Prediking en diakonaat van en in de gemeente (2)
Een godsdienst zonder bekering is een godsdienst van praten en niets doen. Het is een geloof zonder de werken. We leven los van Christus.
Een godsdienst met bekering is een godsdienst waarin we steeds minder gaan praten en steeds meer gaan doen. Het is een geloof met vruchten. Christus is in ons.
Het christelijk geloof is niet zonder barmhartigheid. Het leren kennen van Christus heeft consequenties. Calvijn zegt ergens: Zo dan die in zijn leven niet onderscheiden is van de ongelovigen, die heeft niets geleerd van Christus. Door Christus geven we mensen die schaars gekleed zijn kleding en geven we hongerigen eten. De vruchten van de dankbaarheid blijven niet achterwege als we werkelijk met Christus verbonden zijn.
Het geloof zonder liefdedienst is dood. Dat staat in vers 17: 'Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood'. We horen een harde uitspraak. Een geloof, dat weigert te doen wat de Heere beveelt, heeft net zoveel met levend geloof te maken als een lijk met een lichaam.
Onmogelijk
Jakobus vindt het niet jàmmer als de werken er niet zijn. Het is voor hem onmogelijk, dat het geloof niet aan de vruchten behoeft gekend te worden. Alleen mensen die niets verstaan van de Schrift kunnen zo redeneren.
Een dood geloof is het geloof van iemand die meent dat het in de godsdienst gaat om het cultische, terwijl hij voor het ethische en sociale aspect van de godsdienst geen enkele belangstelling heeft.
De werken zijn de levenstekenen van het geloof. Een mens zonder polsslag is dood. Zoals een dode zich niet roert, zo beweegt zich het geloof zonder de werken niet.
De Brief van Jakobus en de preek die ik gehouden heb, deden mij nadenken over zaken, die verband houden met 'Prediking en diakonaat van en in de gemeente'.
Ik ga ze u noemen.
Gelovigen zijn niet volmaakt. Zij struikelen nog in vele dingen. In de preek maakte ik geen propaganda voor perfectionisme. Christus is de kracht van de godsvrucht.
De Jakobusbrief weerlegt de gedachte van het antinomianisme. Bij antinomianisme denken we aan verschillende richtingen die zich tegen de Wet keerden. Men vergeet dan wat in de Catechismus in antwoord 86 schoon beleden wordt: dat Christus, nadat Hij ons met Zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft, ons ook door Zijn Heilige Geest tot Zijn evenbeeld vernieuwt, opdat wij ons met ons ganse leven Gode dankbaar voor Zijn weldaden bewijzen, en Hij door ons geprezen worde.
Datzelfde antwoord stelt ook vast, dat we met onze godzalige wandel onze naaste voor Christus kunnen winnen. Onze levenswandel is een evangelisatiemiddel. Als de werken bij ons ontbreken, stoten we anderen af.
Dienstbaar
Een gemeente heeft de roeping uit het hart van het Evangelie te leven en dienstbaar te zijn. Ik bedoel de lijn van Christus naar buiten. We kunnen ook van buiten naar binnen gaan. Door de zonde van bezitsjacht kan dienstbetoon achterwege blijven. Terecht wordt dan gevraagd of in de gemeente het Evangelie wel wordt verstaan. Als bij ons de werken ontbreken, moeten we ons afvragen: Bezit ik wel het echte geloof dat zalig maakt?
De levensheiliging moet naast de rechtvaardiging een vaste plaats in de prediking hebben. De angst voor werkgerechtigheid en een eenzijdig accent op de rechtvaardiging van de goddeloze met verwaarlozing van de liefdedienst en de heiliging van het dagelijks leven is niet bevorderlijk voor het diakonaat in de gemeente. Zij die geloven hebben beiden lief. We leven van genade en dienen tegelijk God.
