De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stil, maar niet zweverig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stil, maar niet zweverig

6 minuten leestijd

'En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindje met Maria, zijn moeder, en neervallend hebben zij Het aangebeden en hun schatten opengedaan hebbende brachten zij Hem geschenken: oud en wierook en mirre.' Mattheüs 2:11

Aan aanbidding gaat meestal heel wat vooraf. Soms zelfs een lange weg! Je kunt zeggen: daar gaat eerst aan vooraf, dat je geboeid wordt, gegrepen door God. Door een ster, die in je leven opgaat. Een signaal, dat naar Hem verwijst. Een gebeuren, dat je aangrijpt. Een Woord, dat bij je inslaat. En je niet meer loslaat, je boeit en bindt. Zo, dat je door God zelf geboeid wordt.

En je komt niet meer van Hem los. Hoewel God zelf eigenlijk nog zo ver en zo vreemd is. Maar het houdt je bezig. Hij houdt je bezig. En je gaat op zoek, luisterend naar Zijn stem. Kloppend op de deur van Zijn Woorden, Zijn beloften. Gespannen of er geen nieuwe sterren zich melden. Zo zijn deze mensen geboeid geraakt door de Heere zelf, de God van Israël. En zo zijn ze op weg geraakt. Via een omweg over Jeruzalem richting Bethlehem. Waar ligt dat precies? Gewoon verder afdalen, zo zal men gezegd hebben. Soms wordt het heel donker en je denkt: 'ik vind Hem wel nooit'. Dit zoeken heeft iets van sterven! Versterven aan jezelf, loslaten van jezelf Je eigen gedachten, verwachtingen ook. Je eigen mogelijkheden, je eigen wil. Van ons uit is er geen weg tot God. In dit zoeken verlies je zo ongeveer alles, waar je wat jezelf betreft, houvast aan hebt. Dat zie je aan deze vreemdelingen uit het Oosten heel duidelijk. Al hun eigen wijsheden zullen hen gaandeweg uit handen gevallen zijn. En vooral dan, als zij eindelijk de deur openduwen en dit Kind en zijn moeder zien. En zeker weten: Hij is het, in Wie God in al Zijn liefde ons opzoekt en nabij komt. Zijn hand op ons legt, ons hart voor Hem opent en het vervult met duizend vreugden! Wat een Koning is deze Heiland! De Redder der armen. 'Hij is met koninklijk erbarmen/ hun eenzaamheid nabij.' Dat is Jezus. Zo is Hij helemaal! En heel het evangelie getuigt: Hij kwam voor u, voor jou, voor mij! Daarom, al Voelt u zich mogelijk nog vreemd bij deze Koning, Hij voelt zich niet vreemd bij u! Aanbidt Hem! Vertrouw : u aan Hem toe! Zeg: ja, Heere Jezus, U bent , het alleen! Niet ik heb U gevonden. Gij hebt mij gevonden. 'Gij hebt mij naar uw stal gebracht/ nu weet ik, dat in iedere . nacht/ uw ster, uw kruis, uw kribbe staan. Wat houdt ons toch tegen? Die wijzen gaan naar binnen, zie zien het Kind, ze aanbidden Het. Zonder aarzeling. Zoals je overigens vaker buitenstaanders ziet doen. Is eenmaal het verzet gebroken, dan geven ze Hem ook heel hun hart! Net als kinderen. 'Ze geloven, zoals je het hen zegt' (Luther). Jongeren, ook, zonder aarzeling. Dat is heel goed.

Aanbidding, dat is Hem groot maken! Met vreugde, verwondering, verrukking ook. Hier zonder woorden, althans: geen woord wordt ons gemeld. Een stille hulde! Maar vaak volgen natuurlijk wel woorden van lofzegging en lofprijzing. Omdat je zo vol van Hem bent. Wij gebruiken het woord aanbidding nogal eens negatief Want wat of wie aanbidden we allemaal niet? Aanbidders genoeg, zeggen sommigen jongeren. Ik wacht nog even met verkering, ik kan er genoeg krijgen. Zo komt het woord al snel in de buurt van dwepen. Van verblinding, warbij je eigen persoon er niet meer toe doet. Zo is het hier niet! Voor Jezus buigen we ons neer en aanbidden Hem, geraakt en er diep van overtuigd, dat juist onze persoon Hem zo ter harte gaat. Onder millioenen mensen bent U mij niet kwijtgeraakt, bemoeit U zich ook met mijn leven.

En dan gaan hun tassen open: '... hun schatten opengedaan hebbend, brachten zij Hem geschenken'. Hun schatten, maar ze geven ze Hèm. Dat kan niet uitblijven. Aanbidding van deze Koning heeft niets zweverigs. Niets vrijblijvends. Integendeel. Je verbindt je met heel je hart aan Hem. Aanbidding staat nooit op zichzelf Dat merken deze mensen ook daaraan, dat ook zij nu niet meer veilig zijn voor Herodes. Niet terug naar Herodes, zo horen ze nog dezelfde nacht en wijselijk kiezen ze een andere weg. Kom je bij Jezus vandaan, dan nooit meer terug naar Herodes en zijn we­ reld. Die weg is voorgoed afgesneden, als je dit Kind hebt ontmoet en je schatten voor Hem neergelegd. Nu blijft alleen de smalle weg over!

Drie geschenken halen ze maar liefst voor de dag: goud, wderook en mirre. Stuk voor stuk geschenken een koning waardig. Ze leggen ze aan Zijn voeten. Of die drie geschenken ook iets betekenen? De kerkelijke traditie betrekt ze meestal op Christus zelf: goud, daarmee eren zij Jezus als Koning. En wierook, Jezus als Priester, en mirre: Jezus als Profeet. In de vertaling van een al heel oud gezang zegt Willem Bilderdijk (Herv. Bundel 1938, gez. 16) het zo:

De wierook moet zijn god'lijkheid
het goud zijn koningsrang vertellen,
de mirre, voor Hem neergeleid,
zal 't Hem verbeidend graf voorspellen.

Op zichzelf prachtig gevonden en diep gezegd! Toch moeten we in een andere richting denken. Want wat zij aan Jezus' voeten leggen, dat zijn hun schatten. Zaken, die alle volken en alle mensen voor uiterst waardevol en kostbaar houden. Die je eer en gewicht verschaffen, waarmee je je naar buiten toe presenteert. Dingen, waarop je trots bent en zuinig. En wat kan dat bij u of bij mij zoal zijn? Wat is 'het beste' (goud) van je leven? Wat verschaft je eer en waardigheid (wierook)? En mirre, is dat niet al sinds het boek Hooglied een symbool van de liefde?

Hoe dan ook, alles wat wij hebben, gek mee zijn en veel van ons hart en energie in investeren, dat leggen we zonder aarzelen aan Zijn voeten, als we Hem vinden en gaan aanbidden. Want het beste en het mooiste, wat wij hebben, dat zijn 'afgodenin-wording'. Alleen aan Zijn voeten krijgen ze hun rechte plaats, hun rechte functie, gaan we hen inzetten en toewijden aan Hem en Zijn Koninkrijk. Als een erken­ ning van Zijn glorie. Nee, geen ruilhandel. Hoe kom je erop! Waar we Hem vinden en in stille aanbidding al het onze bij Hem neerleggen, daar weten we ons nameloos rijk. 'O neem mijn leven, geest en hart/ en laat mijn ziel in vreugd en smart/ bij U geborgen wezen.'

Rotterdam-Delfshaven   P. L. de Jong

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Stil, maar niet zweverig

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's