Uit de Pers
De wereld valt mee
Dat is weleens gezegd in verband met Kuypers leer van de 'gemene gratie' ofwel 'algemene genade': de wereld valt mee. Er is zoveel van Gods genade nog werkzaam in deze gevallen wereld, dat de zonde in haar verschrikkelijke gevolgen wordt gestuit. De vorige keer namen we kennis van de visie van prof. dr. A. Th. van Deursen op de cultuur van onze dagen via zijn Huizingalezing getiteld 'Huizinga en de geest der eeuw'. Uitermate somber was het geluid dat hij liet horen vanwege het aangrijpend verval van christelijke normen en waarden in onze samenleving. Er zijn echter ook andere geluiden te horen als het gaat om de beoordeling van wat er in onze cultuur aan de hand is. Onlangs stond in Rondom het Woord, Theologische radioleergang van de NCRV, 30e jaargang no. 3 een bijdrage te lezen van Hans Blankesteijn onder de titel Van God los — Hoe slecht is de secularisatie voor onze cultuur? Hij stelt de vraag aan de orde: Als een samenleving, een cultuur, van God is losgeraakt, vallen we dan niet in een diep gat? Verliezen normen en waarden hun kracht, kan ieder maar dóen? Hij noemt in dit verband de reeds overleden kunsthistoricus van de VU, H. R. Rookmaker, één van de felste bestrijders van wat hij zag als nihilistische tendensen in de westerse cultuur. Blankesteijn vindt dat we voorzichtig moeten zijn om hedendaagse kunstwerken af te tasten op signalen van wereldbeschouwing. Ze zijn er wel, maar we moeten oppassen voor inlegkunde als we ze vanuit onze christelijke levensbeschouwing willen beoordelen en soms veroordelen. Uiteraard heeft kunst een seismografische functie, hoewel we niet moeten overdrijven. In zijn boeiend verhaal kijkt hij naar kunstwerken uit de recente periode: schilderijen, beelden en gedichten. Wat Blankesteijn wil zeggen, is dat we niet al te haastig zo somber moeten doen omdat bepaalde kunstuitingen nogal afwijken van wat wij tolerabel achten.
Het woord nihilisme wordt tegenwoordig als pasmunt gebruikt. Christenen hebben het er nogal eens over. Bij wat doorvragen en doordenken blijkt dat woord vaak lichtvaardig en klakkeloos over de toonbank te gaan. Wat afwijkt van een burgerlijke levenswijze, van een burgerlijke manier van kijken naar mensen en dingen, heet al gauw zo, terwijl het heel goed vol idealen en verwachtingen en goede gunst jegens mensen kan steken. Zelfs als er, Francis Bacon, 'niks meer is', blijft de menselijke bewogenheid. Dat zal nu verder het thema zijn: als de waarden die ooit het cement van onze Europese samenleving vormden, voor velen, voor de meesten, niet meer houdbaar blijken, vallen we dan met z'n allen in het lege niets? Nihil?
Francis Bacon is een onlangs overleden Britse schilder van wie in het Van Abbemuseum in Eindhoven een aangrijpend schilderij hangt, dat heet 'fragment voor een kruisiging'. Voor deze Bacon was, aldus Blankesteijn zelf, 'de hemel leeg, de aarde toeval en de mens iemand die reist van nergens naar nergens'.
