Het gebed (1)
Door de eindredacteur is mij gevraagd om in een aantal artikelen aandacht te geven aan het gebed.
Een vraag kan zijn òf dit wel nodig is. In de loop der tijden zijn er vele goede boeken over het gebed geschreven. Wat moet een artikelenreeks in ons blad daaraan dan nog toevoegen? Er is reeds zoveel over dit onderwerp geschreven dat het van mijn kant bepaald geen aanvulling behoeft.
Het is dan ook volstrekt niet mijn bedoeling om dingen naar voren te brengen die men elders kan lezen. Ook zal men in deze artikelen geen wetenschappelijk betoog over het gebed mogen verwachten.
Het gaat er mij alleen om om op een pastorale manier over het gebed te schrijven. En dat moet dan nog beperkt gebeuren. Want de bedoeling is, dat ik mij alleen bezighoud met het persoonlijk gebed en het gebed in de kerk. Wellicht dat ik met het laatste ook het gebed in de consistorie combineer in de hoop ambtsdragers daarmee enigszins te helpen. Mij is namelijk in de loop der jaren gebleken, dat sommige ambtsdragers het erg moeilijk hebben met het gebed vóór de kerkdienst en soms – als er een gebed wordt gedaan – óók nà de dienst.
Ten overvloede schrijf ik nogmaals, dat deze reeks geen enkele wetenschappelijke pretentie heeft. Het is enkel en alleen de bedoeling om elkaar pastoraal te helpen in de moeilijkheden die er kunnen zijn bij het persoonlijk gebed èn het gebed in de kerk.
Een Bijbels gegeven
Meer dan eens lezen wij in de Schrift dat mensen bidden. Bekende voorbeelden in het Oude Testament zijn Abraham, David en Daniël. In het Nieuwe Testament zijn te noemen Cornelius, Paulus en de kleine huisgemeente in Jeruzalem die bad voor het leven van Petrus.
Vanzelfsprekend mag ik niet vergeten te noemen onze allerhoogste Profeet en Leraar, de Heere Jezus Christus. Meer dan eens lezen wij in het Evangelie dat Hij Zich afzonderde – soms een gehele nacht – om tot Zijn Vader te bidden.
Ook spoort de Schrift zelf ons aan om te bidden. Duidelijke voorbeelden vinden wij in de Psalmen. Ook de profeten spoorden het volk Israël steeds aan om de God des hemels aan te roepen en te zoeken in de gebeden. Hoe zijn ze trouwens het volk daarin zelf voorgegaan.
De aansporing om te bidden vinden wij evenwel niet alleen in het Oude Testament, maar ook veelvuldig in het Nieuwe Testament.
Ik hoor de apostel Paulus zeggen: 'Bidt zonder ophouden'. En wat te denken van de woorden van de Zaligmaker als Hij zegt: 'bidt en u zal ontvangen; klopt en u zal worden opengedaan'. De Heiland is ons niet alleen in het bidden voorgegaan en Hij heeft ons niet alleen het allervolmaaktste gebed nagelaten, maar Hij heeft ook telkens opnieuw aangedrongen om te bidden.
Terecht heeft Luther eens de opmerking gemaakt dat het gebed de ademtocht van de ziel is. Wanneer het gebed stokt of ophoudt, kan het niet anders of het geestelijk leven komt in een deplorabele toestand terecht.
Een pianist moet het niet in zijn hoofd halen om bij wijze van spreken in vier weken geen toets aan te raken. Hij zal het aan zijn vingers merken. Daarbij zullen zijn luisteraars (concertbezoekers) het aan zijn spel horen.
Zò moet een christen geen dag het gebed overslaan! Bidden is noodzaak. Bovendien zegt onze Heidelberger van het gebed dat dit het voornaamste stuk van de dankbaarheid is. Naarmate de dankbaarheid om Gods werk in ons groot is, naar die mate zal ook het gebed zijn. Hoe méér dankbaarheid, hoe méér gebed.
