De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Theologie een noodzakelijk goed

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Theologie een noodzakelijk goed

Predikantenconcio 1995

11 minuten leestijd

Predikantenconcio 1995

In het begin van de vijftiger jaren vatte het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond het plan op om jaarlijks een zogeheten concio te houden voor predikanten behorende tot de Gereformeerde Bond. Door het beleggen van zulke bijeenkomsten zou het element van de ontmoeting worden bevorderd en zou de bezinning worden gestimuleerd op vragen, waarmee de predikanten in aanraking kwamen. Toerusting voor hun ambtelijke arbeid stond derhalve voorop. Maar behalve dit was er vooral ook nog een ander element, dat een rol speelde. Bedoeld werd vooral ook een bijdrage te lleveren aan de theologie als zodanig. Het moest en mocht niet zó zijn, dat theologie in ons land alleen bepaald werd door stromingen binnen de kerk, die zich niet of niet voluit gebonden achtten aan de Schrift en de gereformeerde belijdenis. Juist ook de gereformeerde theologie moest aan de weg timmeren. Daarom was er van meet af aan het streven om de in het leven geroepen concio een goed theologisch niveau te geven. Deze moest meer zijn dan een stichtelijk onderonsje van gelijkgezinde predikanten. Ik noem hier met ere dr. H. Bout en prof dr. J. Severijn, die vanwege dit aspect, een concio nodig achtten. Zo heeft de concio dan ook nu al meer dan veertig jaar gefunctioneerd.

Theologie

Theologie is niet méér maar ook niet minderdan menselijk nadenken over goddelijke zaken. Als zodanig onderscheidt theologie zich van filosofie, de wetenschap waarbinnen óók wordt nagedacht over levensvragen, echter zonder dat dit in verband behoeft te staan met God en met de Heilige Schrift, als de enige weg waarlangs God Zich openbaart. Maar wel was het de Griekse wijsgeer Aristoteles, die het woord theologie voor het eerst gebruikte, daar waar hij namelijk kwam te handelen over de Eerste Beweger der dingen. Pas later werd het begrip theologie ingevoerd in het kerkelijk spraakgebruik.

De rechte theologie — letterlijk: Godzeggen — vindt plaats van God uit en dus vanuit het Woord van Zijn Openbaring. Theologie mag dus nooit filosofie worden. Als Paulus de gemeente van Kolosse er al voor waarschuwt zich niet te laten meevoeren 'door de filosofie en ijdele verleiding, naar de overlevering van mensen' (Kol. 2 : 8), dan geldt dit zeker ook de theologie. Maar Paulus kende de filosofie van zijn dagen wel en ging er ook op in. De theologie schuwt daarom de (filosofische) vragen niet, die in de wereld aan de orde zijn. Integendeel, ze gaat erop in, teneinde — onder beding van de algemene werking van de Heilige Geest — het denken van mensen mede te bepalen.

Het is kenmerkend geweest voor de 'groten', de 'vaderen' in de kerkgeschiedenis, dat ze theologisch ook bezig waren met de grondwaarden van de Schrift in het licht van de vragen van hun tijd. En zó mag theologie ook vandaag worden uitgeoefend, staande op de schouders van de vaderen en gericht op wat vandaag zich aandient aan zinvragen van het leven. Daarmee wordt ook de prediking gediend. Want hoezeer ook prediking allereerst is gericht op de vragen van 'zonde en genade', de horende mens brengt de vragen van de tijd wel mee in, als hij zich onder de prediking begeeft. De gemeente zal het dan ook horen of de prediker theologisch nadenkt en zo in de verkondiging uitkomt boven 'het geloof van de gemeente', hoezeer deze ook geroepen is het echte geloof vóór de gemeente uit te leggen en te bevorderen. Het gaat dan niet om theologische preken maar wel om preken, die theologisch verantwoord zijn.

Almacht en macht

Zo werd er ook getheologiseerd op de predikantenconcio, die vorige week werd gehouden, over 'de Almacht Gods' en 'het Koninkrijk Gods en de machten'. Moet over de almacht van God nog worden nagedacht? Die is toch vanzelfsprekend? Die wordt toch in vele gebeden voorondersteld, wanneer immers God wordt aangeroepen als (b.v.) de Almachtige? Maar de tijden door is door de groten in kerk en theologie (Augustinus, Calvijn) nochtans over dit 'leerstuk' diepgaand nagedacht. En zeker in onze tijd vraagt dit thema ook de aandacht. Machten in de wereld maken zich immers breed. De wereld vraagt waar nu blijkt, dat er een God is, die almachtig is. Maar ook het gelovig hart kan soms inéén krimpen bij de gedachte, dat de machten het voor het zeggen lijken te hebben. Waarom grijpt God niet in?

De uitwerking van dit thema op de predikantenconcio maakte wel duidelijk welke immense vragen hier liggen. Deze vragen raken ook het pastoraat, wanneer namelijk mensen worden getroffen door een groot lijden in hun persoonlijk leven of in hun directe omgeving.