Dood
Jakobus ontmaskert de 'dode orthodoxie'. Het ware geloof dat door het Woord van God en de Heilige Geest in ons hart is gewerkt, maakt tot nieuwe mensen, die overeenkomstig het Woord leven. Wij mogen ook nu bang zijn voor mensen bij wie het geloof niet zichtbaar is uit het handelen. Wie de Naam van Christus belijdt, kan niet anders dan leven en handelen in Zijn spoor.
Diakonaat is geen liefhebberij van gemeenteleden. Christus heeft deze taak aan de kerk opgedragen. Een verkondiging die aandacht schenkt aan bijbelse begrippen die het diakonaat raken, ziet onze medemens in hun nood niet over het hoofd.
Bij deze opdracht is diakonaat niet alleen een zaak van grootscheepse acties. De zorgverlening dichtbij zoals we dat vinden in Jacobus 2 : 15 en 16 heeft er ook mee te maken.
Naakten kleden en hongerigen voeden, wordt door Jezus opgemerkt. 'Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan' (Mattheüs 25 : 40).
Geloven is niet alleen een zaak van het innerlijk leven. De binnenkamer opzoeken is goed. Wie echter het geloof alleen beperkt tot de binnenkamer, heeft Gods Woord, met name de Jakobusbrief tegen. Het geloof geldt voor alle levensterreinen. Mijn aandacht voor de prediking van de vertegenwoordigers van de N.R. is weer toegenomen. Hun prediking was een pleidooi voor de gemeenschap met Christus, een aansporing tot levensheiliging en een waarschuwing tegen de volkszonden. Vertegenwoordigers als Lodensteyn en Smytegelt waren sociaal bewogen mensen. Zij hebben de pronkzucht van de rijken, de sociale misstanden, bekritiseerd. Van Lodensteyn is bekend dat hij in zijn tijd geijverd heeft om de vervolgde christenen in Frankrijk daadwerkelijk te helpen en gemeenten tot dit werelddiakonaat activeerde. De prediking en het diakonaat houden de rechte leer en de rechte praktijk bij elkaar. Prof. H. Jonker had hier één woord voor: orthognosie. Op de orthodoxie moet volgen de orthognosie. Aan de orthopraxie moet orthognosie voorafgaan.
Rijken
Jakobus schrijft aan lezers met bepaalde levensomstandigheden. Hij past het Woord van God toe op de kerkelijke situatie zoals hij deze in zijn tijd aantrof In hoofdstuk 5 worden b.v. de rijken ernstig beschuldigd. Ze hebben het loon van de arbeiders bekort. Ze leven luxueus. De rechtvaardigen zijn door hen onrecht aangedaan. De rijken hebben zich niets van de nood van de armen aangetrokken.
Voor mijzelf stuit ik op een probleem. Vooraf eerst dit. De situatie van toen kun je niet zomaar naar onze gemeenten overbrengen. Mijn vraag blijft: Gaan wij niet te weinig in op de levensomstandigheden van de gemeenteleden? Brengen we de wil van God wel dicht bij de mensen?
De verantwoordelijkheid van de gelovige in zijn verhouding tot God en de medemens is in de Jakobusbrief met de wederkomst verbonden. Bij de wederkomst van Christus op de wolken worden de dingen rechtgezet. Het oordeel gaat over de goddelozen en de verdrukten worden verhoogd. De gelovigen moeten uitzien naar de komst van Christus. Men schijnt in de dagen van Jakobus te weinig waarde aan het bidden gehecht te hebben. Daarom voegt hij er aan toe: Een krachtig gebed van de rechtvaardige vermag veel.
Bespreking
Na de dienst op zondag 23 oktober hield ik met een gedeelte van de kerkeraad een preekbespreking. De reacties van de ouderlingen en diakenen geef ik u door.
In de eerste reactie werd gezegd dat niemand in de gemeente er zonder kleerscheuren vanaf gekomen was. De prediking dwong na te denken over wezenlijke dingen. In deze eerste reactie klonk de toon van ootmoed. Bij het zelfonderzoek was er geen reden tot triomfalisme.