Al sinds de 18e eeuw is het christendom in Europa op z'n retour. Mensen die het geloof der vaderen resoluut van zich hebben geworpen, of er zachtjes uitgegleden zijn, beginnen met zich prettig van God los te voelen. Na verloop van tijd — en dat gebeurt nogal eens als de vooruitzichten van het leven en samenleven wat minder vrolijk zijn — vinden ze de aarde om zich heen toch wel wat erg plat, en de hemel leeg. Ze zijn niet meer kerkelijk, hebben vaak het christendom afgezworen, maar religieus zijn ze wel. En niet zelden grijpen ze dan terug op de oernoties — geheimzinnige krachten, de zich eeuwig vernieuwende potentie van de natuur, het ritme van de kosmos... wat dat ook wezen moge. Zo keren de oude goden, de Germaanse goden onder andere, maar ook import uit het verre oosten, in beschaafde kledij terug in Europa. Maar niet voor iedereen is die troost weggelegd. Er zijn christenen die dat betreuren. Ze hebben meer vertrouwen in een religieus mens dan in een atheïst, en ze gaan zelfs onder omstandigheden een flirt aan met bewegingen als New Age, zien wel wat in het holisme, nemen oosterse noties over. Dat lijkt mij meer dan hachelijk. We hebben ons te laten gezeggen door de toom van de profeten jegens de goden, die immers juist al deze religieuze oernoties belicharflen. Wij kennen de radeloosheid over de God die zich verbergt, en we zouden vooral die mensen moeten herkennen, die zich niets laten wijsmaken, voor wie er ooit een oerknal was... en uit een lawine van toevalstreffers ontstond er leven op aarde, en mensen worden geboren en gaan weer dood, en dat gaat zo door totdat over zóveel miljoen jaar de zon dooft of explodeert, tenzij we voor die tijd onszelf hebben opgeblazen.
Als er op die manier geen zin en geen doel in het leven is... breekt hier dan de pleuris uit, is dat de dood van de cultuur, van de laatste resten goed fatsoen, en moeten we haastig onze samenleving met wat christelijke noties stutten om die nog enigszins overeind te houden? Kun je, in het besef dat er geen zin, geen doel is in het leven, alleen en samen mens blijven?
Met een haastig toegediende injectie christelijkheid of een even haastig aangebracht laagje christelijke vormen, hoe die er dan ook zouden uitzien, is een cultuur niet gered. Daar heeft Blankesteijn wel gelijk in en wie zou dat niet vinden? Maar kunnen kunstuitingen soms toch geen indringende onderstrepingen zijn van een levensgevoel waarin de werkelijkheid van God ontbreekt en de leegte de enige norm is geworden? Intussen moeten'we wel oppassen voor de arrogante suggestie alsof het christendom altijd en overal zoveel geluk en harmonie gebracht zou hebben onder de volkeren.
Blankesteijn illustreert zijn verhaal met opmerkingen over de Amerikaanse compoiiist John Cage, een gedicht van Bernlef, een opmerking van de Hongaarse schrijver György Konrad, het werk van de ontwerpersgroep Memphis van 1981 tot 1988 actief in Milaan, het post-katholiek geloof van de jong overleden schrijver Frans Kellendonk. Hij schrijft daarna o.a. nog het volgende:
Bezorgde christenen, die klagen over het verval van normen en waarden, die de grijns van het nihilisme menen te ontwaren op de muren van onze musea voor moderne kunst... als ze gelijk hebben, krijgen ze precies wat ze gelovenderwijs zouden moeten verwachten. Voor verbazing is geen reden, nog minder voor verontwaardiging. Ze menen immers, dat zonder Gods geboden, zonder de Ander die naar ons vraagt, geen humaniteit mogelijk is. En aangezien, want ook dat is hun overtuiging, het geloof in de Levende God niet af te dwingen is — het is je immers gegeven of niet — blijft er geen uitweg open. Jammer van twintig eeuwen christelijk-humanistische cultuur, maar klagen helpt niet. Gegeven de secularisatie zijn de dingen precies gekomen zoals hun draaiboek dat aangaf.
Maar het is de vraag of de veronderstelling klopt, dat er geen humaniteit mogelijk is zonder de Ander, God, tegenover ons. Er zijn talloze hoge culturen geweest, en ze zijn er nog, met een eigen, ander, concept van humaniteit. Ze blijken zelfs op menigeen in onze geseculariseerde cultuur een grote aantrekkingskracht te hebben. Je kunt zeggen, dat de bijbel ons een heel bepaald concept van humaniteit ten geschenke geeft, en dat dit concept met de secularisatie naar de zijlijn is gedrongen, en dat dit van óns gezichtspunt uit catastrofale gevolgen heeft — maar daarmee is nog niet de dood van een cultuur gegeven; of het moest zijn de dood van die heel specifieke christelijk-humanistische cultuur, zoals we die hier in Europa sinds de Middeleeuwen hebben gekend. En zelfs dat is de vraag.
