De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De datum van het Kerstfeest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De datum van het Kerstfeest

9 minuten leestijd

De bijbelse achtergrond
Het Paasfeest en het Pinksterfeest hebben beide een oudtestamentische achtergrond en in het Nieuwe Testament werden deze feesten voortgezet als het feest van de Opstanding en van de Uitstorting van de Heilige Geest. Ondanks het klassieke kerstevangelie in Lucas 2, heeft het kerstfeest als zodanig echter geen bijbelse achtergrond. Het is van veel jongere datum en het heeft ook van meet af aan heidense elementen bevat. De geboortedatum zelf deelt de Schrift ons niet mee. Uit de vrij nauwkeurige opgaven van Lucas valt te concluderen samen met andere gegevens, dat onze christelijke jaartelling niet echt met Christus' geboorte begonnen is. Dionysius Exiguus, de middeleeuwse monnik en auteur van de christelijke jaartelling, heeft het geboortejaar verkeerd berekend. Door de meeste geleerden wordt de geboorte van Christus nu gesteld op ca. in het jaar 7 voor Chr. In dat jaar zou de inschrijving (zie Lucas 2) hebben plaatsgevonden. Anderen denken aan het jaar 4 voor Chr. Maar de verkondiging, die op het kerstfeest centraal moet staan, is voluit bijbels. Denk maar aan de bekende tekst Joh. 3 : 16. Toch vinden wij in de bijbel zelf geen enkel spoor dat er op duidt, dat er in de tijd van de apostelen een geboortefeest van Christus werd gevierd. Ook in de zogenaamde naapostolische tijd is er geen spoor van te ontdekken.

De historische achtergrond
Waar moeten wij dan de oorsprong van het kerstfeest zoeken? Wel, in Rome werd op 25 december het populaire feest gevierd van de 'winterzonnewende', het feest van de Sol Invictus, de onoverwinnelijke zon. Er was de eerste 3 eeuwen geen sprake van een Kerst (= Christus)-feest op 25 december. Wanneer Arnobius in verband met de laatste grote christenvervolging onder keizer Diocletianus waarschijnlijk tussen 305 en 310 zijn uitvoerige verdediging van het geloof schrijft, spot hij nog vrolijk met de heidenen, die de geboorte van hun god vieren. Dat zou hij zeker niet gedaan hebben, wanneer toen reeds het kerstfeest in ere geweest was.
Toen de christelijke kerk onder keizer Constantijn de Grote staatskerk werd, kwam hierin verandering en werd het heidense lichtfeest gekerstend tot geboortedag van Christus. Nu ging het om de Sol justitiae, de zon der gerechtigheid (Mal. 4, 2) of de Sol salutis, de zon des heils. Maar deze poging tot kerstening van het oude heidense feest op 25 december heeft zich heel langzaam doorgezet. Voor Augustinus was deze datum slechts een simpele jaargedachtenis temidden van de reeks van sterfdagen, van martelaren. In de kerk van het Oosten en in Frankrijk en Spanje heeft men kerstmis oorspronkelijk op 6 januari gevierd. In Italië werd het kerstfeest snel verbreid. Al in de tijd van Ambrosius was het in Milaan bekend. In het Oosten verliep de invoering veel trager. Gregorius van Nazianze heeft het in 379 in Constantinopel ingevoerd en Chrysostomus (= gulden mond, hij was dus een zeer welsprekend man) heeft het in 386 ingevoerd in Antiochië. In Egypte kwam het eerst in 430. In Palestina pas in de 7e eeuw. De Armeense kerk heeft er nooit iets van willen weten.

Uit een kerstpreek in de Oude kerk
De preek van Chrysostomus op 25 december 386 is bewaard. Hij zegt daarin: 'Het is nog geen tien jaar geleden sinds die dag bij ons zichtbaar en bekend geworden is. Maar toch is hij, als ware hij van oudsher en sinds vele jaren ons overgeleverd, zo opgebloeid door uw ijver… zo is ook deze dag, die bij de bewoners van het Westen reeds vroeger bekend was, maar eerst nu voor niet vele jaren tot ons gebracht werd, opeens zo opgeschoten en heeft zulke vruchten gedragen, als men nu kan zien, nu de ommegangen vol staan en de gehele kerk te klein is voor de samengestroomde menigte'. Het blijkt uit deze preek, dat voor 375 het kerstfeest onbekend was in Antiochië en dat het uit het Westen was ingevoerd. Hoewel het een grote opgang maakte, moesten toch sommigen er niets van hebben, omdat het een nieuwigheid was.