Een ander kwam terug op de 'strooien brief' van Luther en zei letterlijk: 'We moeten af van het trauma dat we sinds de Reformatie hebben en niet meer onbevangen over de werken kunnen spreken'.
'Wat Jakobus zegt, vinden we terug bij de profeten van het Oude Testament. Bij Amos en Hosea', merkte iemand op. Ik denk dat die opmerking juist is. De Brief van Jakobus kunnen we niet losmaken van de profeten en van de bergrede.
Een ouderling sprak het woord herontdekking uit. Hij zei dat het steeds nodig blijft nieuwe dingen in het Woord te ontdekken. Ik val deze broeder bij. We zeggen snel: Alleen het Woord. Maar ook heel het Woord moet behandeld worden. Wij moeten oppassen selectief met de Schrift om te gaan. Daardoor blijven wezenlijke dingen onderbelicht.
Overdracht
Hoe moeten we de inhoud van de verzen 15 en 16 overbrengen naar onze gemeente? Deze vraag informeerde naar de naakten en hongerigen bij ons? Waar is de medemens in nood? De vragensteller zei verder dat we er gauw uit waren, want naakten en hongerigen kom je in onze gemeenten niet tegen.
Ik denk dat we onderscheid moeten maken tussen de binnenwaartse zorg en buitenwaartse diakonale hulp. De binnenwaartse zorg is de zorg voor elkaar in de gemeente. Die zorg ligt niet alleen op de schouders van de diakenen. Alle gemeenteleden hebben er mee te maken. Het geloof is niet egoïstisch. We leven hartelijk mee met mensen in nood. Een kaart naar een zieke. Liefde voor gehandicapten. Aandacht voor ouderen en jongeren. Medeleven voor eenzamen en alleenstaanden. Een open oor voor hen die het maatschappelijk moeilijk hebben. Begrip voor werklozen.
Een bezoek bij weduwen en wezen.
De buitenwaartse diakonale hulp mag niet minder zijn. We schenken onze gaven aan de armen op de wereld. De hongerigen laten we niet omkomen. De naakten kunnen we niet vergeten. De dakloze vangen we op. Vluchtelingen sturen we onze hulp. Zij die vervolgd worden, steunen we.
Natuurlijk ben ik met de binnenwaartse zorg en de buitenwaartse diakonale hulp onvolledig. Ik geef slechts aan dat de noden van mensen in onze eigen gemeente, in ons eigen land en buiten onze eigen landsgrenzen, onze noden behoren te zijn. Daar heeft het geloof alles mee te maken. Diakonaat is meer dan een paar diakonale opmerkingen bij een collecte voor onze medemens. Omdat de mens in nood in de Schrift niet wordt vergeten, daarom mogen wij dit ook niet doen. Het gebed en de preek geven ons daartoe gelegenheid.
'Een geloof zonder vruchten wil toch niet zeggen dat we helemaal uit de genade zijn gevallen?' was een volgende vraag. We mogen nazeggen wat Jakobus ons voorzegt. Maar we moeten niet gaan zitten op de rechterstoel van God.
Sommige mannenbroeders waren getroffen door de lijn van buiten naar binnen.
Ik kom bij de laatste reactie. 'Je hoort vaak dat de nood van de kerk de nood van de prediking is. Door een verkeerde prediking wordt de gemeente minder. Een gemeente die niet uit het Woord leeft, gaat ook achteruit.' Een diaken kwam met deze conclusie. Het sprak me aan. Een gemeente kan tevreden zijn over de prediking. Maar als de preek geen handen en voeten krijgt bij de gemeenteleden, gebeurt er niets. Door een gelovig luisteren naar de Schriften gebeurt er wat. We worden daders van het Woord. Die houding heeft altijd werfkracht. Daders van het Woord scheiden prediking en diakonaat niet. Zij doen wat God zegt in Zijn Woord.
J. Harteman, Wezep
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's