Deernis om haar gruis
Liefde om kerk in verval
'… Het puin van de tempel is en blijft heilig'. Dat woord schrijft Calvijn bij de altijd weer aansprekende en ontdekkende tekst uit psalm 102, het vijftiende vers: 'Want Uw knechten hebben een welgevallen aan haar stenen en medelijden met haar gruis'. Nog sterker drukt Calvijn zich uit wanneer hij zegt 'dat hoe droeviger de toestand der kerk is, hoe meer wij haar in liefde moeten blijven aanhangen'. Dat geldt niet alleen voor dienaren van het Woord maar voor allen, die in het ambt aller gelovigen staan. Calvijn zegt, dat het de gelovigen zijn, die hier 'tot de lijst van Gods knechten' behoren. Het zijn 'alle godvruchtigen, zovelen als er toen – ten tijde van de psalmist, v.d.G. – op aarde waren', die het gebed met de psalmist mee hebben gebeden.
De tempel was verwoest, er was een treurige puinhoop van overgebleven, maar de gelovigen 'zien Gods heerlijkheid ook in deze vermolmende stenen en woeste puinhopen'.
We kunnen zo'n Schriftwoord in onze tijd dicht naar ons toe halen. Met bulldozers zijn kerken neergehaald tot steenhopen en puin. Leden van de gemeente, ambtsdragers en voorgangers stonden er soms bij en keken ernaar met diepe ontroering.
Lag hun liefde in die stenen? Het was als bij de tempel: de plaats, waar de stenen lagen, was door God geheiligd. De voorgeslachten hadden in hun gaven liefde geïnvesteerd om het Godsgebouw te doen verrijzen. De liefdedienst had daar onder de verkondiging en onder de sacramenten gestalte gekregen.
Met bewogenheid wordt nu het puin gezien. Is dat wat ervan overbleef? Hoe zit het dan met het werk Gods?
Dieper
De rechte bewogenheid gaat daarom dieper dan herinnering aan stenen. Want in de afbraak van kerkgebouwen schuilt afbraak van kerkelijk leven, neergang van Gods Kerk. Ik citeer nog eens Calvijn:
'Want wel heeft God aan sommige plaatsen Zijn tempels, waar Hij in zuiverder eredienst wordt aanbeden; zo wij echter onze ogen laten gaan over geheel de wereld, en zien hoe overal Zijn Woord als met voeten getreden wordt, en Zijn dienst ontheiligd wordt door talloze verfoeiselen, dan gewis! is zijn heilige tempel aan een treurige verwoesting prijs gegeven; ja meer, die kerken zelfs, waarin God woont, zijn nog verwoest en verstrooid.'
De kwaal zit altijd dieper dan de steenhopen en het puin, dat we voor ogen zien, dan kerkgebouwen die gesloten en samenkomsten die beëindigd worden. Het is de geestelijke malaise, die achter dit alles steekt: geestelijke duisternis, verdeeldheid van de kerk. Dat gold bij de psalmisten. Daarover moest ook Calvijn in zijn tijd klagen en met hen klaagden later de mannen van de Nadere Reformatie in dit land, steevast sprekend over 'donkere tijden'. Wie zou over 'lichte tijden' durven spreken als toch allerwegen de wetteloosheid en de Godsverzaking (nog) te testen zijn!
Zo is er alle reden om ook vandaag een levende klacht aan te heffen. De wegen naar Sion treuren, zegt Jeremia in zijn Klaagliederen (hfdst. 1), omdat er niemand op het feest komt…
Opbouw
Het is intussen maar de vraag welke houding we aannemen, temidden van stenen en gruis. We kunnen op de puinhopen gaan zitten en treurzangen aanheffen en zelfs doen alsof we zelf buiten die vervallen situatie leven.
Wat de tempel betreft, zegt Calvijn, was de bóúw niet alleen op bevel van God geschied maar was de hèr-bouw ook beloofd. En zo – wil hij zeggen – moeten we ook de kerk in haar vervallen staat (nochtans) liefhebben en ons inzetten voor haar herstel.
Het gebed om herstel zal hier ongetwijfeld het eerste moeten zijn. De Heere ziet op het gebed van de eenzame, zegt de psalmist verder (vs. 18). Hij versmaadt hun gebed niet. Alle inspanningen in de kerk, zonder waarachtig gebed en echte verootmoediging, zullen vruchteloos blijken te zijn.
Iemand vroeg aan zijn broer, die in het klooster zat, wat hij daar de hele dag deed. Hij zei: ik bid voor jou en voor al die mensen, die midden in het dagelijkse leven en de dagelijkse strijd staan. Men behoeft niet voor het klooster te kiezen om dit te beoefenen. Van vele anderen mag worden gezegd, dat ze de kracht van het gebed kennen in hun stille huiskamer. Mensen, die de gemeente en haar voorganger(s) in concrete noden en met betrekking tot de noodzaak van opleving, alsook de kerk in haar verscheurdheid en nood en de werkers op moeilijke posten gedurig en vurig opdragen in het gebed.