Een algemeen verschijnsel
Het zal wel nooit in iemands hoofd zijn opgekomen om te denken dat bidden enkel en alleen een exclusieve christelijke bezigheid is. Exclusief d.w.z. enkel en alleen voorbehouden aan christenen. Ook velen die zich voor geen geld ter wereld christen zouden willen noemen bidden.
Nog zie ik ze daar staan bij de klaagmuur in Jeruzalem. Urenlang waren orthodoxe joden in het gebed verzonken. Al biddend en smekend wiegden zij met hun lichaam heen en weer. Met de grootste eerbied heb ik ook twee jonge chassidische joden zien staan bidden bij het graf van koning David. Hun hart was er vol van èn hun gebed was er vol van dat de Heere het davidische rijk weer zou oprichten.
Niet alleen wordt er veel gebeden door orthodoxe joden, maar ook door moslims. Ook zij bidden tot Allah met grote eerbied. Toen ik onlangs in Eldoret in Kenia was en een moskee in aanbouw bezocht, merkte ik in de gebedsruimte, hoe tweeënveertig jonge kinderen in de leeftijd van vier tot en met acht jaar eerbiedig hun gebed deden. Een gids vertelde dat dit heel gewoon was. Ieder gebedsuur door de Islam voorgeschreven kenmerkte zich door eenzelfde eerbied.
Ik moet zeggen dat dèze eerbied op mij grote indruk maakte, ofschoon het wel door mij heenging dat deze kinderen hun eerbied niet betoonden jegens de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, maar tot Allah die gans anders is dan de God van Israël die zich in Christus als een genadig God en barmhartig Vader laat kennen.
Naast de moslims die een persoonlijk Wezen aanroepen, zijn er de hindoes en de boeddhisten die evenzo veelvuldig bidden, ook al doen zij dit doorgaans niet tot een persoonlijk Wezen. Velen bidden! Velen doen dit met woorden die zij uitspreken. Ook wordt er wel zonder woorden gebeden. Voor het gebed heeft men dan allerlei soorten instrumenten. Ik denk nu aan de zogenaamde gebedsmolens die de volgelingen van de Daila Lama gebruiken.
Wanneer ik het bovenstaande kort samenvat, schrijf ik neer, dat bidden een algemeen religieus (godsdienstig) verschijnsel is.
De vraag doet zich vanzelf voor wat het verschil dan in wezen is tussen het bidden van een christen en dat van alle anderen. Het verschil bestaat hierin, dat een christen bidt tot de God en Vader van onze Heere Jezus Christus en alle anderen doen dit niet.
Het heeft ook alles te maken met de godsdienst zelf. Van de christelijke godsdienst kan men zeggen, dat zij alles van Boven ontvangt. Vanuit de hoge schenkt de Heere alles, uit genade. Bij een oprecht christen bestaat er géén lust tot zelfverlossing. Men wòrdt verlost, men is verlost.
Van alle andere godsdiensten geldt dat de aanhangers bidden om hun god òf goden aangenaam te stemmen. Altijd moeten zij iets doen òf iets aanbrengen om het opperwezen met zich te verzoenen.
Hoezeer ik ook onder de indruk kwam van het bidden van de orthodoxe joden en van de moslims, maar men denkt door de veelheid van de gebeden èn een bepaalde levenshouding God voor zich te winnen en op die manier aan de kant van de mens te krijgen. Men bezit een godsdienst: van beneden naar boven. Dit in onderscheiding tot de redelijke godsdienst d.i. de Bijbelse godsdienst: van Boven naar beneden.
