De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het gebed (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gebed (4)

10 minuten leestijd

Ik hoop in het vervolg van deze reeks er nog wel meer over te schrijven, doch uit de voorgaande artikelen zal ons al wel duidelijk zijn geworden, hóe nodig ons het gebed is. Wij hebben vele noden en gebreken. Wij mogen ze aan de Heere alle voorleggen. En wat ik de vorige week schreef, dat wij om al de weldaden Gods zoals de genade Gods, de zaligheid, de versterking van het geloof etc. mogen bidden, zo hebben wij Hem ook te danken als wij die weldaden ontvangen.

Wij worden er nooit slechter van als wij de Heere danken om al Zijn weldaden. Immers, wanneer wij Hem danken voor al Zijn zegeningen (geestelijk èn materieel), wil Hij zelfs Zijn weldaden vermenigvuldigen.

Ook dit is waar: ondankbaren ontneemt en onttrekt de Heere Zijn weldaden.

Het danken behoort geheel en al bij het bidden, 't Is tenminste geen goed teken als de Heere nooit eens gedankt wordt. Wanneer men alleen maar vraagt! De vraag doet zich zelfs voor óf ons gebed dan wel een recht gebed is.

Nooit ofte nimmer mag de dank in het gebed ontbreken. Als men de zegeningen ziet en ze telt, zal dit ook niet het geval zijn.

Naar Gods wil

Wij zullen het er samen wel over eens zijn dat een gebed altijd naar Gods wil behoort te zijn.

Niet wij bepalen de inhoud van het gebed, maar dat doet de Heere. Hij bepaalt hoe Hij aangebeden en aangeroepen wil zijn. Het is goed recht van onze vorstin om zelf de etiquette aan haar hof te bepalen. Zó en zó zal men haar tegemoet treden. Zus en zo zal men haar aanspreken...

Onze vorstin bepaalt de manier waarop men met haar zal omgaan. Dat is haar goed recht en wij als haar onderdanen hebben ons te onderwerpen aan wat zij ons voorschrijft. Wij doen dat ook, uit eerbied voor onze vorstin. De voorgeschreven etiquette, het protocol, houden wij nauwgezet in 't oog.

Nog meer dan onze vorstin bepaalt de Koning der koningen en Heere der heren de etiquette, waarin nauwkeurig staat aangegeven, hoe Hij genaderd wil worden en hoe Hij aangesproken wil worden.

Wie op een tere wijze in het gebed met God omgaat, de verborgen omgang met Hem kent, zal het weten dat de Vorst des hemels op goede etiquette staat.

Hij wil aangeroepen worden als de enig ware God. Boven Hem zijn er géén andere goden. Naast Hem zijn er géén andere goden. De God en Vader van onze Heere Jezus Christus is de enige ware God.

Wie déze enig ware God aanroept, mag èn móet er zeker van zijn dat Hij van onze nood afweet, alsmede dat Hij ons helpen kan en helpen wil.

De Heere is de Alwetende! Hij voorziet om die reden ook wel eens in behoeften die wij niet als behoeften onderkennen óf die soms helemaal niet door ons aan Hem worden voorgelegd. Boven bidden en denken, maar ook wel zonder bidden en denken vervult de Heere bepaalde nooddruft. Wat ook opgemerkt móet worden: de Hee­ re is almachtig. Dat houdt in dat Hij ons uit alle lichamelijke èn geestelijke nood kan helpen.

Toch is het niet alleen van belang om de nadruk te leggen op de almacht van God. •Er is in Hem ook de wil om te helpen.

De Heere helpt graag allen, die Hem in waarheid aanroepen. Waarom wil Hij gaarne helpen? Het antwoord daarop is niet zo moeilijk te geven. Hij is van al de Zijnen de Schepper en de Onderhouder. Maar er moet nog iets bij gezegd worden. De Heere wil óók-graag helpen, omdat Hij een goedertieren God en Vader is. Zeer barmhartig en genadig is God in de Zoon van Zijn eeuwig welbehagen.