De christelijk-humanistische cultuur in Europa, en het daarmee gegeven concept van humaniteit, is altijd een mix geweest van Athene, Rome en Jeruzalem. Een zonderlinge mix, vol tegenstrijdigheden. En de dosering verschilde per periode. Wat óók per tijdvak verschilde: de elementen die men ontleende aan, bijvoorbeeld, Athene. Griekenland, dat staat voor Plato, Aristoteles, de Stoa. Maar ook voor cynici, de Epicureeërs, het hedonisme. Ik vermoed, dat latere cultuurhistorici het eind van de 20e eeuw zullen rubriceren als de zoveelste fase van de christelijk-humanistische cultuur, met een verblekend aandeel Jeruzalem, en andere accenten uit de klassieke cultuur.
Het is trouwens niet alleen maar een kwestie van geloven, van wereldbeschouwing, van harde feiten van astronomie en natuurwetenschap, die ons een puur toevallige wereld presenteren. Het is ook de overkill aan informatie en communicatiemogelijkheden. Zelfs heel jonge kinderen weten dankzij de televisie vaak al waanzinnig veel. Waanzinnig veel, ja. En dat gaat met de jaren versneld zo door. Te veel om te kiezen, om er een orde in te ontdekken. Eikwat intensief televisie-avondje kun je, Bernlef aanroepend, besluiten met: 'Zo zijn er wel meer verbanden/te leggen/men kan het echter/ook/ net zo goed niet doen.'
Zo graaien de Memphis-ontwerpers blindelings uit de grabbelton van stijlen. Zo speelt Cage een intelligent spel met het toeval. Zo drijft Frans Kellendonk verbanden in het niets — verbanden die er zonder hem niet zijn. Maar de cultuur, ónze cultuur, gaat door. Dat is een hachelijk bedrijf koorddansen met een uitdijend heelal boven je, en onder je een gat zonder bodem. Dat weten van het lege niets, waar elk besef van zin je ontvalt, is ook aan het bijbelse geloof niet vreemd, en aan laat-twintigsteeeuwse gelovigen.
Valt de wereld inderdaad mee? We moeten ervoor waken al te snel ons oordeel te vellen over uitingen van cultuur om ons heen, die wij niet begrijpen als zouden ze daarom tekenen van verval van normen en waarden zijn. Wie werkelijk bewust in deze aangrijpende tijd staat en leeft, herkent juist veel in wat kunstenaars van onze tijd op doek en papier aangeven. De verbinding van de bijbelse boodschap naar het leven hier en nu is bepaald geen rechte lijn.
De wereld gaat voorbij
Dat hebben we misschien wel tegen elkaar gezegd enkele dagen na de jaarwisseling: de wereld draait gewoon door. Een platte algemeenheid waar je niet lang over hoeft na te denken. We naderen intussen met rasse schreden het eind van een millen nium, de 20e eeuw. Dat maakt mensen onrustig, soms zelfs ongerust. Je hoort het kinderen al vragen: dan vergaat de wereld zeker en komt de Heere Jezus terug?
In Bijbel en Wetenschap van december 1994 stond een samenvatting te lezen van een vraaggesprek dat drs. Pieter van Kampen op 2 Juli 1994 voor de EO-radio had met prof. dr. J. H. van den Berg. Het meest bekende boek van prof. Van den Berg is Metabletica of Leer der Veranderingen. Van den Berg was zenuwarts en werd later hoogleraar in de pastorale psychologie en de fenomenologie. We sluiten dit keer af met het slot van het gesprek met prof. Van den Berg.
Een vraag, die misschien toch daar wel wat mee samenhangt: u hebt veel studie gemaakt van de westerse cultuur, zowel van langgeleden als van de 20 eeuw. Je hoort nogal eens wat mensen zeggen: er komt een nieuw tijdvak, een nieuwe tijdsdenken, 'New Age' een totaal nieuwe periode van volstrekt nieuwe beleving van allerlei dingen. Wat vindt u daarvan?