Maar afgezien nog van de pastorale vragen, die hier liggen, ligt er de roeping, de uitdaging zelfs voor de gereformeerde theologie, liever nog voor de bijbelse theologie, om richting te geven aan het denken hierover in onze tijd, of men het horen wil of niet. De laatste antwoorden op het Godsbestuur zullen we niet krijgen, omdat God God is. Maar de richting voor de benadering van de vragen wordt ons wel gewezen in het Woord. Het diepste lijden van de Zone Gods kón en mocht immers ook niet worden afgewend, opdat Christus uiteindelijk heersen zou over alle machten.

Het Woord blijkt telkens weer verrassend en verrassend nieuw in te gaan op de vragen van de tijd.

De bezinning over dit thema op de predikantenvergadering maakte duidelijk, dat gereformeerde theologie ook vandaag bijde-tijd kan zijn, zonder iets toe te doen aan of af te doen van de goddelijke Openbaring. Vandaag dient zich ook 'theologie' aan, die erop uit is om zoveel mogelijk van de waarheid Gods, óók inzake Gods almacht te elimineren. Reductie, reductie!, zegt H. M. Kuitert, totdat tenslotte slechts overblijft wat past bij het denken van een intellectuele elite. Maar theologie, die bij God begint, zal meer vertroosting en zingeving in zich hebben dan theologie, die zó van onderop komt, dat steken blijft in het denken van de eigenmachtige mens.

Samen

Helaas is het gereformeerde leven opgedeeld in segmenten vanwege de kerkelijke verdeeldheid. Maar dat behoeft nog niet te betekenen, dat gereformeerde theologie ook uitsluitend binnen die afzonderlijke segmenten beoefend moet worden.

In de redactie van Theologia Reformata, he theologisch tijdschrift vanwege de Gereformeerde Bond, wordt al een aantal jaren broederlijk samengewerkt door theologen uit de kring van de Gereformeerde Bond en de Christelijke Gereformeerde Kerken. Zo is ook op de predikantenconcio's van tijd tot tijd een theoloog uit de Christelijke Gereformeerde Kerken of uit de Gereformeerde Kerken (vrijg.) als gastspreker uitgenodigd. Dat leverde soms verrassende ontdekkingen op, het stimuleert in ieder geval ook de ontmoeting op het veld van de gereformeerde theologie. Wanneer gereformeerde theologie wil aansluiten bij de 'vaderen', is het, dunkt mij, immers zo, dat we het ons alleen maar samen kunnen permitteren om op de schouders der vaderen te gaan staan, om na te denken over de zinvragen van de eigen tijd. Zijn we daar immers allen 'alléén' niet te armetierig voor? Wie van de hooggeroemde vaderen zou zich, wanneer zij nog spreken konden, uitsluitend op 'ons' beroepen?

Wanneer gereformeerde theologie dan ook een bijdrage wil leveren aan de eigentijdse bezinning, zal ook de ontmoeting met anderen daarin ook een wezenlijke rol moge spelen. Dat geldt — als gezegd — de ontmoeting met gelijkgezinden, van wie we kerkelijk gescheiden leven. Maar het kan ook gelden voor de ontmoeting met diegenen, die in zeker opzicht theologisch andere wegen gaan dan die van de strict gereformeerde theologie.

Zo is er van tijd tot tijd op de predikantenconcio's ook de ontmoeting geweest in de zin van de confrontatie; in allerlei gradaties overigens als het gaat om wederzijdse herkenbaarheid of om onderlinge verschillen. Prof dr. C. Graafland debatteerde ooit met prof dr. H. Berkhof over diens 'Christelijk Geloof.

Vorig jaar discussieerde dr. J. Hoek met prof dr. H. W. de Knijff over de Schriftleer. In zo'n ontmoeting zal men de 'tegenstander' serieus moeten nemen. Dat betekent dat niet ieder met ieder vrij kan discussiëren. Een theoloog als H. M. Kuitert, die telkens weer afbrekend bezig is en zijn tegenstanders, met name diegenen, die uit het geloof van zijn eigen 'vaderen' leven, zonder respect bejegent, kan in zo'n ontmoeting moeilijk een plaats hebben. Er is ook geen enkele herkenning meer in de grondnoties van het gereformeerd belijden.

Ook dit jaar leerde de ervaring echter, dat in de vorm van een theologische discussie tussen theologen, die op elkaar vanuit de Schrift aanspreekbaar zijn, de zaak, waarom het gaat gediend kan zijn. Het theologisch gesprek tussen dr. G .van den Brink en prof dr. G. G. de Kruif over de almacht Gods was een goed voorbeeld van hoe het moet en kan.

