'De kerk doet óók al aan kerst…'
Kerst en de wereld
Wat maakt een begrafenis tot een christelijke begrafenis? Doorslaggevend zal zijn of het Woord open gaat, hetzij in een kerkdienst of in een samenkomst, voorafgaand aan de begrafenis, hetzij direct aan de groeve.
Maar hoort er ook niet bij, dat aan het graf beléden en gebéden wordt? Dat is niet altijd het geval. Soms wordt volstaan met een Schriftlezing en worden verder vermanende woorden tot de omstanders gesproken. Zal echter niet juist ook bij het graf beleden worden aangaande datgene, wat over dood en graf heenreikt, ongeacht de persoon die ten grave wordt gedragen?
Het Apostolicum – al spoedig symbolum apostolicum genoemd – werd vanaf de vierde eeuw gezien als een 'kenteken, waardoor degene herkend wordt, die Christus waarlijk naar de apostolische regels predikt', of ook: 'een parool van de militairen, die daaraan vriend of vijand weten te onderscheiden' (Rufinus). Het Apostolicum wil zo niet alleen beleden worden binnen de gemeente maar ook worden uitgezegd naar buiten. Daarom is het ook een goede traditie om bij het open graf het Apostolicum te belijden. Dan zullen 'vriend en vijand' inderdaad openbaar komen. Zij, die tot de geméénte behoren, belijden mee. De buitenstaander weert af, òf wordt herinnerd aan wat hij of zij ooit in de gemeente hoorde belijden òf wordt er hoe dan ook toch door aangesproken.
Juist bij het open graf is het goed de woorden op de lippen te nemen, die de kerk der eeuwen beleden heeft. Die gaan boven alle vermanende woorden, die gesproken worden, uit, al zijn die daarmee niet overbodig geworden.
Zo ook het Onze Vader. Christus heeft het ons gegeven als het allervolmaaktste gebed. Onze eigen gebeden zijn dus altijd minder volmaakt dan het Onze Vader.
Dat gebed heeft Christus intussen niet gegeven om het niet te bidden maar om het te bidden. Waarom toch zijn er gemeenten of kerkelijke gemeenschappen, waar het Onze Vader zelden of nooit gebeden wordt, behalve wanneer de formulieren het Onze Vader vóór zeggen? De kerk van èlke tijd mag en zal niet alleen belijden met de kerk van àlle tijden en plaatsen maar ook bidden met de kerk van alle tijden en alle plaatsen.
Op de Olijfberg in Jeruzalem staat een kapel, waarin het Onze Vader in vele talen op een tableau staat afgedrukt. Dat grote tableau is er het sprekende bewijs van, dat het gebed, dat Jezus ons leerde, ook wereldwijd gebeden wordt. Zou dit gebed ook niet bij het open graf gebeden worden als het hoogste wat te bidden valt, ook boven alle subjectieve gevoelens en gedachten aangaande de overledene uit?
De kerk belijdt en bidt. Dat mag de wereld weten, juist ook bij de open groeve. Er vindt dan, zowel belijdend als biddend, een concentratie plaats op het meest wezenlijke.
De korte formuleringen van het Apostolicum overtreffen de breedsprakigheid, die soms ten toon wordt gespreid. En de korte formuleringen van het Onze Vader gaan gebeden, die op 'de hoeken der straten' gebeden worden, te boven.
Méér en méér ben ik de jaren door van de wezenlijke betekenis en de rijkdom overtuigd geraakt van de symbolen, ons door de kerk der eeuwen als geconcentreerde belijdenissen en zo ook als getuigenissen aangereikt, alsook van formuliergebeden, met het Onze Vader als het voornaamste. Bovendien zijn er ook wereldwijd herkenbare tekenen: het kruis, de vis, het anker, het lam.
Kerst
Wat heeft het bovenstaande met Kerst te maken? Mij dunkt, dat we de symbolen – met name de oudchristelijke belijdenissen – en andere tekenen, die opgericht staan in de kerk der eeuwen en zo in de wereld, niet kunnen missen om getuigenis te geven naar de wereld toe.
Het is goed ons zo ook met kerst te concentreren op datgene, wat vanuit de Schrift ècht is en op datgene, wat de kerk de eeuwen door heeft doorgegeven en bestand bleek te zijn tegen de tand des tijds.
Het belijden van het Apostolicum en het bidden van het Onze Vader doen wereldwijd de vonk der herkenning over springen. Moet het zo ook niet zijn met kerst? Het feest wordt wereldwijd gevierd, maar waarin herkennen christenen elkaar wereldwijd: in de geboren Christus of in een vage Christusidee? En waarin geven de kerken samen getuigenis naar buiten?
Een jongetje liep met zijn vader door Amsterdam en zag op een kerkdeur een aanplakbiljet voor een kerstsamenkomst. Waarop hij tegen zijn vader zei: 'de kerk doet ook al aan kerst'. Aardig gezegd, wanneer we zien hoe verwereldlijkt het kerstfeest is?
De vraag is hoe de kerk door de kerstdrukte nog kan héénkomen met haar echte boodschap. 'De engelen kunnen er in onze geseculariseerde cultuur al niet meer doorheen komen', citeerde ds. C. Blenk dezer dagen wijlen dr. F. de Graaff. Kan de kerk er dan nog wel echt met de boodschap van het Evangelie doorheen komen? Want wat we als kerk in de kerstdrukte door te geven hebben, is niet één of andere beschóúwing maar het pure van God gegeven Kerstevangelie.
