Prediking en diakonaat van en in de gemeente (1)
De Generale Diakonale Raad en het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond belegden samen op donderdag 10 november een regionale beraadsdag voor hervormd-gereformeerde predikanten over het diakonaat. Drs. J. Harteman, hervormd predikant te Wezep en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond refereerde over het thema 'Prediking en diakonaat van en in de gemeente'. Dit referaat plaatsen we in twee afleveringen.
Hoe komt in de verkondiging van het Woord van God onze medemens in hun nood nabij?
Voor het komen tot een antwoord op deze vraag heb ik een keuze gemaakt. Wij kiezen elke week voor de preek een tekst. Soms is van tevoren het thema van de preek bij ons bekend. We zoeken dan naar een Bijbelgedeelte waarin dat thema aanwezig is.
Jacobus
De titel 'Prediking en diakonaat van en in de gemeente' bracht mij bij de brief van Jakobus. Deze brief houdt prediking en diakonaat dicht bij elkaar.
Jakobus, de broeder des Heeren, kent de kracht van de prediking. De prediking kan de gemeente activeren. Het Woord van God moet volgens Jakobus daarom met zachtmoedigheid worden aangenomen. Dit aannemen bepaalt dan zowel het spreken als het handelen van de gelovigen.
Wie met de Heere leeft, krijgt hart en oog voor de ander. Want het geloof blijkt vooral in het leven van elke dag een waar geloof te zijn. De roeping tot dienstbetoon wordt gedurig bedreigd door egoïsme en hoogmoed, door hebzucht en inhaligheid. Wij mogen ons niet aanpassen aan het levenspatroon van de wereld. Het is hierom dat Jakobus oproept tot een diakonale gemeenschap. Een diakonale gemeenschap doet de wil van God. Enerzijds wekt Jakobus op tot een strijd tegen de zonde, anderzijds tot een godzalig leven.
De Heilige Geest leert ons door de brief van Jakobus hoe wij als christenen hebben te staan in de wereld van vandaag. Gods Woord stelt ons een indringende vraag: Hoe staat het met onze godsvrucht?
Als wij naar Jakobus luisteren, komen we niet in aanraking met een moraalsysteem. Zijn brief is geheel in overeenstemming met het woord van de Heiland. In de Bergrede verkondigt Christus dat zeggen en doen, spreken en handelen, samen moeten gaan. Jezus waarschuwt tegen verslapping en geschipper.
Jakobus sluit zich dus aan bij de prediking van Jezus. Met name wat in de Bergrede wordt gezegd. Het gaat om de nieuwe gehoorzaamheid in Woord en wandel. Het is een spreken en handelen in het geloof, dat door de prediking gewerkt wordt. Daarom legt Jakobus in zijn brief ook zoveel de nadruk op het geloof.
Luther en Calvijn
Hoe beoordelen Calvijn en Luther de brief van Jakobus? Calvijn weet dat er strijd over deze brief geweest is, maar heeft geen enkel bezwaar. Hij noemt het derde gebruik van de Wet, regel van de dankbaarheid, het voornaamste. Bij de gelovigen is de Wet door Gods vinger in het hart geschreven. Calvijn keert niet terug naar de verdienstelijke goede werken. Wij volgen Gods geboden niet op om daardoor gerechtvaardigd te worden. Het is precies omgekeerd. Omdat wij door Christus gerechtvaardigd zijn, volgen wij de geboden op. Door de Wet houdt God ons bij een manier van leven, die uit het Evangelie voortvloeit. Christus heeft de Wet, die wij niet kunnen houden, voor ons vervuld. Wij ontvangen uit Zijn hand de Wet als regel van de dankbaarheid.
In de werken van Luther treffen we deze derde functie van de Wet niet aan. Wij weten allemaal dat Luther niet erg veel waardering had voor Jakobus. Hij sprak van een 'strooien brief'. Deze uitdrukking is wijd en zijd verspreid. Luther nam de brief van Jakobus wel in zijn Bijbel op en citeerde eruit als het Woord van God.
Kohlbrugge
Ik was benieuwd naar de visie van Kohlbrugge. Kohlbrugge heeft als weinig anderen in zijn eigen tijd de boodschap van de rechtvaardiging verkondigd, teruggrijpend op de Reformatie, op Luther en Calvijn. In zijn inleiding over de Brief van Jakobus noemt hij de brief 'een gouden kleinood'. Verder heeft Kohlbrugge volgens mij gelijk als hij zegt dat Jakobus net als een dokter niets in de wond laat zitten, wat voor de patiënt schadelijk kan zijn. Hij heeft wel begrip voor hen die moeite hebben met de brief. Zijn advies is: Door vr. en antw. 64 van de Catechismus te verstaan, wordt de Brief van Jakobus heerlijk en dierbaar. Kohlbrugge denkt aan deze conclusie van de Catechismus: Het is onmogelijk dat wie Christus door een echt geloof is ingeplant, geen vruchten van dankbaarheid zou voortbrengen.
Kohlbrugge ziet rechtvaardiging en heiliging als een twee-eenheid. De heiliging betreft de daadwerkelijke vernieuwing van het leven. Hij houdt rechtvaardiging en heiliging strak bijeen.
Hoorders en daders
Belangrijk voor onze prediking is wat Jakobus in hoofdstuk 1 vers 22 zegt. Hij wijst op de tegenstelling van hoorders van het Woord en daders van het Woord.
'Weest daders van het Woord.' In onze kring hebben sommigen moeite met dit bevel. Het zal wel komen omdat we te gauw denken aan roomse werkheiligheid. Die gedachte moeten we van ons afzetten.
