De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uw Naam worde geheiligd (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uw Naam worde geheiligd (2)

Het Onze vader

10 minuten leestijd

Het Onze Vader

Als Jezus deze bede op de lippen van zijn jongeren legt, sluit hij rechtstreeks aan bij hun joodse opvoeding. Zij kenden het zogeheten Kaddish-gebed, dat bij bijzondere gelegenheden gebeden wordt en begint met de woorden: Grootgemaakt en geheiligd worde Zijn heilige naam in de wereld, die Hij schiep naar Zijn wil'. Geen mens ter wereld heeft Gods Naam meer geheiligd dan Jezus Zelf. Hij droeg de Godsnaam in Zijn eigen naam mee. Jezus, Joshua, de Heere redt. Zo moest Hij heten, had de engel aan Maria en Jozef allang tevoren duidelijk gemaakt. Zo stond van meet af aan vast, dat wij in het Kind van Bethlehem met God Zelf van doen hebben. Hij heeft Gods Naam bekend gemaakt onder de mensen (Joh. 17 : 6 en 26). In zijn Ik-ben woorden is de rijkdom van de Godsnaam verder opengevallen. Ik ben het Licht der wereld, het Brood des levens, de Waarheid en het Leven. Hoezeer ging de Naam van God Hem ter harte. Toen de duivel Hem verzocht in de woestijn. Toen Hij die Naam bezong tijdens de Sederavond, samen met Zijn jongeren. Hij voegde zich in de liturgie van Israël, waarin het grote Hallel tijdens het paasmaal werd doorgezongen, de Psalmen 113 tot 118. Ontroerend te bedenken wat Hij gezongen heeft. Psalm 113: van de opgang der zon af tot aan haar ondergang, zij de Naam des Heeren geloofd... Psalm 115: niet ons, o Heere, niet ons, maar Uw Naam geef eer-Psalm 116: ik vond benauwdheid en droefenis, maar Ik riep de Naam des Heeren aan, zeggende: och, Heere! bevrijd mijn ziel. Ik zal U offeren een offerande van dankzegging en de Naam des Heeren aanroepen. Van begin tot eind, van kribbe tot kruis heeft Jezus de Naam van God gehei­ligd. In Zijn leven, in Zijn lied, in Zijn lijden, in Zijn dood.

Het geheim

Gelukkig dat Hij het is die ons leerde bidden: Uw Naam worde geheiligd. Hij heeft het ons voorgedaan. Wat nog meer zegt: Hij heeft het ook voor ons gedaan. Plaatsvervangend en borgtochtelijk. Ons ontheiligen van Gods Naam bracht Hem aan het Kruis. Hij droeg de straf die wij verdiend hadden. In de gemeenschap met Hem ligt het geheim van onze heiliging. Gods Naam heiligen, dat kan geen mens zonder Hem. Onze vrucht wordt slechts uit Hem gevonden. Elke dag schuilend achter Zijn volbrachte werk mag er iets gaan groeien in ons leven. Hem eren en prijzen. Op zondag en door de week. In onze gedachten, in onze woorden, in onze gebeden, in onze liederen. En niet te vergeten: in onze handel en wandel. Want wie meent dat heiligen alleen een zaak van woorden is, vergist zich. Dat was het in het leven van Jezus niet, dat mag het bij ons ook niet zijn. Maarten Luther heeft ooit gezegd: Zijn Naam wordt geheiligd, wanneer onze leer en ons leven beide goddelijk zijn, want wanneer wij in dit gebed God onze Vader noemen, zijn wij verplicht ons in alle opzichten te gedragen als goede kinderen, zodat wij Hem niet te schande maken, maar Hem eren en prijzen.