'Ook de kerk doet al aan kerst'. Dat betekent ook dat de kerstroes – als wereldlijke onderbreking van de jacht van het leven in de 'donkere decembermaand' – vaak ook bezit heeft genomen van de kerk. In gemeenten druist het van feestelijke bijeenkomsten. De dominees en vele anderen hebben het er maar druk mee. Als we dan door de bomen het bos nog maar zien. De wereld moet toch niet de indruk krijgen, dat de kerk er ook maar wat van máákt en hier en daar zelfs opgezadeld wordt met háár kerstfeest.
Het is, om zo te zeggen, beter een kersttekst boven een marktkraam te hangen dan een grote boom op de markt neer te zetten.
Het is beter een klassiek kerstlied te laten horen dan zoetelijke verhalen rond te strooien, die aan de kern van de boodschap voorbijgaan en intussen de suggestie wekken dat dàt kerstfeest is.
De kerk zou de kerstprediking eigenlijk maar in de zomer moeten brengen, al geldt de verkondiging van Christus' geboorte ook het hele jaar door.
Het is bepaald niet zonder reden, dat er groten in de kerkgeschiedenis waren (Calvijn), die van in de tijd gelokaliseerde vaste feesten niet wilden weten. Maar àls dan in onze tijd de wereld een feest heeft, dat ze óók kerstfeest noemt, mag de kerk toch van de gelegenheid gebruik maken om met een liefst geconcentreerd getuigenis aangaande Christus present te zijn: Christus, arm geworden daar Hij rijk was!
De christelijke feestdagen zullen juist in een tijd van secularisatie hun tekenkarakter hebben en houden maar dan ook voluit authentiek gevuld moeten worden.
Afbeeldingen
De echte concentratie ligt, ook wat kerst betreft, in het Woord alléén. Het gaat om het kerstevangelie, zoals ons dat in het Woord gegeven wordt, waarbij het – van kribbe tot kruis – uiteindelijk helemaal gaat en draait om de verzoening. Dat zal toch ook worden verkondigd en worden uitgezongen.
De eeuwen door was er echter ook de uitbéélding. Voorzover het Evangelie overigens uit te beelden viel, want het heilgeheim valt niet uit te beelden.
Uit te beelden valt alleen Jezus naar Zijn menselijke natuur.
Een kribbe met het Kind valt uit te beelden, maar niet de wonderbare wijze van Zijn ontvangenis, van een maagdelijke geboorte.
De lijdende Christus is af te beelden, maar niet Zijn sterven tot verzoening der wereld. En bij het open graf vermag de dichter nog het wonder uit te zingen, maar de schilder weet hier niets meer op het doek te krijgen.
Als Christus als Mens, als Zoon des mensen, onder ons heeft geleefd, dan valt Hij ook als zódanig uit te beelden.
Christus valt uit te beelden – en dat is ook in alle toonaarden gedaan – in de aardse gestalte, die Hij had, toen Hij rondwandelde in de kleding van Zijn tijd, toen Hij aanzat aan de tafel, waaraan Hij zich schikte, tot en met die van het laatste avondmaal. En zo was er ook de afbeelding van het kerstkind, in alle mogelijke variaties.
Helaas echter heeft 'moeder Maria' soms het kind overschaduwd, men ging haar zelfs aanbidden.
Helaas is men het kind in een kribbe gaan wiegen.
Ten onrechte heeft men Jezus van een stralenkrans voorzien, om zo iets van Zijn niet en nooit uit te beelden goddelijkheid aan te duiden.
Helaas hebben 'heiligen' en hun afbeeldingen soms een ereplaats gekregen, die alleen aan Christus toekomt.
Helaas en ten onrechte kwamen er in de kerk beelden als 'boeken der leken', 'stomme beelden' die van het Woord aftrokken (H.C., antw. 59).
Helaas, helaas, helaas… Maar dat neemt niet weg, dat Jezus als mens onder de mensen heeft geleefd en als Kind onder de mensen geboren werd. En zo is Hij afgebeeld door kunstenaars. Niet alle afbeeldingen vallen dan ook onder de 'stomme beelden'.
Ongetwijfeld geldt ook hier, dat er meer kitsch dan kunst is. Al te gemakkelijk kunnen ook dimensies in het beeld worden toegevoegd, die het Woord niet kent. De echte afbeelding herinnert aan het Woord. Die kan betekenis hebben als geconcentreerd getuigenis. Zoals duizenden dichters het kerstgebeuren in gedichten en liederen hebben verklankt, zo is het gebeuren ook verbééld.
De dichter overigens kan het wonder van het goddelijke nog, naar de woorden van het Woord, pogen uit te zeggen, de schilder zal daarin niet slagen. Maar met zijn afbeeldingen kan hij wel herinneringen oproepen áán of heenwijzen náár het Evangelie van de geboren en de gekruisigde Christus.
Concentratie
Wat ik in deze enkele regels wil zeggen? In het feestgedruis van de wereld, rondom een oubollige kerstman en in een sfeer van veel commercieel gerichte drukte, is er voor de kerk maar één roeping, namelijk die van concentratie op het eigenlijke kerstgebeuren: een geconcentreerd getuigenis, zodat ook de wereld door de bomen het bos nog weer kan onderscheiden.
De kerk viert ook al kerst?
Wat heeft ze dan te bieden? Alléén een boodschap:
Ontvangen van de Heilige Geest,
Geboren uit de maagd Maria,
Die geleden heeft en ten derden dage is opgestaan van de doden.
Geconcentreerd belijden naar de wereld toe, in woord en lied en teken, inhoudsvol en tegelijk sober!
Opdat Christus Zelf het stralende Middelpunt blijve.
v. d. G.
Test foto:
De geboorte van Christus. Fresco in de Herderskapel in Bethlehem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1994
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1994
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's