Torenspitsen-Gemeenteflitsen
'S-GRAVELAND
Het college van hoofdingelanden aldaar heeft de staten van Holland en West-Friesland toestemming gevraagd om de zogenaamde onlanden aan de grens van het Gooiland in cultuur te mogen brengen. Onland is onbruikbaar of woest land, inzonderheid moerassige grond. Bedoelde staten hebben deze aanvraag op 17 maart 1625 ingewilligd.
Nadat deze Grafelijke landen waren gecultiveerd kon daar worden gebouwd. Genoemd college heeft op 11 augustus 1648 besloten te bevorderen, dat een schoolmeester kon worden benoemd. De hoofdingelanden zorgden er tevens voor de bouw van het eerste schoolhuis, dat krachtens een besluit van 3 november 1654 is uitgebreid tot hulpkerk.
Het college heeft op 26 februari 1657 opdracht gegeven om de kerk te laten bouwen op een terrein van het landgoed Hilverbeek. Aan de Amsterdamse bouwmeester Daniël Stalpaert (1615-1676) en/of de in 's lands hoofdstad gevestigde architect(en) Justus Vingboons (1620/1-1698) en Philips Vingboons (1607/8-1678), ook Vinck(e)boons genoemd, is opgedragen een ontwerp te maken voor 'het timmeren van de kerck op 's-Gravelandt'.
De hoofdingelanden hebben hun keuze laten vallen op het concept van Stalpaert. De bouwmeesters hadden beiden de kosten begroot op rond ƒ6000, - . Ds. A. D. Wumkes (geb. 1911), zoon van de Friese predikant, schrijver en historicus dr. G. A. Wumkes (1869-1954), is van 16 augustus 1959 tot zijn emeritaat op 1 mei 1974 predikant te 's-Graveland geweest. In zijn boekje 'In de gekroonde trapgans' van 1986 heeft hij ons veel.. meegedeeld over 'Drie eeuwen 's-Graveland'. O.m. vond ik daarin een notitie, waaruit blijkt, dat de bouwkosten ƒ 12.345, - hebben bedragen, ergo meer dan het dubbele bedrag, dat de stadsarchitecten hadden berekend.
De inwijding van de gereformeerde (= hervormde) kerk heeft op 7 juli 1658 plaatsgehad. De eerste dienst werd geleid door de Amsterdamse predikant Menso Joannis, later Johannes genoemd. Deze had als tekst gekozen Psalm 93 vers 5: 'De heilichheijd is Uwen huyse cierlijk, Heere tot lange dagen'. Ds. Johannes is achtereenvolgens predikant geweest in de gemeenten Windesheim (7 juli 1632), Blokzijl (1635), VoUenhove (1638), Zwolle (1642) en Amsterdam (1652). Daar overleed hij in 1664. Menso Johannes is gehuwd geweest met Elizabeth Noijen of Nuijen. In Zwolle zijn twee van hun kinderen geboren, nl. Johannes! en Elizabeth.
Het Batz-orgel
Nadat de kerk anno 1658 in gebruik was genomen is de gemeentezang gedurende rond 165 jaar begeleid door plaatselijke schoolmeesters. Het college van hoofdingelanden heeft eind 1823 besloten gelden bijeen te brengen om een kerkorgel te kunnen laten bouwen. Op 30 november 1823 hebben de 'commissarissen van het orgel' (de hoofdingelanden) en de Gebroeders Batz uit Utrecht bestek en voorwaarden ondertekend. Het college werd een bedrag ad ƒ 4.926, - uit het dorp aangeboden. De heren Batz ontvingen ƒ 4.850, - , terwijl de hoofdingelanden nog bijkomende kosten van ƒ 361, - moesten betalen.
De orgelbouwers waren Jonathan Batz (1787-1849) en Johan Martin Willem Batz (1789-1836). Als meesterwerken van Jonathan worden o.m. genoemd de orgels in de Domkerk van Utrecht, de Ronde Lutherse kerk te Amsterdam en de Nieuwe Kerk in Delft.
Het orgel van 's-Graveland werd ingewijd op 3 oktober 1824. Niemand minder dan Daniël Brachthuiser (1779-1832) uit Amsterdam bespeelde het instrument. Daniël werd op 12-jarige leeftijd leerling van W. Focking, die organist was van de Amsterdamse Doopsgezinde gemeente. Twee jaar later werd hij na vergelijkend examen de bekwaamste genoemd voor het bespelen van het orgel in de Nieuwezijdskapel. Daniël, zijn tien jaar jongere broer Johannes, organist in Vianen, en Focking zijn blind geworden.