Een dementerende moeder had drie zonen, die predikant waren. Als ze op bezoek kwamen vroeg ze soms of 'de jongens' nog werk maakten van hun preken. Daarachter zat een hart, dat in goede dagen meeleefde in het gebed met 'de jongens'. Daarachter zat liefde voor de dienst des Heeren. Deze vrouw was niet de enige met een dagelijks gebed voor de opbouw van de gemeente door Woord en Geest.
We mogen vandaag, in alle organisatorische drukte soms, vooral wel nadruk leggen op de kracht van het gebed van al die thuiszitters, die de weg naar Boven weten te vinden en voor wie de stenen en het gruis van Sion een opgebonden zaak vormen, die ook niet beperkt blijft tot eigen kerkelijke situatie.
Bidden en werken
Het gebed is ten zeerste nodig voor allen, die midden in de strijd staan. Behàlve het gebed is er dan echter ook de inzet en de strijd zelve om de voortgang van het werk Gods in deze wereld, door middel van de kerk. Gods water laten we ook niet over Gods akker lopen. Het gaat ook om kerkherstèl.
Die strijd kan men op verschillende wijzen voeren. In de Nederlandse Hervormde Kerk is, na Afscheiding en Doleantie in de vorige eeuw, vele jaren lang een strijd voor kerkherstel gevoerd, zelfs door een beweging die 'Kerkherstel' heette. Die strijd om kerkherstel gaat vandaag nog onverminderd voort. Die strijd tekent zich ook af in de worsteling om de kerk naar de toekomst toe.
Die strijd wordt echter ook gevoerd daar, waar mensen bijeen zijn om, vaak op hoop tegen hoop, zich in te zetten voor (meer) eenheid van allen, die eenzelfde dierbaar geloof deelachtig zijn, over grenzen en muren van kerken heen. Want als het gaat om de stenen en het gruis van Sion komen alle kerken sámen in het blikveld. Vanwege liefde tot de ene Kerk van Christus wordt dan ook geleden aan de verdeeldheid en geworsteld om waarachtige 'enigheid des geloofs'.
Maar er is nòg een andere kant. Ik üenk aan al die stille werkers op eenzame posten. Ze worden van dag tot dag geconfronteerd met het gruis en de stenen, in de diepere zin van het woord.
De evangelist en de evangelisatiecommissie, die zich samen inzetten om de goede Boodschap door te geven, vaak zonder directe vrucht te zien, al zijn er Gode zij dank van tijd tot tijd bemoedigende tekenen.
Predikanten, die van Godswege een werkterrein of een gemeente kregen toegewezen, waar zij op de laatste schansen lijken bezig te zijn, terwijl ze soms ook onbegrip ontmoeten van anderen in meer gevestigde posities. Maar 'deernis om haar gruis' doet hen volharden.
Mensen, die bezig zijn in opvang en begeleiding van marginalen in de samenleving om hen van Christuswege een beker koud water toe te reiken.
Mensen, die zich geroepen weten om via zendingsdienst, via de media, via diakonale dienst te arbeiden aan de opbouw van het Lichaam van Christus.
Samen
In alle diensten in het Koninkrijk Gods kan de één niet zonder de ander.
'De buit van het overwonnen land, viel zelfs de vrouwen in de hand, schoon niet mee uitgetogen.'
Niet allen worden tot dezelfde taak geroepen. Voor de één ligt de taak meer in een afgezonderde positie, voor de ander in een open en dan ook meer kwetsbare positie. Als het in alle dienst, namelijk die van de gebeden in de binnenkamer, van gemeenteopbouw, diakonaat, evangelisatie, zending en christelijk dienstbetoon, maar gaat om de rechte bewogenheid om de opbouw en het herstel van 'de tempel', zijnde het geestelijk huis, dat zozeer tot stenen en gruis is vervallen, maar waarover nochtans Gods beloften liggen.
De rechte gestalte in de dienst van Christus vandaag, temidden van stenen en gruis, is niet puinruimen, is zeker niet de afbraak verder bevorderen maar in afhankelijkheid van de Heilige Geest, in getrouwheid aan het Woord ijveren voor het herstel van de kerk als Lichaam van Christus.
De afbraak geschiedt vooral daar, waar het Evangelie van Kruis en Opstanding wordt verduisterd. Afbraak kan echter ook geschieden door werk bij de ander, dat gedaan wordt uit liefde tot Jezus, te kleineren of onder verdenking te stellen omdat het niet precies 'onze' benadering is.
De opbouw, het herstel kan alleen plaatsvinden als in gebed om de Heilige Geest een opwekking worde gegeven, die niet alleen tot uitdrukking komt in een geestelijke herleving van de gemeente zelve maar ook in een uitstraling naar buiten.
Ook vandaag zien we van Gods werk de tekenen.
Ook vandaag werkt de Heere door Zijn Woord en Geest. Op verrassende wijze komt dat soms tot uitdrukking, waar we het niet vermoeden of verwachten.
Christus Leeft.
Jezus is overwinnaar over de machten. Zijn werk gaat door.
Laten we elkaar daarmee ook bemoedigen. Vanwege liefde om het gruis.
En, hoe méér de kerk in verval is, hoe méér we haar nochtans in liefde dragen.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's