Een wonder
Ik denk te moeten neerschrijven dat het een wonder is dat wij mogen bidden. Zelfkennis leert ons namelijk dat God duizelingwekkend groot is en wij nog minder dan een mug (G. Boer). Niet alleen zelfkennis brengt ons het een en ander dienaangaande bij, maar ook de Godskennis. Door dèze kennis leren wij niet alleen dàt God rechtvaardig en heilig is, maar evenzeer hóé rechtvaardig en heilig Hij is alsmede dat wij in de gloed van Zijn heiligheid niet kunnen bestaan.
Maar hoe is het dan mogelijk dat wij tot God kunnen naderen in de gebeden? Zijn heiligheid moet ons toch van voor Zijn aangezicht wegdoen?
Dit zou inderdaad het geval zijn als er geen Heere Jezus zou zijn. Geen enkele mogelijkheid zou er dan voorhanden zijn om tot God te naderen.
Echter… er is een Heere Jezus. In deze weken staan wij weer bij Zijn vleeswording stil. In de volheid van de tijd heeft God Zijn Zoon gegeven, geboren uit een vrouw, geworden onder de wet.
Het is om Jezus' wil dat wij tot God mogen naderen en wij door de heiligheid Gods niet worden verteerd.
Het is om Zijnentwil die op het kruis van Golgotha op Zijn klacht(gebed) géén antwoord kreeg toen Hij zei: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten'.
Het is om Hem die biddende Hogepriester in de hemel dat wij voor God alles mogen (uit)zeggen.
Nu behoeft in het gebed geen kind, doch ook geen volwassene voor de Heere bang te zijn. In Jezus Christus mag er tot God genaderd worden.
Wie dit alles goed in het oog heeft, kan niet anders zeggen met weliswaar een variant op wat de dichter zegt: 'het is een wonder in onze ogen; wij zien het, maar doorgronden het niet'.
Noodzaak/behoefte
Onder ons wordt wel eens gezegd, dat een echt gebed is van de Heere. Met andere woorden: het gebed wordt ons door de Heilige Geest geschonken.
Persoonlijk ben ik het met deze redenering van harte eens, hoewel ik direct hierbij de kanttekening maak, dat men pas achteraf zal zeggen dat het gebed een gebed van de Heere Zelf is geweest. Doorgaans ondervindt men dat niet tijdens het bidden, hoewel ik niet uitsluit dat het wel eens kan gebeuren dat men gelooft en gevoelt dat men door de Heilige Geest bidt. Niettemin blijf ik erbij, dat dit in het algemeen gesproken niet het geval. In het geestelijk leven is het vaak zò dàt men achteraf pas verstaat wat van de Heere was. Dit geldt ook voor het gebed.
Op het bovenstaande hoop ik later nog wel terug te komen. Wat ik nu echter wil zeggen is dit: men moet niet maar stil op de Heilige Geest zitten wachten òf Hij – met eerbied gesproken – een gebed wil geven.
Nergens wordt ons in de Schrift voorgehouden dat wij maar stil moeten afwachten. Als er al over af-wachten wordt gesproken is het een biddend verwachten.
Waar ik evenwel de nadruk op wil leggen is dat men móét bidden. De Heere zoeken in de gebeden is een noodzaak. Dit houdt de Bijbel ons voor. Maar ook vader en moeder waren daarvan overtuigd dat het zonder bidden niet goed kan gaan. Want als zij die overtuiging niet hadden bezeten, hadden zij nooit of te nimmer ons leren bidden. Wie van ons herinnert zich niet, hoe moeder ons het eerste gebedje leerde en hoe vader ons bij het ouder worden vroeg als wij 's ochtends opstonden: 'heb je je ochtendgebed reeds gedaan?'
De noodzaak om te bidden is er altijd. Een vraag: is de behoefte er altijd? Tot onze schaamte zeggen wij wellicht allen: 'de behoefte is er bepaald niet altijd'. Maar moet men het gebed dan maar achterwege laten? Dat in geen geval! Maar hoe dan? Daarover graag een volgend keer.
(Wordt vervolgd.)
G. S. A. de Knegt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's