In 1978 heeft de gemeenteraad een restauratiesubsidie van ƒ 30.000, - voor het orgel beschikbaar gesteld.
Over predikanten
De huidige voorganger aldaar is Frank Alexan der Johannes Heikoop, geboren 26 november 1962 te Utrecht. Hij werd in februari 1994 kandidaat tot de Heilige Dienst. Zijn vader ds. D. Heikoop uit Vreeswijk heeft hem op 26 juni 1994 's morgens bevestigd met 1 Korinthe 13 vers 1: 'Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal'. De junior deed 's middags intrede en sprak toen naar aanleiding van 2 Korinthe 1 vers 24: 'Niet, dat wij heerschappij voeren over uw geloof; neen, wij zijn medewerkers aan uw blijdschap, want door het geloof staat gij vast'.
Een dertigtal predikanten heeft vóór hem de gemeente van 's-Graveland gediend. De proponent Willem Leendert Krieger (1748-1822) is slechts ruim één jaar verbonden geweest aan 's-Graveland zijn eerste gemeente op 24 september 1780. Eerder was hij een aantal jaren hulpprediker te Amsterdam. Na 's-Graveland werd hij predikant te Zwolle (1781), Nijmegen (1784), Utrecht (1785) en 's-Gravenhage (1791). In laatstgenoemde plaats is hij tevens hofprediker geweest. Bij Koninklijk besluit van 1815 werd hij benoemd tot lid van de consulerende commissie ter beoordeling van het Algemeen Reglement 1816.
De eerste predikant in 's-Graveland was Cornells van Midlum (1631-1705). Op 2 november 1659 is hij daar bevestigd. Hij was beroepen op 22 september tevoren. Cornells was vóór zijn komst naar 's-Graveland proponent te Amsterdam. Hij is overleden op 26 mei 1705. Ruim 45 jaar lang is hij in 's-Graveland werkzaam geweest.
Zijn zoon Gerardus van Midlum (1671-1742) is in februari 1671 te 's-Graveland geboren. Nadat hij in Muiderberg op 27 april 1698 als kandidaat was bevestigd is hij op 31 januari 1706 zijn vader in 's-Graveland opgevolgd. Zijn derde standplaats werd op 21 oktober 1725 's-Hertogenbosch. Hij is heengegaan op 18 november 1742. Eenjaar eerder was hij geëmeriteerd. De Amsterdamse Wilhelmina Backer was zijn vrouw.
Dirk Bruins (1788-1862) is predikant geweest te Hoevelaken (1813) en 's-Graveland (1817) tot zijn emeritaat in 1855. Hij en zijn echtgenote Albertina Arnoldina Cornelia Bonnet (1793-1859) zijn overleden te Haarlem.
Eén van hun twaalf kinderen was Cornelia Johanna Margaretha (Keetje) Bruins, geboren op 6 februari 1817 te Hoevelaken. Zij trouwde 26 mei 1843 met Cornells Hooijer (1802-1873), predikant te Zaltbommel, van wie in 1865 aldaar zijn boek 'Oude Kerkordeningen' is verschenen. De Europese Bibliotheek te Zaltbommel publiceerde in 1981 het boek van Keetje Hooijer-Bruins, getiteld: 'Domineesdochter in 's-Graveland, Domineesvrouw in Zaltbommel'. Haar boek telt plm. 730 bladzijden.
Keetje Hooijer kwam op 15 juli 1886 aan haar kinderen te ontvallen. Haar familie Ledeboer op het Haringvliet in Rotterdam was in 's-Graveland nog niet vergeten. Lambertus G. C. Ledeboer (1808-1863), zoon van de lakenkoopman Bernardus (1768-1848) heeft eens bij de 's-Gravelandse familie Bruins gelogeerd en zich geërgerd aan de prachtige rijtuigen met livreiknechts, die 's zondags rond de kerk reden om de bewoners van de buitenplaatsen voor hun geheiligd kerkdeurtje af te zetten. Dr. H. Florijn heeft in deel 3 van het Biografisch Lexicon (Kampen 1988, bladzijden 245-248) een artikel aan L. G. C. Ledeboer te Benthuizen gewijd.
