Torenspitsen-Gemeenteflitsen
BEDUM
Bedum ligt tien kilometer ten noorden van de stad Groningen. De kerk staat er vanuit het noorden gezien bij als een lage kerk onder het enorme dak dat als een ruime overjas het nog meer naar beneden drukt, achter de oude bomen op het weidse kerkhof. Vanuit het zuidwesten gezien, maakt de kerk de indruk van een middeleeuwse stadskerk met statuur, vooral dankzij een hoog-gotisch raam en een hoge puntgevel. Een kerk met vele gezichten, ook als het gaat om de gemeente die er kerkt, mede gesymboliseerd door de grote diversiteit van natuur- en baksteensoorten die in de loop van ruim acht eeuwen in het gebouw zijn verwerkt. Op de plaats waar de kerk staat, werd ± het jaar 1000 ene Walfridus, een van de eerste christenen in de streek en invloedrijke boer, in zijn bidvertrek begraven, nadat hij door de Noormannen op hun schip was gemarteld en vermoord. Als martelaar werd hij vereerd bij zijn graf door de talrijke pelgrims tot uit Noord-Duitsland. Aan hem werden ook wonderen toegeschreven. Aanvankelijk bouwde men op zijn graf een houten kerk (± 1000) die later vervangen werd door een tufstenen zaalkerkje. Al rond 1100 moet deze uitgebouwd zijn tot een romaanse tufstenen basiliek, waarvan de toren tot op vandaag nog prijkt en verder vierkante tufstenen pilaren in een van de zalen en muurwerk in een andere zaal. Van genoemde grote romaanse basiliek met westwerk, werd de kerk na 1225 grotendeels vertimmerd tot een romanogotische kerk met een hoog koor. Dat koor is in de 17e eeuw afgebroken. De toren, eens de hoogste in de Ommelanden, is nu een 1.77 m uit het lood staande 'Schaive Toorn', romaans, gedekt met ruitschilden. Na het midden van de vorige eeuw was de kerk onder de vrijzinnige kerkvoogden erg in verval geraakt. De gewelven stortten in. De gemeenteleden voorkwamen afbraak, en de kerkruimte werd in neo-classisistische zin vertimmerd en een deel van de kerk werd afgeschoten door een enorme wand met veel glas erin. Bij de komende restauratie, die deze winter gaat beginnen, verdwijnt die wand weer, en komt er ook iets terug van de ranke pilaren en boogvormen. De kerk telt ruim 250 zitplaatsen en heeft een uniek orgel, recentelijk nog uitgebreid. Het enorme dak en de balkonconstructies op de zolder werden in 1993 gerestaureerd. De algehele restauratie van het kerkschip, binnen en buiten, zal nu eindelijk voor een bedrag van enkele miljoenen haar beslag krijgen.
De eerste predikant was de één na laatste pastoor van Bedum, een telg uit het roemruchte Groninger geslacht Clant. Deze Johannes Clant preekte al ver voor 1566 in zwarte toog, en dus in reformatorische zin. Hij weigerde toen al de biecht te horen en de mis te bedienen. In 1567 werd hij verjaagd door de Spaansen en in 1594 keerde hij vanuit het Emdense, getrouwd en als predikant aldaar bevestigd, in Bedum terug. Tot 1681 zijn er te Bedum altijd twee ruim betaalde predikanten aan de gemeente verbonden geweest. De kerk bezat namelijk ongeveer 50% van alle landerijen in haar gebied. In het heden bekostigt Bedum 3/4 predikantsplaats, en het met Bedum gecombineerde Onderdendam 1/4. Een bekend predikant van Bedum was Wolfgang Agricola, die een geschrift schreef tegen de wederdopers en die samen met een stadspredikant werd afgevaardigd voor stad en Ommelanden naar de Nationale Synode van Dordrecht. In de directe omgeving van Bedum, werkten tientallen jaren bekende bevindelijke predikers. Een van hen was Meinardus Antonides uit de achttiende eeuw. Deze boetgezant ervoer zijn werk als ploegen op rotsen.
Later ontwikkelde de gemeente zich in vrijzinnige richting. Geen wonder dat de afscheiding en later de doleantie zo'n enorme aanhang kreeg. Bedum telt nu vier gereformeerde predikanten en twee vrijgemaakt gereformeerde dominees.
In 1905 was de vrijzinnigheid – vooral onder de kerkvoogden en notabelen – zo sterk, dat toen besloten werd om ter 'bestrijding' van de orthodoxie een jaarlijkse subsidie te verstrekken aan het Comitee tot oprichting van een Vereniging van Vrijzinnig Hervormden in de provincie Groningen. In 1946 werd ds. Siccama als vermeend vrijzinnig predikant beroepen, maar deze ontpopte zich als een bestudeerd rechtzinnig man.
De gemeente bloeide zozeer op dat er banken bij kwamen in de kerk. Zijn lijn werd min of meer voortgezet. Door de combinatie met Onderdendam keek men bij het beroepingswerk in de laatste 15 jaar ook steeds meer in de richting van dominees die behoren tot de Gereformeerde Bond of daarmee verwant. Het beroepingswerk ging voor en na niet zonder spanningen voort. Zo was de gemeente voor 1990 bijna vijf jaar vacant. Dankbaar zijn we nu met een enigermate opwaartse lijn, na de moeilijke tijden die de gemeente de laatste 15 jaar ook gekend heeft. Er is nog genoeg dat reden geeft tot zorg, maar groter is onze verwachting van de Koning der Kerk. Onze zustergemeente Onderdendam heeft met name een streekfunctie: in onze avonddiensten daar gehouden komen kerkgangers van meer dan 20 kilometer ver. We mogen ons verheugen in een toegenomen grensverkeer tussen beide gemeenten, zowel in kerkbezoek als op beleidsterrein en in de gemeente-activiteiten. We bidden om de werking van Gods Geest opdat er groei mag zijn van de gemeenten, in de diepte en in de onderlinge samenhang, gestimuleerd door een gemeenschappelijk kerkblad van flinke omvang.
W. Altena, VDM
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1994
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1994
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's