Richten en schikken

Onze catechismus heeft er twee mooie woorden voor om duidelijk te maken hoe de eerste bede ons leven wil omvormen. Het zijn de woorden 'schikken en richten'. Ons hele leven wordt op nieuwe wijze gerangschikt. Er komt een andere orde en volgorde in de dingen van ons leven. Eerst draaide alles om mijzelf. Het eigen 'ik' stond centraal. Mijn leven was een gesloten cirkel, waarvan ik zelf het middelpunt vormde. Mijn eigen idealen en belangen prevaleerden. En al het andere kwam op de tweede plaats. Of misschien wel op de vierde of vijfde plaats. Die volgorde wil de eerste bede van het Onze Vader anders 'schikken'. God de Vader komt in het middelpunt. En de dingen die Hij belangrijk vindt, komen nu nummer één te staan. Zijn Naam. Zijn lof. Zijn eer.

Behalve het woord 'schikken' spreekt ons oude leerboek ook over 'richten'. Onwillekeurig doet het denken aan een boogschutter. Hij heeft de pijl op de boog gelegd, geconcentreerd mikt hij op de roos van de schijf. Alles is gericht op het doel, dat hij wil raken. Zo wil de eerste bede ons bestaan richten op de bestemming die God eraan gaf. Welke bestemming? Onovertroffen is het antwoord dat Calvijn zijn leerlingen leerde spellen op deze vraag: God kennen en verheerlijken. Dat is het doel waarmee God ons geschapen heeft. We zijn er niet voor onszelf. Nog minder om het leven uit te knijpen als een sinaasappel. We ontvingen het leven uit Gods hand om het te richten naar Zijn bedoeling. Aan dat doel moet alles ondergeschikt zijn.

Zelfs in de nacht

Dat kan ver gaan. De heiliging van Gods Naam brengt zelfverloochening met zich mee. Het kan ons ook voeren op wegen die we zelf niet uitkozen. Sommige rabbijnen brengen de heiliging van de Naam in verband met het lijden dat het joodse volk moest ondergaan. Rabbi Israël Shapira, de joodse leraar van Grodzisk werd met vele anderen naar het vernietigingskamp van Treblinka gevoerd. Vlak voor zijn dood riep hij zijn mensen op het lijden te aanvaarden en het geloof met vreugde te belijden. Met het Sjema Jisraeel, 'hoor Israël, de Heere onze God is een enig Heere' op de lippen zijn tallozen daarop de dood ingegaan. Een joods verslag zegt daarover: 'Zo heiligden zij de Naam van God in het openbaar'. Ik denk ook even aan de apostel Paulus. Wat doet hij wanneer de muren van de gevangenis in Filippi hem aanstaren en zijn voeten knellen in een houten blok? Dé apostel looft en prijst zijn God. Hij zingt het hoogste lied, terwijl alles om hem heen aardedonker is. Later zal hij de Filippenzen vertellen, wat zijn levensgeheim is. In de brief aan deze gemeente schrijft hij maar één verlangen te kennen, één alles bezielend verlangen: Christus groot maken, hetzij door het leven, hetzij door de dood.

Missionaire spits

De eerste bede van het Onze Vader heeft nadrukkelijk een missionaire spits. Calvijn heeft daar meer dan eens op gewezen. De kern van deze bede is, zo tekent de reformator bij Mattheüs 6 : 9 aan, dat Gods heerlijkheid in de hele wereld erkend wordt en Hij door de mensen wordt aangeroepen, geëerd en geprezen. De bekende Calvijnonderzoeker H. Scholl, die een prachtig boek schreef over het gebed bij Calvijn, trekt uit deze opmerking een vergaande conclusie. Omdat Calvijn het missionaire karakter van de eerste bede begrepen heeft, ligt er over al zijn gebeden een missionaire gloed. Voor de reformator geldt, dat je geen kind van God kunt zijn zonder tegelijk een zendeling te wezen. Dat komt ook uit in onze gebeden. Wie de Naam van God lief is, lijdt eronder dat deze zo gruwelijk wordt miskend en misbruikt in deze wereld. 'Het grootste deel van de wereld schendt Gods heiligheid, zoveel men kan'. Daarom bidden we allereerst dat God de eerbied wordt toegebracht die Hem toekomt. Wie daarom vraagt, heeft tevens het behoud van de ander op het oog. Immers: in het prijzen van God ligt het heil van de mens opgesloten. De eer van God en onze zaligheid hebben alles met elkaar te maken. Die liggen in elkaars verlengde. Wanneer Gods zaak tot zijn recht komt, is ook de zaak van de mens het beste af.