Waar denkt Jakobus aan? Zijn lezers bezoeken kerkelijke bijeenkomsten. Zij bidden. Men is ook niet afkerig van godsdienst. Maar de levenswandel die met het gehoorde Woord moet overeenstemmen, is anders. Jakobus weet van mensen die naar het Woord van God luisteren en zich er totaal niets van aantrekken. Ze zijn hoorders van het Woord en geen daders van het Woord. Een hoorder van het Woord, zonder dader te zijn, is direct vergeten wat men hoorde. Het verkeren onder de prediking is goed. Het horen naar het Woord zonder dat het wat uitwerkt in het leven van elke dag is een schande. Vrome woorden zijn onvoldoende. De daad moet bij het Woord gevoegd worden. De prediking werkt uit dat we daders van het Woord worden.
'Weest daders van het Woord en niet alleen hoorders!' Deze eis staat in de tegenwoordige tijd. Steeds hebben wer er op te letten dat we daders van het Woord zijn en niet alleen hoorders.
Jakobus vindt een godsdienst die alleen bestaat in uiterlijke vormen of in het horen van het Woord zonder te doen, waardeloos. Zo'n godsdienst heeft voor God geen waarde. Het brengt hem bij de praktijk. Bij het diakonaat. In hoofdstuk 1 vers 27 spreekt Jakobus heel concreet. 'De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld'.
Gelovigen zien om naar wezen en weduwen. De toestand van de weduwe en de wees was in de tijd van de oudheid verschrikkelijk. Bovendien mogen Gods kinderen de wereld niet liefhebben. Wie de wereld liefheeft, kan niet tegelijk God liefhebben. Wij kunnen niet twee heren dienen.
Met de beschrijving van de zuivere godsdienst door Jakobus is niet alles gezegd. Er is ook een verticale gerichtheid op God. Hij vergeet echt niet dat wij ook de bekering tot God en het geloof in Jezus Christus nodig hebben. Dit geloof staat niet los van de aandacht voor onze naaste. Dat is het punt waar Jakobus de vinger bij legt. Aan mensen met een schijngodsdienst predikt hij de ware godsdienst. Het is ongeoorloofd over God te praten en ondertussen niet naar de naaste om te kijken.
Roeping
In de morgendienst van 23 oktober jl. heb ik in een preek gewezen op de diakonale roeping van de gemeente. De tekst voor de preek was Jakobus 2 : 14-17.
Vers 14 onderstreept de centrale gedachte van de gehele brief. Iemand uit de gemeente heeft gezegd, dat hij het geloof heeft, maar de werken ontbreken. Kan dat geloof hem zaligmaken? Jakobus heeft het over een persoon die tot de kring van de gelovigen behoort. Want de vraag wordt gesteld aan de broeders. Hij heeft het niet over buitenstaanders. Binnen de gemeente is er sprake van een geloof zonder vruchten. Men zegt te geloven, maar het blijkt niet uit de werken.
Dit standpunt is onhoudbaar. Het geloof en de werken zijn onafscheidelijk. De werken kunnen niet helpen bij de verlossing. Ze zijn een bewijs van de verlossing. Het geloof is door de liefde werkende. Met andere woorden: Het geloof komt tot uiting in de praktijk van ons leven.
Christus is de Weg naar een ander leven. Het christelijk leven is herkenbaar aan een eigen stijl. Ons voorgeslacht noemde die eigen stijl: praktijk van de godzaligheid. Met de praktijk van de godzaligheid bedoelden zij de vruchten van het geloof. De wereld herkent de leerlingen van Christus aan de vruchten van het geloof. Dan zegt men: Hij heeft het geloof. Zij kent Christus. Het geloof heeft door de vruchten een uitstraling.
Het geloof zonder werken kan niet zalig maken. Een geloof zonder vruchten is in strijd met de aard van het geloof. We kunnen wel Heere, Heere zeggen, maar alleen die de wil van de Vader doet, die zal ingaan in het Koninkrijk der Hemelen. Ik kan mij goed vinden in een uitspraak van prof. dr. S. van der Linde: Als ons geloof geen vroomheid is, verdient het ook geen geloof te heten en als onze vroomheid geen geloof blijft, is het geen vroomheid. De geloofsvroomheid leeft in dankbare verwondering uit Christus.
Voorbeeld
In de verzen 15 en 16 komt Jakobus met een voorbeeld. Iemand verkeert in uiterste ellende. Denk eens, zegt hij, aan een broeder of zuster die schaars gekleed is en gebrek heeft aan dagelijks voedsel. En een ander zou tot hem of haar zeggen: 'Gaat heen in vrede'. Deze groet was een gebruikelijke afscheidsgroet van die dagen. Een bekende bijbelse groet.
Het zijn vriendelijke woorden zonder dat er daadwerkelijk hulp geboden wordt. Na de afscheidsgroet is er het onbarmhartig advies om zich vooral warm te kleden en goed te eten. Er worden prachtige woorden uitgesproken zonder een hand uit te steken. Wat voor nut heeft dat? Het is een aanfluiting als we bijbelse taal spreken en een naaste in nood niet bijstaan.
Wie zo spreekt en zo handelt heeft een geloof dat hem of haar niets baat. Het is een lege godsdienst. Een lege godsdienst heeft geen warme belangstelling voor de medemens. De nood van de ander pakt ons niet. Het enige wat we doen is een paar schijnbaar vrome woorden uitspreken. Op een goedkope manier menen we van gebrekkigen af te zijn.
Heeft Jezus ons dit geleerd? Van vrome wensen kunnen naakten niet gekleed worden. Van vrome woorden kan geen mens eten. Mooie praat is nog niet de goede praktijk. We kunnen wel doen alsof we geloven, maar te lui zijn om het gehoorde in praktijk te brengen. Vroompraterij is een groot gevaar in de gemeente.
J. Harteman
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's