Ik geloof zeker dat we een tijd van een nieuw menselijk bestaan tegemoet gaan, al was het alleen maar vanwege het simpele feit, dat we binnenkort de mijlpaal van het jaar 2000 gaan overschrijden. Als we teruggaan in de geschiedenis van de mens in Europa, dan zullen we merken dat de eeuwwisseling heel dikwijls een mentaliteitswisseling heeft ingehouden en dat een millenniumwisseling — die hebben we nog maar één keer meegemaakt — ook een geweldige mentaliteitswisseling inhield. Nu gaan we naar 2000 en men kan aanvoelen dat er iets heel nieuws begint. Iets waar we niet op rekenen. Ik geloof persoonlijk in een religieuze omwenteling. Ik geloof dat we, wat dat betreft, zo aan lager wal zijn geraakt, zo armoedig zijn geraakt, zo uitgehold, dat het alles schreeuwt om vernieuwing.
Zo dat ook het materialisme zijn beste tijd gehad heeft?
Laten we het hopen, ja.
U geeft niet alleen een feit, maar ook een beoordeling.
We moeten niet teveel schoppen tegen het materialisme, want we hebben er zeer van genoten, maar we zijn wel doorgeschoten.
En het hart is daar uiteindelijk niet door bevredigd geworden.
Nee, allicht niet, nee.
U zegt: niet alleen mensen hebben gedacht bij een eeuwwisseling of bij een millenniumwisseling gaat er iets nieuws gebeuren. U zegt: dan gaat er wat nieuws gebeuren. Het is niet alleen een kwestie van beleving. Overal of alleen in de westerse cultuur.
Er gaat wat gebeuren. Het gebeurt met ons. Onafhankelijk van ons. Voorlopig nog alleen voor de westerse cultuur, vanwege het feit dat die westerse cultuur nu de hele wereld beheerst. We zijn nu allemaal over de hele wereld profiteurs van de westerse cultuur, in gunstige en in ongunstige zin. En in die cultuur gaat beslist iets veranderen.
Het blijft altijd een riskante aangelegenheid voorzeggingen te doen en daarom wachten we ons voor invullingen van wat er dan zou kunnen veranderen. De wereld draait door zolang de God van hemel en aarde dat wil en zal toelaten. Eén ding weten we wel zeker op grond van Gods eigen Woord, dat de aarde en de hemelen 'zullen vergaan... en als een dekkleed zult Gij ze ineenrollen en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden' (Hebr. 1:11, 12). Daarom houden we moed en blijven intussen óók in het donker van ónze tijd op signalen van licht en hoop letten die ons soms tegenstralen van een kant waar wij het niet van verwachten.
(P.S. Onlangs citeerden we uit de laatst verschenen aflevering van Kerk en Theologie, een themanummer Christologie. Daarover geven we nog de volgende informatie voor belangstellenden).
Het nieuwe nummer van Kerk en Theologie laat de lezer diepgaand kennismaken met hedendaagse theologische opvattingen over Christus.
Prof dr. J. Reiling schrijft over christologie in Duitsland, prof dr. A. G. Honig behandelt de eigenzinnige Aziatische christologie, dr. R. Kranenborg geeft inzicht in Jezusbeelden uit India die in de New Age-beweging opgeld doen, prof dr. G. P. Hartvelt belicht de Orthodoxe Kerk die op dit punt een eigen weg gaat en tenslotte betoogt prof dr. L. J. van den Brom dat de kloof tussen dé historische Jezus en het algemeen christelijk geloof wel degelijk overbrugbaar is.
Dit themanummer (90 pag.) is te bestellen d.m.v. overmaking van ƒ 28, 25 (d.i. incl. porto) op giro 610252 t.n.v. Boekencentrum Zoetermeer, o.v.v. K&T '94-4. Kerk en Theologie kost in 1995 ƒ 92, — (studenten ƒ73, 50) en verschijnt viermaal per jaar. Opgave voor abonnementen bij Uitgeverij Boekencentrum, Antwoordnummer 10291, 2700 VB te Zoetermeer, telefoon 079-615481.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's