: ervaren jongeren zelf dat ze echt 'ruimte' krijgen? 'Ruimte geven is vragen en suggesties van jongeren serieus nemen en werkelijk bereid zijn je te verdiepen in hun beleving.' Het gaat erom te werken aan een gelijkwaardige inbreng voor jongeren. Immers: 'de kerk is een door en voor volwassenen ingericht levensdomein, waar jongeren enige speelruimte toebedeeld krijgen…' (H. A. Alma, Geloven in de leefwereld van jongeren, 192).

Aanklachten en richtingwijzers
De synodeleden bekeken het klankbeeld 'Uitgekeken', waarin tot uitdrukking wordt gebracht dat er vaak een grote kloof gaapt tussen de leefwerelden van enerzijds de jongeren en anderzijds van de gemiddelde kerkganger. Hoe breng je die leefwerelden bij elkaar? Hoe kan de vonk overspringen? Vijf aanklachten kwamen in het klankbeeld naar voren:
– de kerk is onaantrekkelijk voor jongeren
– de kerk heeft bij veel jongeren een slecht imago
– de kerk heeft niet het vermogen met jongeren te communiceren
– er is een groot verschil tussen de leef- en belevingswereld van jongeren en kerkmensen
– de kerk is erg naar binnen gericht bezig. Zij heeft geen belangstelling voor buitenkerkelijke jongeren en hun vragen en behoeften.

Uiteraard kan er op deze aanklachten worden afgedongen. Er zou bij een discussie naar aanleiding van deze aanklachten gemakkelijk sprake kunnen zijn van een te snelle generalisering, die dan het gesprek teveel zou stempelen en eenzijdig negatief zou kleuren. Er is toch zeker door Gods genade ook nog heel wat positiefs te vertellen over jeugd en jongeren in de kerk? Anderzijds dagen die confronterende aanklachten uit tot diepgaande bezinning en alles behalve vrijblijvende bespreking. De bespreking ter synode mondde uit in het (letterlijk) maken van richtingwijzers, die in de synodezaal werden opgesteld. Welke richting moet het uit met de kerk? Welke afslag zullen we nemen om de weg te vinden die naar we hopen leidt in de richting van het visioen van een kerk waar jong en oud zich thuis voelt onder de zegen van de Heere? Veel is daarover gezegd in allerlei toonaarden. Het is niet mijn bedoeling een verslag te geven van de uitvoerige synodebespreking. Laat ik mogen volstaan met enkele trefwoorden: het gaat om echtheid (authenticiteit), om openheid, warmte, het bieden van een vrijplaats, menselijke nabijheid, flexibiliteit in verwoording en vormgeving, geloofsopvoeding van de ontvangenis af, gebed als uitgangspunt van ontmoeting, vertellen van de God van hetverbond en van de rijkdom die in Zijn beloften geschonken is, maar ook van het gevaar die rijkdom te verliezen. Verwachting dat God op het gebed realisering geeft van het visioen van Zacharia 8 : 4 en 5 (geciteerd door de dagpraeses ds. W. P. van der Aa), waarin oude mannen en vrouwen samen met jongens en meisjes in het hernieuwde Jeruzalem delen in de sjaloom van de HEERE.

Besluitvorming en voortgang
Na een hoogstaande discussie kwam de synode tot een unaniem besluit. Dit besluit is in dit nummer van 'de Waarheidsvriend' in kader geheel overgenomen. Het is een besluit waarmee de kerk doet blijken dat de jeugd haar een zorg is. Maar met zo'n synodebesluit zijn we er natuurlijk nog niet. Dan begint het eigenlijk pas goed. Trijnie Bouw wees daarop toen ze aansluitend bij de overwegingen in het besluit onderstreepte dat daar schokkende dingen worden gezegd. Als je werkelijk tot je laat doordringen wat daar wordt uitgesproken, besef je dat menselijkerwijs gesproken het bestaansrecht van de kerk op het spel staat. De vraag komt soms zelfs bij je op: 'zijn we niet te laat als kerk?' Wanneer we besluiten nemen, dan kan het niet zijn om even het probleem op te lossen of de ernst van de situatie te verdoezelen. Maar toch gaan we verder omdat we vanuit het geloof in Gods trouw 'geloven' in de kerk en in jongeren. We zoeken naar richtingen en rijden rond tot we menen de goede afslag gevonden te hebben. Haar vraag aan de gemeente was: 'reik ons' als jeugdwerkorganisaties voorbeelden aan van situaties waarin het wél goed gaat met jongeren in de kerk'. Die vraag zou net zo goed vanuit de HGJB gesteld kunnen zijn als vanuit de LHJR. Bij dezen is ze dan ook aan u die dit leest gesteld!

J. Hoek, staflid HGJB, Veenendaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De jeugd de kerk een zorg!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's