Bijzondere eer

Calvijn acht het een bijzondere eer, dat God ons verwaardigt zorg te dragen voor de verbreiding van Gods roem. Daar dienen wij het dan ook voor te houden. Daar moet ons leven elke dag op gericht zijn: Gods Naam verhogen, die op een voetstuk plaatsen, zodat anderen opmerkzaam worden en naar die Naam gaan vragen. Dat is de roeping die regelrecht uit de eerste bede voortkomt. Wat luistert het hier nauw. Hoe kunnen anderen Gods Naam leren kennen, wanneer onze levensstijl die Naam ontheiligt? Hoe zullen anderen Gods Naam gaan prijzen, als ons doen en laten op maandag haaks staat op wat we 's zondags belijden? Daardoor geven we buitenstaanders aanleiding om Gods Naam te lasteren. Dan zijn wij geen reclame, maar juist een anti-reclame en dat neemt de Heere hoog op. De Bijbel geeft daar meer dan één voorbeeld van. Ik denk aan de woestijnreis. Eindeloos is het morren en klagen van het volk, dat op doortocht is naar het beloofde land. Mozes en Aaron worden er dol van. Tenslotte gaat Mozes door het rode lint. Wat gebeurt er? Als er bij Meriba weer uit alle macht gemopperd wordt over gebrek aan water, slaat de man Gods tegen de steenrots in plaats van er tegen te spreken zoals de Heere bevolen had. En dan krijgt Mozes het te horen: omdat je Mij niet geheiligd hebt tegenover de Israëlieten, zul je het beloofde land niet mogen binnengaan (Num. 20 : 12). En was het bij David ook niet zo? Als David overspel gepleegd heeft met de mooie Bathsebah, wordt de profeet Nathan naar hem toegestuurd. Met welke boodschap? Omdat hij door deze zaak de vijanden van God zeer heeft doen lasteren, daarom zal de zoon die geboren wordt sterven (2 Sam. 12 : 14). Niets is zo erg als wanneer Gods Naam door ons wordt ontheiligd. Ontheiliging is het volstrekte tegendeel van getuige-zijn. Daarmee onteren we niet alleen God, maar daardoor staan we ook de uitbreiding van Zijn Koninkrijk in de weg.

Drieslag

Zo wordt één ding heel duidelijk. De eerste bede staat niet los van de twee volgende. Onlosmakelijk zijn die met elkaar verbonden. Calvijn schrijft veelzeggend: De heiliging van Gods Naam is altijd aan Zijn rijk verbonden en het belangrijkste deel van dat Rijk is dat Zijn wil geschiedde. De hechte vervlochtenheid van de eerste drie beden doet bijna denken aan de drieeenheid. Zoals de drie personen in God niet los te denken zijn van elkaar, zo is het ook bij de drieslag van het Onze Vader. Een van de bekendste theologen uit de Vroege Kerk, Gregorius van Nianze heeft dat ooit prachtig geformuleerd in een volzin, die door de reformator met instemming wordt aangehaald: 'Ik ben niet in staat aan de één te denken zonder meteen omstraald te worden door de drie; en ik kan de drie niet scheiden, zonder op de ene terug te komen'. Wie bidt om de heiliging van Gods Naam, zal ook gericht zijn op de uitbreiding van Gods Koninkrijk en niet minder op het doen van Gods wil in zijn eigen leven. Is dat onze zorg? Is dat ons verdriet, wanneer wij falen? Hoe dikwijls wordt Gods Naam niet gelasterd door ons begeren en denken, door ons spreken en handelen? Hoe meer ons dat beschaamd maakt, des te ootmoediger en indringender zullen we de eerste bede nazeggen. En al biddend neigt de Geest ons hart, zodat het verlangen groeit een leesbare brief te mogen zijn. Een brief, leesbaar voor de mensen. Een brief die hen wijst op de Naam van onze God.

Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen!
Men loov' Hem vroeg en spa!
De wereld hoor' en volg' mijn zangen
Met Amen, Amen na!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uw Naam worde geheiligd (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's