Moeder Gods of Moederlijke God?
Maria
Eén van de wortels van de verering van Maria als 'Moeder Gods' ligt in de vertaling van de groet van de Engel Gabriel bij de aankondiging van de geboorte van Jezus: 'Maria vol van genade'. De vraag kan opkomen of er niet andere en veel dieper stekende wortels voor Maria's verering zijn. Deze vraag komt ook op wanneer we ons realiseren, dat Maria een vrouw is. Nu is er in de Vroege Kerk een intensief nadenken geweest over Wie God is. Na felle botsingen van tegenovergestelde gedachten, is de Kerk gekomen tot de leer van de Drieëenheid Gods. God is één en er zijn drie Goddelijke 'Personen'. Uiteraard moet het opvallen, dat minstens de eerste twee Personen in de Drieëenheid Gods namen ontvangen van een uitgesproken manlijk karakter. Overigens geheel in de Schrift gefundeerd. De Eerste Persoon is God de Vader en de Tweede Persoon is God de Zoon. Bij de Derde Persoon, God de Heilige Geest, lijkt dat uitgesproken manlijk karakter afwezig te zijn. Sommigen hebben daarom van een vrouwelijk karakter gesproken.
Compensatie
De vraag moet wel opkomen, of de ontstane verering van Maria niet te maken heeft met een verlangen naar compensatie. Heeft men het in de christelijke kerk zo aangevoeld, dat het al te manlijk beeld van God gecorrigeerd moest worden? En heeft men, bewust of onbewust, die correctie aangebracht door het beeld van God, zoals dat oprijst in de leer van de heilige Drieëenheid, aan te vullen met de prominente plaats van Maria als 'Moeder Gods'? Deze vraag klemt daarom temeer, omdat in de heidenwereld rondom het joodse volk en later rondom de christelijke gemeente de figuur van de vrouwelijke godheid niet onbekend was; integendeel. Het is nauwelijks mogelijk om in het algemeen te spreken over de godsdiensten waarmee Israël in de christelijke gemeente werden geconfronteerd. Doch één ding is zeker: deze godsdiensten droegen een uitgesproken polair karakter. Dat wil zeggen zij kenden naast en tegenover elkaar manlijke en vrouwelijke goden en godinnen in bonte verscheidenheid.
Voetval
Is nu de verering van Maria en haar verheffing tot 'Moeder Gods' niet toch een voetval voor de algemene en heidense religiositeit waarmee de ontstane christelijke kerk werd geconfronteerd? En waarvoor het materiaal in de toeloop van heidenen meegekomen is. Historisch is immers aanwijsbaar, dat vele vormen van bijgeloof, inclusief de verering van heiligen en die van Maria, sterk zijn toegenomen toen de kerk door grote groei uit haar minderheidspositie tot haar bevoorrechte status kwam. Het is moeilijk om een historisch verband aan te wijzen tussen de verering van Maria en die van vrouwelijke afgoden binnen het heidendom. Maar de gedachte alleen al dat dit verband er zou kunnen zijn, is dermate ernstig, dat ze serieuze overweging verdient. Temeer daar in de Heilige Schrift de sporen van verering van Maria minimaal zijn. Voor protestants gevoel en overeenkomstig zorgvuldige Bijbeluitleg ontbreken deze sporen geheel. Ook de roomskatholieke kerk kan niet en zal niet ontkennen dat de verering van Maria wordt gevoed vanuit andere bronnen dan de Heilige Schrift.
Die andere bronnen zijn de religieuze ervaringen en de religieuze behoeften van de christenen, die in hun ervaringen en behoeften nog georiënteerd waren op de vroegere en deels nog aanwezige heidense denk-en leefwereld, waar de verering van zowel manlijke als vrouwelijke goden en godinnen een grote plaats innamen.
Ontkenning
De rooms-katholieke kerk zal uiteraard ontkennen, dat haar verering van Maria haar wortels vindt in heidense religiositeit. En zij zal voorts betogen dat de verering van Maria en die van de heiligen een andere is dan die wordt toegebracht aan Jezus en aan God. Toch is de prominente plaats die Maria heeft in vroomheid en theologie niet meer weg te denken en de vraag is wat dat voor invloed heeft op die vroomheid en de theologie.
Dan is het uiteraard een buitengewoon ernstige zaak om het beeld van de drieënige God, dat uit de Heilige Schrift voor ons oprijst, op een zo ingrijpende manier te 'corrigeren'. Men moet wel beseffen dat daarbij wordt ingegaan tegen zowel de godsdienst van Israël, zoals verwoord in het Oude Testament, als wel tegen de apostolische traditie van het Nieuwe Testament. Aan de vereerders van Maria als 'Moeder Gods' zou men de vragen kunnen stellen: Is de verering van Maria een noodzakelijke aanvulling op de leer van de Drieëenheid Gods of is zij een overbodige en schadelijke toevoeging?
In de eerste plaats neemt men wel een verstrekkende beslissing, wanneer men de mogelijkheid openlaat, dat de leer van Drieëenheid aanvulling behoeft. Deze leer zou men wel het hart van de hele theologie kunnen noemen, waarbij men moet verwachten haar ook als kern van de Godsopenbaring in de Heilige Schrift aan te treffen. En de namen van de drie Goddelijke Personen, Vader, Zoon en Heilige Geest horen mede tot deze openbaring. En elke gedachte dat deze namen willekeurig zouden zijn of door welke aardse context ook bepaald, moet van de hand worden gewezen.
