Het gebed (5)
De ontmoeting met de Heere en Zijn ontmoeting met ons kan niet 'zomaar' plaatsvinden. De Heere is een heilig God! Deze notie mag door ons zéker niet uit het oog worden verloren. Dat de Heere een heilig God is, zou met vele voorbeelden uit de Schrift zijn te illustreren. Een vorige keer wees ik reeds zijdelings op het naderen van God tot Israël alsmede op het naderen van Zijn volk tot Hem (Exodus 19).
Er moet door het volk een groot aantal voorbereidingen worden getroffen. De voorschriften, waaraan voldaan moet worden, zijn niet gering in aantal.
Als aan alles is voldaan, kondigen bazuinstoten de komst van de Heere aan. Tekenen in de lucht die op aarde gehoord worden, laten horen dat de Heere nadert. Uit al die tekenen is op te maken dat de Heere een heilig God is.
Ook Jesaja brengt dat tot uiting. Wanneer hij tot het profetenambt wordt geroepen (Jesaja 6) ziet hij de Heere op een hoge verheven troon. Boven Hem staan de serafs. En van de serafs lezen wij dat de één tot de ander roept: 'Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen (legermachten van engelen)'.
Als laatste voorbeeld denk ik aan Abraham die het één en ander geweten heeft van de heiligheid des Heeren als hij zegt: 'Ik onderwind mij in stof en as...'
Het zal duidelijk zijn uit de enkele voorbeelden die ik geef en die met voorbeelden uit het Nieuwe Testament (denk aan de Openbaring van Johannes) zijn uit te breiden dat de Heere met eerbied, respect en verering behoort genaderd te worden.
Vormen
Alvorens ik inga op de inhoud van het gebed en aan welke voorwaarden een gebed behoort te voldoen, wil ik eerst nog iets over vormen op papier zetten.
Het gaat dan niet zozeer om de vorm van het gebed, als wel over vormen die wij persoonlijk in acht hebben te nemen. Dit alles in verband met de heiligheid van God. Wij zullen het wel met elkaar eens zijn, dat ons gebed écht moet zijn. Dat wil onder andere zeggen dat wij met ons verstand moeten bidden.
Daarmee bedoel ik niet te zeggen dat ons gebed louter en alleen een verstandelijk gebed dient te zijn, maar wel wil ik ermee aanduiden dat wij bij het bidden ons verstand er goed bij hebben.
Natuurlijk zal dat altijd zijn naar de maat van onze gaven. Bij een kind zal dat minder zijn dan bij een volwassene. Ook zal het bij een demente bejaarde anders zijn dan bij een jongen van achttien jaar die de dingen helder op een rij kan krijgen.
Rekening houdend met allerlei situaties en vermogens (geest) kan men toch in het algemeen zeggen dat wij behoren te bidden met ons verstand.
Met al de wijsheid die in ons gevonden wordt, zullen wij niet alleen een ordelijk gebed doen, maar zullen wij ook bidden met een goede aanhef en passende woorden.
Onder een goede aanhef versta ik: een goede en juiste toon. Sommigen bidden niet, maar schreeuwen. Jazeker, het gebed kan een schreeuw zijn! Maar als het dat is, is zo'n schreeuw doorgaans heel kort. De nood waarin men verkeert, doet zo'n schreeuw uit het hart opwellen.
Maar helaas, er zijn ook gebeden waarin altijd geschreeuwd wordt tot God, hoewel er van nood werkelijk niet altijd sprake is. Hoewel de Heere een mens nooit toeschreeuwt, ook niet als Hij hem toespreekt vanuit Zijn Woord, menen sommigen met veel lawaai Hem te moeten naderen.
Wanneer wij iets weten van de heiligheid des Heeren en hoe Hij door ons met eerbied en ontzag wil worden genaderd, zullen wij ons wel drie keer bedenken alvorens wij één keer nodeloos schreeuwend tot Hem naderen.
De Heere hoort ons werkelijk wel als wij niet zoveel lawaai maken.
Wij mogen in ons persoonlijk gebed op een welluidende en beschaafde manier tot God spreken, maar wij behoren dat evenzeer te doen als wij in het openbaar geroepen worden om een gebed te doen.
Als ik neerschrijf: in het openbaar, bedoel ik daarmee niet alleen het gebed dat door een predikant vanaf de kansel moet worden gedaan, ook niet alleen het gebed dat in de consistorie wordt gedaan, maar ook het gebed door de ambtsdrager op huisbezoek alsmede het gebed dat de vader als priester van het gezin aan tafel doet.
Wanneer het gebed schreeuwerig en lawaaierig is, mag het wellicht indruk maken bij de mensen, doch bij de Heere doet het dit niet. 't Zou wel eens kunnen zijn dat zo'n gebed niet eens boven het plafond van de huiskamer, consistorie of kerk uitkomt. Dan is er nog iets waarop ik in alle liefde en ernst wil wijzen. Wij behoeven voor de Heere niet te declameren,
't Zal juist zijn als iemand mij voorhoudt dat declamatie erg mooi kan zijn. Ik zal het niet tegenspreken, maar dan wel op de plaats waar een declamatie thuishoort. Op een verenigingsavond óf een jaarvergadering mag er genoten worden van een declamatie. Voor de Heere behoeft men echter niet te declameren. Men mag in een passende vorm en op een welluidende manier alles voor Hem neerleggen, maar dat behoeft niet met een gekunstelde stem. Met andere woorden: in de vorm van een declamatie.
Met natuurlijke stem
Wanneer ik dit alles zo opschrijf, voert mij dat tegelijkertijd tot een andere gedachte. Ons gebed behoeft niet zangerig, niet huilerig, niet beverig te zijn. Wij behoeven onze stem ook niet te verdraaien.
