Torenspitsen-Gemeenteflitsen
IRMINLOO – ERMELO
Het begin
Wie ooit zijn vakantie in Ermelo doorbracht, zal zeker ook een bezoek aan het uit 1765 daterende boshuis Drie hebben gebracht. Op deze plek is Ermelo's kerkgeschiedenis begonnen. Het gehucht Drie, vroeger Thri genoemd, was voor de achtste eeuw een centrum waar de Saksen de halfgod Irmin (vandaar de naam Irminloo, later Ermelo) vereerde. De tempel werd Irminsul genoemd en was een godentempel in de vorm van een Heilig Woud. Wie onder de statige beuken van het Speulderbos doorfiets zal misschien diep in het hart nog iets van de oude heidense huiver hebben gevoeld. In het jaar 772 trok Karel de Grote op om het heiligdom te verwoesten in het kader van de kerstening van de Saksen. Uit 855 dateert een akte waarin Ermelo expliciet genoemd wordt en waaruit blijkt dat de kerstening doorzette. Een zekere Heer Folcker deelt daarin mee dat hij gedachtig aan het woord van de Heiland: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga dan heen en verkoop al wat gij hebt en geef het de armen en kom en volg Mij: besloten heeft de genietingen van het aardse leven voor niets te achten in vergelijking met de liefde van de Almachtige God. Hij verkiest daarom in het klooster te treden en al zijn goederen (waaronder boerderijen in Ermelo) over te dragen aan het klooster te Werden. Tenslotte verklaart Folcker dat hij dit alles aflegt tot redding van zijn ziel en die van zijn ouders. Ermelo was één van de eerste plaatsen op de Veluwe waar het christendom doordrong en werd daarom de moedergemeente van de Veluwe genoemd. Nog jarenlang heeft de kerk van Harderwijk jaarlijks een lood zilver aan die van Ermelo uitgekeerd tot 'erkentenis dat de kerk van Ermelo de moederkerk is van die van Harderwijk'. De Oude of St. Nicolaaskerk blijkt één van de oudste kerken op de Veluwe. Er waren in ieder geval twee kloosters. Dominicaners hadden hun klooster te Staverden, de Johanniterorde bevolkte het St. Jansdal te 's-Heerenloo.
4 juli 1592: de Reformatie begint te Ermelo
Op 4 juli 1592 vond er een merkwaardige samenkomst plaats in de Grote Kerk van Harderwijk. In 1592 waren alleen de steden Harderwijk en Elburg tot de Reformatie overgegaan. De dorpen op het platteland waren 75 jaar na het begin van de Reformatie wat ze altijd geweest waren: Rome toegedaan.
Op 4 juli 1592 kwam daar een einde aan. Maurits had de macht in Gelre aan zich getrokken en de classis kwam nu aan haar eigenlijke werk toe: het ordenen van het kerkelijk leven. De pastoors van de Neder-Veluwe waren opgeroepen om examen af te leggen in de Reformatorische leer. Dit examen geschiedde onder leiding van Johannes Fontanus uit Arnhem, de Reformator van de Veluwe. Dertien pastoors verschenen onder wie de inmiddels 70-jarige Georgius van Cooth, pastoor te Ermelo. Alle dertien pastoors zakten voor hun examen. Over 26 onderwerpen werden zij aan de tand gevoeld, de meeste onderwerpen zijn bekend als artikelen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Omdat de pastoors van Ermelo en Oosterwolde wel bereid waren ondanks hun geringe kennis de artikelen te ondertekenen mochten zij hun ambt uit blijven oefenen. Zij vertrokken met de vermaning om in november terug te komen op de classicale vergadering in Oldebroek om daar herexamen te doen en voorts om zich 'wijders te bekeren'. Bovendien kregen zij de aansporing mee om hun bijzit te trouwen! Zo vertrok Georgius van Cooth naar Ermelo, als pastoor was hij op weg gegaan en als predikant keerde hij weerom. Zo ging Ermelo over tot de Reformatie. Drie dingen worden hieruit duidelijk: a) de Reformatie was lang niet altijd een kwestie van overtuiging, maar vaak van politieke druk en classicale ordening; b) men beschouwde (misschien bij gebrek aan beter) de pastoors nog altijd als wettige dienaars Gods; c) niet de persoon, maar de leer van het evangelie zou nieuw kerkelijk leven brengen.
Al spoedig bleek dat onze Georgius zich niet druk maakte over het herexamen dat hij moest afleggen, hij kwam niet opdagen in Oldebroek en toen van hogerhand de opdracht kwam om het altaar uit de kerk te verwijderen hebben de lieden van Ermelo dit tegengewerkt. De nieuwe predikant maakt het zelfs zo bont dat hij werd afgezet en voor hem werd Stypelius benoemd. Georgius legde zich daar niet bij neer en ging onverdroten door met trouwen en begraven en dopen, weigerde de pastorie te verlaten en richtte die bovendien in als kroeg die op het moment dat zijn opvolger Stypelius in de Oude Kerk stond te preken open was. En zo deed de bediening van de drank die van het Woord concurrentie aan. Het vermoeden bestaat dat Stypelius door een familielid van Georgius om het leven is gebracht. Dat zou niet verwonderen, want ook Georgius was al eens van manslag beschuldigd.. Eerst in 1604 komt er enig schot in de Reformatie en enige regelmaat in het kerkelijk leven met de komst van ds. Medenbach, van vader op zoon bediende deze familie bijna gedurende 200 jaar het Woord op de Ermelose kansel.
Heden
Ermelo is in deze eeuw uitgegroeid tot een dorp met 26.000 inwoners, een dorp van toeristen en militairen, maar ook het dorp der barmhartigheid met zijn stichtingen: Veldwijk, 's Heerenloo, Groot Emaüs en Sonneheerd. De Hervormde Gemeente telt meer dan 10.000 zielen, vijf wijkgemeenten/vijf predikantsplaatsen en de pastoraatsgemeente Zendingskerk/met bijstand in het pastoraat, ontstaan door het werk van ds. Witteveen. Binnen de gemeente heerst een mild en goed Hervormd klimaat: men poogt elkaar ruimte te geven, zonder elkaar en de belijdenis van de kerk los te laten. Bezoekt men de verschillende kerken, dan proeft met dat de ene kerkdienst de andere niet is en de ene richting de andere niet. En toch verkeert men met elkaar onder één dak en is het fenomeen van de buitengewone wijkgemeente hier onbekend. Het zijn in de vijftiger jaren predikanten als ds. Spilt en ds. De Bruijn die voor dit samenleven de basis legden. Naar een woord van één van hen: In de kerk wordt bij Een vergadert, wat niet bijeen hoort. De God Die in Zijn trouw Zijn kerk plant, Die zal haar ook bewaren. In dat geloof mogen wij voortgaan.
H. C. Marchand
Gegevens zijn afkomstig uit:
1) Rond Ermel's Wehme door F. R. Elema en H. J. v. Beek, Gedenkboek van Ermelo (855-1955);
2) 1000 jaar Harderwijk, kerk en Bethel door G. v. d. Zee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's