Tegenstrijdigheid
Wij staan dus voor het feit, dat God Zich zo als de Drieënige en onder deze namen heeft geopenbaard. En dat de volzalige God naast Zich, op wat voor wijze ook, de figuur van een 'Moeder Gods' nodig zou hebben, is een innerlijke tegenstrijdigheid. Buitengewoon voorzichtig moet men worden, wanneer men zich af gaat vragen of de leer van de Drieëenheid van God niet een (te uitsluitend) manlijk karakter vertoont. Dit zou namelijk een argument kunnen zijn om aan Maria de plaats toe te kennen, die ze in de rooms-katholieke kerk heeft gekregen. En ook op dit punt moet worden gesteld dat deze aanvulling niet noodzake lijk is. Uiteraard dragen de namen 'Vader' en 'Zoon' een manlijk karakter. Het heeft God behaagd Zich zo te openbaren. Wel is het uiterst belangrijk om op God niet een verkeerd en eenzijdig beeld van 'manlijkheid' te projecteren. Maar volstrekt onnodig is om 'Vader' en 'Zoon' te vervangen door 'Moeder' en 'Dochter'. En onnodig is het om bij de 'Vader' en de 'Zoon' de 'Moeder' te plaatsen. En dit is niet alleen onnodig, maar ook desastreus voor het aan ons mensen geopenbaarde beeld van God. Maar ook desastreus voor het beeld dat we hebben van onszelf, als Kerk. Niet voor niets wordt de Kerk (waarin mannen en vrouwen gelijkelijk zijn) in de Schrift voorgesteld als bruid en soms als weduwe; dat is als vrouw. Hetgeen C. S. Lewis de opmerking ontlokt, dat wij mensen allen (zowel mannen als vrouwen) voor God vrouwelijk zijn. Maria mag zich niet schuiven tussen de Bruid en de Bruidegom!
Waarschuwing
Een ernstige waarschuwing blijft op zijn plaats om aan God niet een verkeerde, geperverteerde manlijkheid toe te schrijven. Wat man-en vader-zijn op aarde is, wordt bepaald door het Man-en Vader-zijn van God; niet omgekeerd. Ook moet worden bedacht dat op aarde al geldt: aan het manzijn ontbreken niet de vrouwelijke trekken, en aan het vrouw-zijn niet de manlijke. In hoge mate geldt dit voor God. In de eigenschappen die de Heere God van Zichzelf in de Heilige Schrift openbaart, ontbreken de vrouwelijke, moederlijke, zachte, zorgende niet. Men mmag zeggen dat de Heere God op een volmaakte wijze vaderschap belichaamt, maar zo dat ook moederlijke eigenschappen op een volmaakte wijze aanwezig zijn.
Aan de orde kwam de verhouding tussen de Heere en Zijn volk als één tussen Bruidegom en Bruid. Vaak wordt deze zelfde verhouding in de Bijbel voorgesteld als één tussen Vader en kind. Vraagt dan deze verhouding niet om een moederfiguur ter aanbidding door het 'kind'? Geconstateerd moet worden dat dit kind van God in de Bijbel altijd 'zoon' genoemd wordt, die geplaatst is in de verhouding met zijn Vader. Te denken valt aan Israël als de zoon van God. In de eerste plaats is dan de gezagsverhouding tussen de zoon en God aan de orde. Het moederlijke aspect valt hier weg, en dat de dochters in de zoon begrepen worden geacht, moge duidelijk zijn.
Conflict
In het bovenstaande werd betoogd dat de verering van een 'Moeder Gods' in ernstig conflict komt met de belijdenis van de Drieëenheid van God en dat het voorts de verhoudingen in verwarring brengt waarin de mens staat tot God. Vraag aan ons is of wij beseffen de rijkdom van ons christelijk geloof in de belijdenis van de Drieëenheid van God. De Drieëenheid die bijvoorbeeld de kerkvader Augustinus in vervoering kon brengen en hem een van zijn uitvoerigste en diepzinnigste werken uit de pen deed vloeien. Menselijke aanvulling van welke aard ook aan de leer van de Triniteit is ondenkbaar en onduldbaar. Wordt zo'n aanvulling toch gepleegd, dan is er meteen een ingrijpende verandering. C. S. Lewis stelt tenminste: 'Een kind dat is geleerd om te bidden tot een Moeder in de Hemel, zal een totaal verschillend religieus leven hebben dan een christen-kind. De waarheid van deze stelling moet u maar eens gaan beproeven in Lourdes in Zuid-Frankrijk. Maar misschien kunt u veel dichterbij terecht, bijvoorbeeld in de Sint Jan te Den Bosch. Links van de hoofdingang vindt u dan de Maria-kapel, met levensgroot haar beeltenis. Ervóór honderden kaarsen. Rechts van de hoofdingang is de Doopkapel. En daar wordt gedoopt in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Nimmer mag Maria daar tussen of daarbij komen. Aan de Drieënige God hebben wij genoeg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's