Gods kinderen hebben een Vader die ze van alle goeds wil verzorgen en tot Wie zij met alles mogen komen,

't Is mij niet onbekend, hoe gemakkelijk soms door mensen de Vadermaam wordt gebruikt. Te pas, doch nog meer te onpas wordt God als Vader aangesproken. Van de weeromstuit wordt nu in onze gezindte de Vadernaam soms zeer spaarzamelijk óf in 't geheel niet gebruikt.

De oorzaak kan ik wel enigszins begrijpen. Toch zeg ik: laten wij ervoor oppassen dat wij ons niet zelf beroven van de Vadernaam. Wie door genade weet met God verzoend te zijn, heeft een Vader in de hemel. Een Vader die het niet alleen goedkeurt, maar het ook op prijs stelt als Zijn kinderen tot Hem naderen en Hem bij de naam noemen die Hij voor hen wil zijn: Vader. In het gewone leven van iedere dag zal een kind dat weet dat vader hem liefheeft toch graag zijn vader bij zijn naam noemen? Nu, zo wil de Heere dat ook. Hij wil Vader genoemd worden, maar dat niet alleen: Hij wil Vader zijn. Wat een troost en een genade!

Het gebed behoort te zijn naar Gods wil. Het behoort ook tot Zijn wil dat Zijn kinderen tot Hem als Vader naderen.

Alleen God aanroepen

De enig ware God móeten wij aanroepen. Dat wil zeggen dat wij het in niets van wie dan ook zullen verwachten.

Geen enkel schepsel kan ons helpen. De Heere alleen. Altijd zal men tevergeefs een beroep doen op een ander schepsel. Op de Heere echter nooit. Daarmee is niet gezegd dat Hij altijd alles geeft. Daarop kom ik later nog terug.

Zeker is dit: het is afgodisch en goddeloos ons vertrouwen op mensen, hoe voortreffelijk zij zijn, te stellen.

De enig ware God wil aangeroepen worden. Hij wil aangeroepen worden in de Naam van Zijn Zoon: Jezus Christus, onze Heere. Buiten Jezus om, buiten het volbrachte werk van de Zaligmaker om, kan Hij ons niet horen, wil Hij ons zéker niet verhoren.

Maar er is nog een zaak waarop wij elkaar wijzen. Ons gebed moet ook gedaan worden door de Heilige Geest. Het is Gods Geest die ons leert bidden. De Geest drijft aan tot het gebed. Hij geeft ons de vrijmoedigheid om tot God te naderen. Hij legt ons zelfs de woorden in het hart èn op de lippen. Trouwens, de Heilige Geest geeft er óók de toon aan: het zuchten, het smeken, het danken etc.

Onder ons wordt wel gezegd dat een echt gebed is van God. Ik zal het niet ontkennen. Wel schrijf ik uitdrukkelijk neer, dat men in de regel pas achterafweet óf een gebed was van de Heilige Geest of niet.

Ik wil hiermee maar zeggen dat men niet lijdelijk moet afwachten of de Heilige Geest het gebed wil geven. Wanneer het werkelijk nood is in ons leven, kunnen wij niet anders dan de Heere aanroepen. Precies hetzelfde geldt als er de echte dankbaarheid in ons hart wordt gevonden. Dan is er een innerlijke drang, gewerkt door de Heilige Geest, tengevolge waarvan men moet bidden en danken. Maar nogmaals: achteraf is het soms te zeggen èf het is uit de Heilige Geest.

Kort samengevat stel ik: De Heere wil als de drieënige God alléén worden aangelopen als een waterstroom.

De gans Andere

Soms kan men zelfs iets leren van theologen die bepaald niet in alles gereformeerd zijn. Ik denk aan Karl Barth.