Een aantal predikanten van de gemeente in 's-Graveland behoorde tot de confessionele richting. Daarvan wil ik noemen Jacobus Johannes Hermanus Pop, geboren 5 oktober 1884 te Hagestein. Zijn tweelingbroer was ds. Adrianus Franciscus Petrus Pop. Hun vader Hermanus was in 1884 voorganger te Hagestein.
De 's-Gravenlandse ds. Pop is op 15 juni 1965 overleden te Lisse en werd begraven te Sassenheim. Op 19 juni d.o.v. werd de aardse loopbaan van ds. A. F. P. Pop in Heteren beëindigd. Daar werd hij ook ter aarde besteld. Omtrent laatstgenoemde is mij gezegd, dat hij geen lid van de gereformeerde bond is geweest, doch wel de gereformeerde prediking heeft verkondigd. Nog wil ik vermelden, dat prof dr. W. Balke, geboren 10 april 1933, vanaf 22 juni 1986 tot 19 december 1993 predikant in 's-Graveland is geweest en tevens hoogleraar in Amsterdam en Praag. Sedert laatstgenoemde datum en jaar is prof Balke in en vanuit Werkhoven in dezelfde ambten werk zaam. Op 14 juni 1973 heeft hij uit handen van zijn promotor prof dr. S. van der Linde cum laude de doctorsbul ontvangen voor het proefschrift 'Calvijn en de Doperse radicalen'.
Van 2 november 1659 t/m 4 november 1781 zijn zes predikanten in 's-Graveland als kandidaat bevestigd. Eerst op 26 juni 1994 is ds. F. A. J. Heikoop de zevende geworden.
De Paulusklok en het torenuurwerk
De gebroeders Frangois en Pierre Hemony waren beroemde klokkengieters. Zij kwamen ter wereld in resp. 1609 en 1619, beiden te Levécourt in Lotharingen. Daar hebben zij gewerkt in de gieterijen van Blaisse Hemonin. Frangois en Pierre hebben hun bekwaamheid vergroot op een aantal plaatsen in Duitsland. Vervolgens hebben deze rooms-katholieke broers zich gevestigd in Nederland, waar — volgens Ton Koot in zijn boek 'Poorters van Amsterdam — de eerste en meeste klokkenspellen hadden geluid.
De beide Hemony's is in 1644 door de stad Zut-• phen opdracht gegeven een klokkenspel te gieten voor de Wijnhuistoren aldaar. Frangois is in 1657 naar Amsterdam verhuisd. Zijn broer Pierre heeft zich in 1664 vanuit de Graafschap eveneens in-Amsterdam gevestigd.
De Paulusklok van 's-Graveland was aanvankelijk gegoten voor een klooster in Antwerpen, doch later is gebleken, dat deze daar niet in het kokkenspel zou passen. De Paulusklok was in 1658 nog in het bezit van Francois. Door of namens de ingelanden is de klok toen aangekocht voor de kerk in 's-Graveland. Frangois en Pierre zijn resp. in 1667 en 1680 in Amsterdam overleden. De begrafenissen hebben onderscheidenlijk op 24 mei en 22 februari plaatsgehad in het koor van de Nieuwe Kerk.
Het torenuurwerk is in 1680 in 's-Graveland geplaatst. In 1693 zijn de wijzers tengevolge van lekkage afgebroken. Het uurwerk is anno 1785gerepareerd tegen betaling van drie-tot vierhonderd gulden. Rond 1900 heeft de Utrechtse firma H. OUand het huidige uurwerk geleverd.
Tenslotte
Een groot aantal lidmaten van de hervormde gemeente in 's-Graveland — zij telt nu nog 325 zielen — heeft er bij de vergadering van stemgerechtigde ingelanden aldaar op aangedrongen de kerk en pastorie, alsmede het onderhoudsfonds aan de 's-Gravelandse hervormde gemeente over te dragen, een en ander onder overeen te komen voorwaarden.
Het besluit van de genoemde ingelanden is vastgesteld op 17 september 1946 en vervolgens goedgekeurd door gedeputeerde staten van Noord-Holland.
In 1983 is het kerkgebouw in de steigers geplaatst, omdat het dak in de vorige toestand moest worden gebracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's