Onenigheid over de datum
Vervolgens deelt Chrysostomus mee, dat velen over de datum twisten; sommigen verwerpen hem als pasingevoerde nieuwigheid, anderen verdedigen hem als zeer oud. Zeer uitvoerig betoogt de prediker dat aan de hand van Lucas 1 en de berekening van het daar bedoelde offeren van Zacharias, dat 25 december de geboortedag van Jezus moet zijn. Het blijkt dat het berekenen van de datum heel wat moeilijkheden kostte en dat de datum kennelijk niet algemeen aanvaard was.
Toen Cassianus ca. 400 bij de monniken in Egypte kwam, bespeurde hij daar tot zijn verbazing een afwijking van de gewoonte, die hem van huis uit bekend was. Daar werd nl. volgens een oude overlevering op 'Epiphaniën' (= 6 januari) zowel de geboorte als de doop van Christus in de Jordaan en het eerste wonder te Kana gevierd. Het eerste bericht over een kerkdienst op 25 december komt eerst na het concilie van Ephese in 431. Nog meer weerstand bood het patriarchaat van Jeruzalem, waar men zich als enige kerkelijke provincie tegen de hele wereld verzette, o.a. met het argument: 'bij ons is Christus geboren; hoe zullen zij, die veraf wonen, het beter weten dan wij?' Toen men ca. 430 besloot op 25 december een gedenkdag te houden, was dit aanvankelijk ter gedachtenis van David en van Jacobus, de broeder des Heeren, die men als leider van de moedergemeente te Jeruzalem vereerde.

Epiphanie
Toch vierde men in die tijd wel in de Oosterse kerk een geboortefeest van Christus. Maar men deed dit op 6 januari. Men sprak niet van geboortefeest op kerstfeest, maar van epiphanie (= verschijning). Dit is een Grieks woord, waarmee men de verschijning van Christus aanduidde. Deze dag, die bij de roomsen nog als 'Driekoningen' in ere is, vierde men als de manifestatie, als de verschijning van Christus. Volgens de Syrische kerkvader Ephraem (4e eeuw) is 6 januari het grootste christelijke feest. Met intense vreugde werd het gevierd. 'De ganse schepping kondigt Hem, de Wijzen uit het Oosten verkondigen Hem; de ster verkondigt Hem; ziet, zie hier de Zoon des Konings! De hemelen openen zich, de wateren van de Jordaan schuimen, de duif verschijnt: "Zie hier, Mijn geliefde Zoon".' Geboorte en doop van Jezus zijn hier dus verbonden.

Epiphanie in het Westen
Merkwaardig genoeg weet men in het Westen aanvankelijk niets van een feest op 6 januari. Dat komt pas later omstreeks 360 in Frankrijk en Noord-Italië, waar sterke betrekkingen met het Oosten onderhouden werden. Epiphanie burgert heel langzaam in. Het laatst in Rome! Het is interessant te horen, dat Augustinus aan de scheurkerk van de Donatisten het verwijt richtte, dat zij Epiphanie verwierpen, maar niet het kerstfeest. Volgens Augustinus waren de Donatisten lieden 'die de eenheid met de algemene over de hele aarde verbreide kerk niet liefhadden en met de Oosterlingen geen gemeenschap hielden'. De aanvaarding van het feest van Epiphanie is dus volgens Augustinus een teken van gemeenschap met het Oosten.
In 350 hebben het Oostelijk en Westelijk deel van de kerk ieder hun eigen datum voor het geboortefeest van Christus. In de jaren daarna vindt een wederzijdse uitwisseling, overname en vermenging plaats. Dit gaat niet bij besluit van een of ander concilie of kerkvergadering. Een eeuw later hebben op enkele uitzonderingen na alle christenen in Oost en West 25 december en 6 januari samen aanvaard voor de herdenking van de geboorte van Christus en Zijn aanbidding door de Wijzen uit het Oosten en de Doop in de Jordaan.

