Gezet om eenmaal te sterven
'En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel; Alzo ook Christus, eenmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen, zal ten anderen male zonder zonde gezien worden van degenen, die Hem verwachten tot zaligheid'(Heb. 9 : 27, 28)
In een jaar tijd kan er in het leven van een mens veel gebeuren. Aan het begin van het jaar 1994 wisten we nog niet wat we nu wel weten. Veel verandert er in ons leven. Eén ding verandert nooit, namelijk de dood. Op dit punt blijft alles bij het oude. Er sterven oude mensen. Er sterven ook jonge mensen. De één sterft ten gevolge van een ongeluk, de ander ten gevolge van een ziekte. Aan het einde van een jaar worden we bepaald bij de vergankelijkheid van het leven. Het is den mensen gezet eenmaal te sterven.
Dat wij mensen moeten sterven berust op een onveranderlijk besluit. De dood heerst van Adam af en zal er zijn tot de laatste dag. Dit heeft niets met een dreigend noodlot te maken. Het heeft te maken met de woorden, gesproken door de Heere in het paradijs: 'Tendage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven' (Genesis 2 : 17).
De werkelijkheid van de dood hangt samen met de werkelijkheid van de zonde. God heeft de mens geschapen met de bedoeling om eeuwig te leven. De mens heeft zich van God afgekeerd en heeft daarmee de dood over zichzelf ingeroepen. De dood is de straf op de zonde.
Houden wij rekening met de dood? Er zijn er die zeggen: 'Met de dood is alles afgelopen. Daarom moeten we uit het leven halen wat er in zit. Laten we eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij'. Door velen wordt de dood 'weggeknald' en 'weggedronken', of men probeert de dood te vergeten door te horen of kijken naar programma's vol amusement. De Heere zegt heel eerlijk tegen ons: U moet een keer sterven. Wij weten niet wanneer dat zal zijn. We weten wel dat het een keer gebeurt. De belangrijkste vraag is: Kunnen wij sterven? Het leven krijgen wij om ons op ons sterven voor te bereiden. De tijd is kort en we hebben geen tijd te verliezen. We denken zo snel dat het zo'n vaart niet loopt. Iemand die jong is zegt: Je bent jong en je wilt wat. Iemand die oud is zegt: Misschien word ik wel 100. Laten we echter ter harte nemen de woorden: Gedenk te sterven.
Sterven betekent altijd God ontmoeten. En God ontmoeten betekent altijd geoordeeld worden. Het oordeel vindt onmiddellijk na het sterven plaats. Het definitieve oordeel vindt plaats bij de wederkomst. Er zal geen verschil zijn tussen de beide uitspraken. Wij allen moeten dus voor de rechterstoel van Christus geopenbaard worden. We worden geoordeeld naar de werken, woorden en zelfs de gedachten. Ons voorbereiden op de dood is ons voorbereiden op het oordeel. Welk oordeel zal door God over mijn leven worden geveld? Uiteindelijk zijn er maar twee mogelijkheden. De hemel of de hel. De plaats van het eeuwige leven of de plaats van de buitenste duisternis. De plaats waar God is of de plaats waar Hij niet is.
We mogen niet op een verkeerde grond staan. We kunnen niet bouwen op onze kerkgang of op een godsdienstig en deugdzaam leven. Als dat de grond is, bedriegen we onszelf voor de eeuwigheid. Al onze gerechtigheden zijn immers een wegwerpelijk kleed. Er is maar één grond, waarop we kunnen staan. Dat is het volbrachte Middelaarswerk van de Heere Jezus Christus. Hij is het Lam van God Dat de zonde van de wereld wegdraagt. Over Hem horen we in het tweede gedeelte van de tekst. Om Hem gaat het ook uiteindelijk in deze tekst. We mogen bij de dood en het oordeel niet stil blijven staan. Het is wel het eerste wat genoemd wordt, maar niet het laatste. We mogen elkaar niet bang maken. We mogen elkaar juist bemoedigen en vertroosten.
Er wordt een vergelijking gemaakt tussen de mensen en Christus. Zoals het met ons mensen gaat, zo gaat het met Christus. Jezus is niet alleen waarachtig God, maar ook waarachtig mens. Van Christus geldt ook dat hét Hem gezet is te sterven en daarna het oordeel. Wel is er een groot verschil. Hij sterft niet vanwege Zijn ongehoorzaamheid. Zijn sterven is een offer. Zijn sterven is een daad en geen dwang. Hij sterft vrijwillig voor zondaren. Hij is Zelf zonder zonde. Hij neemt echter de zonde van Zijn gemeente op Zich.
Hij staat in de plaats van de Zijnen om voor hen de toom van God te stillen. Hij sterft op Golgotha. Hij wordt geoordeeld. Zijn werk kan de toets van de beoordeling van God doorstaan. Hij wordt vrijgesproken. De gemeente wordt in Hem en door Hem vrijgesproken.
Zijn offer is éénmalig en genoeg. De vrucht van het offer geldt de eeuwen door. Ook voor de laatste dagen van het jaar 1994 en ook voor het jaar 1995, dat we ingaan. Het is het liefste werk van Christus de zonde weg te nemen. Ook uw zonde? Ook jouw zonde? Leef niet voorbij aan Hem. Wie Hem niet kent, moet Zelf voor de zonde betalen. Hij zal zeggen tegen hen die zich in ongeloof volharden: Gaat weg van Mij. Kom toch tot Hem. Ieder is bij Hem van harte welkom. Wie komen? Allen die hun zonde kennen en zichzelf leren veroordelen.
Allen die zeggen: Ik kan niet voor u bestaan. Zij kunnen niet van Jezus wegblijven. Het zijn er niet weinigen. Het zijn er velen. Er zal zelfs een grote schare zijn, die niemand tellen kan. Waarom zou het voor u en jou niet kunnen? We mogen ruime gedachten hebben van het werk van Jezus. Er zijn al velen gekomen en nog is er plaats. Hij vraagt: 'Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven' (Matth. 11 : 28).
Wie Jezus oprecht kent heeft een leven van verwachting. Hij is opgestaan uit de dood en Hij is ten hemel gevaren. Hij wordt ten anderen male 'zonder zonde gezien van degenen die Hem verwachten tot zaligheid'. Hij zal wederkomen op de wolk. Nu veroorzaakt de zonde zoveel droefheid. Als Christus komt is de zonde voorgoed weg. De zonde is weg en de gevolgen van de zonde zijn weg. U die gelooft behoeft niet te vrezen voor de rechterstoel van Christus. U mag bemerken dat er niets aan Zijn offer ontbreekt. De Rechter is ook uw Redder. Hij spreekt eeuwig vrij. Hij zal ook alle tranen van de ogen afwissen. Deze verwachting is er niet als we onze pinnen te vast in de aarde steken. De verwachting is er als onze wandel nu al in de hemelen is. We verwachten het eeuwige leven te ontvangen. Ja, we verwachten vooral Hem Zelf. Hij is meer dan Zijn gaven. Er mag het gebed zijn: 'Kom Heere Jezus, ja kom haastig'. Verwacht het niet van uzelf bij de wisseling van een jaar. Verwacht het van Christus alleen. Die gisteren en heden Dezelfde is en in der eeuwigheid.
J. H. Lammers, Benthuizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1994
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1994
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's