Twee dingen kunnen wij leren van hem. In de eerste plaats dat de genade 'senkrecht' is. Dat wil zeggen: Gods genade staat loodrecht op ons bestaan. Zij wordt ons geschonken 'van Boven naar beneden', 't Moet gezegd worden dat Barth dit op een eigen wijze gaat invullen, maar de gedachte op zich en zoals hij het onder woorden brengt is geheel en al in overeenstemming met de Schrift. De genade is maar niet een vanzelfsprekende zaak. Zij behoort - om zo te zeggen - niet bij ons leven. Zij is in geen geval een plant die groeit op de akker van ons hart. Genade wordt ons door God geschonken, door Hem alleen.

Men moet het mij maar niet kwalijk nemen dat ik een ogenblik op het bovenstaande de nadruk leg. Een zekere pastorale ervaring doet mij zó schrijven. Het heeft de schijn — ik hoop dat het inderdaad schijn is — alsof genade óók onder ons de gewoonste zaak aan het worden is. Soms krijgt men de indruk — als mensen het over genade hebben — dat zij spreken over een kledingstuk dat zij aangeschaft hebben. Het is net als met een horloge, dat men uit z'n vestzak haalt. Genade is heel gewoon. Op het platvloerse af Alsof wij erover kunnen beschikken.

Ik meen dat wij van Barth kunnen leren, dat genade helemaal niet 'gewoon' is. Het is een geschenk van God. Een gave van Hem. Het is een groot wonder als de genade Gods ons deel wordt en wij Jezus Christus en al Zijn schatten en weldaden deelachtig worden.

Zowel in prediking als in pastoraat moet de genade dus niet oppervlakkig voorgesteld worden.

Trouwens, zij moet óók door niemand van ons als zodanig worden beschouwd. Dan wordt het 'billige Gnade', goedkope genade die geen genade is, maar meer te maken heeft met een gedachtenspinsel.

Laat de genade genade zijn! Laat de genade een wonder zijn. Laat tevens een ieder bedenken, , dat God déze genade wil schenken. Wie men is, al zou men zeggen dat er op de gehele wereld geen slechter mens, geen groter zondaar wordt gevonden, maar de Heere wil Zijn genade aan zo'n man of vrouw graag kwijt. Men behoeft er nooit aan te twijfelen. Wat uit Gods mond uitgaat, onder andere Zijn beloften, blijft vast en ongebroken.

Maar Barth heeft ons nog iets geleerd wat wij ter harte kunnen nemen. Hij heeft ons voorgehouden dat God de 'gans Andere' is. De Heere is geheel anders dan wij. Hij is God. Hij is duizelingwekkend groot en wij zijn nog minder dan een mug (G. Boer). God is niet onze gelijke. Hij is heilig, wij onheilig!

Dat de Heere de Heilige is, heeft gevolgen voor ons naderen tot Hem in de gebeden. In zekere zin kunnen wij tot God niet naderen zoals wij dit tot elkaar doen.

De Heere wil dat ook niet. Hij wil te allen tijde dat er tot Hem genaderd zal worden als tot een heilig God. Zo schrijft niet alleen het hemelse protocol ons voor, maar de Heere heeft ook metterdaad laten zien dat Hij als zodanig genaderd wil worden. Uit het Oude Testament zouden als illustratie daarvan verschillende voorbeelden gegeven kunnen worden. Ik beperk mij tot Exodus 19. In dat hoofdstuk gaat het erover, hoe de Heere wil dat Israël Zich op Zijn komst voorbereidt. Deze ontmoeting kan niet 'zomaar' plaatsvinden. Er gaat heel wat voorbereiding aan vooraf De voorschriften die de Heere dienaangaande geeft, moeten nauwkeurig worden aangehouden. Wanneer dat alles gedaan is, daalt de Heere neer. Dit gaat met allerlei tekenen gepaard. Er zijn bazuinstoten, die Zijn komst vermelden. De berg Sinaï beeft. Vuur is er te zien. Het geweld is niet van de lucht, (wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het gebed (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's