Blijvende onzekerheid over de juiste datum
De juiste geboortedatum van Christus is al spoedig in vergetelheid geraakt. Uit de kerstgeschiedenis valt niets op te maken. Geen maand en geen dag wordt genoemd. Het enige is het feit, dat herders met kudden in het veld waren. Dit was in Palestina het geval van begin april tot november. Dus dat helpt niet veel verder dan de conclusie, dat de geboortedatum dus niet op 25 december of 6 januari geweest kan zijn!
In de vroege kerk had men daarvoor geen belangstelling. Het sterven en de opstanding van Christus waren van beslissende betekenis voor het heil. Ieder die loochende, dat Jezus ontvangen was van de Heilige Geest en geboren uit de maagd Maria, werd fel bestreden. Voor de vraag wanneer Hij precies geboren was, had men geen interesse. Pas Clemens van Alexandrië houdt zich daarmee bezig (ca. 200) en hij deelt ons een hele reeks van becijferingen van de geboortedag van Jezus mee. Sommigen stelden zijn geboorte op 24/25 april, anderen op 25 of 29 mei. Hippolytus (3e eeuw in Rome) dateert op 2 april en weer een ander op 28 maart.
In een late Syrische tekst, een aantekening bij Bar Salibi (13e eeuw) leest men: 'De oorzaak waarom de vaderen het feest van 6 januari (Epiphanie) veranderden en naar 25 december verplaatsten, was deze. De heidenen plachten op 25 december het feest van de geboortedag van de zon te vieren en ter ere van het feest lichten aan te steken. Aan dit vreugdefeest en schouwspel lieten zij ook de christenen deelnemen. Omdat nu de leraars der kerk bemerkten, dat de christenen hierdoor aangetrokken werden, troffen zij voorzorgsmaatregelen en vierden op deze dag voortaan het feest van de ware geboorte, maar op 6 januari het feest van de verschijning'. Wij danken dus het kerstfeest aan de concurrentie met het heidens zinnenbekorend spel van licht en duister. Men poogde het heidendom te kerstenen maar tot op vandaag toe zien wij dat juist dit feest zich bij uitstek leent voor van allerlei en nog wat dat met de komst van Christus in het vlees, met het eigenlijke kerst (= Christus)feest niets te maken heeft.

Het kerstfeest in het Gereformeerde Protestantisme
In het Gereformeerd Protestantisme in de 16e en 17e eeuw wist men met het kerstfeest eigenlijk niet goed weg. Fel afkerig van de verwereldlijking (het eten, drinken en spelen, waartoe de viering in brede kringen was ontaard) besloot de synode van Dordrecht in 1574 alleen de zondag te vieren en het volk tot afschaffing van het kerstfeest te vermanen. Over Christus' geboorte zou dan op de zondag voor 25 december worden gepreekt. 'Aengaende de feestdaghen neffens den Sondach, Is besloten datmen met den Sondach alleen te vreden sijn sal. Doch salmen de ghewoonlicke materie vander gheboorte Christis Sondaechs voor den Christdach inder Kercke handelen, ende het volck vande afdoeninghe deses feestdachs vermanen, ende oock vander selve materie op den Christdach predicken, soo hij valt op een predick dach' (22 juni 1574). Later is dit besluit weer ingetrokken. Alleen in Utrecht werd onder invloed van de Voetianen en in de geest van de synode van 1816, die zich tegen de kerstviering had uitgesproken, het verbod weer tijdelijk van kracht. Immers ook in Genève was het een tijdlang verboden geweest.
De rechte wijze van kerstviering blijft tot vandaag toe in de christelijke kerk een probleem.

W. Balke

Tekst foto:
De Maria kerk te Efeze, Turkeije.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1994

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De datum van het Kerstfeest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1994

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's