Ik weet dat ik teer moet omgaan met gebeden die gedaan worden. Wie zelf bidt in het openbaar, zal ermee op de hoogte zijn, hoe moeilijk bidden kan zijn. Niettemin zullen wij toch ook erop moeten letten, dat wij onze natuurlijke stem behouden.
Het komt wel voor dat men als predikant wat vroeg in de consistorie is, alvorens de dienst begint.
Vanzelfsprekend speelt men dan geen stemmetje met elkaar, maar met de aanwezige broeders wordt een gesprek gevoerd. Doorgaans zijn deze onderlinge contacten en het uitwisselen van allerlei zaken heel fijn.
De gesprekken die men met elkaar voert, kunnen diepzinnig, doch soms ook oppervlakkig (in de goede zin van het woord) zijn. Waar het mij om gaat, is dat déze gesprekken door een ieder doorgaans met een natuurlijke stem worden gedaan. Echter... zodra het sein wordt gegeven om te bidden en om een zegen voor de dienst te vragen, komt het wel voor dat een broeder die in gebed voorgaat, de natuurlijke stem die hij even tevoren nog had, gaat verdraaien en een stem laat horen die men volstrekt niet meer herkent. Huilerig... beverig... soms schreeuwerig.
Toen ik aan een nog jonge ambtsdrager die ik goed kende vroeg, waarom hij dit deed, gaf hij als antwoord, dat de heiligheid van God eiste dat het ook in de stem te horen was dat men tot de Heere naderde!
Nogmaals: de Heere is heilig. Hij behoort met de grootste eerbied genaderd te worden. Maar het wil niet zeggen dat wij onze stem moeten vervormen of op een andere wijze dan met de natuurlijke stem moeten gaan spreken.
Wij mogen tot de Heere komen zoals wij zijn! Ook met de stem die Hij ons gegeven heeft. Spreekt maar tot de Heere zoals men in huiselijke kring óf in de consistorie met elkaar spreekt. Hoe gewoner het is, hoe liever het de Heere is. Als het maar gebeurt met diep ontzag voor Zijn heilig Wezen. Dit laatste heeft echter meer te maken met de habitus van ons hart, ons innerlijk, dan met het vervormen van de stem.
Betamelijke houding
Een laatste opmerking inzake de vormen is de volgende. Bij ds. W. L. Tukker las ik terecht, dat wij God behoren te aanbidden in een betamelijke houding.
Laat ik dit eraan toe mogen voegen: iedere houding is goed, als deze maar eerbiedig is en respect uitdrukt voor het heilig Wezen van God.
Iemand die oud en stram is geworden en zijn knieën om die reden niet meer kan buigen, mag rustig zijn gebed op een stoel óf in bed doen, als het maar gebeurt met groot respect voor de HEERE der heirscharen.
Wellicht dat iemand mij tegenwerpt, dat allerlei vormen niet zo belangrijk zijn. Het gaat toch om de inhoud.
Ten diepste gaat het inderdaad om de inhoud van het gebed. Toch moeten wij vorm en inhoud niet te zeer van elkaar losmaken. Als het goed is, is de vorm maar geen lege huls, doch heeft het alles te maken met de inhoud, d.w.z. met onze relatie tot God. In de vorm kan de inhoud tot uiting komen. En vergeet niet dat het naderen tot God ook enige uitwendige rituelen kent. Rituelen die toch niet helemaal los staan van het innerlijk van ons mensen.
Laat ik concreet zijn. Als ik vanaf de kansel zie, hoe sommigen gaan hangen óf bijna letterlijk gaan liggen als het gebed wordt gedaan! Of als ik constateer dat men voor het gebed nog even snel een dropje of een pepermuntje in de mond stopt! Of wanneer ik bemerk, dat er bij sommigen maar bitter weinig eerbied is, zelfs tijdens het gebed, dan kan ik niet anders neerschrijven dat in de vorm iets van het innerlijk weerspiegeld wordt, dat mij doet vre zen voor de verhouding die men heeft met God.
Vorm en inhoud moeten wij niet tegen elkaar uitspelen, maar voor zover dat mogelijk is, dicht bij elkaar houden.
Daar komt nog dit bij, dat ik er diep van overtuigd ben, dat de Heere goede vormen op prijs stelt. God is een God van orde. Hij zelf houdt bepaalde vormen aan. Mag Hij dat dan niet eisen van Zijn discipelen?
Ons hart
In het bovenstaande heb ik enkele uiterlijke zaken genoemd. Niet onbelangrijk als men de vorm tenminste niet uitspeelt tegen de inhoud.
In dat verband zou het evenwel niet goed zijn om bij de vormen alleen stil te staan en van de inhoud niets te zeggen. Ik vraag eerst uw aandacht voor het hart. Hoe belangrijk de vormen zijn, maar de houding van het hart is het belangrijkste. Uit ons hart zijn de uitgangen van het leven. Alles wat wij doen of laten, wordt door ons hart bepaald.
Het gebed dat de Heere aangenaam is, wordt door twee zaken van ons hart bepaald. Om die reden kunnen wij zeggen dat het gebed twee vleugels heeft. Deze beide vleugels zullen ons wel bekend zijn. De ene vleugel is die van de boetvaardigheid en de andere die van het betrouwen óf ook wel het vertrouwen genoemd.
Hoe men het keert of wendt, in welk vat men het giet, doch onboetvaardigen verhoort God niet. De Heere heeft verslagen harten lief Voor Zijn hemelse Majesteit dienen wij ons te verootmoedigen. (Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's