De leer

Dank zij de theologische bezinning heeft zich intussen ook de leer ontwikkeld. Hoewel de Schrift zélf ook al spreekt over de leer, heeft zich in de eerste eeuwen van het christendom het dogma verder ontwikkeld. Kennelijk was het al spoedig nodig om de reine leer der Schriften af te grendelen van dwaalleer. De concilies gingen zich bijvoorbeeld uitspreken over de Godheid van Christus en over de twee naturen. Het dogma heeft zich echter, gegeven allerlei theologische twisten, in de loop der eeuwen steeds verfijnder ontwikkeld. In de vorige eeuw ontstond zo dan ook het vak dogmatiek. Ook dat was nodig.

Maar intussen past niet elke Schriftplaats, zelfs niet elke Schriftpericoop in een leer of dogmatiek. De Schrift gaat dan ook nog altijd aan de leer vooraf De Schrift laat zich ook niet door welke leer dan ook absorberen of inperken. Dit dienen we ook juist binnen de gereformeerde theologiebeoefening te bedenken. De leer kan ook een leersysteem worden. Als Schriftplaatsen dan niet binnen het systeem passen, worden ze er óf binnen getrokken of ze worden (ook in de prediking) geheel buiten beschouwing gelaten.

De leer van het Sola Scriptura — alléén de Schrift — kan op gespannen voet komen met het Tota Scriptura: de gehele Schrift. Als de Schrift vanwege de leer nooit meer eens verrassingen of nieuwe uitzichten oplevert, is het de vraag of de gehele Schrift in al haar volheid nog wel tot haar recht komt.

Moeten we niet eerlijk zeggen, dat er zelfs leersystemen zijn, die schadelijk zijn voor de ontplooiing van geestelijk leven in de bijbelse zin van het woord? Binnen de gereformeerde traditie is met name de leer van de verkiezing, in relatie tot het verbond, een torso gebleken. Boeken zijn er overgeschreven en conferenties zijn eraan gewijd, hoewel de Dordtse Leerregels, zelf vol van de verkiezing, waarschuwen tegen al te curieus onderzoek van dit leerstuk. Maar geldt niet juist hier, dat de thematiek als zodanig en de léér hieromtrent zó scholastisch afgesloten kunnen zijn, dat de veelkleurigheid van het bijbels getuigenis niet meer vermag door te komen?

Niet elke bijbelse theologie wordt gekenmerkt door een vooraf vastgestelde leer. Ik zeg dit, omdat er op de concio ook een ontmoeting van andere aard was, namelijk met prof dr. W. J. Ouweneel, zelf behorend tot de Vergadering der Gelovigen. Hoewel geen enkele kerkelijke kring 'ontkomt' aan dogmavorming en derhalve ook niet aan een al of niet geschreven dogmatiek of leer, moet worden gezegd, dat het soms verrassend en ontdekkend is om uit de volheid en veelheid der Schriftgegevens geconfronteerd te worden met een bijbels getuigenis uit een andere dan de gereformeerde traditie. Als zodanig was de ontmoeting van Ouweneel — bijbels theoloog met grote kennis van de gereformeerde traditie — met predikanten uit de kring van de Gereformeerde Bond verrijkend. Die verrijking is overigens wederzijds. Goede ontmoetingen zijn altijd tweezijdig, omdat dan de vonk der herkenning overspringt.

'Pastoraal

In één van de discussies op de concio kwam de vraag aan de orde hoe de theologische bezinning met betrekking tot Gods almacht en de machten handen en voeten krijgt in het pastoraat. Opgemerkt werd toen, dat theologie niet alleen pastorale theologie is. Zoals gezegd gaat het ook om het geven van richting aan het denken over de zinvragen van deze tijd. Maar als het goed is wordt toch datgene, wat theologisch wordt verwerkt, doorvertaald in de prediking. Hoe krijgt het wereldgebeuren daarin (ook) een plaats? Na de concio was de reactie van de deelnemers, dat bezinning op de aangereikte thematiek uiterst verrijkend was geweest, juist ook met het oog op de ambtelijke dienst, de prediking met name.

De concio was zeer druk bezocht. De thuisblijvers hadden ook in dit geval weer ongelijk. Dat geldt ook diegenen, die menen dat theologie al spoedig een voet te hoog zit en bij de opleiding alleen een noodzakelijk kwaad was.

Het is intussen geen sinecure om datgene wat op theologisch niveau werd verwerkt, zodanig in de prediking over te dragen, zodat het pastoraal ten goede komt aan de gemeente. Met betrekking tot de almacht Gods zitten we dan evenwel toch wel in het hart van de zaak. Want theologie is Godzeggen.

Het was een geschenk, dat we met zovelen zó met de thematiek konden bezig zijn.

De gemeente zal het merken of achter de prediking bijbels-theologische doordenking zit of dat prediking blijft steken in gemeentetheologie.

De echte bijbelse theologiebeoefening is nog altijd een noodzakelijk goed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Theologie een noodzakelijk goed

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's